De toenemende onrust in Iran drijft de energieprijzen behoorlijk op. Consumenten die nu een nieuw energiecontract afsluiten, betalen veel meer dan begin juli. De all-in jaarprijs voor een gemiddeld huishouden ligt vandaag op 2.026 euro. Dat is een toename van 5,9 procent ten opzichte van begin juli. De gasprijzen op de groothandelsmarkt bereikten vandaag een niveau van 60 euro per MWh. Daarmee stijgt de marktprijs opnieuw naar het hoge niveau van begin maart, vlak na het uitbreken van de oorlog in Iran. Dat blijkt uit actuele marktdata van vergelijkingssite Overstappen.nl.
Wie vandaag een energiecontract afsluit met een gemiddeld verbruik (2.500 kWh stroom en 1.000 m³ gas), is op jaarbasis € 2.026,- kwijt. De prijzen zijn de afgelopen dagen in rap tempo opgelopen. Op 2 juli bedroeg de all-in jaarprijs nog € 1.912,-, maar op 15 juli was deze al gestegen naar € 1.982,-. In slechts vijf dagen tijd (tussen 15 en 20 juli) steeg de prijs vervolgens nog eens met 2,1%, tot de huidige prijs van € 2.026,-.
De aanleiding voor de recente prijsstijging zijn nieuwe escalaties tussen de Verenigde Staten en Iran nu de vredesonderhandelingen op losse schroeven staan. Er werd vanochtend onder andere een brand gemeld op een olietanker in de Straat van Hormuz. Door deze zeestraat varen boten die olie en gas vervoeren. Sinds deze straat moeilijk te bevaren is, is er minder gas beschikbaar, zijn de verzekeringen voor boten duurder en lopen daarmee ook de olie- en gasprijzen op.
Daardoor opende de gasmarkt vanochtend hoog en tikte de marktprijs de € 60,- per MWh aan. Een vergelijkbare piekprijs rond de € 60,- was te zien aan het begin van de oorlog in maart. Na aanvallen op gasinstallaties in Qatar op 19 maart opende de beurs destijds zelfs op € 72,- per MWh.
“Naast de internationale geopolitieke spanningen spelen ook binnenlandse factoren een rol bij de hoge marktprijs”, licht Boenink toe. “De Nederlandse gasopslagen zijn momenteel voor slechts zo’n 33% gevuld, wat aanzienlijk lager is dan de vulgraad van 55% in dezelfde periode vorig jaar. Om te voldoen aan de Europese afspraken moet Nederland de voorraden voor de winter voor minimaal 74% vullen. De komende maanden moet er dus nog veel gas ingekocht worden.”
Grote voorkeur voor vaste contracten
Ondanks de stijgende marktprijzen blijven energieleveranciers vooralsnog vaste contracten aanbieden. Boenink: “Meer dan 90% van de consumenten kiest momenteel voor de zekerheid van een vast contract. Voor een eenjarig contract liggen de gasprijzen momenteel tussen de € 1,35 en € 1,55 per m³ gas. Voor consumenten die hun verbruik goed kunnen sturen, blijft een dynamisch contract ook interessant. Hoewel de dynamische stroomtarieven vooral in de ochtend en avond hoog staan, zijn de tarieven overdag juist relatief vaak erg laag. Zo bedroeg de stroomprijs gisteren nog acht uur achter elkaar € 0,-. Consu
maandag 20 juli 2026
Subsidie voor een groengasinstallatie in Duiven
Waterschap Rijn en IJssel ontvangt 7,8 miljoen euro subsidie van provincie Gelderland voor een groengasinstallatie in Duiven die stikstofuitstoot vermindert en bijdraagt aan natuurherstel.
De subsidie is voor de bouw van een installatie die biogas uit rioolslib omzet in groengas. Daardoor daalt de uitstoot van stikstofoxiden met 2.400 kilogram per jaar. Minder stikstofuitstoot helpt de natuur op en rond de Veluwe te herstellen en creëert ruimte voor woningbouw, ondernemers en andere maatschappelijke ontwikkelingen.
Met de bouw van een groengasinstallatie bij de rioolwaterzuivering in Duiven, kan in september 2026 het eerste project van de Aanpak Veluwe van start gaan. Op 17 juni 2026 maakten het Rijk, waterschappen, provincie en gemeenten afspraken over natuurherstel én ruimte voor wonen, werken en ondernemen op en rond de Veluwe. Het Rijk stelt € 300 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de Aanpak Veluwe.
Provincie Gelderland verstrekt subsidies aan projecten die bijdragen aan de doelen van de Aanpak Veluwe. Waterschap Rijn en IJssel ontvangt op 15 juli 2026 € 7,8 miljoen voor de uitbreiding en vernieuwing van de slibverwerking bij de rioolwaterzuivering in Duiven. Als de aangevraagde vergunningen rond zijn, kan de bouw van de nieuwe installatie half september 2026 al starten.
Bij de verwerking van rioolslib komt biogas vrij. Op dit moment verbrandt de rioolwaterzuivering in Duiven jaarlijks ongeveer 2 miljoen kubieke meter biogas, vergelijkbaar met de inhoud van ongeveer 800 olympische zwembaden. Bij die verbranding komen stikstofoxiden, CO₂ en methaan vrij. Afhankelijk van de windrichting kan een deel van de stikstof neerslaan op natuurgebieden zoals de Veluwezoom en de Landgoederen Brummen.
Met de nieuwe installatie wordt het grootste deel van het biogas omgezet in groengas. Daarmee kan jaarlijks voldoende duurzame energie worden geproduceerd om ongeveer 2.650 huishoudens van gas te voorzien. Tegelijkertijd vervalt een groot deel van de uitstoot die nu ontstaat door de verbranding van biogas. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) daalt hierdoor met 2.400 kilogram per jaar.
De subsidie is voor de bouw van een installatie die biogas uit rioolslib omzet in groengas. Daardoor daalt de uitstoot van stikstofoxiden met 2.400 kilogram per jaar. Minder stikstofuitstoot helpt de natuur op en rond de Veluwe te herstellen en creëert ruimte voor woningbouw, ondernemers en andere maatschappelijke ontwikkelingen.
Met de bouw van een groengasinstallatie bij de rioolwaterzuivering in Duiven, kan in september 2026 het eerste project van de Aanpak Veluwe van start gaan. Op 17 juni 2026 maakten het Rijk, waterschappen, provincie en gemeenten afspraken over natuurherstel én ruimte voor wonen, werken en ondernemen op en rond de Veluwe. Het Rijk stelt € 300 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de Aanpak Veluwe.
Provincie Gelderland verstrekt subsidies aan projecten die bijdragen aan de doelen van de Aanpak Veluwe. Waterschap Rijn en IJssel ontvangt op 15 juli 2026 € 7,8 miljoen voor de uitbreiding en vernieuwing van de slibverwerking bij de rioolwaterzuivering in Duiven. Als de aangevraagde vergunningen rond zijn, kan de bouw van de nieuwe installatie half september 2026 al starten.
Bij de verwerking van rioolslib komt biogas vrij. Op dit moment verbrandt de rioolwaterzuivering in Duiven jaarlijks ongeveer 2 miljoen kubieke meter biogas, vergelijkbaar met de inhoud van ongeveer 800 olympische zwembaden. Bij die verbranding komen stikstofoxiden, CO₂ en methaan vrij. Afhankelijk van de windrichting kan een deel van de stikstof neerslaan op natuurgebieden zoals de Veluwezoom en de Landgoederen Brummen.
Met de nieuwe installatie wordt het grootste deel van het biogas omgezet in groengas. Daarmee kan jaarlijks voldoende duurzame energie worden geproduceerd om ongeveer 2.650 huishoudens van gas te voorzien. Tegelijkertijd vervalt een groot deel van de uitstoot die nu ontstaat door de verbranding van biogas. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) daalt hierdoor met 2.400 kilogram per jaar.
vrijdag 17 juli 2026
Gasunie strategisch op koers in geopolitiek uitdagend eerste halfjaar
Gasunie heeft in de eerste zes maanden van het jaar belangrijke voortgang geboekt met het toekomstbestendig maken van de energie-infrastructuur, met onder meer de opening van het eerste deel van het waterstofnetwerk in Nederland en het uitbreiden van LNG-capaciteit. Dat blijkt uit het halfjaarbericht 2026, dat vandaag is verschenen.
Gasunie Transport Services (GTS, de netbeheerder van het landelijke gastransportnetwerk) transporteerde 12% meer aardgas naar stroomproducenten. Het gasverbruik in de industrie is het afgelopen halfjaar licht gestegen (+1%). De hoeveelheid gas die naar regionale netbeheerders ging, is juist iets gedaald (-1%).
Het is voor het derde jaar op rij dat het transport naar elektriciteitscentrales in de eerste helft van het jaar stijgt. Aardgas wordt door elektriciteitsproducenten steeds meer ingezet om schommelingen in zon- en windproductie op te vangen, zodat energiezekerheid voor elektriciteit kan worden gegarandeerd. Nu gebeurt dat nog met aardgas, maar in de toekomst zal het gaan om groen gas en waterstof. In het hybride energiesysteem van de toekomst versterken elektrificatie, aardgas en duurzame gassen elkaar.
Gasunie bouwde het afgelopen halfjaar door aan haar strategie: werken aan een betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam energiesysteem van de toekomst terwijl het nu zorgt voor een weerbare energievoorziening. Op het gebied van energietransitie werden belangrijke stappen gezet.
Een belangrijke mijlpaal was de opening in mei van de 32 kilometer lange waterstofleiding in de Rotterdamse haven, in aanwezigheid van koning Willem-Alexander. Dit netwerk vormt de start voor een landelijke en Europese waterstofinfrastructuur. In Duitsland maakte Gasunie progressie met de ombouw van aardgasleidingen voor het transport van waterstof.
Opslag wordt een cruciaal onderdeel van de waterstofketen. De toezegging van € 450 miljoen van de overheid voor de ontwikkeling van een waterstof-opslagfaciliteit in Noord-Nederland is een sterk signaal.
In juni ondertekenden Nederlandse en Duitse energie(infra)bedrijven een overeenkomst-op-hoofdlijnen voor de ontwikkeling van een CO2-leiding vanuit het Ruhrgebied naar ondergrondse opslagen in de Noordzee; de zogeheten Delta Rhine Corridor (DRC). Een netwerk dat uitmondt in de offshore-leiding van het Aramis-project.
Onderzoek door PwC in opdracht van Gasunie laat zien dat afvang en opslag van afgevangen CO₂ de meest haalbare en betaalbare route is om de Nederlandse industrie de komende jaren te verduurzamen.
Bij WarmtelinQ in Leiden werd een bouwmijlpaal bereikt. Warmte die eerst verloren ging, krijgt door WarmtelinQ straks een tweede leven: duurzame energie van eigen bodem, en die helpt om de druk op het elektriciteitsnet te verminderen.
Tegelijkertijd werkt Gasunie, samen met partners, aan het versterken van de bestaande energie-infrastructuur. Bij Gate terminal in Rotterdam wordt de laatste hand gelegd aan het uitbreiden van de ontvangstcapaciteit van vloeibaar aardgas (LNG).
Ook is het voorwaardelijke besluit genomen om de EemsEnergyTerminal operationeel te houden, wat de energiezekerheid vergroot voor Nederland en Noordwest-Europa. Daarnaast is bij de bouw van de LNG-terminal in Noord-Duitsland belangrijke voortgang geboekt.
Gasunie Transport Services vervoerde in Nederland in de eerste zes maanden van 2026 335 TWh aardgas; 5% minder dan in dezelfde periode een jaar eerder. Deze daling komt doordat er minder gas over de grens is vervoerd en er minder gas naar de opslagen is gegaan. Het gebruik van aardgas in Nederland is in de eerste helft van 2026 met 2% gestegen (153 TWh), vergeleken met dezelfde periode in 2025 (150 TWh).
Gasunie Deutschland transporteerde 138 TWh aardgas, een stijging van 2% ten opzichte van de eerste helft van vorig jaar. Daarmee bleef het Duitse netwerk een belangrijke schakel in de Noordwest-Europese energievoorziening.
GTS adviseert de Nederlandse regering over de leveringszekerheid van gas. In maart publiceerde GTS een analyse over hoe robuust het gasnetwerk in Europa en Nederland is bij lange storingen; en deed daarbij een aantal concrete voorstellen om het systeem sterker te maken.
De gasbergingen in met name Nederland raken dit jaar langzamer vol dan verwacht. Dit is iets waar we aandacht voor blijven vragen, omdat de opslagen slechts in geleidelijk tempo gevuld kunnen worden. Aan het einde van de winter (31 maart) waren de opslagen voor 5% gevuld. Op 30 juni was dit gestegen naar 26%. In 2025 waren deze percentages aanzienlijk hoger: 21% eind maart en 49% eind juni.
De gerapporteerde halfjaarinkomsten van Gasunie zijn € 211 miljoen hoger uitgekomen op € 1.049 mln. Dit komt vooral door hogere tarieven van GTS in 2026. De operationele kosten zijn gelijk gebleven vergeleken met vorig jaar. Hierdoor laat de EBITDA een positieve ontwikkeling zien ten opzichte van de eerste helft van 2025.
Gasunie Transport Services (GTS, de netbeheerder van het landelijke gastransportnetwerk) transporteerde 12% meer aardgas naar stroomproducenten. Het gasverbruik in de industrie is het afgelopen halfjaar licht gestegen (+1%). De hoeveelheid gas die naar regionale netbeheerders ging, is juist iets gedaald (-1%).
Het is voor het derde jaar op rij dat het transport naar elektriciteitscentrales in de eerste helft van het jaar stijgt. Aardgas wordt door elektriciteitsproducenten steeds meer ingezet om schommelingen in zon- en windproductie op te vangen, zodat energiezekerheid voor elektriciteit kan worden gegarandeerd. Nu gebeurt dat nog met aardgas, maar in de toekomst zal het gaan om groen gas en waterstof. In het hybride energiesysteem van de toekomst versterken elektrificatie, aardgas en duurzame gassen elkaar.
Gasunie bouwde het afgelopen halfjaar door aan haar strategie: werken aan een betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam energiesysteem van de toekomst terwijl het nu zorgt voor een weerbare energievoorziening. Op het gebied van energietransitie werden belangrijke stappen gezet.
Een belangrijke mijlpaal was de opening in mei van de 32 kilometer lange waterstofleiding in de Rotterdamse haven, in aanwezigheid van koning Willem-Alexander. Dit netwerk vormt de start voor een landelijke en Europese waterstofinfrastructuur. In Duitsland maakte Gasunie progressie met de ombouw van aardgasleidingen voor het transport van waterstof.
Opslag wordt een cruciaal onderdeel van de waterstofketen. De toezegging van € 450 miljoen van de overheid voor de ontwikkeling van een waterstof-opslagfaciliteit in Noord-Nederland is een sterk signaal.
In juni ondertekenden Nederlandse en Duitse energie(infra)bedrijven een overeenkomst-op-hoofdlijnen voor de ontwikkeling van een CO2-leiding vanuit het Ruhrgebied naar ondergrondse opslagen in de Noordzee; de zogeheten Delta Rhine Corridor (DRC). Een netwerk dat uitmondt in de offshore-leiding van het Aramis-project.
Onderzoek door PwC in opdracht van Gasunie laat zien dat afvang en opslag van afgevangen CO₂ de meest haalbare en betaalbare route is om de Nederlandse industrie de komende jaren te verduurzamen.
Bij WarmtelinQ in Leiden werd een bouwmijlpaal bereikt. Warmte die eerst verloren ging, krijgt door WarmtelinQ straks een tweede leven: duurzame energie van eigen bodem, en die helpt om de druk op het elektriciteitsnet te verminderen.
Tegelijkertijd werkt Gasunie, samen met partners, aan het versterken van de bestaande energie-infrastructuur. Bij Gate terminal in Rotterdam wordt de laatste hand gelegd aan het uitbreiden van de ontvangstcapaciteit van vloeibaar aardgas (LNG).
Ook is het voorwaardelijke besluit genomen om de EemsEnergyTerminal operationeel te houden, wat de energiezekerheid vergroot voor Nederland en Noordwest-Europa. Daarnaast is bij de bouw van de LNG-terminal in Noord-Duitsland belangrijke voortgang geboekt.
Gasunie Transport Services vervoerde in Nederland in de eerste zes maanden van 2026 335 TWh aardgas; 5% minder dan in dezelfde periode een jaar eerder. Deze daling komt doordat er minder gas over de grens is vervoerd en er minder gas naar de opslagen is gegaan. Het gebruik van aardgas in Nederland is in de eerste helft van 2026 met 2% gestegen (153 TWh), vergeleken met dezelfde periode in 2025 (150 TWh).
Gasunie Deutschland transporteerde 138 TWh aardgas, een stijging van 2% ten opzichte van de eerste helft van vorig jaar. Daarmee bleef het Duitse netwerk een belangrijke schakel in de Noordwest-Europese energievoorziening.
GTS adviseert de Nederlandse regering over de leveringszekerheid van gas. In maart publiceerde GTS een analyse over hoe robuust het gasnetwerk in Europa en Nederland is bij lange storingen; en deed daarbij een aantal concrete voorstellen om het systeem sterker te maken.
De gasbergingen in met name Nederland raken dit jaar langzamer vol dan verwacht. Dit is iets waar we aandacht voor blijven vragen, omdat de opslagen slechts in geleidelijk tempo gevuld kunnen worden. Aan het einde van de winter (31 maart) waren de opslagen voor 5% gevuld. Op 30 juni was dit gestegen naar 26%. In 2025 waren deze percentages aanzienlijk hoger: 21% eind maart en 49% eind juni.
De gerapporteerde halfjaarinkomsten van Gasunie zijn € 211 miljoen hoger uitgekomen op € 1.049 mln. Dit komt vooral door hogere tarieven van GTS in 2026. De operationele kosten zijn gelijk gebleven vergeleken met vorig jaar. Hierdoor laat de EBITDA een positieve ontwikkeling zien ten opzichte van de eerste helft van 2025.
donderdag 16 juli 2026
Nederlandse gasvoorraden nog flink onder gewenst niveau
Halverwege het jaarlijkse vulseizoen zijn de Nederlandse gasopslagen voor 33,1 procent gevuld. Hoewel de voorraden geleidelijk toenemen, ligt dit niveau nog duidelijk onder de hoeveelheid die volgens Gasunie nodig is om goed voorbereid de winter in te gaan.
Elk jaar worden de gasopslagen tussen april en november aangevuld. Rond deze tijd vorig jaar waren de opslagen al voor ruim 40 procent gevuld. Een belangrijke oorzaak van de huidige achterstand is dat de grote opslaglocaties in Norg en Grijpskerk na de afgelopen winter vrijwel volledig leeg waren. Normaal gesproken blijft na de winter nog een aanzienlijk deel van het gas achter, maar dat was dit keer niet het geval doordat GasTerra de opslagen volgens afspraak leeg opleverde.
Volgens TNO-gasexpert René Peters behoren Nederland en Duitsland momenteel tot de landen die het verst achterlopen met het vullen van de gasreserves. Dat is deels logisch, omdat de opslagen bijna vanaf nul moesten worden aangevuld. Daarnaast kopen commerciële energiebedrijven momenteel weinig gas in, waardoor de voorraden minder snel groeien.
Voldoende gevulde gasopslagen zijn belangrijk om pieken in de vraag tijdens de winter op te vangen. Vooral bij langdurige kou stijgt het gasverbruik sterk. Ook neemt de vraag toe wanneer zonnepanelen weinig stroom leveren en er weinig wind is, waardoor gascentrales vaker moeten worden ingezet voor de elektriciteitsproductie.
Gasunie adviseert om voor de winter ongeveer 115 terawattuur (TWh) gas op te slaan, wat neerkomt op ongeveer 80 procent van de totale opslagcapaciteit. De Europese doelstelling voor Nederland ligt lager, op minimaal 74 procent. Volgens Gasunie verloopt het vullen volgens planning, maar is er nog een flinke inspanning nodig om het gewenste niveau te bereiken.
Commerciële energiebedrijven stellen de aankoop van gas voorlopig uit, omdat zij verwachten dat de prijzen later in het jaar zullen dalen. Daardoor ontstaat het risico dat Nederland tijdens de winter sterker afhankelijk wordt van de actuele marktsituatie. Staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) werkt ondertussen aan een minimale voorraad van 80 TWh, maar doet geen uitspraken over de vraag of dat doel zeker wordt gehaald.
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat verwacht dat de huidige maatregelen voldoende zijn voor een gemiddelde winter en rekent erop dat commerciële partijen later alsnog extra gas zullen inkopen. In eerdere jaren gebeurde dat eveneens pas later in het seizoen.
Ondanks de relatief lage vulgraad is er volgens deskundigen geen directe reden tot ongerustheid. Nederland beschikt over veel opslagcapaciteit en ontvangt nog steeds voldoende gas. Wel blijft het land kwetsbaar, omdat ook buurlanden zoals Duitsland achterlopen met het aanvullen van hun voorraden en Nederland een belangrijke rol speelt in de gasvoorziening van andere Europese landen.
Elk jaar worden de gasopslagen tussen april en november aangevuld. Rond deze tijd vorig jaar waren de opslagen al voor ruim 40 procent gevuld. Een belangrijke oorzaak van de huidige achterstand is dat de grote opslaglocaties in Norg en Grijpskerk na de afgelopen winter vrijwel volledig leeg waren. Normaal gesproken blijft na de winter nog een aanzienlijk deel van het gas achter, maar dat was dit keer niet het geval doordat GasTerra de opslagen volgens afspraak leeg opleverde.
Volgens TNO-gasexpert René Peters behoren Nederland en Duitsland momenteel tot de landen die het verst achterlopen met het vullen van de gasreserves. Dat is deels logisch, omdat de opslagen bijna vanaf nul moesten worden aangevuld. Daarnaast kopen commerciële energiebedrijven momenteel weinig gas in, waardoor de voorraden minder snel groeien.
Voldoende gevulde gasopslagen zijn belangrijk om pieken in de vraag tijdens de winter op te vangen. Vooral bij langdurige kou stijgt het gasverbruik sterk. Ook neemt de vraag toe wanneer zonnepanelen weinig stroom leveren en er weinig wind is, waardoor gascentrales vaker moeten worden ingezet voor de elektriciteitsproductie.
Gasunie adviseert om voor de winter ongeveer 115 terawattuur (TWh) gas op te slaan, wat neerkomt op ongeveer 80 procent van de totale opslagcapaciteit. De Europese doelstelling voor Nederland ligt lager, op minimaal 74 procent. Volgens Gasunie verloopt het vullen volgens planning, maar is er nog een flinke inspanning nodig om het gewenste niveau te bereiken.
Commerciële energiebedrijven stellen de aankoop van gas voorlopig uit, omdat zij verwachten dat de prijzen later in het jaar zullen dalen. Daardoor ontstaat het risico dat Nederland tijdens de winter sterker afhankelijk wordt van de actuele marktsituatie. Staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) werkt ondertussen aan een minimale voorraad van 80 TWh, maar doet geen uitspraken over de vraag of dat doel zeker wordt gehaald.
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat verwacht dat de huidige maatregelen voldoende zijn voor een gemiddelde winter en rekent erop dat commerciële partijen later alsnog extra gas zullen inkopen. In eerdere jaren gebeurde dat eveneens pas later in het seizoen.
Ondanks de relatief lage vulgraad is er volgens deskundigen geen directe reden tot ongerustheid. Nederland beschikt over veel opslagcapaciteit en ontvangt nog steeds voldoende gas. Wel blijft het land kwetsbaar, omdat ook buurlanden zoals Duitsland achterlopen met het aanvullen van hun voorraden en Nederland een belangrijke rol speelt in de gasvoorziening van andere Europese landen.
vrijdag 10 juli 2026
Stap dichter bij waterstofaftakking in Oosterhout
De gemeente Oosterhout, de provincie Noord-Brabant, bedrijventerreinvereniging Weststad en Sibelco uit Geertruidenberg starten gezamenlijk een onderzoek naar de mogelijkheden voor een aansluiting op toekomstige waterstofinfrastructuur. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Hynetwork, onderdeel van Gasunie.
Het onderzoek van Gasunie zorgt voor een zorgvuldige voorbereiding van een mogelijke aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk. Met de waterstofaansluiting kunnen bedrijven rond Oosterhout hier in de toekomst gebruik van maken.
Niet alleen in Oosterhout wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een waterstofaftakking. Ook in Land van Cuijk, Meierijstad, Bergen op Zoom/Woensdrecht, Tilburg/Dongen, Oss en Eindhoven/Helmond zijn of worden deze onderzoeken uitgevoerd. Brabant loopt hiermee voorop in het mogelijk maken van waterstofaftakkingen. Vier van de vijf ondertekende VSA’s (Valve Study Agreement) in Nederland liggen namelijk in Brabant.
“In Brabant bouwen we stap voor stap aan een toekomstbestendig energiesysteem, waarin waterstof een aanvulling vormt op elektriciteit. Waterstof is vooral van grote waarde voor toepassingen waar directe elektrificatie lastig is, zoals in delen van de industrie en het zware transport. Met dit onderzoek in Oosterhout bereiden we ons voor op die toekomst. Door nu de mogelijkheden voor een aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk te verkennen, creëren we de randvoorwaarden voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening voor Brabantse bedrijven. Zo versterken we niet alleen onze economische positie, maar ook de voortgang van de energietransitie.” Bas Maes – gedeputeerde Energie & Klimaat
Hynetwork, een dochterbedrijf van Gasunie, bouwt aan het Nederlandse waterstofnetwerk. Via een Valve Study Agreement maken overheden afspraken over het onderzoeken en voorbereiden van een mogelijk aansluitpunt op dat netwerk. In de overeenkomst staat wie welke stappen zet en wie verantwoordelijk is voor de kosten van deze studie.
Waterstof speelt een sleutelrol in het verduurzamen van industrie en mobiliteit. In de industrie als vervanger van aardgas bij de processen die veel warmte op hoge temperatuur nodig hebben. In de mobiliteit als emissieloze brandstof voor zwaar transport over weg, water en door de lucht. Waterstof als vervanger van elektriciteit kan bovendien een oplossing zijn voor netcongestie.
Om waterstof beschikbaar te maken zijn aftakkingen van het landelijke waterstofnetwerk nodig. Met de ondertekening van VSA’s in Brabant zetten de partners belangrijke stappen richting het aanleggen van de benodigde infrastructuur. Zo krijgt Brabant niet alleen een waterstofleiding door de provincie, maar ook de mogelijkheid om er actief op aan te haken.
Het onderzoek van Gasunie zorgt voor een zorgvuldige voorbereiding van een mogelijke aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk. Met de waterstofaansluiting kunnen bedrijven rond Oosterhout hier in de toekomst gebruik van maken.
Niet alleen in Oosterhout wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een waterstofaftakking. Ook in Land van Cuijk, Meierijstad, Bergen op Zoom/Woensdrecht, Tilburg/Dongen, Oss en Eindhoven/Helmond zijn of worden deze onderzoeken uitgevoerd. Brabant loopt hiermee voorop in het mogelijk maken van waterstofaftakkingen. Vier van de vijf ondertekende VSA’s (Valve Study Agreement) in Nederland liggen namelijk in Brabant.
“In Brabant bouwen we stap voor stap aan een toekomstbestendig energiesysteem, waarin waterstof een aanvulling vormt op elektriciteit. Waterstof is vooral van grote waarde voor toepassingen waar directe elektrificatie lastig is, zoals in delen van de industrie en het zware transport. Met dit onderzoek in Oosterhout bereiden we ons voor op die toekomst. Door nu de mogelijkheden voor een aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk te verkennen, creëren we de randvoorwaarden voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening voor Brabantse bedrijven. Zo versterken we niet alleen onze economische positie, maar ook de voortgang van de energietransitie.” Bas Maes – gedeputeerde Energie & Klimaat
Hynetwork, een dochterbedrijf van Gasunie, bouwt aan het Nederlandse waterstofnetwerk. Via een Valve Study Agreement maken overheden afspraken over het onderzoeken en voorbereiden van een mogelijk aansluitpunt op dat netwerk. In de overeenkomst staat wie welke stappen zet en wie verantwoordelijk is voor de kosten van deze studie.
Waterstof speelt een sleutelrol in het verduurzamen van industrie en mobiliteit. In de industrie als vervanger van aardgas bij de processen die veel warmte op hoge temperatuur nodig hebben. In de mobiliteit als emissieloze brandstof voor zwaar transport over weg, water en door de lucht. Waterstof als vervanger van elektriciteit kan bovendien een oplossing zijn voor netcongestie.
Om waterstof beschikbaar te maken zijn aftakkingen van het landelijke waterstofnetwerk nodig. Met de ondertekening van VSA’s in Brabant zetten de partners belangrijke stappen richting het aanleggen van de benodigde infrastructuur. Zo krijgt Brabant niet alleen een waterstofleiding door de provincie, maar ook de mogelijkheid om er actief op aan te haken.
woensdag 8 juli 2026
Nederlandse wereldprimeur maakt cv-ketel geschikt voor aardgas, groen gas en waterstof
Een Nederlands consortium van Stedin, Intergas, GasTerra, Bekaert en DNV presenteert een wereldprimeur: een Multifuel-ketel die zich automatisch aanpast aan verschillende soorten gas. Het proof-of-concept werkt op aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen en laat zien hoe woningen eenvoudiger kunnen meegroeien met het energiesysteem van de toekomst.
“Nu moet bij elke overstap naar een andere gaskwaliteit niet alleen het net, maar ook woning voor woning de apparatuur worden aangepast. Dat maakt verduurzaming traag, duur en complex. Bij deze nieuwe ketel maakt het niet meer uit, die kan alle gassen aan. De nieuwe ketel is ook geschikt voor waterstof,” legt Albert van der Molen van Stedin uit.
De Multifuel-ketel is relevant voor miljoenen Nederlandse huishoudens die nog steeds worden verwarmd met een individuele cv-ketel. Op basis van CBS-cijfers hangen er naar schatting nog zo’n 7 miljoen cv-ketels in Nederland. Het Nederlandse energiesysteem bestaat nog altijd voor 70% uit aardgas. De verwachting is dat veel woningen straks worden verwarmd met een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. De warmtepomp doet het grootste deel van het werk, terwijl de cv-ketel bijspringt op koude winterdagen of wanneer er veel warm water nodig is.
De Multifuel-ketel kan daarbij moeiteloos omgaan met verschillende soorten gas. Daardoor hoeven netbeheerders niet meer te wachten tot hele wijken tegelijk zijn aangepast voordat ze kunnen overstappen op een nieuwe gassoort. Bewoners ervaren veel minder overlast, installateurs komen minder onder druk te staan en bestaande radiatoren en verwarmingssystemen kunnen gewoon blijven hangen. Zo maakt de Multifuel-ketel de overstap naar een duurzamer energiesysteem sneller, goedkoper en makkelijker. zegt Gerrit Zijlstra van Intergas.
De omvang van het vraagstuk is groot. Om buitenlands gas geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens investeerde Nederland ruim een half miljard euro in een stikstoffabriek in Zuidbroek. Die installatie produceert jaarlijks miljarden kubieke meters zogenoemd pseudo-Groningengas, speciaal bedoeld voor bestaande cv-ketels. Dat proces kost nog eens tientallen miljoenen euro’s per jaar. “De Multifuel-ketel kiest voor een fundamenteel andere aanpak: niet het gas wordt aangepast aan de ketel, maar de ketel aan het gas,” zegt Gerard Martinus van Gasterra. “En de ketel doet dat bovendien geheel automatisch.”
Het huidige proof-of-concept van de Multifuel-ketel draait op Nederlands laagcalorisch aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen. In een volgende ontwikkelfase willen de partners de technologie uitbreiden naar hoogcalorisch aardgas en zogenoemd off-spec biogas. Juist die uitbreiding maakt de technologie internationaal interessant. Veel landen staan de komende decennia voor dezelfde uitdaging: hoe ga je om met een energiesysteem waarin aardgas, waterstof, groen gas en andere duurzame gassen naast elkaar bestaan?
“Overal ter wereld zoeken landen naar manieren om hun bestaande energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken," zegt Johan Knijp, Directeur van DNV’s Technology Centre Groningen. "Nederland laat zien dat je niet hoeft te kiezen voor één winnend molecuul. Je kunt ook apparaten ontwikkelen die slim genoeg zijn om met verschillende gassen om te gaan. Technisch werkt alles, deze unieke Nederlandse innovatie is nu klaar om op te schalen.”
“Nu moet bij elke overstap naar een andere gaskwaliteit niet alleen het net, maar ook woning voor woning de apparatuur worden aangepast. Dat maakt verduurzaming traag, duur en complex. Bij deze nieuwe ketel maakt het niet meer uit, die kan alle gassen aan. De nieuwe ketel is ook geschikt voor waterstof,” legt Albert van der Molen van Stedin uit.
De Multifuel-ketel is relevant voor miljoenen Nederlandse huishoudens die nog steeds worden verwarmd met een individuele cv-ketel. Op basis van CBS-cijfers hangen er naar schatting nog zo’n 7 miljoen cv-ketels in Nederland. Het Nederlandse energiesysteem bestaat nog altijd voor 70% uit aardgas. De verwachting is dat veel woningen straks worden verwarmd met een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. De warmtepomp doet het grootste deel van het werk, terwijl de cv-ketel bijspringt op koude winterdagen of wanneer er veel warm water nodig is.
De Multifuel-ketel kan daarbij moeiteloos omgaan met verschillende soorten gas. Daardoor hoeven netbeheerders niet meer te wachten tot hele wijken tegelijk zijn aangepast voordat ze kunnen overstappen op een nieuwe gassoort. Bewoners ervaren veel minder overlast, installateurs komen minder onder druk te staan en bestaande radiatoren en verwarmingssystemen kunnen gewoon blijven hangen. Zo maakt de Multifuel-ketel de overstap naar een duurzamer energiesysteem sneller, goedkoper en makkelijker. zegt Gerrit Zijlstra van Intergas.
De omvang van het vraagstuk is groot. Om buitenlands gas geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens investeerde Nederland ruim een half miljard euro in een stikstoffabriek in Zuidbroek. Die installatie produceert jaarlijks miljarden kubieke meters zogenoemd pseudo-Groningengas, speciaal bedoeld voor bestaande cv-ketels. Dat proces kost nog eens tientallen miljoenen euro’s per jaar. “De Multifuel-ketel kiest voor een fundamenteel andere aanpak: niet het gas wordt aangepast aan de ketel, maar de ketel aan het gas,” zegt Gerard Martinus van Gasterra. “En de ketel doet dat bovendien geheel automatisch.”
Het huidige proof-of-concept van de Multifuel-ketel draait op Nederlands laagcalorisch aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen. In een volgende ontwikkelfase willen de partners de technologie uitbreiden naar hoogcalorisch aardgas en zogenoemd off-spec biogas. Juist die uitbreiding maakt de technologie internationaal interessant. Veel landen staan de komende decennia voor dezelfde uitdaging: hoe ga je om met een energiesysteem waarin aardgas, waterstof, groen gas en andere duurzame gassen naast elkaar bestaan?
“Overal ter wereld zoeken landen naar manieren om hun bestaande energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken," zegt Johan Knijp, Directeur van DNV’s Technology Centre Groningen. "Nederland laat zien dat je niet hoeft te kiezen voor één winnend molecuul. Je kunt ook apparaten ontwikkelen die slim genoeg zijn om met verschillende gassen om te gaan. Technisch werkt alles, deze unieke Nederlandse innovatie is nu klaar om op te schalen.”





