woensdag 20 juni 2018

Heineken neemt biogas uit afvalwater van rioolwaterzuivering in gebruik

Waterschap Aa en Maas, bierbrouwer Heineken en de Afvalstoffendienst van de gemeente ’s-Hertogenbosch hebben de levering van biogas gevierd. Waterschap Aa en Maas produceert dit biogas uit afvalwater van de rioolwaterzuivering in ‘s-Hertogenbosch. Heineken gebruikt het biogas voor het verwarmen van water voor het brouw- en verpakkingsproces. De Afvalstoffendienst laat zijn vuilniswagens op het groene gas rijden. De opwekking van het biogas komt mede tot stand dankzij de warmte uit de biomassacentrale van de Afvalstoffendienst.

Biomassa: brandstof voor de energietransitie?

Sinds eind vorig jaar worden tonnen biomassa bijgestookt in de Nederlandse kolencentrales. Met subsidie, want het zou een duurzaam alternatief zijn. Maar daarover lopen de meningen behoorlijk uiteen. Sinds de aardbeving bij het Groningse Zeerijp van januari is het duidelijk: we moeten stoppen met het oppompen van het Groningse aardgas. De gasbel is leeg en de provincie schudt op haar grondvesten. Als een huis waar de onderste verdieping van in elkaar zakt. Bovendien is het gas gewoon bijna op, dus valt er niks meer op te pompen.

dinsdag 19 juni 2018

Voor een paar euro meer vliegen we op duurzame biobrandstoffen

De luchtvaartsector veroorzaakt 1.5 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Naar verwachting is de uitstoot van de sector tegen 2050 met een factor drie tot zes gegroeid. Promovendus Sierk de Jong beredeneert in zijn proefschrift dat we met biobrandstof een groot deel van deze groei kunnen inperken als we de brandstof duurzaam produceren, nieuwe productietechnologieën ontwikkelen en adequate stimuleringsmaatregelen instellen. In het proefschrift geeft de Jong aanbevelingen voor zowel beleidsmakers als de luchtvaartsector. De Jong verdedigt zijn proefschrift op 15 juni om 16:15 in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht.

Anderhalf procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen wordt geproduceerd door vliegverkeer. Om de opwarming van de aarde te beperken tot de in Parijs afgesproken twee graden, zal de uitstoot in 2050 40-70% lager moeten zijn dan in 2010. Naar verwachting groeit de uitstoot van de luchtvaartsector in dezelfde periode met een factor drie tot zes.

Hoewel het gebruik van biobrandstoffen voor de luchtvaart voorlopig het beste technologische alternatief is om de uitstoot structureel te verminderen, wordt het op dit moment pas mondjesmaat gebruikt. Promovendus Sierk de Jong kwantificeerde de toekomstige productie van biobrandstoffen voor de luchtvaart en berekende hoeveel uitstoot dit scheelt. Hij keek hiervoor vooral naar productiekosten en klimaatimpact. “De kosten om biobrandstoffen te produceren zijn op dit moment nog twee tot drie keer hoger dan voor fossiele brandstoffen, maar door meer ervaring, nieuwe productietechnologieën en optimalisatie van de productieketens kunnen we de kosten van biobrandstoffen in de komende tien jaar bijna halveren”, vertelt hij. “Op deze manier kunnen we voor een paar euro per passagier het gebruik van biobrandstoffen in Europa laten groeien naar 12 tot 19 miljoen ton in 2030 – genoeg om bijna driekwart van de verwachte emissiegroei van de sector te neutraliseren.”

De Jong geeft in zijn proefschrift enkele randvoorwaarden om het gebruik van biobrandstoffen op een duurzame manier te laten groeien. Ten eerste is het belangrijk dat er uitsluitend wordt gefocust op biobrandstoffen die klimaatwinst opleveren, bijvoorbeeld door ze te produceren van bosbouwresiduen, stro of – zoals nu al het geval – gebruikt frituurvet. De Jong: “Onze resultaten laten zien dat biobrandstoffen in veel gevallen de uitstoot van broeikasgassen met minstens 70% verminderen ten opzichte van fossiele brandstoffen.” Ten tweede is steun voor de ontwikkeling van nieuwe productietechnologieën belangrijk om de productie te verhogen en de kosten te verlagen.

Stimuleringsmaatregelen zijn onmisbaar om het gebruik van biobrandstoffen in de luchtvaart te verhogen. De Jong: “Snelle actie en een langetermijnvisie zijn nodig, aangezien het tijd kost om deze industrie op te bouwen. Daarnaast moeten overheden erop blijven toezien dat biobrandstoffen zo duurzaam mogelijk worden geproduceerd.” De Jong adviseert de luchtvaartmaatschappijen en luchthavens om zich sterk te maken voor biobrandstoffen, gezien de weinige opties die de sector heeft om haar CO2-uitstoot structureel te verlagen. “Het is daarbij essentieel om de klimaatwinst van de gebruikte biobrandstoffen duidelijk te communiceren om het maatschappelijk draagvlak voor biobrandstoffen te vergroten. Dit draagvlak is van belang, vooral omdat een bijdrage van een paar euro per vliegticket er al voor kan zorgen dat we een groot deel van de emissiegroei indammen.”

maandag 18 juni 2018

Stad zet in op restwarmte en biomassa als opvolger van geothermie

Restwarmte van een datacenter in aanbouw op Zernike en biomassa moeten duizenden woningen in de stad Groningen gaan voorzien van warmte. De twee warmtebronnen worden naar alle waarschijnlijkheid de opvolger van het mislukte aardwarmteproject. Het aardwarmteproject van WarmteStad had duizenden panden op een duurzame manier moeten verwarmen. Dat zou gebeuren door warm water uit de ondergrond te pompen.

zaterdag 16 juni 2018

De Wereld van Morgen: biogas uit menselijke ontlasting

Als we geen aardgas uit Groningen of Rusland meer willen, dan is er altijd nog het natuurlijke gas dat wij als mens produceren. Dat is namelijk zeer goed te gebruiken als biogas. Dat zegt Kirsten Zagt van Bareau, een bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in het terugwinnen van grondstoffen.

woensdag 13 juni 2018

Grote kansen Biomassa Valorisatie Centrum in Rwanda

TNO onderzoekt de haalbaarheid van een biomassa valorisatie centrum in Rwanda. Deze studie geeft een overzicht van bestaande reststroom volumes, de marktvraag naar bio-based producten en het linken van mogelijke input- en outputs in waarde ketens. Eerste resultaten zien er veelbelovend uit. Samen met marktpartijen wordt nu gekeken naar technologische ontwikkeling en productie van biologisch afbreekbaar plastic en duurzame energie.

De overheid van Rwanda zet sterk in op duurzame ontwikkeling. In ‘Vision 2020’, een ontwikkelprogramma van de overheid in Rwanda, staan de belangrijkste prioriteiten van het land en het streven naar een versnelde duurzame ontwikkeling voor een hoogwaardige industriële en kenniseconomie beschreven. Het meest kenmerkende beleid op dit punt is het verbod op (niet-biologisch afbreekbare) plastic tassen en verpakkingsmaterialen. Voor veel lokale voedselproducenten vormt dit verbod een grote uitdaging om geschikte verpakkingsmaterialen te vinden voor hun producten en te concurreren met importproducten.

Daarnaast is er ook een groeiende behoefte aan de capaciteit van het elektriciteitsnet. Het is belangrijk dat energie duurzaam is en Rwanda voor een groot deel zelfvoorzienend is en niet afhankelijk is van buitenlandse valuta. Het gebruik van biomassa om op grote schaal energie op te wekken en biologisch afbreekbare plastics te produceren zou hiervoor uitkomst kunnen bieden.

Tijdens de studie sprak TNO kleine ondernemers, grote bedrijven en overheidsinstellingen, zowel in Rwanda als in Nederland, om uitdagingen en ambities in relatie tot het verwaarden van biomassa te identificeren. Tevens is een overzicht gemaakt  van de voorhanden afval stromen, (technologische) capaciteit omtrent biomassa valorisatie en interesse in bio-based producten.

Een aantal interessante ketens zijn geïdentificeerd. Met name afval van rijst, mais, suikerriet, koffie, thee en reststromen van brouwerijen kunnen gevaloriseerd worden naar bio-based producten waar een markt voor is, bijv. plastic verpakkingsmateriaal, buisjes voor kiemplanten, keukengerei, chemicaliën en energie. Maximale commerciële waarde kan behaald worden wanneer verschillende reststromen gecombineerd kunnen worden tot een veelvoud van producten, wat het belang van een Biomassa Valorisatie Centrum in Rwanda benadrukt. Hier kunnen partners relevante kennis uitwisselen, bewezen technologische concepten in een lokale context testen en zowel de technische als commerciële haalbaarheid analyseren.

In een volgende stap worden samen met Rwandese / Nederlandse bedrijven en instellingen specifieke waarde ketens verder uitgewerkt. Het doel is een gezamenlijk publiek privaat partnerschap te starten om de haalbaarheid van de eerste ketens lokaal te demonstreren en het centrum op te zetten. Met name voor Nederlandse ondernemers en kennisinstellingen liggen hier kansen om te participeren en de haalbaarheid van biomassa conversie technologie te testen in Rwanda.

dinsdag 12 juni 2018

Geen biogas van Waterschap in Doornsteeg

Het Waterschap Vallei & Eem kan een deel van de wijk Doornsteeg niet zelf van biogas voorzien. Om te zien of het toch haalbaar is, wordt onderhandeld met externe partijen. Dat werd duidelijk tijdens de raadscommissie in Nijkerk. Hier werd ook uitleg gegeven over de nieuwe sanitatie welke wordt toegepast in deze wijk. De levering van biogas wordt sinds 2016 onderzocht door het Waterschap. Hierbij wordt samengewerkt met vier bedrijven die belang hebben bij de afvoer van het slib. Het betreft onder meer het bedrijf Arla dat een eigen zuivering heeft maar wat betreft de capaciteit tegen de grenzen aanloopt.
 
Copyright (c) 2010 Biogas Nieuws and Powered by Blogger.