De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is blij dat de Tweede Kamer de Wet bijmengverplichting groen gas heeft aangenomen. Deze wet stimuleert investeringen in groen gas en maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele import. ‘We zijn heel blij dat de Kamer het voorstel heeft aangenomen. Oranje-groen gas hoeft niet door de Straat van Hormuz en biedt kansen om de stikstofuitstoot in de landbouw te verlagen,’ zegt Olof van der Gaag, voorzitter van de NVDE. De NVDE hoopt dat de wet snel wordt behandeld in de Senaat, zodat deze in 2027 kan ingaan.
Circa zestig procent van onze elektriciteit is hernieuwbaar, tegenover slechts één procent van ons gas. De bijmengplicht moet het aandeel groen gas naar circa drie procent in 2030 brengen. Zonder deze verplichting zouden we in dat jaar ruim een half miljard kuub meer fossiel aardgas moeten importeren. Daarop wees Van der Gaag de aanwezige Kamerleden in het rondetafelgesprek over groen gas eerder dit jaar.
'Elektrificatie is cruciaal, maar laten we niet de hele transitie over de stroomkabel proberen te persen. Ook groene warmte en duurzame gassen spelen een belangrijke rol. Groen gas is een flexibele schakel in het energiesysteem en helpt woningen en bedrijven te verduurzamen waar alternatieven voor aardgas schaars of duur zijn. Zo draagt het bij aan zowel onze klimaatdoelen als onze energieonafhankelijkheid,' zegt Van der Gaag.
Groen gas biedt bovendien kansen voor boeren om bij te dragen aan verduurzaming en uitstoot van schadelijke gassen te verminderen. In samenhang met andere verduurzaming op het boerenbedrijf kunnen mestvergisting en betere mestverwerking bijdragen aan minder methaan- en stikstofuitstoot. Zo kunnen meer schone energie van eigen bodem en een toekomstbestendige landbouw elkaar versterken.
De landbouw- en energiesector boden daarvoor in juli al een gezamenlijke versnellingsaanpak aan staatssecretaris De Bat aan. De ambitie: de groengasproductie in tien jaar minimaal verdrievoudigen en een kwart van de stikstofuitstoot van de veestapel verminderen. Naast de bijmengplicht vraagt dit om snellere vergunningverlening, voldoende financiële ondersteuning en regie vanuit het Rijk.
dinsdag 6 oktober 2026
donderdag 1 oktober 2026
Vierde LNG-tank Gate terminal gereed: versterking voor energievoorziening Nederland en Noordwest-Europa
De bouw van de vierde LNG-opslagtank bij Gate terminal op de Maasvlakte in Rotterdam is volgens planning afgerond. Donderdag werd de nieuwe tank in gebruik genomen na een bouwperiode van drie jaren. Met de uitbreiding vergroot Gate haar opslag- en her-vergassingscapaciteit en versterkt de terminal haar rol in de energievoorziening en leveringszekerheid van Nederland en Noordwest-Europa.
De nieuwe tank heeft een opslagcapaciteit van 180.000 kubieke meter LNG. Mede naar aanleiding van de energiecrisis in 2022 is besloten om een extra tank te bouwen. De uitbreiding voegt 4 miljard kubieke meter her-vergassingscapaciteit per jaar toe, waarmee de totale capaciteit van Gate uitkomt op 20 miljard kubieke meter per jaar. Ter vergelijking, de totale Nederlandse gasmarkt heeft een omvang van circa 30 miljard kubieke meter per jaar.
Na een definitief investeringsbesluit in januari 2026 is de bouw van Jetty 4 door het Havenbedrijf Rotterdam in volle gang. Naar verwachting zal deze steiger eind 2028 starten met kleinschalige scheepsbelading en bunkeractiviteiten. Om verdere groei en de stijgende vraag naar schonere scheepsbrandstoffen te faciliteren, lanceerde Gate terminal op 31 augustus 2026 tevens een vrijblijvende 'Expression of Interest', waarmee marktpartijen hun interesse in toekomstige laadcapaciteit kunnen tonen voor de voorgenomen Jetty 5.
Gate is een joint venture tussen Gasunie en Vopak. De terminal ontvangt LNG per schip, slaat het tijdelijk vloeibaar op maakt het vervolgens geschikt voor levering via het gastransportnetwerk aan gebruikers in Nederland en omringende landen. De uitbreiding vergroot de capaciteit om LNG vanuit verschillende delen van de wereld aan te voeren.
De nieuwe tank heeft een opslagcapaciteit van 180.000 kubieke meter LNG. Mede naar aanleiding van de energiecrisis in 2022 is besloten om een extra tank te bouwen. De uitbreiding voegt 4 miljard kubieke meter her-vergassingscapaciteit per jaar toe, waarmee de totale capaciteit van Gate uitkomt op 20 miljard kubieke meter per jaar. Ter vergelijking, de totale Nederlandse gasmarkt heeft een omvang van circa 30 miljard kubieke meter per jaar.
Na een definitief investeringsbesluit in januari 2026 is de bouw van Jetty 4 door het Havenbedrijf Rotterdam in volle gang. Naar verwachting zal deze steiger eind 2028 starten met kleinschalige scheepsbelading en bunkeractiviteiten. Om verdere groei en de stijgende vraag naar schonere scheepsbrandstoffen te faciliteren, lanceerde Gate terminal op 31 augustus 2026 tevens een vrijblijvende 'Expression of Interest', waarmee marktpartijen hun interesse in toekomstige laadcapaciteit kunnen tonen voor de voorgenomen Jetty 5.
Gate is een joint venture tussen Gasunie en Vopak. De terminal ontvangt LNG per schip, slaat het tijdelijk vloeibaar op maakt het vervolgens geschikt voor levering via het gastransportnetwerk aan gebruikers in Nederland en omringende landen. De uitbreiding vergroot de capaciteit om LNG vanuit verschillende delen van de wereld aan te voeren.
vrijdag 25 september 2026
Biovergister helpt HU verduurzamen met biogas
Bijna een jaar geleden werd in een binnentuin van Hogeschool Utrecht een bijzondere innovatie onthuld: een biovergister die groente-, fruit- en etensresten (gfe) omzet in duurzaam biogas. Maar met de installatie van de vergister waren we er nog niet. Want hoe zorg je dat het gfe-afval voldoende zuiver wordt gescheiden? Hoe krijg je het bij de vergister? Ook die drempels zijn nu genomen.
De biovergister, te vinden bij het HU-gebouw op Heidelberglaan 7, draagt niet alleen bij aan een duurzamere campus. Het is ook een levende proeftuin, met mooie onderwijs- en onderzoeksprojecten. En niet alleen op technologisch gebied. Communicatie, regelgeving, logistiek; er komt veel bij kijken.
“Wat begon als een vrijwel onmogelijke opgave vanwege vervuiling van het afval en logistieke uitdagingen, groeide uit tot een prachtig voorbeeld van praktijkgericht onderzoek en samenwerking”, stelt opleidingsmanager Arjan Brenkman, die vanaf het begin bij het initiatief is betrokken. Studenten en medewerkers van onder andere Chemie, Chemische Technologie, Logistics Management, Communicatie, CMD, Life Sciences en HBO Rechten werkten samen met partners als Universiteit Utrecht, Circ, Innofest en Ondernemersfonds Utrecht aan een werkende keten voor lokale biovergisting.
Voor het eerst is nu gfe-afval uit de food courts (de horeca) van de hele HU én van de gfe-afvalbakken van Heidelberglaan 7 gevoed aan de biovergister. Om die mijlpaal te bereiken, moest eerst de zuiverheidsgraad van het afval omhoog. Daarvoor zijn twee studentprojecten uitgevoerd in samenwerking met Communicatie, vertelt Hermen Bollemaat, hogeschoolhoofddocent Chemie en Chemische Technologie en projectleider van de biovergister. “Uit die projecten kwam naar voren dat gebruikers vooral behoefte hadden aan informatie over het doel van het ingezamelde gfe-afval en over wat wel en niet in de bakken mag. Alleen informeren bleek echter niet voldoende. Het toevoegen van een klepje aan de inzamelbakken vormde een extra bewustwordingsstap en zorgde er uiteindelijk voor dat de ingezamelde stroom voor meer dan 99 procent zuiver was.”
Brenkman: “We zijn gestart met een vulling van twintig procent van de maximale capaciteit, om de biovergister verder te testen. De focus ligt nu op het realiseren van voldoende kwaliteit en zuiverheid van het geproduceerde gas, voordat we verder opschalen. In potentie kan de vergister meer dan tien keer de hoeveelheid biogas produceren die momenteel nodig is voor onze laboratoria.”
De komende tijd wordt onderzocht hoe de biocultuur in de vergister verder kan worden geoptimaliseerd en hoe de inzameling van gfe-afval via de speciale afvalbakken kan worden uitgebreid naar alle HU-gebouwen. Ook wordt gekeken naar mogelijke nieuwe businesscases, vertellen Brenkman en Bollemaat. “Ons doel: een levende proeftuin voor lokale biovergisting in een stedelijke omgeving, die bijdraagt aan een aardgasvrije Hogeschool Utrecht en een duurzame, circulaire USP-campus.”
De biovergister, te vinden bij het HU-gebouw op Heidelberglaan 7, draagt niet alleen bij aan een duurzamere campus. Het is ook een levende proeftuin, met mooie onderwijs- en onderzoeksprojecten. En niet alleen op technologisch gebied. Communicatie, regelgeving, logistiek; er komt veel bij kijken.
“Wat begon als een vrijwel onmogelijke opgave vanwege vervuiling van het afval en logistieke uitdagingen, groeide uit tot een prachtig voorbeeld van praktijkgericht onderzoek en samenwerking”, stelt opleidingsmanager Arjan Brenkman, die vanaf het begin bij het initiatief is betrokken. Studenten en medewerkers van onder andere Chemie, Chemische Technologie, Logistics Management, Communicatie, CMD, Life Sciences en HBO Rechten werkten samen met partners als Universiteit Utrecht, Circ, Innofest en Ondernemersfonds Utrecht aan een werkende keten voor lokale biovergisting.
Voor het eerst is nu gfe-afval uit de food courts (de horeca) van de hele HU én van de gfe-afvalbakken van Heidelberglaan 7 gevoed aan de biovergister. Om die mijlpaal te bereiken, moest eerst de zuiverheidsgraad van het afval omhoog. Daarvoor zijn twee studentprojecten uitgevoerd in samenwerking met Communicatie, vertelt Hermen Bollemaat, hogeschoolhoofddocent Chemie en Chemische Technologie en projectleider van de biovergister. “Uit die projecten kwam naar voren dat gebruikers vooral behoefte hadden aan informatie over het doel van het ingezamelde gfe-afval en over wat wel en niet in de bakken mag. Alleen informeren bleek echter niet voldoende. Het toevoegen van een klepje aan de inzamelbakken vormde een extra bewustwordingsstap en zorgde er uiteindelijk voor dat de ingezamelde stroom voor meer dan 99 procent zuiver was.”
Brenkman: “We zijn gestart met een vulling van twintig procent van de maximale capaciteit, om de biovergister verder te testen. De focus ligt nu op het realiseren van voldoende kwaliteit en zuiverheid van het geproduceerde gas, voordat we verder opschalen. In potentie kan de vergister meer dan tien keer de hoeveelheid biogas produceren die momenteel nodig is voor onze laboratoria.”
De komende tijd wordt onderzocht hoe de biocultuur in de vergister verder kan worden geoptimaliseerd en hoe de inzameling van gfe-afval via de speciale afvalbakken kan worden uitgebreid naar alle HU-gebouwen. Ook wordt gekeken naar mogelijke nieuwe businesscases, vertellen Brenkman en Bollemaat. “Ons doel: een levende proeftuin voor lokale biovergisting in een stedelijke omgeving, die bijdraagt aan een aardgasvrije Hogeschool Utrecht en een duurzame, circulaire USP-campus.”
maandag 21 september 2026
Subsidie voor groengasinstallatie in Duiven
Waterschap Rijn en IJssel ontvangt 7,8 miljoen euro subsidie van provincie Gelderland voor een groengasinstallatie in Duiven die stikstofuitstoot vermindert en bijdraagt aan natuurherstel.
Gepubliceerd op: 15-juli-2026
De subsidie is voor de bouw van een installatie die biogas uit rioolslib omzet in groengas. Daardoor daalt de uitstoot van stikstofoxiden met 2.400 kilogram per jaar. Minder stikstofuitstoot helpt de natuur op en rond de Veluwe te herstellen en creëert ruimte voor woningbouw, ondernemers en andere maatschappelijke ontwikkelingen.
Bouw kan al in september starten
Met de bouw van een groengasinstallatie bij de rioolwaterzuivering in Duiven, kan in september 2026 het eerste project van de Aanpak Veluwe van start gaan. Op 17 juni 2026 maakten het Rijk, waterschappen, provincie en gemeenten afspraken over natuurherstel én ruimte voor wonen, werken en ondernemen op en rond de Veluwe. Het Rijk stelt € 300 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de Aanpak Veluwe.
Provincie Gelderland verstrekt subsidies aan projecten die bijdragen aan de doelen van de Aanpak Veluwe. Waterschap Rijn en IJssel ontvangt op 15 juli 2026 € 7,8 miljoen voor de uitbreiding en vernieuwing van de slibverwerking bij de rioolwaterzuivering in Duiven. Als de aangevraagde vergunningen rond zijn, kan de bouw van de nieuwe installatie half september 2026 al starten.
Van biogas naar groengas
Bij de verwerking van rioolslib komt biogas vrij. Op dit moment verbrandt de rioolwaterzuivering in Duiven jaarlijks ongeveer 2 miljoen kubieke meter biogas, vergelijkbaar met de inhoud van ongeveer 800 olympische zwembaden. Bij die verbranding komen stikstofoxiden, CO₂ en methaan vrij. Afhankelijk van de windrichting kan een deel van de stikstof neerslaan op natuurgebieden zoals de Veluwezoom en de Landgoederen Brummen.
Met de nieuwe installatie wordt het grootste deel van het biogas omgezet in groengas. Daarmee kan jaarlijks voldoende duurzame energie worden geproduceerd om ongeveer 2.650 huishoudens van gas te voorzien. Tegelijkertijd vervalt een groot deel van de uitstoot die nu ontstaat door de verbranding van biogas. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) daalt hierdoor met 2.400 kilogram per jaar.
Gepubliceerd op: 15-juli-2026
De subsidie is voor de bouw van een installatie die biogas uit rioolslib omzet in groengas. Daardoor daalt de uitstoot van stikstofoxiden met 2.400 kilogram per jaar. Minder stikstofuitstoot helpt de natuur op en rond de Veluwe te herstellen en creëert ruimte voor woningbouw, ondernemers en andere maatschappelijke ontwikkelingen.
Bouw kan al in september starten
Met de bouw van een groengasinstallatie bij de rioolwaterzuivering in Duiven, kan in september 2026 het eerste project van de Aanpak Veluwe van start gaan. Op 17 juni 2026 maakten het Rijk, waterschappen, provincie en gemeenten afspraken over natuurherstel én ruimte voor wonen, werken en ondernemen op en rond de Veluwe. Het Rijk stelt € 300 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de Aanpak Veluwe.
Provincie Gelderland verstrekt subsidies aan projecten die bijdragen aan de doelen van de Aanpak Veluwe. Waterschap Rijn en IJssel ontvangt op 15 juli 2026 € 7,8 miljoen voor de uitbreiding en vernieuwing van de slibverwerking bij de rioolwaterzuivering in Duiven. Als de aangevraagde vergunningen rond zijn, kan de bouw van de nieuwe installatie half september 2026 al starten.
Van biogas naar groengas
Bij de verwerking van rioolslib komt biogas vrij. Op dit moment verbrandt de rioolwaterzuivering in Duiven jaarlijks ongeveer 2 miljoen kubieke meter biogas, vergelijkbaar met de inhoud van ongeveer 800 olympische zwembaden. Bij die verbranding komen stikstofoxiden, CO₂ en methaan vrij. Afhankelijk van de windrichting kan een deel van de stikstof neerslaan op natuurgebieden zoals de Veluwezoom en de Landgoederen Brummen.
Met de nieuwe installatie wordt het grootste deel van het biogas omgezet in groengas. Daarmee kan jaarlijks voldoende duurzame energie worden geproduceerd om ongeveer 2.650 huishoudens van gas te voorzien. Tegelijkertijd vervalt een groot deel van de uitstoot die nu ontstaat door de verbranding van biogas. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) daalt hierdoor met 2.400 kilogram per jaar.
maandag 7 september 2026
Friese overheden in beroep tegen gaswinningsvergunning Akkrum
De Friese overheden gaan in beroep tegen een door de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) verleende winningsvergunning voor het gasveld Akkrum. Dit beroep volgt nadat de staatssecretaris het Friese bezwaar in juli 2026 ongegrond verklaarde.
De staatssecretaris wil de beoordeling van risico’s en gevolgen van gaswinning pas later doen bij de procedure van het winningsplan. Fryslân vindt dit de omgekeerde volgorde en denkt dat het bovendien tegen het eigen rijksbeleid (Mijnbouwwet) ingaat.
Als het aan de staatssecretaris ligt heeft Vermillion Energy B.V. dus nu al wel groen licht om de gaswinning verder voor te bereiden zonder dat de risico’s en gevolgen voldoende zijn onderzocht. Artikel 9 van de Mijnbouwwet bepaalt dat een winningsvergunning geweigerd kan worden als een gebied vanwege veiligheids-, schade-, milieu- of natuurbelangen niet geschikt is voor de aangevraagde activiteit. Wat Fryslân betreft is daar in veenweidegebied sprake van.
Gedeputeerde Friso Douwstra; “Wij hebben als Friese overheden in de fases van advies en bezwaar uitvoerig onderbouwd dat het gebied Akkrum ongeschikt is. Dit vanwege de aanwezigheid van kwetsbaar veenweidegebied, autonome bodemdaling, de noodzaak om waterpeilen te verhogen, risico’s voor de waterhuishouding en belangrijke drinkwaterbelangen. Gaswinning in veenweidegebied leidt tot gestapelde problemen die onomkeerbaar zijn. Via het beroep vragen we nu aan de rechtbank of de staatssecretaris de procedures juist uitvoert en voldoende motiveert.”
Alle Friese overheden zijn vertegenwoordigd in de Friese Mijnbouwtafel en tegen gaswinning onder land. De overheden grijpen indien nodig juridische mogelijkheden aan om via zienswijzen, bezwaar en beroep invloed uit te oefenen op plannen en besluitvorming waarbij Friese belangen spelen.
Ten aanzien van de procedure winningsvergunning gasveld Akkrum gaat de provincie Fryslân (voorzitter Friese Mijnbouwtafel) nu in beroep en doet dat mede namens Wetterskip Fryslân en de gemeenten Fryske Marren, Smallingerland, Heerenveen, Súdwest-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Leeuwarden. Het gasveld Akkrum ligt onder al deze gemeenten.
De staatssecretaris wil de beoordeling van risico’s en gevolgen van gaswinning pas later doen bij de procedure van het winningsplan. Fryslân vindt dit de omgekeerde volgorde en denkt dat het bovendien tegen het eigen rijksbeleid (Mijnbouwwet) ingaat.
Als het aan de staatssecretaris ligt heeft Vermillion Energy B.V. dus nu al wel groen licht om de gaswinning verder voor te bereiden zonder dat de risico’s en gevolgen voldoende zijn onderzocht. Artikel 9 van de Mijnbouwwet bepaalt dat een winningsvergunning geweigerd kan worden als een gebied vanwege veiligheids-, schade-, milieu- of natuurbelangen niet geschikt is voor de aangevraagde activiteit. Wat Fryslân betreft is daar in veenweidegebied sprake van.
Gedeputeerde Friso Douwstra; “Wij hebben als Friese overheden in de fases van advies en bezwaar uitvoerig onderbouwd dat het gebied Akkrum ongeschikt is. Dit vanwege de aanwezigheid van kwetsbaar veenweidegebied, autonome bodemdaling, de noodzaak om waterpeilen te verhogen, risico’s voor de waterhuishouding en belangrijke drinkwaterbelangen. Gaswinning in veenweidegebied leidt tot gestapelde problemen die onomkeerbaar zijn. Via het beroep vragen we nu aan de rechtbank of de staatssecretaris de procedures juist uitvoert en voldoende motiveert.”
Alle Friese overheden zijn vertegenwoordigd in de Friese Mijnbouwtafel en tegen gaswinning onder land. De overheden grijpen indien nodig juridische mogelijkheden aan om via zienswijzen, bezwaar en beroep invloed uit te oefenen op plannen en besluitvorming waarbij Friese belangen spelen.
Ten aanzien van de procedure winningsvergunning gasveld Akkrum gaat de provincie Fryslân (voorzitter Friese Mijnbouwtafel) nu in beroep en doet dat mede namens Wetterskip Fryslân en de gemeenten Fryske Marren, Smallingerland, Heerenveen, Súdwest-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Leeuwarden. Het gasveld Akkrum ligt onder al deze gemeenten.
donderdag 3 september 2026
Nieuw Interreg-project H2B geeft ondernemers helderheid over waterstof als energieoplossing
Hydrogen to Business (H2B) stimuleert het gebruik van waterstoftechnologie bij energie-intensieve mkb’ers in het Interreg 6A Nederland-Duitsland gebied. Het project versnelt toepassing van groene waterstof, maar biedt ook ruimte voor low-carbon waterstof en energiedragers (o.a. methanol, biogas, LOHC’s) wanneer elektrificatie niet haalbaar is.
Honderd energie-intensieve mkb-bedrijven krijgen de komende drie jaar de kans om te onderzoeken of waterstof een passende oplossing is voor hun energievraagstuk. Dat is het doel van het nieuwe Interreg-project Hydrogen to Business (H2B). Het project helpt ondernemers in Nederland en Duitsland inzicht te krijgen in de mogelijkheden van waterstof, daarna volgt de keuze of waterstof daadwerkelijk past bij hun bedrijfsvoering. Zo maken ondernemers onderbouwde keuzes voor een toekomstbestendige energievoorziening.
Netcongestie, hoge energiekosten en strengere klimaatregels zetten steeds meer ondernemers voor lastige keuzes. Elektrificatie biedt niet altijd een oplossing. H2B helpt bedrijven daarom inzicht te krijgen in de kansen van waterstof. Experts en hogescholen analyseren samen met ondernemers welke verduurzamingsroute het beste aansluit bij hun bedrijfsvoering. Daarbij onderzoeken zij verschillende vormen van waterstof, waterstofdragers en bestaande technologieën. Het resultaat is een concreet advies waarmee ondernemers weloverwogen kunnen beslissen over hun volgende stap.
Blijkt waterstof een kansrijke oplossing? Dan helpt H2B ondernemers om die stap ook daadwerkelijk te zetten. Bedrijven testen een technologie of prototype in een praktijkomgeving met ondersteuning tot € 20.000. Veelbelovende oplossingen groeien vervolgens door naar een pilotproject met een bijdrage tot € 150.000. Zo verkleint H2B de stap van analyse naar toepassing en krijgen innovaties sneller een plek in de praktijk.
H2B brengt bedrijven, kennisinstellingen en innovatiepartners uit Nederland en Duitsland samen. De komende jaren ondersteunt het project 100 haalbaarheidsonderzoeken, 30 praktijkvalidaties en 6 pilotprojecten. Daarmee versnelt H2B de toepassing van waterstofinnovaties en helpt het ondernemers om met minder risico stappen te zetten richting een duurzame energievoorziening.
NOM werkt als partner van H2B nauw samen met; Oost NL, TFM Münster, Energy Hub Emsland, NOM, FH Münster, Hanze University, Saxion University, Westfälische Hochschule en Zentrum für Brennstoffzellen Technik ZBT.
Honderd energie-intensieve mkb-bedrijven krijgen de komende drie jaar de kans om te onderzoeken of waterstof een passende oplossing is voor hun energievraagstuk. Dat is het doel van het nieuwe Interreg-project Hydrogen to Business (H2B). Het project helpt ondernemers in Nederland en Duitsland inzicht te krijgen in de mogelijkheden van waterstof, daarna volgt de keuze of waterstof daadwerkelijk past bij hun bedrijfsvoering. Zo maken ondernemers onderbouwde keuzes voor een toekomstbestendige energievoorziening.
Netcongestie, hoge energiekosten en strengere klimaatregels zetten steeds meer ondernemers voor lastige keuzes. Elektrificatie biedt niet altijd een oplossing. H2B helpt bedrijven daarom inzicht te krijgen in de kansen van waterstof. Experts en hogescholen analyseren samen met ondernemers welke verduurzamingsroute het beste aansluit bij hun bedrijfsvoering. Daarbij onderzoeken zij verschillende vormen van waterstof, waterstofdragers en bestaande technologieën. Het resultaat is een concreet advies waarmee ondernemers weloverwogen kunnen beslissen over hun volgende stap.
Blijkt waterstof een kansrijke oplossing? Dan helpt H2B ondernemers om die stap ook daadwerkelijk te zetten. Bedrijven testen een technologie of prototype in een praktijkomgeving met ondersteuning tot € 20.000. Veelbelovende oplossingen groeien vervolgens door naar een pilotproject met een bijdrage tot € 150.000. Zo verkleint H2B de stap van analyse naar toepassing en krijgen innovaties sneller een plek in de praktijk.
H2B brengt bedrijven, kennisinstellingen en innovatiepartners uit Nederland en Duitsland samen. De komende jaren ondersteunt het project 100 haalbaarheidsonderzoeken, 30 praktijkvalidaties en 6 pilotprojecten. Daarmee versnelt H2B de toepassing van waterstofinnovaties en helpt het ondernemers om met minder risico stappen te zetten richting een duurzame energievoorziening.
NOM werkt als partner van H2B nauw samen met; Oost NL, TFM Münster, Energy Hub Emsland, NOM, FH Münster, Hanze University, Saxion University, Westfälische Hochschule en Zentrum für Brennstoffzellen Technik ZBT.
donderdag 27 augustus 2026
Air Products en Nobian sluiten meerjarige overeenkomst voor RFNBO-conforme waterstof
Nobian, producent van hoogzuiver zout, low-carbon essentiële chemicaliën en energieopslagcavernes, en Air Products (NYSE: APD), wereldwijd marktleider in industriële gassen en ’s werelds grootste leverancier van waterstof, hebben een meerjarige overeenkomst gesloten voor de afname van gecertificeerde RFNBO-compliant waterstof. De waterstof wordt geproduceerd in Nobians productielocatie in Rotterdam.
De fabriek draait op hernieuwbare energie en is sinds 2025 de eerste grootschalige Europese producent van hernieuwbare waterstof met een ISCC EU-certificering voor RFNBO. Met een jaarlijkse productiecapaciteit van meer dan 14.000 ton waterstof (1,68 PJ) is Nobians locatie in Rotterdam de grootste RFNBO-gecertificeerde waterstoffabriek van Europa.
Door RFNBO-gecertificeerde waterstof via bestaande infrastructuur beschikbaar te stellen ondersteunt Air Products de geldende RED III-verplichtingen en versterkt het de positie van Rotterdam als waterstofhub. De overeenkomst vergroot de toegang tot RFNBO-gecertificeerde waterstof via het bestaande Air Products waterstofnetwerk en ondersteunt klanten in het behalen van de verplichte doelstellingen voor de inname van hernieuwbare energie.
Markus Mingenbach, Senior Vice President Chlor-Alkali & Chloromethanes bij Nobian: “Deze overeenkomst is een belangrijke mijlpaal voor gecertificeerde groene waterstof in Europa. Samen met Air Products maken we gecertificeerde RFNBO-compliant waterstof beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van de Europese waterstofeconomie. Dit is Grow Greener Together in de praktijk: twee toonaangevende industriële partners die samenwerken aan de Europese energietransitie.”
De fabriek draait op hernieuwbare energie en is sinds 2025 de eerste grootschalige Europese producent van hernieuwbare waterstof met een ISCC EU-certificering voor RFNBO. Met een jaarlijkse productiecapaciteit van meer dan 14.000 ton waterstof (1,68 PJ) is Nobians locatie in Rotterdam de grootste RFNBO-gecertificeerde waterstoffabriek van Europa.
Door RFNBO-gecertificeerde waterstof via bestaande infrastructuur beschikbaar te stellen ondersteunt Air Products de geldende RED III-verplichtingen en versterkt het de positie van Rotterdam als waterstofhub. De overeenkomst vergroot de toegang tot RFNBO-gecertificeerde waterstof via het bestaande Air Products waterstofnetwerk en ondersteunt klanten in het behalen van de verplichte doelstellingen voor de inname van hernieuwbare energie.
Markus Mingenbach, Senior Vice President Chlor-Alkali & Chloromethanes bij Nobian: “Deze overeenkomst is een belangrijke mijlpaal voor gecertificeerde groene waterstof in Europa. Samen met Air Products maken we gecertificeerde RFNBO-compliant waterstof beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van de Europese waterstofeconomie. Dit is Grow Greener Together in de praktijk: twee toonaangevende industriële partners die samenwerken aan de Europese energietransitie.”






