Nobian, producent van hoogzuiver zout, low-carbon essentiële chemicaliën en energieopslagcavernes, en Air Products (NYSE: APD), wereldwijd marktleider in industriële gassen en ’s werelds grootste leverancier van waterstof, hebben een meerjarige overeenkomst gesloten voor de afname van gecertificeerde RFNBO-compliant waterstof. De waterstof wordt geproduceerd in Nobians productielocatie in Rotterdam.
De fabriek draait op hernieuwbare energie en is sinds 2025 de eerste grootschalige Europese producent van hernieuwbare waterstof met een ISCC EU-certificering voor RFNBO. Met een jaarlijkse productiecapaciteit van meer dan 14.000 ton waterstof (1,68 PJ) is Nobians locatie in Rotterdam de grootste RFNBO-gecertificeerde waterstoffabriek van Europa.
Door RFNBO-gecertificeerde waterstof via bestaande infrastructuur beschikbaar te stellen ondersteunt Air Products de geldende RED III-verplichtingen en versterkt het de positie van Rotterdam als waterstofhub. De overeenkomst vergroot de toegang tot RFNBO-gecertificeerde waterstof via het bestaande Air Products waterstofnetwerk en ondersteunt klanten in het behalen van de verplichte doelstellingen voor de inname van hernieuwbare energie.
Markus Mingenbach, Senior Vice President Chlor-Alkali & Chloromethanes bij Nobian: “Deze overeenkomst is een belangrijke mijlpaal voor gecertificeerde groene waterstof in Europa. Samen met Air Products maken we gecertificeerde RFNBO-compliant waterstof beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van de Europese waterstofeconomie. Dit is Grow Greener Together in de praktijk: twee toonaangevende industriële partners die samenwerken aan de Europese energietransitie.”
donderdag 27 augustus 2026
woensdag 26 augustus 2026
Boerderij tankt eigen waterstof
Op stadsboerderij Vliervelden in Almere is sinds kort een eigen waterstoftankstation in gebruik. Daarmee kan stadsboer Tom Saat zijn trekker en enkele bedrijfsauto’s tanken met waterstof die op het landbouwbedrijf zelf wordt geproduceerd. Het gaat volgens Omroep Flevoland om een Nederlandse en mogelijk Europese primeur.
Vliervelden gebruikt tot nu toe jaarlijks ongeveer 80.000 liter diesel. Saat wil daar vanaf. De elektriciteit voor de productie van waterstof komt van zonnepanelen op het dak van de boerderij. De geproduceerde waterstof wordt vervolgens opgeslagen in speciale tankflessen.
Op dit moment maakt de installatie ongeveer twee kilogram waterstof per dag. Dat staat volgens Saat gelijk aan een besparing van ongeveer veertien liter diesel per dag. De volledige installatie kan uiteindelijk zo’n 700 kilogram waterstof produceren en opslaan, vergelijkbaar met ongeveer 5.000 liter diesel.
Voor landbouwmachines ziet Saat waterstof als een alternatief voor elektrische aandrijving. Vooral het gewicht van batterijen speelt volgens hem een rol. Een elektrische trekker zou voor voldoende vermogen een aanzienlijk zwaar accupakket nodig hebben, terwijl landbouwmachines juist zo licht mogelijk moeten blijven om schade aan de bodem te beperken.
De installatie kan in de toekomst worden uitgebreid. Daarvoor is op het dak van de boerderij nog ruimte voor extra zonnepanelen. Vanuit het buitenland bestaat volgens Saat al belangstelling voor het concept, terwijl de interesse vanuit de Nederlandse landbouwsector vooralsnog beperkt blijft.
Met de eigen waterstofproductie wil Saat laten zien dat landbouwbedrijven hun energievoorziening deels zelf kunnen verduurzamen en minder afhankelijk kunnen worden van diesel.
Vliervelden gebruikt tot nu toe jaarlijks ongeveer 80.000 liter diesel. Saat wil daar vanaf. De elektriciteit voor de productie van waterstof komt van zonnepanelen op het dak van de boerderij. De geproduceerde waterstof wordt vervolgens opgeslagen in speciale tankflessen.
Op dit moment maakt de installatie ongeveer twee kilogram waterstof per dag. Dat staat volgens Saat gelijk aan een besparing van ongeveer veertien liter diesel per dag. De volledige installatie kan uiteindelijk zo’n 700 kilogram waterstof produceren en opslaan, vergelijkbaar met ongeveer 5.000 liter diesel.
Voor landbouwmachines ziet Saat waterstof als een alternatief voor elektrische aandrijving. Vooral het gewicht van batterijen speelt volgens hem een rol. Een elektrische trekker zou voor voldoende vermogen een aanzienlijk zwaar accupakket nodig hebben, terwijl landbouwmachines juist zo licht mogelijk moeten blijven om schade aan de bodem te beperken.
De installatie kan in de toekomst worden uitgebreid. Daarvoor is op het dak van de boerderij nog ruimte voor extra zonnepanelen. Vanuit het buitenland bestaat volgens Saat al belangstelling voor het concept, terwijl de interesse vanuit de Nederlandse landbouwsector vooralsnog beperkt blijft.
Met de eigen waterstofproductie wil Saat laten zien dat landbouwbedrijven hun energievoorziening deels zelf kunnen verduurzamen en minder afhankelijk kunnen worden van diesel.
dinsdag 25 augustus 2026
Europese gasprijs sluit met € 65,- per MWh op hoogste punt sinds begin 2023
De Europese gasprijs is vrijdag 21 augustus verder gestegen tot € 65,865 per megawattuur (MWh). Daarmee sloot de gasprijs op de beurs op het hoogste niveau sinds begin 2023. De oorzaak is de aanhoudende onzekerheid en oplopende spanningen in het Midden-Oosten. Tegelijkertijd zijn de Nederlandse gasopslagen pas voor 43,8% gevuld, terwijl het vulseizoen al een eind op weg is. Vorig jaar waren de gasopslagen rond deze tijd al voor 65% gevuld. Dat blijkt uit een analyse door vergelijkingswebsite Overstappen.nl.
De TTF-gasprijs (een belangrijke Europese graadmeter voor de groothandelsprijs van gas) sloot vrijdag op ruim € 65,- per MWh. Daarmee is gas opnieuw aanzienlijk duurder dan eerder deze zomer. De stijging komt op een moment waarop de markt al langere tijd rekening houdt met een krappe gasmarkt richting de winter.
Een grote oorzaak is de aanhoudende onrust rond de Straat van Hormuz. Deze belangrijke zeestraat voor de export van gas en olie is al maanden grotendeels verminderd door de onrust tussen de Verenigde Staten en Iran. De geopolitieke situatie blijft bovendien onrustig. De Amerikaanse president Donald Trump stelt dat de Straat van Hormuz open is, terwijl Iran zegt dat zij de vaarweg pas heropenen als aan hun eisen wordt voldaan. Tegelijkertijd liggen de vredesonderhandelingen stil.
De situatie verslechterde verder nadat Trump dreigde met een "economische oorlog" tegen Teheran. Hij kondigde zware sancties aan voor elk land dat Iran financieel steunt. Zowel de dreigende sancties als de onzekerheid over de doorgang van schepen zorgen voor extra spanning op de energiemarkt.
Naast de onrust in het Midden-Oosten, speelt er nog iets. De Europese gasopslagen zijn nu voor ongeveer 61% gevuld. Rond deze tijd van het jaar was dat in 2025 nog ruim 75% en in 2024 zelfs bijna 91%. Dat betekent dat Europa met een kleinere buffer richting het stookseizoen gaat. Ook in Nederland blijven de gasvoorraden achter: de Nederlandse gasopslagen zijn momenteel voor 43,8% gevuld. Daarmee staan de voorraden voor deze tijd van het jaar op het laagste niveau in acht jaar.
Naast de problemen aan de aanbodkant speelt ook de elektriciteitsproductie een rol. Verschillende Europese kerncentrales draaien momenteel op een lager vermogen of zijn tijdelijk uitgeschakeld vanwege een gebrek aan koelwater. Dat laatste is het gevolg van de uitzonderlijke droogte en lage waterstanden. Zo werd in Roemenië de enige operationele kerncentrale stilgelegd vanwege de historisch lage waterstand in de Donau. Daarnaast heeft Hongarije de kerncentrale Paks, verantwoordelijk voor bijna de helft van de Hongaarse elektriciteitsproductie, stilgelegd. Ook in Frankrijk wordt de kerncentraleproductie geraakt door de aanhoudende hitte en lage waterstanden.
De TTF-gasprijs (een belangrijke Europese graadmeter voor de groothandelsprijs van gas) sloot vrijdag op ruim € 65,- per MWh. Daarmee is gas opnieuw aanzienlijk duurder dan eerder deze zomer. De stijging komt op een moment waarop de markt al langere tijd rekening houdt met een krappe gasmarkt richting de winter.
Een grote oorzaak is de aanhoudende onrust rond de Straat van Hormuz. Deze belangrijke zeestraat voor de export van gas en olie is al maanden grotendeels verminderd door de onrust tussen de Verenigde Staten en Iran. De geopolitieke situatie blijft bovendien onrustig. De Amerikaanse president Donald Trump stelt dat de Straat van Hormuz open is, terwijl Iran zegt dat zij de vaarweg pas heropenen als aan hun eisen wordt voldaan. Tegelijkertijd liggen de vredesonderhandelingen stil.
De situatie verslechterde verder nadat Trump dreigde met een "economische oorlog" tegen Teheran. Hij kondigde zware sancties aan voor elk land dat Iran financieel steunt. Zowel de dreigende sancties als de onzekerheid over de doorgang van schepen zorgen voor extra spanning op de energiemarkt.
Naast de onrust in het Midden-Oosten, speelt er nog iets. De Europese gasopslagen zijn nu voor ongeveer 61% gevuld. Rond deze tijd van het jaar was dat in 2025 nog ruim 75% en in 2024 zelfs bijna 91%. Dat betekent dat Europa met een kleinere buffer richting het stookseizoen gaat. Ook in Nederland blijven de gasvoorraden achter: de Nederlandse gasopslagen zijn momenteel voor 43,8% gevuld. Daarmee staan de voorraden voor deze tijd van het jaar op het laagste niveau in acht jaar.
Naast de problemen aan de aanbodkant speelt ook de elektriciteitsproductie een rol. Verschillende Europese kerncentrales draaien momenteel op een lager vermogen of zijn tijdelijk uitgeschakeld vanwege een gebrek aan koelwater. Dat laatste is het gevolg van de uitzonderlijke droogte en lage waterstanden. Zo werd in Roemenië de enige operationele kerncentrale stilgelegd vanwege de historisch lage waterstand in de Donau. Daarnaast heeft Hongarije de kerncentrale Paks, verantwoordelijk voor bijna de helft van de Hongaarse elektriciteitsproductie, stilgelegd. Ook in Frankrijk wordt de kerncentraleproductie geraakt door de aanhoudende hitte en lage waterstanden.
maandag 24 augustus 2026
Twintig jaar energieverbinding onder de Noordzee tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk
Twintig jaar energieverbinding onder de Noordzee tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk
Gasunie markeert dit jaar twintig jaar energieverbinding onder de Noordzee tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De installatie in Anna Paulowna, het Nederlandse aanlandingspunt van de BBL-verbinding (Balgzand-Bacton Line), werd in 2006 in gebruik genomen en speelt sindsdien een belangrijke rol in de energievoorziening en leveringszekerheid van Noordwest-Europa. Via de 235 kilometer lange onderzeese leiding wordt aardgas veilig en betrouwbaar tussen beide landen vervoerd.
In de afgelopen twintig jaar heeft de energievoorziening in Europa grote veranderingen doorgemaakt. Internationale verbindingen zoals BBL zijn daarbij steeds belangrijker geworden en dragen bij aan flexibiliteit en leveringszekerheid binnen het Europese energiesysteem.
Het Nederlandse aanlandingspunt van de leiding bevindt zich in Anna Paulowna (Noord-Holland). Hier wordt het aardgas ontvangen, verwerkt en verder getransporteerd. BBL Company exploiteert deze leiding, Gasunie bezit 75% van de aandelen en het Belgische Fluxys 25%. De installatie vormt een essentiële schakel in de internationale energie-infrastructuur.
Ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum opent BBL Company op zaterdag 26 september de deuren van de installatie in Anna Paulowna voor omwonenden en andere geïnteresseerden. Bezoekers krijgen daarmee een unieke gelegenheid om een locatie te bezoeken die normaal gesproken niet toegankelijk is voor publiek en van dichtbij te zien hoe een belangrijke internationale energieverbinding functioneert.
Gasunie markeert dit jaar twintig jaar energieverbinding onder de Noordzee tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De installatie in Anna Paulowna, het Nederlandse aanlandingspunt van de BBL-verbinding (Balgzand-Bacton Line), werd in 2006 in gebruik genomen en speelt sindsdien een belangrijke rol in de energievoorziening en leveringszekerheid van Noordwest-Europa. Via de 235 kilometer lange onderzeese leiding wordt aardgas veilig en betrouwbaar tussen beide landen vervoerd.
In de afgelopen twintig jaar heeft de energievoorziening in Europa grote veranderingen doorgemaakt. Internationale verbindingen zoals BBL zijn daarbij steeds belangrijker geworden en dragen bij aan flexibiliteit en leveringszekerheid binnen het Europese energiesysteem.
Het Nederlandse aanlandingspunt van de leiding bevindt zich in Anna Paulowna (Noord-Holland). Hier wordt het aardgas ontvangen, verwerkt en verder getransporteerd. BBL Company exploiteert deze leiding, Gasunie bezit 75% van de aandelen en het Belgische Fluxys 25%. De installatie vormt een essentiële schakel in de internationale energie-infrastructuur.
Ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum opent BBL Company op zaterdag 26 september de deuren van de installatie in Anna Paulowna voor omwonenden en andere geïnteresseerden. Bezoekers krijgen daarmee een unieke gelegenheid om een locatie te bezoeken die normaal gesproken niet toegankelijk is voor publiek en van dichtbij te zien hoe een belangrijke internationale energieverbinding functioneert.
Plannen voor grootschalige productie van groene waterstof onzeker
De plannen voor grootschalige productie van groene waterstof lopen tegen steeds meer problemen aan. Verschillende projecten zijn stilgelegd, geschrapt of uitgesteld. De belangrijkste oorzaak is de hoge kostprijs van groene waterstof, terwijl afnemers nog terughoudend zijn om zich langdurig aan dure waterstofcontracten te verbinden.
Het Amerikaanse Plug Power heeft zijn plannen voor een grote fabriek voor groene waterstof in de Antwerpse haven volledig afgeboekt. Het bedrijf had tussen de 350 en 400 miljoen euro willen investeren, maar noemt de economische haalbaarheid, winstgevendheid en ontwikkeling van de markt te onzeker.
Ook in Duitsland is een groot project voorlopig stilgelegd. Voor Hyscale100 was bijna 900 miljoen euro subsidie toegezegd. De geplande installatie zou een capaciteit van 2,1 gigawatt krijgen. Volgens René Peters van TNO is dat uitzonderlijk groot. Hij schat de totale investering op 5 tot 8 miljard euro.
Ook in Nederland zijn meerdere projecten teruggevallen of geschrapt, waaronder Zeevonk, H2-Fifty en H2M. Groene waterstof is momenteel naar schatting drie tot vijf keer duurder dan waterstof die met aardgas wordt geproduceerd. Volgens Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, verloopt de ontwikkeling daardoor aanzienlijk trager dan enkele jaren geleden werd verwacht.
Volgens Peters spelen meerdere factoren een rol. De productie van elektriciteit en groene waterstof blijft relatief duur, terwijl overheidsbeleid onzeker is en de aanleg van nieuwe infrastructuur langzaam verloopt. Tegelijkertijd zijn industriële afnemers terughoudend met het afsluiten van langlopende contracten voor dure groene waterstof. Daardoor wordt het voor bedrijven moeilijker om grote investeringen rond te krijgen.
Ook de verwachtingen over de toekomstige rol van waterstof zijn bijgesteld. Energie-analist Jilles van den Beukel van HCSS ziet het aandeel waterstof in het toekomstige energiesysteem geleidelijk lager uitvallen dan eerder werd voorzien. Voor personenauto’s lijkt waterstof volgens hem geen belangrijke rol meer te krijgen en ook voor vrachtwagens wordt het volgens hem lastig.
Daar komt volgens Peter van Ees, sectorexpert energie bij ABN Amro, bij dat Europese overheden minder bereid lijken om de hoge kosten van de opstartfase te dragen. Tegelijkertijd blijft de ontwikkeling van waterstof afhankelijk van de rest van het energiesysteem.
Vooral bedrijven die productie, infrastructuur en afname met elkaar kunnen combineren, lijken daardoor kansrijk. Shell bouwt op de Maasvlakte aan Holland Hydrogen I, een installatie van 200 megawatt. Ook Air Liquide werkt aan een complex met een capaciteit van 200 megawatt. Voor de huidige markt zijn dat al omvangrijke projecten.
De sector heeft bovendien te maken met een klassiek kip-eiprobleem. Producenten willen zekerheid over afnemers voordat ze investeren, terwijl industriële bedrijven pas willen overstappen als er voldoende betaalbare waterstof beschikbaar is. Ook infrastructuur vormt een obstakel: zonder transportleiding is een waterstoffabriek moeilijk rendabel te exploiteren, terwijl een leiding zonder voldoende productie weinig nut heeft.
Toch ligt niet alles stil. RWE levert inmiddels groene waterstof via een pijpleiding aan de industrie en ook het Nederlandse offshoreproject PosHYdon produceert waterstof. Zulke projecten zijn volgens Peters belangrijk om ervaring op te doen, risico’s te verkleinen en de kosten beter beheersbaar te maken.
Op langere termijn verwachten deskundigen nog steeds een groeiende rol voor waterstof, onder meer door Europese regelgeving die bedrijven verplicht om meer hernieuwbare energie te gebruiken. De ontwikkeling zal alleen waarschijnlijk aanzienlijk geleidelijker verlopen dan enkele jaren geleden werd voorspeld.
Het Amerikaanse Plug Power heeft zijn plannen voor een grote fabriek voor groene waterstof in de Antwerpse haven volledig afgeboekt. Het bedrijf had tussen de 350 en 400 miljoen euro willen investeren, maar noemt de economische haalbaarheid, winstgevendheid en ontwikkeling van de markt te onzeker.
Ook in Duitsland is een groot project voorlopig stilgelegd. Voor Hyscale100 was bijna 900 miljoen euro subsidie toegezegd. De geplande installatie zou een capaciteit van 2,1 gigawatt krijgen. Volgens René Peters van TNO is dat uitzonderlijk groot. Hij schat de totale investering op 5 tot 8 miljard euro.
Ook in Nederland zijn meerdere projecten teruggevallen of geschrapt, waaronder Zeevonk, H2-Fifty en H2M. Groene waterstof is momenteel naar schatting drie tot vijf keer duurder dan waterstof die met aardgas wordt geproduceerd. Volgens Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, verloopt de ontwikkeling daardoor aanzienlijk trager dan enkele jaren geleden werd verwacht.
Volgens Peters spelen meerdere factoren een rol. De productie van elektriciteit en groene waterstof blijft relatief duur, terwijl overheidsbeleid onzeker is en de aanleg van nieuwe infrastructuur langzaam verloopt. Tegelijkertijd zijn industriële afnemers terughoudend met het afsluiten van langlopende contracten voor dure groene waterstof. Daardoor wordt het voor bedrijven moeilijker om grote investeringen rond te krijgen.
Ook de verwachtingen over de toekomstige rol van waterstof zijn bijgesteld. Energie-analist Jilles van den Beukel van HCSS ziet het aandeel waterstof in het toekomstige energiesysteem geleidelijk lager uitvallen dan eerder werd voorzien. Voor personenauto’s lijkt waterstof volgens hem geen belangrijke rol meer te krijgen en ook voor vrachtwagens wordt het volgens hem lastig.
Daar komt volgens Peter van Ees, sectorexpert energie bij ABN Amro, bij dat Europese overheden minder bereid lijken om de hoge kosten van de opstartfase te dragen. Tegelijkertijd blijft de ontwikkeling van waterstof afhankelijk van de rest van het energiesysteem.
Vooral bedrijven die productie, infrastructuur en afname met elkaar kunnen combineren, lijken daardoor kansrijk. Shell bouwt op de Maasvlakte aan Holland Hydrogen I, een installatie van 200 megawatt. Ook Air Liquide werkt aan een complex met een capaciteit van 200 megawatt. Voor de huidige markt zijn dat al omvangrijke projecten.
De sector heeft bovendien te maken met een klassiek kip-eiprobleem. Producenten willen zekerheid over afnemers voordat ze investeren, terwijl industriële bedrijven pas willen overstappen als er voldoende betaalbare waterstof beschikbaar is. Ook infrastructuur vormt een obstakel: zonder transportleiding is een waterstoffabriek moeilijk rendabel te exploiteren, terwijl een leiding zonder voldoende productie weinig nut heeft.
Toch ligt niet alles stil. RWE levert inmiddels groene waterstof via een pijpleiding aan de industrie en ook het Nederlandse offshoreproject PosHYdon produceert waterstof. Zulke projecten zijn volgens Peters belangrijk om ervaring op te doen, risico’s te verkleinen en de kosten beter beheersbaar te maken.
Op langere termijn verwachten deskundigen nog steeds een groeiende rol voor waterstof, onder meer door Europese regelgeving die bedrijven verplicht om meer hernieuwbare energie te gebruiken. De ontwikkeling zal alleen waarschijnlijk aanzienlijk geleidelijker verlopen dan enkele jaren geleden werd voorspeld.
donderdag 20 augustus 2026
Colruyt Group en Scania pionieren met waterstoftrucks in dagelijkse operaties
Scania blijft binnen haar duurzame transportstrategie actief onderzoek doen naar verschillende innovatieve technologieën en energiedragers. Hoewel batterij-elektrisch transport de kern van deze strategie vormt, ziet Scania ook waterstof als een interessante aanvulling voor specifieke transporttoepassingen. De levering van twee waterstofbrandstofceltrucks (FCEV) aan Colruyt Group past binnen dit voortdurende onderzoek naar de mogelijkheden en praktische inzetbaarheid van waterstof in zwaar transport. Voor Colruyt Group past dit in het vooropgestelde plan om te streven naar duurzamer en 100 % zero-emissie goederentransport, waarbij batterij-elektrische en waterstof-elektrische voertuigen een sleutelrol spelen.
Het Scania Pilot Partner-initiatief, opgericht in 2021, is het samenwerkingsplatform van het bedrijf voor innovatie met geselecteerde klanten. Binnen het programma worden uiteenlopende technologieën en methoden geëvalueerd en getest: van batterij-elektrische tot verbrandingsmotoren met range extender en opkomende alternatieven zoals waterstofbrandstofcellen.
Doel is om de technische prestaties, operationele haalbaarheid en het commerciële potentieel te evalueren. Binnen dit vijfjarige pioniersproject is Colruyt Group de eerste en enige Belgische klant die twee Scania waterstoftrucks opneemt in zijn dagelijkse operaties. Scania ontwikkelde slechts een twintigtal voertuigen van deze reeks, die in een select aantal landen onder reële omstandigheden worden getest. Dit benadrukt het unieke en exclusieve karakter van het project. “Door te testen in echte transportomgevingen leren we wat in de praktijk het beste werkt en hoe we vooruitgang kunnen versnellen,” legt Tony Sandberg, Head of Scania Pilot Partner, uit.
De test met waterstoftrucks verandert niets aan Scania’s strategie voor de decarbonisatie van het transportsysteem, die gericht blijft op directe elektrificatie. Het is echter één van de verschillende testen binnen het Pilot Partner-programma om te begrijpen hoe diverse energiedragers en aandrijflijnen presteren. Het doel is inzicht te krijgen in de reële sterktes en zwaktes van andere technologieën en brandstoffen.
Scania Fuel Cell Electric Vehicle (FCEV)
Het voertuig is een volledig elektrisch aangedreven waterstofbrandstofceltruck. Het voertuig heeft een brandstofcel met een maximaal vermogen van 300kW die elektriciteit produceert uit waterstof en zo de batterijen tijdens het rijden ondersteunen. De elektrische aandrijflijn levert een continu vermogen van 400 kW en biedt bovendien tot 480 kW regeneratief remvermogen voor maximale energie-efficiëntie.
De trekker is uitgevoerd als een drie-assige 6x2-configuratie met gestuurde naloopas, wat zorgt voor een hoge laadcapaciteit gecombineerd met een uitstekende manoeuvreerbaarheid. Met een maximaal toegelaten treingewicht van 50 ton is het voertuig geschikt voor zware transporttoepassingen over langere afstanden.
De waterstof wordt opgeslagen in tanks met een totale capaciteit van 56 kg bij een druk van 700 bar. De trucks zullen waterstof tanken in bestaande en nog te bouwen HRS-waterstof tankstations in Halle en Ollignies. Het tanken gebeurt via een SAE J2600-H70-vulnippel met een maximale vulsnelheid van 60 gram waterstof per seconde. Daarnaast beschikt het voertuig over twee batterijpacks met een totale bruto energie-inhoud van 356 kWh. Deze kunnen extern worden opgeladen via een CCS2 Combo-laadaansluiting met een maximale laadstroom van 500 ampère, goed voor een laadvermogen tot 375 kW.
Dankzij de combinatie van batterij-elektrische aandrijving en een waterstof-brandstofcel realiseert de truck een actieradius tot ongeveer 800 kilometer, terwijl hij volledig emissievrij opereert. Het voertuig is bovendien uitgerust met een Scania-bumper die voldoet aan de Europese IVD-richtlijn (Increased Vehicle Dimensions). Hierdoor mag de trekker-opleggercombinatie wettelijk langer zijn dan de traditionele maximale lengte van 16,5 meter, zonder in te boeten op laadruimte. De extra lengte wordt benut voor verbeterde aerodynamica, veiligheid en energie-efficiëntie.
Het Scania Pilot Partner-initiatief, opgericht in 2021, is het samenwerkingsplatform van het bedrijf voor innovatie met geselecteerde klanten. Binnen het programma worden uiteenlopende technologieën en methoden geëvalueerd en getest: van batterij-elektrische tot verbrandingsmotoren met range extender en opkomende alternatieven zoals waterstofbrandstofcellen.
Doel is om de technische prestaties, operationele haalbaarheid en het commerciële potentieel te evalueren. Binnen dit vijfjarige pioniersproject is Colruyt Group de eerste en enige Belgische klant die twee Scania waterstoftrucks opneemt in zijn dagelijkse operaties. Scania ontwikkelde slechts een twintigtal voertuigen van deze reeks, die in een select aantal landen onder reële omstandigheden worden getest. Dit benadrukt het unieke en exclusieve karakter van het project. “Door te testen in echte transportomgevingen leren we wat in de praktijk het beste werkt en hoe we vooruitgang kunnen versnellen,” legt Tony Sandberg, Head of Scania Pilot Partner, uit.
De test met waterstoftrucks verandert niets aan Scania’s strategie voor de decarbonisatie van het transportsysteem, die gericht blijft op directe elektrificatie. Het is echter één van de verschillende testen binnen het Pilot Partner-programma om te begrijpen hoe diverse energiedragers en aandrijflijnen presteren. Het doel is inzicht te krijgen in de reële sterktes en zwaktes van andere technologieën en brandstoffen.
Scania Fuel Cell Electric Vehicle (FCEV)
Het voertuig is een volledig elektrisch aangedreven waterstofbrandstofceltruck. Het voertuig heeft een brandstofcel met een maximaal vermogen van 300kW die elektriciteit produceert uit waterstof en zo de batterijen tijdens het rijden ondersteunen. De elektrische aandrijflijn levert een continu vermogen van 400 kW en biedt bovendien tot 480 kW regeneratief remvermogen voor maximale energie-efficiëntie.
De trekker is uitgevoerd als een drie-assige 6x2-configuratie met gestuurde naloopas, wat zorgt voor een hoge laadcapaciteit gecombineerd met een uitstekende manoeuvreerbaarheid. Met een maximaal toegelaten treingewicht van 50 ton is het voertuig geschikt voor zware transporttoepassingen over langere afstanden.
De waterstof wordt opgeslagen in tanks met een totale capaciteit van 56 kg bij een druk van 700 bar. De trucks zullen waterstof tanken in bestaande en nog te bouwen HRS-waterstof tankstations in Halle en Ollignies. Het tanken gebeurt via een SAE J2600-H70-vulnippel met een maximale vulsnelheid van 60 gram waterstof per seconde. Daarnaast beschikt het voertuig over twee batterijpacks met een totale bruto energie-inhoud van 356 kWh. Deze kunnen extern worden opgeladen via een CCS2 Combo-laadaansluiting met een maximale laadstroom van 500 ampère, goed voor een laadvermogen tot 375 kW.
Dankzij de combinatie van batterij-elektrische aandrijving en een waterstof-brandstofcel realiseert de truck een actieradius tot ongeveer 800 kilometer, terwijl hij volledig emissievrij opereert. Het voertuig is bovendien uitgerust met een Scania-bumper die voldoet aan de Europese IVD-richtlijn (Increased Vehicle Dimensions). Hierdoor mag de trekker-opleggercombinatie wettelijk langer zijn dan de traditionele maximale lengte van 16,5 meter, zonder in te boeten op laadruimte. De extra lengte wordt benut voor verbeterde aerodynamica, veiligheid en energie-efficiëntie.
donderdag 6 augustus 2026
Energieleveranciers mogen contracten met vaste prijs niet aanpassen als ETS-2 en bijmengverplichting groen gas ingaan
Energieleveranciers mogen geen vaste contracten voor de levering van gas aanbieden waarbij de prijs aangepast kan worden als de nieuwe regels rond de CO2-heffing (ETS-2) en de bijmengverplichting voor groen gas ingaan. De ACM heeft energieleveranciers die contracten met zo’n prijswijzigingsbeding aanboden hierop aangesproken, waarna deze leveranciers dat beding hebben geschrapt.
Manon Leijten, bestuurslid van de ACM: “Het doel van een vast contract is dat het mensen zekerheid biedt over de prijs die zij gedurende de hele looptijd van het contract moeten betalen. Daarom moet een vast contract ook echt een vast contract zijn. Leveranciers mogen de vaste contracten dus niet zomaar aanpassen als de bijmengverplichting voor groen gas of de regels voor ETS-2 ingaan.”
Er komen nieuwe regels aan die de energiekosten kunnen verhogen. Het Europese ETS-2 systeem zal per 1 januari 2028 in werking treden. Dat systeem houdt in dat energieleveranciers moeten betalen voor de CO2-uitstoot van de gaslevering aan huishoudens. Daarnaast gaat de bijmengverplichting voor groen gas naar verwachting vanaf 1 januari 2027 gelden. Dit houdt in dat leveranciers verplicht zijn om een geleidelijk toenemend percentage groen gas bij te mengen. Dit wordt gedaan om de productie van groen gas te stimuleren en de CO2-uitstoot te verlagen.
Uit onderzoek van de ACM bleek dat sommige leveranciers vaste contracten aanboden waarbij zij de vaste prijs voor gas alsnog konden verhogen zodra deze regels ingaan. Hierdoor kunnen deze vaste contracten duurder uitpakken dan verwacht en zijn contracten niet goed met elkaar te vergelijken. Daarom is dit volgens de ACM niet toegestaan.
Energieleveranciers mogen de prijs voor de levering van gas of elektriciteit in een vast contract alleen in uitzonderlijke gevallen aanpassen. Vooralsnog ziet de ACM alleen een wijzigingsmogelijkheid bij een wijziging van de netbeheerkosten of bij wijzigingen van de energiebelasting of de btw.
De ACM heeft alle energieleveranciers met een sectorbrief over deze regels geïnformeerd. In de sectorbrief herhaalt de ACM ook hoe energieleveranciers om moeten gaan met de afschaffing van de salderingsregeling bij vaste contracten.
Manon Leijten, bestuurslid van de ACM: “Het doel van een vast contract is dat het mensen zekerheid biedt over de prijs die zij gedurende de hele looptijd van het contract moeten betalen. Daarom moet een vast contract ook echt een vast contract zijn. Leveranciers mogen de vaste contracten dus niet zomaar aanpassen als de bijmengverplichting voor groen gas of de regels voor ETS-2 ingaan.”
Er komen nieuwe regels aan die de energiekosten kunnen verhogen. Het Europese ETS-2 systeem zal per 1 januari 2028 in werking treden. Dat systeem houdt in dat energieleveranciers moeten betalen voor de CO2-uitstoot van de gaslevering aan huishoudens. Daarnaast gaat de bijmengverplichting voor groen gas naar verwachting vanaf 1 januari 2027 gelden. Dit houdt in dat leveranciers verplicht zijn om een geleidelijk toenemend percentage groen gas bij te mengen. Dit wordt gedaan om de productie van groen gas te stimuleren en de CO2-uitstoot te verlagen.
Uit onderzoek van de ACM bleek dat sommige leveranciers vaste contracten aanboden waarbij zij de vaste prijs voor gas alsnog konden verhogen zodra deze regels ingaan. Hierdoor kunnen deze vaste contracten duurder uitpakken dan verwacht en zijn contracten niet goed met elkaar te vergelijken. Daarom is dit volgens de ACM niet toegestaan.
Energieleveranciers mogen de prijs voor de levering van gas of elektriciteit in een vast contract alleen in uitzonderlijke gevallen aanpassen. Vooralsnog ziet de ACM alleen een wijzigingsmogelijkheid bij een wijziging van de netbeheerkosten of bij wijzigingen van de energiebelasting of de btw.
De ACM heeft alle energieleveranciers met een sectorbrief over deze regels geïnformeerd. In de sectorbrief herhaalt de ACM ook hoe energieleveranciers om moeten gaan met de afschaffing van de salderingsregeling bij vaste contracten.






