Twintig jaar energieverbinding onder de Noordzee tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk
Gasunie markeert dit jaar twintig jaar energieverbinding onder de Noordzee tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De installatie in Anna Paulowna, het Nederlandse aanlandingspunt van de BBL-verbinding (Balgzand-Bacton Line), werd in 2006 in gebruik genomen en speelt sindsdien een belangrijke rol in de energievoorziening en leveringszekerheid van Noordwest-Europa. Via de 235 kilometer lange onderzeese leiding wordt aardgas veilig en betrouwbaar tussen beide landen vervoerd.
In de afgelopen twintig jaar heeft de energievoorziening in Europa grote veranderingen doorgemaakt. Internationale verbindingen zoals BBL zijn daarbij steeds belangrijker geworden en dragen bij aan flexibiliteit en leveringszekerheid binnen het Europese energiesysteem.
Het Nederlandse aanlandingspunt van de leiding bevindt zich in Anna Paulowna (Noord-Holland). Hier wordt het aardgas ontvangen, verwerkt en verder getransporteerd. BBL Company exploiteert deze leiding, Gasunie bezit 75% van de aandelen en het Belgische Fluxys 25%. De installatie vormt een essentiële schakel in de internationale energie-infrastructuur.
Ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum opent BBL Company op zaterdag 26 september de deuren van de installatie in Anna Paulowna voor omwonenden en andere geïnteresseerden. Bezoekers krijgen daarmee een unieke gelegenheid om een locatie te bezoeken die normaal gesproken niet toegankelijk is voor publiek en van dichtbij te zien hoe een belangrijke internationale energieverbinding functioneert.
maandag 24 augustus 2026
Plannen voor grootschalige productie van groene waterstof onzeker
De plannen voor grootschalige productie van groene waterstof lopen tegen steeds meer problemen aan. Verschillende projecten zijn stilgelegd, geschrapt of uitgesteld. De belangrijkste oorzaak is de hoge kostprijs van groene waterstof, terwijl afnemers nog terughoudend zijn om zich langdurig aan dure waterstofcontracten te verbinden.
Het Amerikaanse Plug Power heeft zijn plannen voor een grote fabriek voor groene waterstof in de Antwerpse haven volledig afgeboekt. Het bedrijf had tussen de 350 en 400 miljoen euro willen investeren, maar noemt de economische haalbaarheid, winstgevendheid en ontwikkeling van de markt te onzeker.
Ook in Duitsland is een groot project voorlopig stilgelegd. Voor Hyscale100 was bijna 900 miljoen euro subsidie toegezegd. De geplande installatie zou een capaciteit van 2,1 gigawatt krijgen. Volgens René Peters van TNO is dat uitzonderlijk groot. Hij schat de totale investering op 5 tot 8 miljard euro.
Ook in Nederland zijn meerdere projecten teruggevallen of geschrapt, waaronder Zeevonk, H2-Fifty en H2M. Groene waterstof is momenteel naar schatting drie tot vijf keer duurder dan waterstof die met aardgas wordt geproduceerd. Volgens Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, verloopt de ontwikkeling daardoor aanzienlijk trager dan enkele jaren geleden werd verwacht.
Volgens Peters spelen meerdere factoren een rol. De productie van elektriciteit en groene waterstof blijft relatief duur, terwijl overheidsbeleid onzeker is en de aanleg van nieuwe infrastructuur langzaam verloopt. Tegelijkertijd zijn industriële afnemers terughoudend met het afsluiten van langlopende contracten voor dure groene waterstof. Daardoor wordt het voor bedrijven moeilijker om grote investeringen rond te krijgen.
Ook de verwachtingen over de toekomstige rol van waterstof zijn bijgesteld. Energie-analist Jilles van den Beukel van HCSS ziet het aandeel waterstof in het toekomstige energiesysteem geleidelijk lager uitvallen dan eerder werd voorzien. Voor personenauto’s lijkt waterstof volgens hem geen belangrijke rol meer te krijgen en ook voor vrachtwagens wordt het volgens hem lastig.
Daar komt volgens Peter van Ees, sectorexpert energie bij ABN Amro, bij dat Europese overheden minder bereid lijken om de hoge kosten van de opstartfase te dragen. Tegelijkertijd blijft de ontwikkeling van waterstof afhankelijk van de rest van het energiesysteem.
Vooral bedrijven die productie, infrastructuur en afname met elkaar kunnen combineren, lijken daardoor kansrijk. Shell bouwt op de Maasvlakte aan Holland Hydrogen I, een installatie van 200 megawatt. Ook Air Liquide werkt aan een complex met een capaciteit van 200 megawatt. Voor de huidige markt zijn dat al omvangrijke projecten.
De sector heeft bovendien te maken met een klassiek kip-eiprobleem. Producenten willen zekerheid over afnemers voordat ze investeren, terwijl industriële bedrijven pas willen overstappen als er voldoende betaalbare waterstof beschikbaar is. Ook infrastructuur vormt een obstakel: zonder transportleiding is een waterstoffabriek moeilijk rendabel te exploiteren, terwijl een leiding zonder voldoende productie weinig nut heeft.
Toch ligt niet alles stil. RWE levert inmiddels groene waterstof via een pijpleiding aan de industrie en ook het Nederlandse offshoreproject PosHYdon produceert waterstof. Zulke projecten zijn volgens Peters belangrijk om ervaring op te doen, risico’s te verkleinen en de kosten beter beheersbaar te maken.
Op langere termijn verwachten deskundigen nog steeds een groeiende rol voor waterstof, onder meer door Europese regelgeving die bedrijven verplicht om meer hernieuwbare energie te gebruiken. De ontwikkeling zal alleen waarschijnlijk aanzienlijk geleidelijker verlopen dan enkele jaren geleden werd voorspeld.
Het Amerikaanse Plug Power heeft zijn plannen voor een grote fabriek voor groene waterstof in de Antwerpse haven volledig afgeboekt. Het bedrijf had tussen de 350 en 400 miljoen euro willen investeren, maar noemt de economische haalbaarheid, winstgevendheid en ontwikkeling van de markt te onzeker.
Ook in Duitsland is een groot project voorlopig stilgelegd. Voor Hyscale100 was bijna 900 miljoen euro subsidie toegezegd. De geplande installatie zou een capaciteit van 2,1 gigawatt krijgen. Volgens René Peters van TNO is dat uitzonderlijk groot. Hij schat de totale investering op 5 tot 8 miljard euro.
Ook in Nederland zijn meerdere projecten teruggevallen of geschrapt, waaronder Zeevonk, H2-Fifty en H2M. Groene waterstof is momenteel naar schatting drie tot vijf keer duurder dan waterstof die met aardgas wordt geproduceerd. Volgens Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, verloopt de ontwikkeling daardoor aanzienlijk trager dan enkele jaren geleden werd verwacht.
Volgens Peters spelen meerdere factoren een rol. De productie van elektriciteit en groene waterstof blijft relatief duur, terwijl overheidsbeleid onzeker is en de aanleg van nieuwe infrastructuur langzaam verloopt. Tegelijkertijd zijn industriële afnemers terughoudend met het afsluiten van langlopende contracten voor dure groene waterstof. Daardoor wordt het voor bedrijven moeilijker om grote investeringen rond te krijgen.
Ook de verwachtingen over de toekomstige rol van waterstof zijn bijgesteld. Energie-analist Jilles van den Beukel van HCSS ziet het aandeel waterstof in het toekomstige energiesysteem geleidelijk lager uitvallen dan eerder werd voorzien. Voor personenauto’s lijkt waterstof volgens hem geen belangrijke rol meer te krijgen en ook voor vrachtwagens wordt het volgens hem lastig.
Daar komt volgens Peter van Ees, sectorexpert energie bij ABN Amro, bij dat Europese overheden minder bereid lijken om de hoge kosten van de opstartfase te dragen. Tegelijkertijd blijft de ontwikkeling van waterstof afhankelijk van de rest van het energiesysteem.
Vooral bedrijven die productie, infrastructuur en afname met elkaar kunnen combineren, lijken daardoor kansrijk. Shell bouwt op de Maasvlakte aan Holland Hydrogen I, een installatie van 200 megawatt. Ook Air Liquide werkt aan een complex met een capaciteit van 200 megawatt. Voor de huidige markt zijn dat al omvangrijke projecten.
De sector heeft bovendien te maken met een klassiek kip-eiprobleem. Producenten willen zekerheid over afnemers voordat ze investeren, terwijl industriële bedrijven pas willen overstappen als er voldoende betaalbare waterstof beschikbaar is. Ook infrastructuur vormt een obstakel: zonder transportleiding is een waterstoffabriek moeilijk rendabel te exploiteren, terwijl een leiding zonder voldoende productie weinig nut heeft.
Toch ligt niet alles stil. RWE levert inmiddels groene waterstof via een pijpleiding aan de industrie en ook het Nederlandse offshoreproject PosHYdon produceert waterstof. Zulke projecten zijn volgens Peters belangrijk om ervaring op te doen, risico’s te verkleinen en de kosten beter beheersbaar te maken.
Op langere termijn verwachten deskundigen nog steeds een groeiende rol voor waterstof, onder meer door Europese regelgeving die bedrijven verplicht om meer hernieuwbare energie te gebruiken. De ontwikkeling zal alleen waarschijnlijk aanzienlijk geleidelijker verlopen dan enkele jaren geleden werd voorspeld.
donderdag 20 augustus 2026
Colruyt Group en Scania pionieren met waterstoftrucks in dagelijkse operaties
Scania blijft binnen haar duurzame transportstrategie actief onderzoek doen naar verschillende innovatieve technologieën en energiedragers. Hoewel batterij-elektrisch transport de kern van deze strategie vormt, ziet Scania ook waterstof als een interessante aanvulling voor specifieke transporttoepassingen. De levering van twee waterstofbrandstofceltrucks (FCEV) aan Colruyt Group past binnen dit voortdurende onderzoek naar de mogelijkheden en praktische inzetbaarheid van waterstof in zwaar transport. Voor Colruyt Group past dit in het vooropgestelde plan om te streven naar duurzamer en 100 % zero-emissie goederentransport, waarbij batterij-elektrische en waterstof-elektrische voertuigen een sleutelrol spelen.
Het Scania Pilot Partner-initiatief, opgericht in 2021, is het samenwerkingsplatform van het bedrijf voor innovatie met geselecteerde klanten. Binnen het programma worden uiteenlopende technologieën en methoden geëvalueerd en getest: van batterij-elektrische tot verbrandingsmotoren met range extender en opkomende alternatieven zoals waterstofbrandstofcellen.
Doel is om de technische prestaties, operationele haalbaarheid en het commerciële potentieel te evalueren. Binnen dit vijfjarige pioniersproject is Colruyt Group de eerste en enige Belgische klant die twee Scania waterstoftrucks opneemt in zijn dagelijkse operaties. Scania ontwikkelde slechts een twintigtal voertuigen van deze reeks, die in een select aantal landen onder reële omstandigheden worden getest. Dit benadrukt het unieke en exclusieve karakter van het project. “Door te testen in echte transportomgevingen leren we wat in de praktijk het beste werkt en hoe we vooruitgang kunnen versnellen,” legt Tony Sandberg, Head of Scania Pilot Partner, uit.
De test met waterstoftrucks verandert niets aan Scania’s strategie voor de decarbonisatie van het transportsysteem, die gericht blijft op directe elektrificatie. Het is echter één van de verschillende testen binnen het Pilot Partner-programma om te begrijpen hoe diverse energiedragers en aandrijflijnen presteren. Het doel is inzicht te krijgen in de reële sterktes en zwaktes van andere technologieën en brandstoffen.
Scania Fuel Cell Electric Vehicle (FCEV)
Het voertuig is een volledig elektrisch aangedreven waterstofbrandstofceltruck. Het voertuig heeft een brandstofcel met een maximaal vermogen van 300kW die elektriciteit produceert uit waterstof en zo de batterijen tijdens het rijden ondersteunen. De elektrische aandrijflijn levert een continu vermogen van 400 kW en biedt bovendien tot 480 kW regeneratief remvermogen voor maximale energie-efficiëntie.
De trekker is uitgevoerd als een drie-assige 6x2-configuratie met gestuurde naloopas, wat zorgt voor een hoge laadcapaciteit gecombineerd met een uitstekende manoeuvreerbaarheid. Met een maximaal toegelaten treingewicht van 50 ton is het voertuig geschikt voor zware transporttoepassingen over langere afstanden.
De waterstof wordt opgeslagen in tanks met een totale capaciteit van 56 kg bij een druk van 700 bar. De trucks zullen waterstof tanken in bestaande en nog te bouwen HRS-waterstof tankstations in Halle en Ollignies. Het tanken gebeurt via een SAE J2600-H70-vulnippel met een maximale vulsnelheid van 60 gram waterstof per seconde. Daarnaast beschikt het voertuig over twee batterijpacks met een totale bruto energie-inhoud van 356 kWh. Deze kunnen extern worden opgeladen via een CCS2 Combo-laadaansluiting met een maximale laadstroom van 500 ampère, goed voor een laadvermogen tot 375 kW.
Dankzij de combinatie van batterij-elektrische aandrijving en een waterstof-brandstofcel realiseert de truck een actieradius tot ongeveer 800 kilometer, terwijl hij volledig emissievrij opereert. Het voertuig is bovendien uitgerust met een Scania-bumper die voldoet aan de Europese IVD-richtlijn (Increased Vehicle Dimensions). Hierdoor mag de trekker-opleggercombinatie wettelijk langer zijn dan de traditionele maximale lengte van 16,5 meter, zonder in te boeten op laadruimte. De extra lengte wordt benut voor verbeterde aerodynamica, veiligheid en energie-efficiëntie.
Het Scania Pilot Partner-initiatief, opgericht in 2021, is het samenwerkingsplatform van het bedrijf voor innovatie met geselecteerde klanten. Binnen het programma worden uiteenlopende technologieën en methoden geëvalueerd en getest: van batterij-elektrische tot verbrandingsmotoren met range extender en opkomende alternatieven zoals waterstofbrandstofcellen.
Doel is om de technische prestaties, operationele haalbaarheid en het commerciële potentieel te evalueren. Binnen dit vijfjarige pioniersproject is Colruyt Group de eerste en enige Belgische klant die twee Scania waterstoftrucks opneemt in zijn dagelijkse operaties. Scania ontwikkelde slechts een twintigtal voertuigen van deze reeks, die in een select aantal landen onder reële omstandigheden worden getest. Dit benadrukt het unieke en exclusieve karakter van het project. “Door te testen in echte transportomgevingen leren we wat in de praktijk het beste werkt en hoe we vooruitgang kunnen versnellen,” legt Tony Sandberg, Head of Scania Pilot Partner, uit.
De test met waterstoftrucks verandert niets aan Scania’s strategie voor de decarbonisatie van het transportsysteem, die gericht blijft op directe elektrificatie. Het is echter één van de verschillende testen binnen het Pilot Partner-programma om te begrijpen hoe diverse energiedragers en aandrijflijnen presteren. Het doel is inzicht te krijgen in de reële sterktes en zwaktes van andere technologieën en brandstoffen.
Scania Fuel Cell Electric Vehicle (FCEV)
Het voertuig is een volledig elektrisch aangedreven waterstofbrandstofceltruck. Het voertuig heeft een brandstofcel met een maximaal vermogen van 300kW die elektriciteit produceert uit waterstof en zo de batterijen tijdens het rijden ondersteunen. De elektrische aandrijflijn levert een continu vermogen van 400 kW en biedt bovendien tot 480 kW regeneratief remvermogen voor maximale energie-efficiëntie.
De trekker is uitgevoerd als een drie-assige 6x2-configuratie met gestuurde naloopas, wat zorgt voor een hoge laadcapaciteit gecombineerd met een uitstekende manoeuvreerbaarheid. Met een maximaal toegelaten treingewicht van 50 ton is het voertuig geschikt voor zware transporttoepassingen over langere afstanden.
De waterstof wordt opgeslagen in tanks met een totale capaciteit van 56 kg bij een druk van 700 bar. De trucks zullen waterstof tanken in bestaande en nog te bouwen HRS-waterstof tankstations in Halle en Ollignies. Het tanken gebeurt via een SAE J2600-H70-vulnippel met een maximale vulsnelheid van 60 gram waterstof per seconde. Daarnaast beschikt het voertuig over twee batterijpacks met een totale bruto energie-inhoud van 356 kWh. Deze kunnen extern worden opgeladen via een CCS2 Combo-laadaansluiting met een maximale laadstroom van 500 ampère, goed voor een laadvermogen tot 375 kW.
Dankzij de combinatie van batterij-elektrische aandrijving en een waterstof-brandstofcel realiseert de truck een actieradius tot ongeveer 800 kilometer, terwijl hij volledig emissievrij opereert. Het voertuig is bovendien uitgerust met een Scania-bumper die voldoet aan de Europese IVD-richtlijn (Increased Vehicle Dimensions). Hierdoor mag de trekker-opleggercombinatie wettelijk langer zijn dan de traditionele maximale lengte van 16,5 meter, zonder in te boeten op laadruimte. De extra lengte wordt benut voor verbeterde aerodynamica, veiligheid en energie-efficiëntie.
donderdag 6 augustus 2026
Energieleveranciers mogen contracten met vaste prijs niet aanpassen als ETS-2 en bijmengverplichting groen gas ingaan
Energieleveranciers mogen geen vaste contracten voor de levering van gas aanbieden waarbij de prijs aangepast kan worden als de nieuwe regels rond de CO2-heffing (ETS-2) en de bijmengverplichting voor groen gas ingaan. De ACM heeft energieleveranciers die contracten met zo’n prijswijzigingsbeding aanboden hierop aangesproken, waarna deze leveranciers dat beding hebben geschrapt.
Manon Leijten, bestuurslid van de ACM: “Het doel van een vast contract is dat het mensen zekerheid biedt over de prijs die zij gedurende de hele looptijd van het contract moeten betalen. Daarom moet een vast contract ook echt een vast contract zijn. Leveranciers mogen de vaste contracten dus niet zomaar aanpassen als de bijmengverplichting voor groen gas of de regels voor ETS-2 ingaan.”
Er komen nieuwe regels aan die de energiekosten kunnen verhogen. Het Europese ETS-2 systeem zal per 1 januari 2028 in werking treden. Dat systeem houdt in dat energieleveranciers moeten betalen voor de CO2-uitstoot van de gaslevering aan huishoudens. Daarnaast gaat de bijmengverplichting voor groen gas naar verwachting vanaf 1 januari 2027 gelden. Dit houdt in dat leveranciers verplicht zijn om een geleidelijk toenemend percentage groen gas bij te mengen. Dit wordt gedaan om de productie van groen gas te stimuleren en de CO2-uitstoot te verlagen.
Uit onderzoek van de ACM bleek dat sommige leveranciers vaste contracten aanboden waarbij zij de vaste prijs voor gas alsnog konden verhogen zodra deze regels ingaan. Hierdoor kunnen deze vaste contracten duurder uitpakken dan verwacht en zijn contracten niet goed met elkaar te vergelijken. Daarom is dit volgens de ACM niet toegestaan.
Energieleveranciers mogen de prijs voor de levering van gas of elektriciteit in een vast contract alleen in uitzonderlijke gevallen aanpassen. Vooralsnog ziet de ACM alleen een wijzigingsmogelijkheid bij een wijziging van de netbeheerkosten of bij wijzigingen van de energiebelasting of de btw.
De ACM heeft alle energieleveranciers met een sectorbrief over deze regels geïnformeerd. In de sectorbrief herhaalt de ACM ook hoe energieleveranciers om moeten gaan met de afschaffing van de salderingsregeling bij vaste contracten.
Manon Leijten, bestuurslid van de ACM: “Het doel van een vast contract is dat het mensen zekerheid biedt over de prijs die zij gedurende de hele looptijd van het contract moeten betalen. Daarom moet een vast contract ook echt een vast contract zijn. Leveranciers mogen de vaste contracten dus niet zomaar aanpassen als de bijmengverplichting voor groen gas of de regels voor ETS-2 ingaan.”
Er komen nieuwe regels aan die de energiekosten kunnen verhogen. Het Europese ETS-2 systeem zal per 1 januari 2028 in werking treden. Dat systeem houdt in dat energieleveranciers moeten betalen voor de CO2-uitstoot van de gaslevering aan huishoudens. Daarnaast gaat de bijmengverplichting voor groen gas naar verwachting vanaf 1 januari 2027 gelden. Dit houdt in dat leveranciers verplicht zijn om een geleidelijk toenemend percentage groen gas bij te mengen. Dit wordt gedaan om de productie van groen gas te stimuleren en de CO2-uitstoot te verlagen.
Uit onderzoek van de ACM bleek dat sommige leveranciers vaste contracten aanboden waarbij zij de vaste prijs voor gas alsnog konden verhogen zodra deze regels ingaan. Hierdoor kunnen deze vaste contracten duurder uitpakken dan verwacht en zijn contracten niet goed met elkaar te vergelijken. Daarom is dit volgens de ACM niet toegestaan.
Energieleveranciers mogen de prijs voor de levering van gas of elektriciteit in een vast contract alleen in uitzonderlijke gevallen aanpassen. Vooralsnog ziet de ACM alleen een wijzigingsmogelijkheid bij een wijziging van de netbeheerkosten of bij wijzigingen van de energiebelasting of de btw.
De ACM heeft alle energieleveranciers met een sectorbrief over deze regels geïnformeerd. In de sectorbrief herhaalt de ACM ook hoe energieleveranciers om moeten gaan met de afschaffing van de salderingsregeling bij vaste contracten.
vrijdag 31 juli 2026
PosHYdon produceert groene waterstof op offshoreplatform
Pilotproject PosHYdon heeft deze zomer voor het eerst groene waterstof geproduceerd op het operationele offshoreplatform Q13a-A, ongeveer dertien kilometer voor de kust van Scheveningen. Het platform van Eni Energy Netherlands combineert gaswinning op zee met windenergie en waterstofproductie.
De installatie gebruikt een elektrolyser met een vermogen van 1 megawatt. Zeewater wordt eerst omgezet in gedemineraliseerd water en vervolgens, met elektriciteit uit windpark Luchterduinen, via elektrolyse gesplitst in waterstof en zuurstof.
De geproduceerde waterstof wordt bijgemengd met het aardgas van het platform en via de bestaande gasleiding naar land getransporteerd. Voor de proef verhoogde het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de toegestane bijmenggrens van 0,02 naar 0,5 procent waterstof.
De pilot moet inzicht geven in de werking van offshore-elektrolyse bij een wisselend aanbod van windstroom. De betrokken partijen onderzoeken onder meer de efficiëntie, onderhoudsbehoefte, kosten en operationele prestaties van de installatie.
PosHYdon is een initiatief van onder meer DEME, EBN, Eneco, Gasunie, Nel, Eni, TAQA, TNO en diverse technische partners. De eerste resultaten worden in augustus en september geanalyseerd; de sector kan de belangrijkste lessen dit najaar verwachten.
De installatie gebruikt een elektrolyser met een vermogen van 1 megawatt. Zeewater wordt eerst omgezet in gedemineraliseerd water en vervolgens, met elektriciteit uit windpark Luchterduinen, via elektrolyse gesplitst in waterstof en zuurstof.
De geproduceerde waterstof wordt bijgemengd met het aardgas van het platform en via de bestaande gasleiding naar land getransporteerd. Voor de proef verhoogde het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de toegestane bijmenggrens van 0,02 naar 0,5 procent waterstof.
De pilot moet inzicht geven in de werking van offshore-elektrolyse bij een wisselend aanbod van windstroom. De betrokken partijen onderzoeken onder meer de efficiëntie, onderhoudsbehoefte, kosten en operationele prestaties van de installatie.
PosHYdon is een initiatief van onder meer DEME, EBN, Eneco, Gasunie, Nel, Eni, TAQA, TNO en diverse technische partners. De eerste resultaten worden in augustus en september geanalyseerd; de sector kan de belangrijkste lessen dit najaar verwachten.
donderdag 30 juli 2026
Green Planet stelt MAN-waterstoftruck beschikbaar voor proefritten
Green Planet in Pesse heeft een MAN hTGX met waterstofverbrandingsmotor in gebruik genomen als demonstratietruck. Transportbedrijven en chauffeurs kunnen de truck inzetten of ermee proefrijden om ervaring op te doen met waterstof in zwaar wegtransport.
De demo-truck is beschikbaar gekomen via een samenwerking tussen Green Planet, MAN Nederland, MAN-dealers Roordink en Wierda Bedrijfswagens, de provincies Groningen en Drenthe en de Clean Hydrogen Partnership van de EU. Het project valt onder de DKTI-Transportregeling van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
De MAN hTGX werd op 23 juli officieel overhandigd in Pesse. Voorafgaand aan de presentatie deden Lubbers Transport en de Bork Groep al praktijkervaring op met de truck. De Zuidema Groep en Vredeveld Transport gaan hem de komende periode eveneens gebruiken.
Volgens Green Planet-eigenaar Edward Doorten is het doel om vervoerders en chauffeurs kennis te laten maken met de mogelijkheden van waterstof. „Elektrisch vervoer is voor veel toepassingen uitstekend inzetbaar, maar voor het zwaardere werk is waterstof een aantrekkelijk emissievrij alternatief.”
De demo-truck is beschikbaar gekomen via een samenwerking tussen Green Planet, MAN Nederland, MAN-dealers Roordink en Wierda Bedrijfswagens, de provincies Groningen en Drenthe en de Clean Hydrogen Partnership van de EU. Het project valt onder de DKTI-Transportregeling van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
De MAN hTGX werd op 23 juli officieel overhandigd in Pesse. Voorafgaand aan de presentatie deden Lubbers Transport en de Bork Groep al praktijkervaring op met de truck. De Zuidema Groep en Vredeveld Transport gaan hem de komende periode eveneens gebruiken.
Volgens Green Planet-eigenaar Edward Doorten is het doel om vervoerders en chauffeurs kennis te laten maken met de mogelijkheden van waterstof. „Elektrisch vervoer is voor veel toepassingen uitstekend inzetbaar, maar voor het zwaardere werk is waterstof een aantrekkelijk emissievrij alternatief.”
maandag 27 juli 2026
Gasunie vergroot ruimte voor groen gas met netkoppeling tussen Zeeland en Noord-Brabant
Gasunie heeft eind juli 2026 een verbinding tussen de bestaande ondergrondse gasnetwerken bij Axel (Zeeland) en Ossendrecht (Noord-Brabant) gerealiseerd. Door deze netkoppeling ontstaat extra transportcapaciteit voor groen gas, waardoor zowel bestaande als nieuwe producenten meer ruimte krijgen om duurzaam gas aan het netwerk te leveren. Daarmee komt meer duurzame energie van eigen bodem beschikbaar voor huishoudens, industrie en transport en ontstaat ruimte voor verdere groei van de productie van groen gas.
Voor de verbinding in het regionale netwerk maakt Gasunie gebruik van een bestaande aardgasleiding die niet langer nodig is voor het transport van aardgas. Hierdoor hoeft geen nieuwe leiding te worden aangelegd. Het hergebruik van bestaande infrastructuur beperkt de werkzaamheden, voorkomt extra materiaalgebruik en minimaliseert de impact op de omgeving. De werkzaamheden vinden uitsluitend plaats op de Gasunie-locaties buiten de bebouwde kom. De koppelwerkzaamheden zijn onlangs gerealiseerd.
Groen gas wordt het hele jaar door geproduceerd, terwijl de vraag naar gas sterk seizoensafhankelijk is. Vooral in de zomer ontstaat daardoor lokaal regelmatig een overschot. Dankzij de verbinding tussen de gasnetwerken van Zeeland en Noord-Brabant kan groen gas eenvoudiger worden getransporteerd naar gebieden waar wel vraag is. Zo wordt het netwerk beter benut en ontstaat ruimte voor verdere groei van de productie.
Die extra capaciteit is hard nodig. De landelijke productie van groen gas nam vorig jaar met 14 procent toe. Ook het aantal producenten groeide in 2025 van 92 naar 108. De komende jaren wordt er hard gewerkt om het aandeel groen gas verder te laten stijgen naar 2 miljard m3 per jaar.
Noord-Brabant heeft een grote potentie voor de productie van groen gas dankzij de beschikbaarheid van groene reststromen uit de landbouw en veehouderij. Gasunie investeert daarom op meerdere locaties in de provincie in uitbreidingen van de infrastructuur.
Naast de netkoppeling tussen Axel en Ossendrecht worden de komende periode ook groengasboosters in Tilburg en Mill aangesloten. Deze installaties verhogen de druk van groen gas, zodat het vanuit het netwerk van Enexis kan worden ingevoed op het landelijke transportnet van Gasunie. Samen zorgen deze projecten ervoor dat meer duurzaam geproduceerd gas beschikbaar komt voor huishoudens, bedrijven en industrie.
Voor de verbinding in het regionale netwerk maakt Gasunie gebruik van een bestaande aardgasleiding die niet langer nodig is voor het transport van aardgas. Hierdoor hoeft geen nieuwe leiding te worden aangelegd. Het hergebruik van bestaande infrastructuur beperkt de werkzaamheden, voorkomt extra materiaalgebruik en minimaliseert de impact op de omgeving. De werkzaamheden vinden uitsluitend plaats op de Gasunie-locaties buiten de bebouwde kom. De koppelwerkzaamheden zijn onlangs gerealiseerd.
Groen gas wordt het hele jaar door geproduceerd, terwijl de vraag naar gas sterk seizoensafhankelijk is. Vooral in de zomer ontstaat daardoor lokaal regelmatig een overschot. Dankzij de verbinding tussen de gasnetwerken van Zeeland en Noord-Brabant kan groen gas eenvoudiger worden getransporteerd naar gebieden waar wel vraag is. Zo wordt het netwerk beter benut en ontstaat ruimte voor verdere groei van de productie.
Die extra capaciteit is hard nodig. De landelijke productie van groen gas nam vorig jaar met 14 procent toe. Ook het aantal producenten groeide in 2025 van 92 naar 108. De komende jaren wordt er hard gewerkt om het aandeel groen gas verder te laten stijgen naar 2 miljard m3 per jaar.
Noord-Brabant heeft een grote potentie voor de productie van groen gas dankzij de beschikbaarheid van groene reststromen uit de landbouw en veehouderij. Gasunie investeert daarom op meerdere locaties in de provincie in uitbreidingen van de infrastructuur.
Naast de netkoppeling tussen Axel en Ossendrecht worden de komende periode ook groengasboosters in Tilburg en Mill aangesloten. Deze installaties verhogen de druk van groen gas, zodat het vanuit het netwerk van Enexis kan worden ingevoed op het landelijke transportnet van Gasunie. Samen zorgen deze projecten ervoor dat meer duurzaam geproduceerd gas beschikbaar komt voor huishoudens, bedrijven en industrie.






