Met een kick-off tijdens het New Energy Forum gaat het grensoverstijgende project Watts in Grass!? officieel van start. Het project ontvangt € 2,94 miljoen aan cofinanciering vanuit het Interreg VI A-programma Deutschland-Nederland.
Binnen het project werken Nederlandse en Duitse bedrijven, landbouwondernemers en kennisinstellingen de komende jaren samen aan innovatieve oplossingen voor de biogaswaardeketen. Door gras, grasrijke reststromen en digestaat slim te benutten, willen de partners duurzame energieproductie vergroten, stikstof- en CO₂-uitstoot verminderen en nieuwe verdienmodellen voor agrariërs ontwikkelen.
De landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Stijgende energiekosten, strengere milieueisen, stikstofproblematiek en de noodzaak om fossiele energie te vervangen, vragen om nieuwe, innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd beschikt de sector over grote hoeveelheden biomassa en reststromen die effectiever benut kunnen worden.
Watts in Grass!? ontwikkelt en demonstreert daarom een geïntegreerd systeem waarin gras en reststromen worden omgezet in duurzame energie en hoogwaardige producten. Hierbij worden verschillende innovatieve technologieën gecombineerd. Gras wordt efficiënter vergist, CO₂ uit biogas wordt met groene waterstof omgezet in extra methaan, stikstof wordt uit digestaat verwijderd en vezelrijke reststromen worden verwerkt tot biokool. Hierdoor ontstaat meer groen gas uit dezelfde hoeveelheid biomassa, worden emissies verminderd en blijven waardevolle grondstoffen behouden binnen een circulair systeem.
Zo ontstaat een circulair systeem waarin energie, nutriënten en grondstoffen maximaal worden benut. Het project draagt daarmee bij aan een toekomstbestendige landbouw die minder afhankelijk is van fossiele energie, minder emissies veroorzaakt en nieuwe economische kansen creëert.
Een belangrijk onderdeel van het project is het opschalen van innovaties naar de praktijk. Verschillende technologieën zijn de afgelopen jaren ontwikkeld en getest op laboratoriumschaal in het REMO-LAB in Groningen. Binnen Watts in Grass!? worden deze innovaties verder doorontwikkeld, geïntegreerd en voor het eerst gedemonstreerd op landbouwschaal.
De centrale demonstratielocatie bevindt zich op het agrarisch bedrijf van Schulte Siering in het Duitse Bad Bentheim, net over de Nederlandse grens. Hier worden innovatieve vergistingstechnieken, biomethanisering, digestaat-elektrolyse en thermochemische verwerking van reststromen samengebracht in één praktijkomgeving. De resultaten worden vervolgens gebruikt voor economische analyses, levenscyclusanalyses en de ontwikkeling van schaalbare businessmodellen voor de landbouwsector.
Het project brengt tien Nederlandse en Duitse partners samen en wordt ondersteund door acht geassocieerde partners. De samenwerking brengt de sterke punten van beide landen samen: Nederlandse expertise op het gebied van circulaire technologieën en duurzame energie wordt gekoppeld aan de uitgebreide praktijkervaring met biogasinstallaties in Duitsland.
New Energy Coalition treedt op als projectcoördinator en is verantwoordelijk voor de algemene projectleiding, communicatie en regionale verankering van de resultaten. Kompetenzzentrum 3N verzorgt de kennisverspreiding in Nedersaksen en ondersteunt de implementatie bij Duitse partners.
De technologische ontwikkeling wordt geleid door Hanzehogeschool Groningen, Hochschule Emden/Leer en Hochschule Osnabrück. Zij werken aan de ontwikkeling, monitoring, modellering en evaluatie van de verschillende innovaties. Ekwadraat ondersteunt met economische analyses, businessmodellen en beleidsvraagstukken.
Aan de praktijkkant spelen bedrijven een belangrijke rol. Schulte Siering stelt zijn erf beschikbaar als demonstratielocatie. Paques ontwikkelt en implementeert de biomethaniseringstechnologie, D&R Energy bouwt de digestaat-elektrolyser voor waterstofproductie en stikstofverwijdering, terwijl BTG Biomass Technology Group verantwoordelijk is voor de integratie van de pyrolysetechnologie voor de productie van biokool.
woensdag 17 juni 2026
Watts in Grass!? officieel van start: € 2,94 miljoen voor innovatieve biogaswaardeketen op basis van gras en reststromen
dinsdag 16 juni 2026
Naturland en BBV: geef biogas weer een duidelijke plek binnen het landbouwbeleid
De Duitse landbouworganisatie BBV en branchevereniging Naturland pleiten voor een sterkere verankering van biogas in het landbouwbeleid. Volgens de organisaties wordt het potentieel van biogasinstallaties onvoldoende benut, terwijl deze een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan duurzame landbouw, klimaatdoelen en de circulaire economie.
Met name binnen de biologische landbouw zien zij kansen. Gewassen zoals klavergras en andere stikstofbindende teelten vormen een essentieel onderdeel van duurzame vruchtwisselingen. Op veel bedrijven wordt dit materiaal echter niet optimaal ingezet. Door het te verwerken in biogasinstallaties kan niet alleen duurzame energie worden geproduceerd, maar ontstaat ook waardevolle meststof die opnieuw op het land kan worden gebruikt.
Volgens de organisaties sluit deze aanpak goed aan bij de ambities rond kringlooplandbouw en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele energie. Toch ontbreekt volgens hen nog altijd voldoende economische waardering voor dergelijke duurzame grondstoffen binnen de huidige regelgeving. Daarom vragen zij beleidsmakers om biogasinstallaties die werken met ecologisch waardevolle biomassa extra te ondersteunen.
Naturland en BBV stellen dat biogas niet uitsluitend als energiebron moet worden gezien, maar ook als een instrument om landbouw- en klimaatdoelen dichter bij elkaar te brengen. Een beter afgestemd beleidskader zou boeren meer mogelijkheden bieden om duurzame bedrijfsmodellen te ontwikkelen en tegelijkertijd bij te dragen aan de energietransitie.
De organisaties hopen dat toekomstige aanpassingen van de Duitse en Europese landbouw- en energieregelgeving deze rol van biogas nadrukkelijker zullen erkennen. Daarmee kan de sector volgens hen zowel ecologische als economische meerwaarde creëren voor landbouwbedrijven.
Met name binnen de biologische landbouw zien zij kansen. Gewassen zoals klavergras en andere stikstofbindende teelten vormen een essentieel onderdeel van duurzame vruchtwisselingen. Op veel bedrijven wordt dit materiaal echter niet optimaal ingezet. Door het te verwerken in biogasinstallaties kan niet alleen duurzame energie worden geproduceerd, maar ontstaat ook waardevolle meststof die opnieuw op het land kan worden gebruikt.
Volgens de organisaties sluit deze aanpak goed aan bij de ambities rond kringlooplandbouw en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele energie. Toch ontbreekt volgens hen nog altijd voldoende economische waardering voor dergelijke duurzame grondstoffen binnen de huidige regelgeving. Daarom vragen zij beleidsmakers om biogasinstallaties die werken met ecologisch waardevolle biomassa extra te ondersteunen.
Naturland en BBV stellen dat biogas niet uitsluitend als energiebron moet worden gezien, maar ook als een instrument om landbouw- en klimaatdoelen dichter bij elkaar te brengen. Een beter afgestemd beleidskader zou boeren meer mogelijkheden bieden om duurzame bedrijfsmodellen te ontwikkelen en tegelijkertijd bij te dragen aan de energietransitie.
De organisaties hopen dat toekomstige aanpassingen van de Duitse en Europese landbouw- en energieregelgeving deze rol van biogas nadrukkelijker zullen erkennen. Daarmee kan de sector volgens hen zowel ecologische als economische meerwaarde creëren voor landbouwbedrijven.
donderdag 11 juni 2026
De waterstofketen in het Noordzeekanaalgebied krijgt langzaam vorm
Groene waterstof geproduceerd met zonne- en windenergie in Oman, in vloeibare vorm verscheept naar Amsterdam en via een pijpleiding geleverd aan de industrie in het Noordzeekanaalgebied (NZKG). Voor deze ambitie is een goed functionerende waterstofketen in de regio nodig. Die keten begint langzaam vorm te krijgen, maar veel puzzelstukjes moeten wel nog op de juiste plek terechtkomen.
Het NZKG is al lang een belangrijke industriële regio. Ten noorden van Amsterdam, richting Zaandam, liggen tal van voedingsmiddelenfabrieken en ook richting het kanaal naar IJmuiden bevinden zich industriebedrijven en natuurlijk de staalfabriek van Tata Steel. Voor alle industrieën is de levering van energie van levensbelang. En die energie moet duurzamer worden. Waterstof speelt daarin een sleutelrol. Maar een nieuwe keten opbouwen kost tijd en geld en is complex: er zijn producenten en importeurs nodig, infrastructuur om waterstof te transporteren, en afnemers die bereid zijn te investeren in nieuwe productieprocessen.
De drie schakels in die keten - productie en import, transport, en verbruik - zijn alle drie in ontwikkeling in het NZKG. Iedere stap in de keten is een puzzel, waarbij onderlinge afstemming van wezenlijk belang is. Wat is de stand van zaken?
Voor de import van groene waterstof heeft EcoLog het voortouw genomen. Het bedrijf is opgericht als zusterbedrijf van GasLog, een Griekse rederij met jarenlange ervaring in het vervoer van vloeibaar aardgas (LNG). Die kennis van het werken met koude brandstoffen wil EcoLog nu inzetten voor waterstof, een gas dat tot min 253 graden moet worden afgekoeld om vloeibaar gemaakt te worden.
In de Afrikahaven Oost van het Amsterdamse havengebied wil EcoLog een importterminal bouwen voor vloeibare waterstof. De beoogde capaciteit is 200.000 ton per jaar in de eerste fase, met de mogelijkheid om op te schalen naar 600.000 ton. 'Eind vorig jaar hebben we de vergunningsaanvraag ingediend', zegt Mark Hoolwerf van EcoLog. 'We hopen medio dit jaar de vergunning te krijgen. De ambitie is om de terminal eind 2030 operationeel te hebben.'
EcoLog richt zich op meerdere landen om vloeibare waterstof vandaan te halen. Eén van de verst gevorderde plannen is de samenwerking met Oman. Tijdens de VN-klimaatconferentie in Dubai werd een studieovereenkomst getekend. Oman heeft een centrale waterstofautoriteit (Hydrom) en acht productieconsortia, waarvan vijf in de havenstad Duqm. 'Toen de sultan vorig jaar op bezoek was in Nederland, zijn producenten, het vervloeiingsbedrijf, EcoLog als transporteur, Hynetwork als netbeheerder en potentiële afnemers voor het eerst bij elkaar gekomen', vertelt Hoolwerf. 'We gaan nu richting commerciële contracten.'
Een cruciaal voordeel van vloeibare waterstof ten opzichte van ammoniak, een andere veelgebruikte vorm om waterstof te transporteren, is dat het kraakproces wegvalt. Ammoniak moet bij aankomst namelijk worden teruggekraakt naar waterstof, een energie-intensief proces dat op de plek van bestemming plaatsvindt, waar energie duur is. 'Het energie-intensieve deel, het vloeibaar maken, ofwel het vervloeiingsproces, vindt plaats waar duurzame energie niet duur is, zoals in Oman, dat veel spotgoedkope zonne- en windenergie heeft', aldus Hoolwerf.
Een ander initiatief is van tankopslagbedrijf Evos, dat gespecialiseerd is in de op- en overslag van energie en chemicaliën. Evos wil waterstof importeren middels LOHC-technologie: Liquid Organic Hydrogen Carrier. Dit betekent dat waterstofmoleculen worden gebonden aan een vloeibare drager, met als voordeel dat gebruik kan worden gemaakt van bestaande opslag- en transportmiddelen. In de Amsterdamse haven wordt de waterstof weer ‘uitgepakt’ in een zogenoemde ontkoppelingsfabriek (via een dehydrogeneringsproces). Op dit moment wordt gewerkt aan het opzetten van een groene waterstofketen op basis van deze technologie naar Amsterdam, waarbij de waterstof wordt geproduceerd in Canada door North Atlantic.
Naast import van waterstof zijn er in het NZKG ook concrete plannen voor lokale productie van groene waterstof via elektrolyse. Volgens het havenbedrijf, Port of Amsterdam, zijn er twee serieuze initiatieven. Een daarvan is het H2era-project van het bedrijf HyCC, onlangs overgenomen door Power2X. Voor een elektrolyser met een vermogen tot 500 megawatt is al ruimte gereserveerd in de Afrikahaven. De vergunningen zijn al verleend.
Het NZKG is al lang een belangrijke industriële regio. Ten noorden van Amsterdam, richting Zaandam, liggen tal van voedingsmiddelenfabrieken en ook richting het kanaal naar IJmuiden bevinden zich industriebedrijven en natuurlijk de staalfabriek van Tata Steel. Voor alle industrieën is de levering van energie van levensbelang. En die energie moet duurzamer worden. Waterstof speelt daarin een sleutelrol. Maar een nieuwe keten opbouwen kost tijd en geld en is complex: er zijn producenten en importeurs nodig, infrastructuur om waterstof te transporteren, en afnemers die bereid zijn te investeren in nieuwe productieprocessen.
De drie schakels in die keten - productie en import, transport, en verbruik - zijn alle drie in ontwikkeling in het NZKG. Iedere stap in de keten is een puzzel, waarbij onderlinge afstemming van wezenlijk belang is. Wat is de stand van zaken?
Voor de import van groene waterstof heeft EcoLog het voortouw genomen. Het bedrijf is opgericht als zusterbedrijf van GasLog, een Griekse rederij met jarenlange ervaring in het vervoer van vloeibaar aardgas (LNG). Die kennis van het werken met koude brandstoffen wil EcoLog nu inzetten voor waterstof, een gas dat tot min 253 graden moet worden afgekoeld om vloeibaar gemaakt te worden.
In de Afrikahaven Oost van het Amsterdamse havengebied wil EcoLog een importterminal bouwen voor vloeibare waterstof. De beoogde capaciteit is 200.000 ton per jaar in de eerste fase, met de mogelijkheid om op te schalen naar 600.000 ton. 'Eind vorig jaar hebben we de vergunningsaanvraag ingediend', zegt Mark Hoolwerf van EcoLog. 'We hopen medio dit jaar de vergunning te krijgen. De ambitie is om de terminal eind 2030 operationeel te hebben.'
EcoLog richt zich op meerdere landen om vloeibare waterstof vandaan te halen. Eén van de verst gevorderde plannen is de samenwerking met Oman. Tijdens de VN-klimaatconferentie in Dubai werd een studieovereenkomst getekend. Oman heeft een centrale waterstofautoriteit (Hydrom) en acht productieconsortia, waarvan vijf in de havenstad Duqm. 'Toen de sultan vorig jaar op bezoek was in Nederland, zijn producenten, het vervloeiingsbedrijf, EcoLog als transporteur, Hynetwork als netbeheerder en potentiële afnemers voor het eerst bij elkaar gekomen', vertelt Hoolwerf. 'We gaan nu richting commerciële contracten.'
Een cruciaal voordeel van vloeibare waterstof ten opzichte van ammoniak, een andere veelgebruikte vorm om waterstof te transporteren, is dat het kraakproces wegvalt. Ammoniak moet bij aankomst namelijk worden teruggekraakt naar waterstof, een energie-intensief proces dat op de plek van bestemming plaatsvindt, waar energie duur is. 'Het energie-intensieve deel, het vloeibaar maken, ofwel het vervloeiingsproces, vindt plaats waar duurzame energie niet duur is, zoals in Oman, dat veel spotgoedkope zonne- en windenergie heeft', aldus Hoolwerf.
Een ander initiatief is van tankopslagbedrijf Evos, dat gespecialiseerd is in de op- en overslag van energie en chemicaliën. Evos wil waterstof importeren middels LOHC-technologie: Liquid Organic Hydrogen Carrier. Dit betekent dat waterstofmoleculen worden gebonden aan een vloeibare drager, met als voordeel dat gebruik kan worden gemaakt van bestaande opslag- en transportmiddelen. In de Amsterdamse haven wordt de waterstof weer ‘uitgepakt’ in een zogenoemde ontkoppelingsfabriek (via een dehydrogeneringsproces). Op dit moment wordt gewerkt aan het opzetten van een groene waterstofketen op basis van deze technologie naar Amsterdam, waarbij de waterstof wordt geproduceerd in Canada door North Atlantic.
Naast import van waterstof zijn er in het NZKG ook concrete plannen voor lokale productie van groene waterstof via elektrolyse. Volgens het havenbedrijf, Port of Amsterdam, zijn er twee serieuze initiatieven. Een daarvan is het H2era-project van het bedrijf HyCC, onlangs overgenomen door Power2X. Voor een elektrolyser met een vermogen tot 500 megawatt is al ruimte gereserveerd in de Afrikahaven. De vergunningen zijn al verleend.
woensdag 10 juni 2026
Waterstofschip nog altijd niet volledig operationeel ondanks jarenlange ontwikkeling
Het binnenvaartschip Antonie werd gepresenteerd als een belangrijke stap richting emissievrije scheepvaart. Jaren na de start van het project blijkt de beloofde waterstofaandrijving echter nog steeds niet volledig in gebruik. Hoewel het schip inmiddels vaart, gebeurt dat voorlopig met een dieselelektrisch systeem. De benodigde waterstofinstallatie laat langer op zich wachten dan aanvankelijk gepland.
De Antonie geldt als een pioniersproject binnen de Nederlandse binnenvaart. Het 135 meter lange vrachtschip werd ontwikkeld als een van de eerste nieuwbouwschepen ter wereld die op waterstof zou kunnen varen. De bouw vergde jaren van voorbereiding, onderzoek en technische ontwikkeling.
De grootste uitdaging ligt bij de integratie van de waterstoftechnologie. De containers met brandstofcellen en waterstofopslag, essentieel voor emissievrij varen, zijn nog niet operationeel aan boord. Daardoor wordt het schip voorlopig aangedreven door een conventioneel systeem, terwijl de verdere certificering en installatie van de waterstofcomponenten doorgaan.
De vertraging onderstreept de complexiteit van innovatieve waterstofprojecten in de scheepvaart. Bedrijven en overheden zien waterstof als een veelbelovende route naar verduurzaming, maar de praktijk laat zien dat technische, logistieke en financiële obstakels de uitrol kunnen vertragen.
Ondanks de tegenslagen blijven de betrokken partijen overtuigd van het potentieel van waterstof. Zij beschouwen de Antonie als een belangrijke proef voor toekomstige toepassingen in de binnenvaart en verwachten dat de opgedane kennis kan bijdragen aan verdere verduurzaming van de sector.
De Antonie geldt als een pioniersproject binnen de Nederlandse binnenvaart. Het 135 meter lange vrachtschip werd ontwikkeld als een van de eerste nieuwbouwschepen ter wereld die op waterstof zou kunnen varen. De bouw vergde jaren van voorbereiding, onderzoek en technische ontwikkeling.
De grootste uitdaging ligt bij de integratie van de waterstoftechnologie. De containers met brandstofcellen en waterstofopslag, essentieel voor emissievrij varen, zijn nog niet operationeel aan boord. Daardoor wordt het schip voorlopig aangedreven door een conventioneel systeem, terwijl de verdere certificering en installatie van de waterstofcomponenten doorgaan.
De vertraging onderstreept de complexiteit van innovatieve waterstofprojecten in de scheepvaart. Bedrijven en overheden zien waterstof als een veelbelovende route naar verduurzaming, maar de praktijk laat zien dat technische, logistieke en financiële obstakels de uitrol kunnen vertragen.
Ondanks de tegenslagen blijven de betrokken partijen overtuigd van het potentieel van waterstof. Zij beschouwen de Antonie als een belangrijke proef voor toekomstige toepassingen in de binnenvaart en verwachten dat de opgedane kennis kan bijdragen aan verdere verduurzaming van de sector.
dinsdag 9 juni 2026
Toyota toont waterstofracewagen tijdens Le Mans
Tijdens de komende editie van de 24 Uur van Le Mans presenteert Toyota een raceprototype dat wordt aangedreven door vloeibare waterstof. Met de TR LH2 Racing Prototype wil de fabrikant laten zien welke mogelijkheden waterstofverbranding biedt als alternatief voor conventionele brandstoffen in de autosport.
De demonstratiewagen rijdt tijdens het evenement enkele rondes op het 13,6 kilometer lange Circuit de la Sarthe. Bezoekers krijgen daarmee niet alleen de prestaties van het voertuig te zien, maar kunnen ook ervaren hoe een waterstofverbrandingsmotor klinkt en aanvoelt op het circuit.
Toyota investeert al enkele jaren in de ontwikkeling van waterstoftechnologie voor de racerij. In 2021 begon het merk met een raceauto die op waterstofgas reed. Twee jaar later stapte het over op vloeibare waterstof, een technologie die volgens de fabrikant nieuwe mogelijkheden biedt voor toepassing in de autosport.
Eerdere conceptmodellen, waaronder de GR H2 Racing Concept uit 2023 en de GR LH2 Racing Concept uit 2025, vormden belangrijke stappen in deze ontwikkeling. De nieuwe TR LH2 Racing Prototype geldt als de meest recente fase in Toyota’s onderzoek naar een mogelijke toekomst voor waterstof aangedreven raceauto’s.
Met deze demonstratie wil Toyota niet alleen technische kennis opdoen, maar ook de aandacht vestigen op de rol die waterstof mogelijk kan spelen in de verduurzaming van de autosport.
De demonstratiewagen rijdt tijdens het evenement enkele rondes op het 13,6 kilometer lange Circuit de la Sarthe. Bezoekers krijgen daarmee niet alleen de prestaties van het voertuig te zien, maar kunnen ook ervaren hoe een waterstofverbrandingsmotor klinkt en aanvoelt op het circuit.
Toyota investeert al enkele jaren in de ontwikkeling van waterstoftechnologie voor de racerij. In 2021 begon het merk met een raceauto die op waterstofgas reed. Twee jaar later stapte het over op vloeibare waterstof, een technologie die volgens de fabrikant nieuwe mogelijkheden biedt voor toepassing in de autosport.
Eerdere conceptmodellen, waaronder de GR H2 Racing Concept uit 2023 en de GR LH2 Racing Concept uit 2025, vormden belangrijke stappen in deze ontwikkeling. De nieuwe TR LH2 Racing Prototype geldt als de meest recente fase in Toyota’s onderzoek naar een mogelijke toekomst voor waterstof aangedreven raceauto’s.
Met deze demonstratie wil Toyota niet alleen technische kennis opdoen, maar ook de aandacht vestigen op de rol die waterstof mogelijk kan spelen in de verduurzaming van de autosport.
woensdag 3 juni 2026
Kabinet wil groen gas verplicht bijmengen, energierekening stijgt licht
Het kabinet heeft een wetsvoorstel ingediend waardoor energieleveranciers vanaf 2027 verplicht een deel groen gas moeten toevoegen aan het aardgas dat huishoudens gebruiken. In eerste instantie gaat het om ongeveer 4 procent groen gas. Het doel is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en Nederland minder afhankelijk te maken van geïmporteerd fossiel aardgas.
Groen gas wordt geproduceerd uit organische reststromen, zoals mest en afval. Volgens klimaatminister Stientje van Veldhoven zal de maatregel de gemiddelde energierekening van huishoudens met ongeveer 15 euro per jaar verhogen. De minister benadrukt dat de kosten beperkt blijven doordat de verplichte bijmenging geleidelijk wordt opgebouwd.
belangenorganisaties plaatsen vraagtekens bij die inschatting. Zij waarschuwen dat de kosten op langere termijn hoger kunnen uitvallen wanneer grotere hoeveelheden groen gas moeten worden ingekocht. Ook wijzen zij op onzekerheden rond de beschikbaarheid van voldoende groen gas en de gevolgen voor consumenten en bedrijven.
Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld voordat de regeling definitief kan ingaan.
Groen gas wordt geproduceerd uit organische reststromen, zoals mest en afval. Volgens klimaatminister Stientje van Veldhoven zal de maatregel de gemiddelde energierekening van huishoudens met ongeveer 15 euro per jaar verhogen. De minister benadrukt dat de kosten beperkt blijven doordat de verplichte bijmenging geleidelijk wordt opgebouwd.
belangenorganisaties plaatsen vraagtekens bij die inschatting. Zij waarschuwen dat de kosten op langere termijn hoger kunnen uitvallen wanneer grotere hoeveelheden groen gas moeten worden ingekocht. Ook wijzen zij op onzekerheden rond de beschikbaarheid van voldoende groen gas en de gevolgen voor consumenten en bedrijven.
Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld voordat de regeling definitief kan ingaan.
dinsdag 26 mei 2026
Succesvolle taxitest met waterstofvliegtuig AeroDelft op Rotterdam The Hague Airport
Een primeur voor het Delftse studententeam AeroDelft en hun partners. Zij voerden de allereerste taxitests uit met een waterstofvliegtuig op een operationele luchthaven in Nederland. De grondtests op Rotterdam The Hague Airport, waaronder het tanken, tests met het voortstuwingssysteem van het vliegtuig en de eerste taxirit, leveren essentiële ervaring op voor het realiseren van de waterstofinfrastructuur op luchthavens en natuurlijk ook voor de waterstoftechnologie die AeroDelft toepast in hun vliegtuig. Teammanager AeroDelft Isha Moharir: “We willen aantonen dat vliegen op waterstof werkt en dat het veilig kan in de lucht en op de luchthaven.”
Het Delftse studententeam, AeroDelft, ontwerpt en bouwt een 1-persoonsvliegtuig op vloeibare waterstof. Afgelopen week bereikten zij een belangrijke mijlpaal: zij hebben met succes hun waterstofvliegtuig getest op Rotterdam The Hague Airport. Teammanager Isha Moharir: “We hebben verschillende grondtests gedaan met gasvormig waterstof, zo hebben we waterstof kunnen tanken op de luchthaven, hebben we tests kunnen doen met het aandrijfsysteem van ons vliegtuig en hebben we voor het eerst op een operationele luchthaven kunnen taxiën met het toestel.” De grondtests zijn een onderdeel van een breder project met partners Rotterdam The Hague Airport, Air Products, TU Delft, gecoördineerd door de stichting Rotterdam The Hague Innovation Airport, gericht op het opzetten en testen van een waterstofwaardeketen op de luchthaven.
De tests zijn een essentiële en logische stap om vliegen op waterstof te ontwikkelen. Moharir: “We hebben een stapsgewijze aanpak. We hebben al meerdere tests gedaan. Eerst vooral gericht op de verschillende deelsystemen. Vorig jaar hebben we met succes onze hele aandrijflijn kunnen testen op vloeibare waterstof in een laboratoriumopstelling. Nu hebben we het aandrijfsysteem kunnen testen in een echt vliegtuig op een echte luchthaven. Dat hebben we gedaan met gasvormig waterstof, omdat die technologie op dit moment beter ontwikkeld is.”
Testen op een echte en operationele luchthaven levert bovendien ontzettend waardevolle kennis op over veiligheid. Samen met partners, waaronder onderzoekstestpiloten Alexander in ’t Veld en Hans Mulder en hun team van het TU Delft Flight Test Laboratory, gestationeerd op RTHA onder de naam Fieldlab Next Aviation, heeft het team risicoanalyses gemaakt en een operationeel taxitestplan geschreven, zodat het team de tests veilig kan uitvoeren op de luchthaven. Moharir: “We doen geen enkele concessie op veiligheid."
Het Delftse studententeam, AeroDelft, ontwerpt en bouwt een 1-persoonsvliegtuig op vloeibare waterstof. Afgelopen week bereikten zij een belangrijke mijlpaal: zij hebben met succes hun waterstofvliegtuig getest op Rotterdam The Hague Airport. Teammanager Isha Moharir: “We hebben verschillende grondtests gedaan met gasvormig waterstof, zo hebben we waterstof kunnen tanken op de luchthaven, hebben we tests kunnen doen met het aandrijfsysteem van ons vliegtuig en hebben we voor het eerst op een operationele luchthaven kunnen taxiën met het toestel.” De grondtests zijn een onderdeel van een breder project met partners Rotterdam The Hague Airport, Air Products, TU Delft, gecoördineerd door de stichting Rotterdam The Hague Innovation Airport, gericht op het opzetten en testen van een waterstofwaardeketen op de luchthaven.
De tests zijn een essentiële en logische stap om vliegen op waterstof te ontwikkelen. Moharir: “We hebben een stapsgewijze aanpak. We hebben al meerdere tests gedaan. Eerst vooral gericht op de verschillende deelsystemen. Vorig jaar hebben we met succes onze hele aandrijflijn kunnen testen op vloeibare waterstof in een laboratoriumopstelling. Nu hebben we het aandrijfsysteem kunnen testen in een echt vliegtuig op een echte luchthaven. Dat hebben we gedaan met gasvormig waterstof, omdat die technologie op dit moment beter ontwikkeld is.”
Testen op een echte en operationele luchthaven levert bovendien ontzettend waardevolle kennis op over veiligheid. Samen met partners, waaronder onderzoekstestpiloten Alexander in ’t Veld en Hans Mulder en hun team van het TU Delft Flight Test Laboratory, gestationeerd op RTHA onder de naam Fieldlab Next Aviation, heeft het team risicoanalyses gemaakt en een operationeel taxitestplan geschreven, zodat het team de tests veilig kan uitvoeren op de luchthaven. Moharir: “We doen geen enkele concessie op veiligheid."





