Halverwege het jaarlijkse vulseizoen zijn de Nederlandse gasopslagen voor 33,1 procent gevuld. Hoewel de voorraden geleidelijk toenemen, ligt dit niveau nog duidelijk onder de hoeveelheid die volgens Gasunie nodig is om goed voorbereid de winter in te gaan.
Elk jaar worden de gasopslagen tussen april en november aangevuld. Rond deze tijd vorig jaar waren de opslagen al voor ruim 40 procent gevuld. Een belangrijke oorzaak van de huidige achterstand is dat de grote opslaglocaties in Norg en Grijpskerk na de afgelopen winter vrijwel volledig leeg waren. Normaal gesproken blijft na de winter nog een aanzienlijk deel van het gas achter, maar dat was dit keer niet het geval doordat GasTerra de opslagen volgens afspraak leeg opleverde.
Volgens TNO-gasexpert René Peters behoren Nederland en Duitsland momenteel tot de landen die het verst achterlopen met het vullen van de gasreserves. Dat is deels logisch, omdat de opslagen bijna vanaf nul moesten worden aangevuld. Daarnaast kopen commerciële energiebedrijven momenteel weinig gas in, waardoor de voorraden minder snel groeien.
Voldoende gevulde gasopslagen zijn belangrijk om pieken in de vraag tijdens de winter op te vangen. Vooral bij langdurige kou stijgt het gasverbruik sterk. Ook neemt de vraag toe wanneer zonnepanelen weinig stroom leveren en er weinig wind is, waardoor gascentrales vaker moeten worden ingezet voor de elektriciteitsproductie.
Gasunie adviseert om voor de winter ongeveer 115 terawattuur (TWh) gas op te slaan, wat neerkomt op ongeveer 80 procent van de totale opslagcapaciteit. De Europese doelstelling voor Nederland ligt lager, op minimaal 74 procent. Volgens Gasunie verloopt het vullen volgens planning, maar is er nog een flinke inspanning nodig om het gewenste niveau te bereiken.
Commerciële energiebedrijven stellen de aankoop van gas voorlopig uit, omdat zij verwachten dat de prijzen later in het jaar zullen dalen. Daardoor ontstaat het risico dat Nederland tijdens de winter sterker afhankelijk wordt van de actuele marktsituatie. Staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) werkt ondertussen aan een minimale voorraad van 80 TWh, maar doet geen uitspraken over de vraag of dat doel zeker wordt gehaald.
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat verwacht dat de huidige maatregelen voldoende zijn voor een gemiddelde winter en rekent erop dat commerciële partijen later alsnog extra gas zullen inkopen. In eerdere jaren gebeurde dat eveneens pas later in het seizoen.
Ondanks de relatief lage vulgraad is er volgens deskundigen geen directe reden tot ongerustheid. Nederland beschikt over veel opslagcapaciteit en ontvangt nog steeds voldoende gas. Wel blijft het land kwetsbaar, omdat ook buurlanden zoals Duitsland achterlopen met het aanvullen van hun voorraden en Nederland een belangrijke rol speelt in de gasvoorziening van andere Europese landen.
donderdag 16 juli 2026
vrijdag 10 juli 2026
Stap dichter bij waterstofaftakking in Oosterhout
De gemeente Oosterhout, de provincie Noord-Brabant, bedrijventerreinvereniging Weststad en Sibelco uit Geertruidenberg starten gezamenlijk een onderzoek naar de mogelijkheden voor een aansluiting op toekomstige waterstofinfrastructuur. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Hynetwork, onderdeel van Gasunie.
Het onderzoek van Gasunie zorgt voor een zorgvuldige voorbereiding van een mogelijke aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk. Met de waterstofaansluiting kunnen bedrijven rond Oosterhout hier in de toekomst gebruik van maken.
Niet alleen in Oosterhout wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een waterstofaftakking. Ook in Land van Cuijk, Meierijstad, Bergen op Zoom/Woensdrecht, Tilburg/Dongen, Oss en Eindhoven/Helmond zijn of worden deze onderzoeken uitgevoerd. Brabant loopt hiermee voorop in het mogelijk maken van waterstofaftakkingen. Vier van de vijf ondertekende VSA’s (Valve Study Agreement) in Nederland liggen namelijk in Brabant.
“In Brabant bouwen we stap voor stap aan een toekomstbestendig energiesysteem, waarin waterstof een aanvulling vormt op elektriciteit. Waterstof is vooral van grote waarde voor toepassingen waar directe elektrificatie lastig is, zoals in delen van de industrie en het zware transport. Met dit onderzoek in Oosterhout bereiden we ons voor op die toekomst. Door nu de mogelijkheden voor een aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk te verkennen, creëren we de randvoorwaarden voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening voor Brabantse bedrijven. Zo versterken we niet alleen onze economische positie, maar ook de voortgang van de energietransitie.” Bas Maes – gedeputeerde Energie & Klimaat
Hynetwork, een dochterbedrijf van Gasunie, bouwt aan het Nederlandse waterstofnetwerk. Via een Valve Study Agreement maken overheden afspraken over het onderzoeken en voorbereiden van een mogelijk aansluitpunt op dat netwerk. In de overeenkomst staat wie welke stappen zet en wie verantwoordelijk is voor de kosten van deze studie.
Waterstof speelt een sleutelrol in het verduurzamen van industrie en mobiliteit. In de industrie als vervanger van aardgas bij de processen die veel warmte op hoge temperatuur nodig hebben. In de mobiliteit als emissieloze brandstof voor zwaar transport over weg, water en door de lucht. Waterstof als vervanger van elektriciteit kan bovendien een oplossing zijn voor netcongestie.
Om waterstof beschikbaar te maken zijn aftakkingen van het landelijke waterstofnetwerk nodig. Met de ondertekening van VSA’s in Brabant zetten de partners belangrijke stappen richting het aanleggen van de benodigde infrastructuur. Zo krijgt Brabant niet alleen een waterstofleiding door de provincie, maar ook de mogelijkheid om er actief op aan te haken.
Het onderzoek van Gasunie zorgt voor een zorgvuldige voorbereiding van een mogelijke aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk. Met de waterstofaansluiting kunnen bedrijven rond Oosterhout hier in de toekomst gebruik van maken.
Niet alleen in Oosterhout wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een waterstofaftakking. Ook in Land van Cuijk, Meierijstad, Bergen op Zoom/Woensdrecht, Tilburg/Dongen, Oss en Eindhoven/Helmond zijn of worden deze onderzoeken uitgevoerd. Brabant loopt hiermee voorop in het mogelijk maken van waterstofaftakkingen. Vier van de vijf ondertekende VSA’s (Valve Study Agreement) in Nederland liggen namelijk in Brabant.
“In Brabant bouwen we stap voor stap aan een toekomstbestendig energiesysteem, waarin waterstof een aanvulling vormt op elektriciteit. Waterstof is vooral van grote waarde voor toepassingen waar directe elektrificatie lastig is, zoals in delen van de industrie en het zware transport. Met dit onderzoek in Oosterhout bereiden we ons voor op die toekomst. Door nu de mogelijkheden voor een aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk te verkennen, creëren we de randvoorwaarden voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening voor Brabantse bedrijven. Zo versterken we niet alleen onze economische positie, maar ook de voortgang van de energietransitie.” Bas Maes – gedeputeerde Energie & Klimaat
Hynetwork, een dochterbedrijf van Gasunie, bouwt aan het Nederlandse waterstofnetwerk. Via een Valve Study Agreement maken overheden afspraken over het onderzoeken en voorbereiden van een mogelijk aansluitpunt op dat netwerk. In de overeenkomst staat wie welke stappen zet en wie verantwoordelijk is voor de kosten van deze studie.
Waterstof speelt een sleutelrol in het verduurzamen van industrie en mobiliteit. In de industrie als vervanger van aardgas bij de processen die veel warmte op hoge temperatuur nodig hebben. In de mobiliteit als emissieloze brandstof voor zwaar transport over weg, water en door de lucht. Waterstof als vervanger van elektriciteit kan bovendien een oplossing zijn voor netcongestie.
Om waterstof beschikbaar te maken zijn aftakkingen van het landelijke waterstofnetwerk nodig. Met de ondertekening van VSA’s in Brabant zetten de partners belangrijke stappen richting het aanleggen van de benodigde infrastructuur. Zo krijgt Brabant niet alleen een waterstofleiding door de provincie, maar ook de mogelijkheid om er actief op aan te haken.
woensdag 8 juli 2026
Nederlandse wereldprimeur maakt cv-ketel geschikt voor aardgas, groen gas en waterstof
Een Nederlands consortium van Stedin, Intergas, GasTerra, Bekaert en DNV presenteert een wereldprimeur: een Multifuel-ketel die zich automatisch aanpast aan verschillende soorten gas. Het proof-of-concept werkt op aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen en laat zien hoe woningen eenvoudiger kunnen meegroeien met het energiesysteem van de toekomst.
“Nu moet bij elke overstap naar een andere gaskwaliteit niet alleen het net, maar ook woning voor woning de apparatuur worden aangepast. Dat maakt verduurzaming traag, duur en complex. Bij deze nieuwe ketel maakt het niet meer uit, die kan alle gassen aan. De nieuwe ketel is ook geschikt voor waterstof,” legt Albert van der Molen van Stedin uit.
De Multifuel-ketel is relevant voor miljoenen Nederlandse huishoudens die nog steeds worden verwarmd met een individuele cv-ketel. Op basis van CBS-cijfers hangen er naar schatting nog zo’n 7 miljoen cv-ketels in Nederland. Het Nederlandse energiesysteem bestaat nog altijd voor 70% uit aardgas. De verwachting is dat veel woningen straks worden verwarmd met een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. De warmtepomp doet het grootste deel van het werk, terwijl de cv-ketel bijspringt op koude winterdagen of wanneer er veel warm water nodig is.
De Multifuel-ketel kan daarbij moeiteloos omgaan met verschillende soorten gas. Daardoor hoeven netbeheerders niet meer te wachten tot hele wijken tegelijk zijn aangepast voordat ze kunnen overstappen op een nieuwe gassoort. Bewoners ervaren veel minder overlast, installateurs komen minder onder druk te staan en bestaande radiatoren en verwarmingssystemen kunnen gewoon blijven hangen. Zo maakt de Multifuel-ketel de overstap naar een duurzamer energiesysteem sneller, goedkoper en makkelijker. zegt Gerrit Zijlstra van Intergas.
De omvang van het vraagstuk is groot. Om buitenlands gas geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens investeerde Nederland ruim een half miljard euro in een stikstoffabriek in Zuidbroek. Die installatie produceert jaarlijks miljarden kubieke meters zogenoemd pseudo-Groningengas, speciaal bedoeld voor bestaande cv-ketels. Dat proces kost nog eens tientallen miljoenen euro’s per jaar. “De Multifuel-ketel kiest voor een fundamenteel andere aanpak: niet het gas wordt aangepast aan de ketel, maar de ketel aan het gas,” zegt Gerard Martinus van Gasterra. “En de ketel doet dat bovendien geheel automatisch.”
Het huidige proof-of-concept van de Multifuel-ketel draait op Nederlands laagcalorisch aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen. In een volgende ontwikkelfase willen de partners de technologie uitbreiden naar hoogcalorisch aardgas en zogenoemd off-spec biogas. Juist die uitbreiding maakt de technologie internationaal interessant. Veel landen staan de komende decennia voor dezelfde uitdaging: hoe ga je om met een energiesysteem waarin aardgas, waterstof, groen gas en andere duurzame gassen naast elkaar bestaan?
“Overal ter wereld zoeken landen naar manieren om hun bestaande energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken," zegt Johan Knijp, Directeur van DNV’s Technology Centre Groningen. "Nederland laat zien dat je niet hoeft te kiezen voor één winnend molecuul. Je kunt ook apparaten ontwikkelen die slim genoeg zijn om met verschillende gassen om te gaan. Technisch werkt alles, deze unieke Nederlandse innovatie is nu klaar om op te schalen.”
“Nu moet bij elke overstap naar een andere gaskwaliteit niet alleen het net, maar ook woning voor woning de apparatuur worden aangepast. Dat maakt verduurzaming traag, duur en complex. Bij deze nieuwe ketel maakt het niet meer uit, die kan alle gassen aan. De nieuwe ketel is ook geschikt voor waterstof,” legt Albert van der Molen van Stedin uit.
De Multifuel-ketel is relevant voor miljoenen Nederlandse huishoudens die nog steeds worden verwarmd met een individuele cv-ketel. Op basis van CBS-cijfers hangen er naar schatting nog zo’n 7 miljoen cv-ketels in Nederland. Het Nederlandse energiesysteem bestaat nog altijd voor 70% uit aardgas. De verwachting is dat veel woningen straks worden verwarmd met een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. De warmtepomp doet het grootste deel van het werk, terwijl de cv-ketel bijspringt op koude winterdagen of wanneer er veel warm water nodig is.
De Multifuel-ketel kan daarbij moeiteloos omgaan met verschillende soorten gas. Daardoor hoeven netbeheerders niet meer te wachten tot hele wijken tegelijk zijn aangepast voordat ze kunnen overstappen op een nieuwe gassoort. Bewoners ervaren veel minder overlast, installateurs komen minder onder druk te staan en bestaande radiatoren en verwarmingssystemen kunnen gewoon blijven hangen. Zo maakt de Multifuel-ketel de overstap naar een duurzamer energiesysteem sneller, goedkoper en makkelijker. zegt Gerrit Zijlstra van Intergas.
De omvang van het vraagstuk is groot. Om buitenlands gas geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens investeerde Nederland ruim een half miljard euro in een stikstoffabriek in Zuidbroek. Die installatie produceert jaarlijks miljarden kubieke meters zogenoemd pseudo-Groningengas, speciaal bedoeld voor bestaande cv-ketels. Dat proces kost nog eens tientallen miljoenen euro’s per jaar. “De Multifuel-ketel kiest voor een fundamenteel andere aanpak: niet het gas wordt aangepast aan de ketel, maar de ketel aan het gas,” zegt Gerard Martinus van Gasterra. “En de ketel doet dat bovendien geheel automatisch.”
Het huidige proof-of-concept van de Multifuel-ketel draait op Nederlands laagcalorisch aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen. In een volgende ontwikkelfase willen de partners de technologie uitbreiden naar hoogcalorisch aardgas en zogenoemd off-spec biogas. Juist die uitbreiding maakt de technologie internationaal interessant. Veel landen staan de komende decennia voor dezelfde uitdaging: hoe ga je om met een energiesysteem waarin aardgas, waterstof, groen gas en andere duurzame gassen naast elkaar bestaan?
“Overal ter wereld zoeken landen naar manieren om hun bestaande energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken," zegt Johan Knijp, Directeur van DNV’s Technology Centre Groningen. "Nederland laat zien dat je niet hoeft te kiezen voor één winnend molecuul. Je kunt ook apparaten ontwikkelen die slim genoeg zijn om met verschillende gassen om te gaan. Technisch werkt alles, deze unieke Nederlandse innovatie is nu klaar om op te schalen.”
vrijdag 3 juli 2026
dinsdag 30 juni 2026
Eerste stap richting waterstof voor Noordwest-Overijssel en Flevoland
Overheden en bedrijfsleven in Noordwest-Overijssel en Flevoland zetten samen een belangrijke stap om waterstof beschikbaar te maken in de regio. De partners vragen gezamenlijk een Valve Study Agreement bij HyNetwork Services.
Om waterstof in Noordwest-Overijssel en Flevoland te krijgen, moet er een aansluiting komen op het landelijke waterstofnetwerk. Dat kan met een T-stuk als verlenging van het waterstofnetwerk. Zodat ook onze regio hiervan gebruik kan maken. Een eerste stap is nu de VSA. Daarmee kan de verkenning naar de haalbaarheid, locatie en kosten van een koppeling met het waterstofnetwerk beginnen.
Waterstof biedt grote kansen in deze regio. Het zorgt voor meer zekerheid over energie, helpt bedrijven om schoner te werken en maakt het energiesysteem sterker voor de toekomst. Waterstof is een goede vervanger van aardgas in fabrieken en in de logistiek. Daarmee verlagen we de uitstoot en helpen we bedrijven te voldoen aan klimaatregels. Waterstof kan ook worden opgeslagen, waardoor we ook energie hebben op het moment dat er geen of weinig zon of wind is.
Door nu samen op te trekken, kunnen we sneller stappen zetten. We krijgen dan duidelijkheid over wat er nodig is aan leidingen, opslag, kosten en planning. Naar verwachting wordt het onderzoek van HyNetwork begin 2028 opgeleverd.
Aan dit project doen meerdere gemeenten, provincies en bedrijven mee in Overijssel en Flevoland. Samen zorgen zij ervoor dat de regio klaar is voor de energie van de toekomst. De partners die meedoen zijn: gemeente Zwartewaterland, gemeente Zwolle, gemeente Kampen, gemeente Dalfsen, gemeente Staphorst, gemeente Lelystad, gemeente Dronten, Oost NL, Industriële Club Kampen, Condor Group, Scania, BEWI Synprodo, Stichting Duurzame Koekoekspolder, Schagen Groep, H2-GO BV, Green Loop Energy, provincie Flevoland en de provincie Overijssel.
Om waterstof in Noordwest-Overijssel en Flevoland te krijgen, moet er een aansluiting komen op het landelijke waterstofnetwerk. Dat kan met een T-stuk als verlenging van het waterstofnetwerk. Zodat ook onze regio hiervan gebruik kan maken. Een eerste stap is nu de VSA. Daarmee kan de verkenning naar de haalbaarheid, locatie en kosten van een koppeling met het waterstofnetwerk beginnen.
Waterstof biedt grote kansen in deze regio. Het zorgt voor meer zekerheid over energie, helpt bedrijven om schoner te werken en maakt het energiesysteem sterker voor de toekomst. Waterstof is een goede vervanger van aardgas in fabrieken en in de logistiek. Daarmee verlagen we de uitstoot en helpen we bedrijven te voldoen aan klimaatregels. Waterstof kan ook worden opgeslagen, waardoor we ook energie hebben op het moment dat er geen of weinig zon of wind is.
Door nu samen op te trekken, kunnen we sneller stappen zetten. We krijgen dan duidelijkheid over wat er nodig is aan leidingen, opslag, kosten en planning. Naar verwachting wordt het onderzoek van HyNetwork begin 2028 opgeleverd.
Aan dit project doen meerdere gemeenten, provincies en bedrijven mee in Overijssel en Flevoland. Samen zorgen zij ervoor dat de regio klaar is voor de energie van de toekomst. De partners die meedoen zijn: gemeente Zwartewaterland, gemeente Zwolle, gemeente Kampen, gemeente Dalfsen, gemeente Staphorst, gemeente Lelystad, gemeente Dronten, Oost NL, Industriële Club Kampen, Condor Group, Scania, BEWI Synprodo, Stichting Duurzame Koekoekspolder, Schagen Groep, H2-GO BV, Green Loop Energy, provincie Flevoland en de provincie Overijssel.
maandag 22 juni 2026
Roermond onderzoekt mogelijkheden voor waterstof
De gemeente Roermond wil verkennen welke rol waterstof in de toekomst kan spelen binnen de lokale energietransitie. Daarom wordt onderzocht op welke manieren deze energiedrager kan bijdragen aan een duurzamer energiesysteem voor inwoners, bedrijven en de industrie.
Waterstof wordt door veel deskundigen gezien als een mogelijke aanvulling op bestaande duurzame energiebronnen. Vooral voor sectoren waar elektrificatie lastig is, zoals zwaar transport en bepaalde industriële processen, kan waterstof kansen bieden.
Het onderzoek moet inzicht geven in de technische mogelijkheden, de benodigde infrastructuur en de economische haalbaarheid van waterstoftoepassingen binnen de gemeente. Daarbij wordt ook gekeken naar samenwerkingen met regionale partners en de aansluiting op landelijke ontwikkelingen.
Volgens de gemeente is het belangrijk om tijdig kennis op te bouwen over nieuwe energietechnologieën. De uitkomsten van het onderzoek kunnen helpen bij toekomstige keuzes rondom duurzaamheid en energievoorziening.
Met de verkenning wil Roermond bepalen of waterstof op termijn een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan de ambitie om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de energievoorziening verder te verduurzamen.
Waterstof wordt door veel deskundigen gezien als een mogelijke aanvulling op bestaande duurzame energiebronnen. Vooral voor sectoren waar elektrificatie lastig is, zoals zwaar transport en bepaalde industriële processen, kan waterstof kansen bieden.
Het onderzoek moet inzicht geven in de technische mogelijkheden, de benodigde infrastructuur en de economische haalbaarheid van waterstoftoepassingen binnen de gemeente. Daarbij wordt ook gekeken naar samenwerkingen met regionale partners en de aansluiting op landelijke ontwikkelingen.
Volgens de gemeente is het belangrijk om tijdig kennis op te bouwen over nieuwe energietechnologieën. De uitkomsten van het onderzoek kunnen helpen bij toekomstige keuzes rondom duurzaamheid en energievoorziening.
Met de verkenning wil Roermond bepalen of waterstof op termijn een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan de ambitie om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de energievoorziening verder te verduurzamen.
woensdag 17 juni 2026
Watts in Grass!? officieel van start: € 2,94 miljoen voor innovatieve biogaswaardeketen op basis van gras en reststromen
Met een kick-off tijdens het New Energy Forum gaat het grensoverstijgende project Watts in Grass!? officieel van start. Het project ontvangt € 2,94 miljoen aan cofinanciering vanuit het Interreg VI A-programma Deutschland-Nederland.
Binnen het project werken Nederlandse en Duitse bedrijven, landbouwondernemers en kennisinstellingen de komende jaren samen aan innovatieve oplossingen voor de biogaswaardeketen. Door gras, grasrijke reststromen en digestaat slim te benutten, willen de partners duurzame energieproductie vergroten, stikstof- en CO₂-uitstoot verminderen en nieuwe verdienmodellen voor agrariërs ontwikkelen.
De landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Stijgende energiekosten, strengere milieueisen, stikstofproblematiek en de noodzaak om fossiele energie te vervangen, vragen om nieuwe, innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd beschikt de sector over grote hoeveelheden biomassa en reststromen die effectiever benut kunnen worden.
Watts in Grass!? ontwikkelt en demonstreert daarom een geïntegreerd systeem waarin gras en reststromen worden omgezet in duurzame energie en hoogwaardige producten. Hierbij worden verschillende innovatieve technologieën gecombineerd. Gras wordt efficiënter vergist, CO₂ uit biogas wordt met groene waterstof omgezet in extra methaan, stikstof wordt uit digestaat verwijderd en vezelrijke reststromen worden verwerkt tot biokool. Hierdoor ontstaat meer groen gas uit dezelfde hoeveelheid biomassa, worden emissies verminderd en blijven waardevolle grondstoffen behouden binnen een circulair systeem.
Zo ontstaat een circulair systeem waarin energie, nutriënten en grondstoffen maximaal worden benut. Het project draagt daarmee bij aan een toekomstbestendige landbouw die minder afhankelijk is van fossiele energie, minder emissies veroorzaakt en nieuwe economische kansen creëert.
Een belangrijk onderdeel van het project is het opschalen van innovaties naar de praktijk. Verschillende technologieën zijn de afgelopen jaren ontwikkeld en getest op laboratoriumschaal in het REMO-LAB in Groningen. Binnen Watts in Grass!? worden deze innovaties verder doorontwikkeld, geïntegreerd en voor het eerst gedemonstreerd op landbouwschaal.
De centrale demonstratielocatie bevindt zich op het agrarisch bedrijf van Schulte Siering in het Duitse Bad Bentheim, net over de Nederlandse grens. Hier worden innovatieve vergistingstechnieken, biomethanisering, digestaat-elektrolyse en thermochemische verwerking van reststromen samengebracht in één praktijkomgeving. De resultaten worden vervolgens gebruikt voor economische analyses, levenscyclusanalyses en de ontwikkeling van schaalbare businessmodellen voor de landbouwsector.
Het project brengt tien Nederlandse en Duitse partners samen en wordt ondersteund door acht geassocieerde partners. De samenwerking brengt de sterke punten van beide landen samen: Nederlandse expertise op het gebied van circulaire technologieën en duurzame energie wordt gekoppeld aan de uitgebreide praktijkervaring met biogasinstallaties in Duitsland.
New Energy Coalition treedt op als projectcoördinator en is verantwoordelijk voor de algemene projectleiding, communicatie en regionale verankering van de resultaten. Kompetenzzentrum 3N verzorgt de kennisverspreiding in Nedersaksen en ondersteunt de implementatie bij Duitse partners.
De technologische ontwikkeling wordt geleid door Hanzehogeschool Groningen, Hochschule Emden/Leer en Hochschule Osnabrück. Zij werken aan de ontwikkeling, monitoring, modellering en evaluatie van de verschillende innovaties. Ekwadraat ondersteunt met economische analyses, businessmodellen en beleidsvraagstukken.
Aan de praktijkkant spelen bedrijven een belangrijke rol. Schulte Siering stelt zijn erf beschikbaar als demonstratielocatie. Paques ontwikkelt en implementeert de biomethaniseringstechnologie, D&R Energy bouwt de digestaat-elektrolyser voor waterstofproductie en stikstofverwijdering, terwijl BTG Biomass Technology Group verantwoordelijk is voor de integratie van de pyrolysetechnologie voor de productie van biokool.
Binnen het project werken Nederlandse en Duitse bedrijven, landbouwondernemers en kennisinstellingen de komende jaren samen aan innovatieve oplossingen voor de biogaswaardeketen. Door gras, grasrijke reststromen en digestaat slim te benutten, willen de partners duurzame energieproductie vergroten, stikstof- en CO₂-uitstoot verminderen en nieuwe verdienmodellen voor agrariërs ontwikkelen.
De landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Stijgende energiekosten, strengere milieueisen, stikstofproblematiek en de noodzaak om fossiele energie te vervangen, vragen om nieuwe, innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd beschikt de sector over grote hoeveelheden biomassa en reststromen die effectiever benut kunnen worden.
Watts in Grass!? ontwikkelt en demonstreert daarom een geïntegreerd systeem waarin gras en reststromen worden omgezet in duurzame energie en hoogwaardige producten. Hierbij worden verschillende innovatieve technologieën gecombineerd. Gras wordt efficiënter vergist, CO₂ uit biogas wordt met groene waterstof omgezet in extra methaan, stikstof wordt uit digestaat verwijderd en vezelrijke reststromen worden verwerkt tot biokool. Hierdoor ontstaat meer groen gas uit dezelfde hoeveelheid biomassa, worden emissies verminderd en blijven waardevolle grondstoffen behouden binnen een circulair systeem.
Zo ontstaat een circulair systeem waarin energie, nutriënten en grondstoffen maximaal worden benut. Het project draagt daarmee bij aan een toekomstbestendige landbouw die minder afhankelijk is van fossiele energie, minder emissies veroorzaakt en nieuwe economische kansen creëert.
Een belangrijk onderdeel van het project is het opschalen van innovaties naar de praktijk. Verschillende technologieën zijn de afgelopen jaren ontwikkeld en getest op laboratoriumschaal in het REMO-LAB in Groningen. Binnen Watts in Grass!? worden deze innovaties verder doorontwikkeld, geïntegreerd en voor het eerst gedemonstreerd op landbouwschaal.
De centrale demonstratielocatie bevindt zich op het agrarisch bedrijf van Schulte Siering in het Duitse Bad Bentheim, net over de Nederlandse grens. Hier worden innovatieve vergistingstechnieken, biomethanisering, digestaat-elektrolyse en thermochemische verwerking van reststromen samengebracht in één praktijkomgeving. De resultaten worden vervolgens gebruikt voor economische analyses, levenscyclusanalyses en de ontwikkeling van schaalbare businessmodellen voor de landbouwsector.
Het project brengt tien Nederlandse en Duitse partners samen en wordt ondersteund door acht geassocieerde partners. De samenwerking brengt de sterke punten van beide landen samen: Nederlandse expertise op het gebied van circulaire technologieën en duurzame energie wordt gekoppeld aan de uitgebreide praktijkervaring met biogasinstallaties in Duitsland.
New Energy Coalition treedt op als projectcoördinator en is verantwoordelijk voor de algemene projectleiding, communicatie en regionale verankering van de resultaten. Kompetenzzentrum 3N verzorgt de kennisverspreiding in Nedersaksen en ondersteunt de implementatie bij Duitse partners.
De technologische ontwikkeling wordt geleid door Hanzehogeschool Groningen, Hochschule Emden/Leer en Hochschule Osnabrück. Zij werken aan de ontwikkeling, monitoring, modellering en evaluatie van de verschillende innovaties. Ekwadraat ondersteunt met economische analyses, businessmodellen en beleidsvraagstukken.
Aan de praktijkkant spelen bedrijven een belangrijke rol. Schulte Siering stelt zijn erf beschikbaar als demonstratielocatie. Paques ontwikkelt en implementeert de biomethaniseringstechnologie, D&R Energy bouwt de digestaat-elektrolyser voor waterstofproductie en stikstofverwijdering, terwijl BTG Biomass Technology Group verantwoordelijk is voor de integratie van de pyrolysetechnologie voor de productie van biokool.





