maandag 22 december 2014

Impuls voor innovaties Gelderse bio-economie

Provinciale Staten hebben ingestemd met het beschikbaar stellen van € 1,6 miljoen subsidie voor 7 grensverleggende biobased innovaties. Bedrijven en overheden versterken hiermee de bio-economie in Oost-Nederland. De bedrijven investeren hierin gezamenlijk ca. € 1,8 mln.

De Oost-Nederlandse maakindustrie investeert volop in de bio-economie. Daardoor wordt de economische positie en de werkgelegenheid in de regio versterkt, wordt de maakindustrie in Oost-Nederland onafhankelijker van fossiele brandstoffen en vermindert de uitstoot van CO2.

Sinds dit jaar werken steeds meer bedrijven samen met het Bioeconomy Innovation Cluster Oost Nederland (BIC-ON). BIC-ON is een cluster van bedrijven, kennisinstellingen en overheden die samen Biobased ontwikkelingen in de provincies Gelderland en Overijssel versnellen door samen te werken aan innovaties met vezels, slib, mest, algen of verse biomassa. Deze innovaties leiden tot ‘nieuwe’ grondstoffen voor toepassingen, zoals bio-energie, biomaterialen voor papier & karton, de bouw, textiel en kunststoffen, voeding of zelfs farmaceutische stoffen.

woensdag 10 december 2014

Tuinbouw haalt meer uit biomassa

Jaap Smit, commissaris van de Koning in Zuid-Holland en burgemeester van Westland Sjaak van der Tak ontvingen de eerste exemplaren van het boek Connecting Industries gedrukt op papier van tomatenplantvezels. Een primeur, wereldwijd zijn er niet eerder boeken van dit restmateriaal geproduceerd.

Het boek laat zien dat de tuinbouw voorsorteert op een nieuwe economie die biomassa centraal stelt als grondstof en energieleverancier.

Connecting Industries gaat over duurzaamheid en innovatie in de Noordzeedelta. Het boek werd overhandigd door Wilco Wisse. Hij werkt bij Lans Tomaten, een grote tomatenkweker in het Westland en leverancier van de plantaardige vezels. Het papier werd geproduceerd door Schut Papier in Heelsum, de oudste papierfabriek van Nederland.

“De provincie Zuid-Holland heeft een uitstekende uitgangspositie voor de omschakeling naar een biobased economie”, aldus Jaap Smit bij de overhandiging. ”Dat komt door de combinatie van een sterke positie in logistiek en chemie, een tuinbouwcluster van wereldklasse en een kwalitatief hoogstaande kennisinfrastructuur. Dit boek illustreert de mogelijkheden van een op biomassa gebaseerde circulaire economie in Zuid-Holland.“

De tuinbouw in Zuid-Holland produceert jaarlijks 240.000 ton aan gewasresten. De provincie Zuid-Holland financiert en ondersteunt verschillende projecten om plantaardige restmaterialen te benutten voor (nieuwe) producten en toepassingen. Verpakkingsmaterialen en papiervervangers zijn een voorbeeld, maar ook hoogwaardiger toepassingen, zoals de productie van medicijnen, cosmetica en als alternatief voor chemische verbindingen. Hiermee worden nieuwe markten aangeboord. Dit versterkt de concurrentiepositie van de tuinbouw en versnelt de verduurzaming van de sector.

Connecting Industries is geschreven door Inez Postema en tot stand gekomen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeenten Rotterdam en Westland, en het bedrijvennetwerk Deltalinqs. Het boek beschrijft het belang van duurzame, cross-sectorale innovatie in de Noordzeedelta aan de hand van interviews met wetenschappers, bedrijven en overheden, best-practices en infographics.

donderdag 4 december 2014

Biobased bouwmaterialen bieden kansen voor verduurzaming bouw

Dertig procent van de broeikasgas emissies zijn te herleiden op de bouwsector. Geen wonder dat men met grote belangstelling kijkt naar biobased oplossingen. De biobased economy opent nieuwe kansen voor innovatie en verduurzaming van de bouw. Welke innovaties zijn het meest kansrijk? Jan van Dam, senior onderzoeker bij Wageningen UR Food & Biobased Research reflecteerde op deze en andere vragen tijdens de BioBindeR themamiddag.

Om kansen voor biobased bouwmaterialen te vertalen naar concrete business, organiseerde BioBindeR onlangs de themamiddag 'toepassingen van natuurlijke vezels in bouwmaterialen'. Circa 35 innovatieve mkb'ers uit het veld kwamen samen. Architecten, designers en ondernemers uit de bouw en de maakindustrie bespraken welke biobased ketens goede kansen bieden voor natuurvezels in de bouw en welke ondernemers mogelijkheden zien om deze ketens samen verder te ontwikkelen.

Jan van Dam, senior onderzoeker bij Wageningen UR Food & Biobased Research sprak tijdens de bijeenkomst over de huidige ontwikkelingen en trends omtrent vezels in bouwmaterialen. Hij nam de aanwezigen mee langs verscheidene soorten vezelproducten en de knelpunten om te komen tot toepasbare bouwmaterialen.

Tijdens een actieve werksessie kwamen ondernemers met verschillende concrete business cases, zoals een biobased alternatief voor cement, bouwstenen van hennep, biobased composieten voor woningisolatie en de ontwikkeling van een 100% biobased woning en strandtent.

Uit de concrete business cases die deze middag ter tafel kwamen, destilleert BioBindeR de meest kansrijke en breed gedragen cases en neemt het initiatief consortia hieromheen op te zetten.  Doel is om zo binnen 1 tot 2 jaar tot nieuwe commerciële activiteiten te komen.

woensdag 3 december 2014

Investering van 1 miljard in Maleisische biomassa

Drie bio-techbedrijven hebben toegezegd te investeren in een commerciële fabriek voor bio-ethanol in Maleisië. Het concern Brooke Renewables investeert de komende vijf jaar $ 1 mrd in de biomassa-industrie. Het bedrijf is een joint venture van Brooke Asia, het Maleisische houtverwerkingsbedrijf Hock Lee Group en Italiaanse biomassabedrijf Biochemtex Agro. De twee laatstgenoemde hebben daarnaast een intentieverklaring getekend voor een aanlevering van gewassen voor de fabriek.

dinsdag 2 december 2014

Vuur in de ketels van BioWarmteCentrale de Purmer

Stadsverwarming Purmerend (SVP) legt momenteel de laatste hand aan de bouw van BioWarmteCentrale (BWC) de Purmer. Deze centrale wordt gestookt op houtsnippers uit terreinbeheer geleverd door Staatsbosbeheer.

De fase voor het testen van de ketels in de BWC is bijna afgerond en sinds vanochtend brandt het vuur in alle vier de ketels. Dit is voor SVP een belangrijke stap op weg naar de levering van duurzame warmte. Met de centrale voorziet SVP haar 25.000 klanten namelijk voor 80% van groene warmte. De resterende 20% van de warmtebehoefte komt van gasgestookte hulpwarmtecentrales.

SVP produceert sinds 1 juli 2014 zelf haar warmte met behulp van de BioWarmteCentrale (44 megawatt) en twee hulpwarmtecentrales. Door het gebruik van 100.000 ton biomassa (houtsnippers) spaart SVP op jaarbasis ruim 50.000 ton CO2 uit. Dit staat gelijk aan de CO2-reductie die wordt behaald met 800.000 zonnepanelen. De houtsnippers zijn een bijproduct uit het reguliere beheer van bos, natuur en landschap. Hout is een duurzame, hernieuwbare grondstof en CO2 neutraal. Bij verbranding van houtsnippers neemt de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer niet toe. Bij de verbranding van aardgas, olie en steenkool gebeurt dit wel.

Nanovoer bacteriën verdrievoudigt productie biogas

Onderzoekers zijn erin geslaagd de productie van biogas te verdrievoudigen door toevoeging van nanodeeltjes ijzer in biomassavergisters. Dat meldt het Catalan Institute of Nanoscience and Nanotechnology en de Universitat Autònoma de Barcelona.

Bacteriën in vergistingstanks zetten biomassa om in methaan. Daarvoor hebben ze ijzer-ionen nodig. Maar de bacteriën zijn behoorlijk gevoelig voor de hoeveelheid ijzer. Bij een te hoog ijzergehalte gaan ze dood, terwijl de omzetting stilvalt bij een te lage concentratie. Daardoor wordt volgens de Spaanse onderzoekers in de meeste biomassavergisters slechts 30 tot 40 procent van de biomassa omgezet in biogas.

maandag 1 december 2014

Vrachtwagens rijden op biogas uit VAM-berg Wijster


Een door de provincie Drenthe gesubsidieerde proeffabriek is er in geslaagd biogas uit de VAM-berg in Wijster geschikt te maken voor vrachtwagens. De fabriek is van Roland LCNG dat ook drie tanksstations in Brabant exploiteert waar dat vloeibare biogas getankt kan worden. Dit voorjaar begon de proeffabriek op het terrein van Attero.

vrijdag 28 november 2014

'Algen kunnen aardolie gaan vervangen'

Ze zijn overal te vinden. In de oceanen, in meren, maar ook gewoon in de sloot. Geef ze wat zon en CO2 en ze groeien als kool. Het groene goud: algen. Normaal eten kleine dieren van deze groene wezentjes, maar binnenkort kunnen we het zelf terug vinden in producten in de bouwmarkt en supermarkt.

Veel mensen zien het Amazonegebied als de longen van de aarde. Eigenlijk is dit niet waar. De algen in onze wateren zijn er in zulke grote getalen dat zij de longen van onze aarde zijn. Zij zetten constant CO2 om in zuurstof. Sinds enkele jaren gebruiken we deze slimme organismen ook voor andere doeleinden.

Tegenwoordig zijn algen al als een superfood te kopen bij reformzaken. Dit komt vooral door het hoge gehalte aan antioxidanten dat voor sommige mensen interessant is. Er is alleen veel meer uit de alg te halen. Dit groene goedje kan op termijn vele milieuonvriendelijke grondstoffen zoals sojaolie of aardolie vervangen. 

donderdag 27 november 2014

Biomassa-installatie Sportcentrum Kardinge in gebruik genomen

De wethouders Paul de Rook en Mattias Gijsbertsen hebben op woensdag 20 november de biomassa-installatie van sportcentrum Kardinge samen in gebruik genomen. Met behulp van deze nieuwe energiecentrale bespaart Kardinge 50% op het energieverbruik. Met alle duurzaamheidsmaatregelen laat Groningen zien wat de moderne mogelijkheden zijn om Sportcentrum Kardinge op een duurzame en flexibele manier te beheren.

De brandstof voor de nieuwe energiecentrale bestaat uit houtsnippers. De gemeente verzamelt deze biomassa zelf uit snoei- en kapafval. De biomassa-installatie verbrandt circa 1 miljoen kilo hout per jaar om te voorzien in de energiebehoefte van Kardinge. Ook is er naast de oven van de biomassa-installatie een buffervat geplaatst van 150 m3. Dit vat gevuld met water dient om de warmte op te slaan, zodat de warmte geleidelijk aan kan worden vrijgegeven voor het op temperatuur houden van het gebouw en de zwembaden.

Met de biomassa-installatie, persgas met 540 zonnepanelen op het dak, ledverlichting in o.a. de ijshallen en de windmolens die volgend voorjaar worden geplaatst, groeit Sportcentrum Kardinge uit tot het duurzaamheidssymbool voor stad en ommelanden. Wethouder de Rook:  “Hiermee is Kardinge een prachtig, bijdetijds en energieneutrale voorziening, waar sportieve Groningers op een duurzame manier hun energie kwijt kunnen.” Wethouder Gijsbertsen:  “Het mag gezegd: Sportcentrum Kardinge is binnen het gemeentelijk gebouwenbestand nummer 1 mede dankzij het zeer geavanceerde energiebeheersysteem.”

De biomassa-installatie is één van de laatste onderdelen van de renovatiewerkzaamheden in en rondom sportcentrum Kardinge. Ook het voorplein van Kardinge wordt nog opnieuw ingericht: daar krijgen enkele kleine windmolens een plek.

dinsdag 25 november 2014

'Energieakkoord: vervang wind en biomassa door WKK en thoriumonderzoek'

Vijf deskundigen (waaronder Paul Cliteur en trendwatcher Adjiedj Bakas) hebben namens actiegroepering GebakkenWind een brief gestuurd aan de wetenschappelijke bureaus van de politieke partijen, waarin ze pleiten voor een drastische herziening van het energieakkoord. De grootste kostenposten van het energieakkoord, wind op zee, wind op land en biomassa-bijstook moeten eruit. In plaats daarvan pleiten zij voor steun aan warmtekrachtkoppeling (WKK) en op langere termijn thorium kerncentrales.

De vijf deskundigen (naast Cliteur en Bakas is de brief ondertekend door prof dr Wim de Ridder, oud-McKinsey directeur Mickey Huibregtsen en Reinier Castelein) wijzen erop dat het energieakkoord ernstige weeffouten bevat, die volgens hen zeer nadelige gevolgen zullen hebben voor de Nederlandse economie. Zij doelen met name op de astronomische kosten die voortkomen uit de windparagraaf van het energieakkoord, zonder dat daar substantiële baten tegenover staan.

Zij stellen verder in de brief dat met warmtekrachtkoppeling (WKK) evenveel reductie van de CO2-uitstoot valt te behalen als met wind op zee voor een fractie van de kosten van wind. In het energieakkoord is echter besloten WKK niet langer te steunen met als gevolg dat het percentage stroomopwekking met WKK (een zeer efficiënte manier van elektriciteit opwekken met gas) in Nederland de komende tien jaar zal dalen van 50% nu naar minder dan 20%.

De brief stelt verder dat de hoge kosten van het energieakkoord een dermate grote aanslag op het besteedbaar inkomen van de Nederlandse gezinnen zullen hebben dat dit grote gevolgen zal hebben voor de omzet van de detailhandel en het MKB. Dit is zeer slecht voor de economie.

De ondertekenaars dringen aan op een reparatie van het energieakkoord waarbij de irrationele keuze voor wind teruggedraaid wordt en vervangen wordt door het in stand houden van WKK. Tevens dringt men aan op investeringen in research naar kansrijke duurzame energiebronnen zoals zonne-energie en volledig veilige thorium MSR kerncentrales die geen kernafval produceren.

GebakkenWind is een initiatief van een aantal MKB bedrijven uit de regio Rotterdam dat zich zorgen maakt over de koopkrachtdaling bij de bevolking als gevolg van de astronomische uitgaven van het energieakkoord aan met name windsubsidies. Deze worden grotendeels afgewenteld op de energierekening van de burgers en het MKB, ten koste van het besteedbaar inkomen. Dit is desastreus voor de detailhandel, het MKB en mede daardoor de landelijke economie.
GebakkenWind wil het MKB mobiliseren tegen de windsubsidies en bekendheid geven aan deze voor Nederland gevaarlijke ontwikkeling.

dinsdag 18 november 2014

Kansrijke biobased alternatieven voor ‘zeer zorgwekkende stoffen’

Er liggen veel kansen voor biobased alternatieven die kankerverwekkende, giftige en andere zogenaamde ‘zeer zorgwekkende stoffen’ (ZZS) kunnen vervangen. Sommige alternatieven zijn zelfs al direct in te zetten. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen UR Food & Biobased Research in opdracht van het RIVM en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

ZZS zijn stoffen die worden geproduceerd in de chemische industrie en gevaarlijk zijn voor mens en milieu, bijvoorbeeld omdat ze kankerverwekkend zijn of kunnen leiden tot onvruchtbaarheid. Er zijn veel verschillende toepassingen van ZZS: zo worden de stoffen als bouwsteen in kunststoffen of als oplosmiddel ingezet. Door beleid en wetgeving wil de Europese Unie het gebruik van deze stoffen sterk terugdringen en op termijn mogelijk zelfs verbieden. Mede daardoor ontstaat er een groeiende vraag naar vervangende stoffen. De Nederlandse overheid wil de productie van veilige alternatieven stimuleren die bovendien afkomstig zijn uit duurzame grondstoffen. Biomassa kan zo'n duurzame bron zijn.

Het onderzoek van Wageningen UR toont aan dat sommige ZZS nu al te vervangen zijn door biobased alternatieven. Dit geldt bijvoorbeeld voor het kankerverwekkende ethyleenoxide. Deze stof wordt gebruikt voor de productie van ethyleenglycol, een essentieel onderdeel van polyester, dat bijvoorbeeld gebruikt wordt in PET-flessen en fleecetruien. Door ethyleenglycol direct uit suikers te vormen, ontstaat er een biobased alternatief voor een groot deel van de geproduceerde ethyleenoxide.

Ook bepaalde giftige oplosmiddelen, zoals diverse typen glymes, zijn te vervangen door biobased alternatieven, zoals dimethylisosorbide of melkzuuresters. Voor andere industrieel belangrijke schadelijke oplosmiddelen, zoals DMF, DMAc of NMP (onder andere gebruikt bij de productie van milieuvriendelijke watergedragen verven) zijn ook biobased alternatieven mogelijk, maar de ontwikkeling hiervan kost meer investeringstijd en -geld.

Senior onderzoeker Daan van Es van Wageningen UR Food & Biobased Research ziet mogelijkheden voor samenwerking tussen de chemische industrie en producenten van biobased stoffen, om gezamenlijk te zoeken naar biobased alternatieven voor ZZS. Van Es: ‘Chemische bedrijven merken dat er steeds meer beperkingen gelden voor stoffen die zij produceren. Tegelijkertijd zijn hernieuwbare grondstoffen op grotere schaal beschikbaar en kunnen ze dienen als basis voor nieuwe industriële chemicaliën. Het zou goed zijn als we beide werelden bij elkaar kunnen brengen. Daarbij past een stimulerende en faciliterende rol van de overheid.'

Van andere ZZS kan de productie en het gebruik fors worden verminderd door de eindproducten waarin ze worden verwerkt te vervangen door biobased eindproducten met dezelfde functionaliteit. Zo kan het gebruik van het giftige isopreen, dat word gebruikt voor de productie van synthetisch rubber, worden verminderd door natuurrubber uit Russische paardenbloem te produceren. Daarnaast kan het gebruik van het kankerverwekkende acrylamide voor de productie van verdikkingsmiddelen worden verminderd door verdikkingsmiddelen te gebruiken op basis van koolhydraten.

donderdag 9 oktober 2014

Van Werven verwarmt met biomassa

Stoken op gas en olie is bij Van Werven aan de Verlengde Looweg in Oldebroek verleden tijd. Op 1 oktober heeft Van Werven een nieuwe verwarmingsinstallatie in gebruik genomen, die volledig draait op houtchips. Het gebruik van fossiele brandstoffen is daarmee verleden tijd. De nieuwe installatie, die bestaat uit twee kachels, verwarmt de werkplaats en het gehele kantoor aan de Verlengde Looweg. Toch is de CO2-uitstoot gering

Eerste klant voor kenniscentrum biomassa

Het kennis- en expertisecentrum InVesta voor vergassing van biomassa, verwelkomt eind dit jaar de eerste klant. Cleantech-bedrijf Torrgas bouwt een pilotinstallatie op het terrein bij Alkmaar. InVesta, het Institute for Valorisation and Expertise of Thermochemics Alkmaar, moet uitgroeien tot een bindende factor tussen theorie en praktijk en maakt innovaties geschikt voor marktintroductie. Het centrum is deze week officieel gepresenteerd tijdens het congres Biomass Gasification Europe.

vrijdag 3 oktober 2014

De weg richting een groenere transportsector loopt niet via één type brandstof

In 2050 moet het stadsverkeer in Nederland grotendeels elektrisch rijden. Vloeibaar (bio)gas wordt steeds belangrijker voor lange-afstand wegvervoer, terwijl het lucht- en scheepsverkeer meer gebruik zullen maken van biobrandstoffen. een efficiënter energieverbruik is voor alle modaliteiten van belang. Dat zijn belangrijke punten van de brandstofvisie, tot stand gekomen onder begeleiding van een kennisconsortium van TNO, CE Delft en ECN.

Aan de Brandstofvisie werkten meer dan honderd stakeholders uit het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, centrale en decentrale overheden en kennisinstellingen. Over één ding waren alle partijen het met elkaar eens: de weg richting een groenere transportsector loopt niet via één type brandstof. Zo zullen personenauto's tegen 2050 grotendeels elektrisch moeten rijden, maar voor zwaar vrachtverkeer over lange afstand is dat geen optie. Vloeibaar gas – op basis van conventioneel aardgas of biogas, dan wel gemaakt uit waterstof en koolstof – is dat wel. Bij de lucht- en scheepsvaart zullen biobrandstoffen zorgen voor verduurzaming. En voor alle voertuigen geldt dat ze veel zuiniger moeten worden dan nu het geval is. "Grotere efficiency is een belangrijke pilaar onder de hele visie", zegt Gertjan Koornneef, coördinator van het project bij TNO. "Dat zorgt voor lagere uitstoot, maar lost ook andere problemen op. De elektrische auto krijgt zo bijvoorbeeld een grotere actieradius."

Aan het document gingen zes onderhandelingssessies vooraf, ondersteund door een kennisconsortium van TNO, CE Delft en ECN. Niet over alles werden de deelnemers het eens. Zo bleef er verschil van mening over de toekomstige beschikbaarheid van biomassa. Dat is niet erg, omdat de Brandstofvisie uitgaat van adaptief beleid. "We slaan een bepaalde route in op grond van wat we nu weten", legt Koornneef uit. "Als na verloop van tijd blijkt dat de technologische ontwikkelingen omtrent biomassa achterblijven bij de plannen, kunnen we meer inzetten op alternatieven."

Nu de hoofdstrategieën zijn geformuleerd, zullen de partijen het komend half jaar een concreet stappenplan maken. Het kennisconsortium, gecoördineerd door TNO, zal toetsen of die stappen wetenschappelijk en technisch gezien haalbaar zijn. Maar het actieplan moet ook een Europese dimensie krijgen, vertelt Koornneef: "Er is meer Europees overleg nodig over de te bewandelen weg. De afzonderlijke landen zijn bijvoorbeeld vaak te klein om rijden op waterstof of elektrisch rijden uit te ontwikkelen. Ook de uitrol van tankstations en laadpunten moet gezamenlijk worden opgepakt, want het verkeer stopt niet bij de landgrenzen. De Brandstofvisie is het gevolg van Europese klimaatdoelen, maar tot nu toe maken veel landen geïsoleerd plannen."

De Brandstofvisie, opgesteld in het kader van het SER Energieakkoord, schetst de uitgangspunten om de Nederlandse transportsector de komende jaren te vergroenen. Het doel is dat de CO2-uitstoot van de sector in 2050 zal zijn teruggebracht met zestig procent ten opzichte van 1990. Daarnaast moet de luchtkwaliteit verbeteren. De innovaties die hiervoor nodig zijn, moeten uiteindelijk leiden tot duurzame groei en nieuwe banen.

donderdag 2 oktober 2014

'Kabinet dwarsboomt kleinschalige biomassa installaties'

De Nederlandse regering dreigt met een wetswijziging kleinschalige biomassa installaties in Nederland onmogelijk te maken. Een belangrijke bron van hernieuwbare energie wordt daarmee de nek omgedraaid, terwijl het kabinet zegt dat het deze vorm van energie juist wil stimuleren.

Dat zegt de Nederlandse vereniging van Biomassa Ketel Leveranciers (NBKL) in reactie op de voorgestelde wijziging van het zogenoemde Activiteitenbesluit.

Kleinschalige biomassa installaties gebruiken houtchips en houtpellets, vaak afkomstig uit lokaal onderhoud van bossen, lanen en plantsoenen. Op dit moment leveren deze installaties in Nederland 3 tot 4 % van de hernieuwbare energie. In het buitenland zijn het juist kleinschalige installaties die vanwege hun hoge efficiency steeds vaker worden geplaatst.

Ondanks dat de huidige emissienormen in Nederland voor hout gestookte ketels al tot de strengste ter wereld behoren is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu voornemens deze aan te scherpen tot een niveau dat ongekend hoog is in de wereld (voor NOx 300 resp. 230 mg/Nm3 voor ketels kleiner resp. groter dan 1 MW). Technisch zijn deze normen alleen haalbaar door koppeling van dure rookgasreinigingsapparatuur aan de ketels. "Dat is net zo iets als eisen dat autobezitters voortaan de CO2 uitstoot van hun auto moeten opvangen en in de grond stoppen", reageert NBKL-voorzitter Eppo Bolhuis.

Voor de meer dan 1 miljoen open haarden en sfeerkachels in Nederland gelden geen emissie-eisen. Kleinschalige houtketels hebben bij de huidige emissie-eisen een uitstoot die veel lager is dan die van een open haard. Gemiddeld is de uitstoot van een open haard 25 keer hoger dan van een moderne houtketel. Kleinschalige biomassa installaties verwarmen zwembaden of worden in blokverwarming ingezet voor bedrijven en kantoren.

In Nederland zijn ongeveer 3.000 kleinschalige biomassa installaties. Dat betekent dat 99,9 % van de rookgassen die als gevolg van houtstook in de lucht komen, afkomstig zijn van andere bronnen dan van houtketels.

De NBKL roept het kabinet op om met de sector in gesprek te gaan en de emissie normen op een reëel niveau te brengen. Dit te meer daar veel bedrijven en hun medewerkers door deze wetswijzigingen in grote onzekerheid over hun voortbestaan verkeren.

woensdag 1 oktober 2014

Biogas van GFT-afval en zwart water

Het Waterschap Vallei en Veluwe wil een proefproject opstarten waarbij biogas wordt gemaakt van groente-, fruit- en tuinafval (gft-afval) en zwart water. Het Waterschap heeft daarvoor de Apeldoornse wijk Kerschoten op het oog. In het proefproject komt het gft-afval via een voedselvermaler in een keukenkastje in een aparte buis terecht, samen met doorgespoeld toiletwater. De combinatie van gft en zwart water uit toilet en keuken leidt tot een hogere en efficiëntere productie van biogas door vergisting, verwacht het waterschap.

dinsdag 30 september 2014

Wageningen UR presenteert Catalogus Biobased Verpakkingen

Op dinsdag 30 september overhandigt het ministerie van Economische Zaken het eerste exemplaar van de catalogus Biobased Verpakkingen aan de directie van het Nederlands Verpakkings Centrum (NVC). De catalogus, die samengesteld is door Wageningen UR, geeft een overzicht van biobased verpakkingen die al beschikbaar zijn en worden toegepast voor producten zoals vers en houdbaar voedsel, draagtassen en schoonmaakmiddelen. Met een duidelijk overzicht wil Wageningen UR laten zien dat duurzame biobased verpakkingen gebruikt kunnen worden op commerciële basis.

Duurzaam verpakken staat volop in de belangstelling bij consumenten, industrie en overheid. Aan de term worden allerlei betekenissen gehangen: van het verminderen van verpakkingsmaterialen, de recycling van verpakkingen en materialen tot het toepassen van minder milieubelastende materialen. Biobased materialen vormen een belangrijke materiaalgroep die een milieuwinst kan geven via een lagere CO2-uitstoot en het beperken van het gebruik van fossiele grondstoffen door toepassing van plantaardige grondstoffen.

Biobased materialen zijn materialen waarvan de grondstoffen direct of indirect van natuurlijke oorsprong zijn. Voorbeelden zijn papier en hout maar ook bioplastics zoals Polymelkzuur (PLA) waarvan de bouwstenen worden gemaakt uit suikers. Het ministerie van Economische Zaken heeft Wageningen UR Food & Biobased Research gevraagd inzicht te geven in mogelijke toepassingen van biobased materialen en verpakkingen. Met de catalogus Biobased Verpakkingen biedt het onderzoeksinstituut een uitgebreid overzicht en toont aan dat deze materialen al succesvol in verschillende producten worden toegepast: van verpakkingen voor vleeswaren, dranken, schoonmaakmiddelen en cosmetica tot transportverpakkingen.

Hoewel biobased materialen worden gemaakt uit plantaardige grondstoffen zijn de materialen niet per definitie biologisch afbreekbaar of composteerbaar. Dit is ook niet voor alle toepassingen wenselijk. Biobased materialen kunnen wel hergebruikt of gerecycled worden. Veel consumenten verwarren nu de gangbare term ‘bioplastic’ met ‘bioafbreekbaar plastic’. Wageningen UR raadt daarom aan de volledige term biobased plastics te gebruiken voor deze materiaalgroep.

Het meest succesvol zijn biobased plastics wanneer producenten gebruik maken van specifieke voordelen die deze plastics bieden. Biobased plastic verpakkingen hebben vaak een beter ademend vermogen waardoor verse producten zoals sla langer houdbaar zijn of brood langer vers blijft. Een aantal van deze plastics zijn bovendien van nature antistatisch waardoor minder additieven toegevoegd hoeven te worden dan bij conventionele kunststoffen. Composteerbare biobased plastics bieden daarbij een voordeel in de afvalfase omdat groenafval niet van het plastic gescheiden hoeft te worden maar gezamenlijk kan worden gecomposteerd.

Het Ministerie van Economische Zaken wil het gebruik van biobased materialen stimuleren onder andere door pilots bij duurzaam inkoopbeleid. EZ wil hiermee het goede voorbeeld geven. De catalogus Biobased Verpakkingen is geschreven voor inkopers, gebruikers en producenten van verpakkingsmaterialen en voor beleidsmedewerkers van overheden. Verschillende producenten van biobased materialen en verpakkingen hebben hun medewerking verleend aan de productie.

donderdag 25 september 2014

Meer zekerheid over afkomst biomassa voor energievoorziening

De rapportage door energiebedrijven over de duurzaamheidaspecten van de vaste biomassa die zij gebruiken voor het opwekken van elektriciteit en warmte was in 2013 completer dan eerdere rapportages. Dit is de belangrijkste conclusie uit het tweede rapport van de Green Deal Duurzaamheid Vaste Biomassa.  "Van alle biomassa in het verslagjaar 2013 hebben de deelnemers aangegeven dat het óf een reststroom was óf een gecertificeerde vershoutstroom", zegt Fokke Goudswaard, voorzitter van het Platform Bio-Energie. "In 2012 was 10 – 15% van de duurzaamheid van de vaste biomassa niet gegarandeerd."

dinsdag 23 september 2014

Ede krijgt 2e energiecentrale voor biomassa

Ede krijgt hoogstwaarschijnlijk een 2e centrale voor biomassa. De voorziening is opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan voor het zuidelijk deel van de woonwijk Park Reehorst. Initiatiefnemer Bio-Energie De Vallei denkt dat de centrale op termijn voldoende energie zal leveren voor 7.000 woningen of bedrijfspanden. Dat is net zoveel als de bestaande centrale

maandag 22 september 2014

Enovos en NPG energy openen een biogasinstallatie in de haven van Antwerpen

NPG energy, een dochteronderneming van Enovos Luxemburg, heeft zijn NPG BIO II biogasinstallatie, bij de Deurganckdok in de haven van Antwerpen, ingewijd. Dit evenement werd gekenmerkt door de aanwezigheid van vele prominenten, en is de eerste in een reeks van toekomstige openingen van installaties. De inwijding van deze biogasinstallatie in de haven van Antwerpen is de eerste van drie openingen in de loop van het komende jaar. Door deze nieuwe installaties integreert Enovos de waardeketen verder door naast investeerder en operator ook projectontwikkelaar te worden. Enovos doet dit niet alleen voor zichzelf, maar ook ten behoeve van derden. Bijgevolg wordt gehoopt dat het bedrijf samen met NPG energy in staat zal zijn een antwoord te geven op de energietekorten, en tegelijkertijd de energieproductie in België duurzamer te maken.

 De installatie werd in een recordtijd van slechts tien maanden gebouwd. André Jurres, CEO en medeoprichter van NPG energy, gaf verdere uitleg over de werking van de installatie: "De installatie wordt voornamelijk gevoed door vloeistoffen, afkomstig van afval en reststromen uit de voedingsindustrie. Na de behandeling gaan de producten naar de vergisters waar zij dan een intensief gecontroleerd fermentatieproces ondergaan. Het tijdens dit proces geproduceerde biogas wordt dan omgezet in elektriciteit en warmte met gebruik van cogeneratiemotoren."

De installatie heeft een totaal vermogen van 3 MW en zal 21 GWh produceren, wat correspondeert met het energiegebruik van ongeveer 6.000 huishoudens. Het grootste gedeelte van de geproduceerde energie zal worden gebruikt door het ernaast gesitueerde bedrijf Antwerpen Gateway; het restant zal direct worden geïnjecteerd in het netwerk. De restwarmte zal worden gebruikt voor voorbehandeling en daaropvolgende behandelingen van stromen en worden gebruikt om de installatie te laten draaien.
Met drie biogasinstallaties die in de komende twaalf maanden operationeel zullen zijn, gaat NPG energy in tegen de algemene trend in België. De situatie voor producenten van duurzame energie is veel minder rendabel geworden dan vóór 2013. Tot 1 januari 2013 ontvingen producenten van biogas certificaten voor groene elektriciteitsopwekking zodra de installatie operationeel werd. Sinds deze datum zijn subsidies echter dramatisch gereduceerd en beperkt tot een periode van tien jaar. Een verlenging van vijf jaar is op aanvraag mogelijk na deze periode, maar zonder enige garantie.

Daniel Christnach, bestuurslid bij NPG energy en hoofd duurzame energie en cogeneratie bij Enovos verklaart: "Biomethaaninstallaties spelen een sleutelrol in het veld van energiecentrales op basis van duurzame energie. Met hun continue productie dragen zij bij aan het in balans brengen van productie door intermitterende bronnen als windmolenparken en fotovoltaïsche productie, en zijn daarom in staat de stabiliteit van de energievoorziening voor het netwerk te garanderen."
 Deze duurzame centrales bieden een potentiële oplossing voor het productietekort in België en leveren daarbij ook een impuls voor groei in de industrie in het algemeen. Uiteindelijk zal de biogassector niet alleen in staat zijn een grote gascentrale van 400 MW te vervangen, maar ook een sleutelrol te spelen in andere sectoren zoals transport, door het transformeren van gas in CNG (gecomprimeerd aardgas) voor voertuigen. Ook is de duurzame energiesector verantwoordelijk voor het creëren van werkgelegenheid.

NPG energy opende de eerste biogasinstallatie in Tongres in 2012, en zorgde daarmee voor 100 directe en indirecte banen. De nieuwe installatie in Antwerpen zal vier directe personeelsleden tewerkstellen en 30 tot 40 indirecte banen genereren. In de komende jaren zal NPG energy blijven investeren in de ontwikkeling van duurzame energieproductie in België.

TU/e-hoogleraar over brand met biomassa Amercentrale: 'Er kan van alles misgaan'

Branden als bij de Amercentrale in Geertruidenberg zijn moeilijk te voorkomen. Dat zei hoogleraar Jeroen van Oijen van de Technische Universiteit Eindhoven donderdag tegen Omroep Brabant. Bij de Amercentrale ontplofte een dezer dagen een transportband die biomassa vanuit de silo's naar de verbrandingsoven vervoert. Biomassa bestaat uit plantaardig of dierlijk materiaal en kan als brandstof worden gebruikt in plaats van bijvoorbeeld olie of kolen.

Europese koolzaadproductie voor biodiesel af te raden

Onderzoekers aan de Universiteit Twente tonen aan dat Europese productie van biodiesel op basis van koolzaad voorlopig geen duurzame oplossing is voor het energieprobleem. In grote delen van Europa kost dit zelfs meer energie dan het oplevert, is de conclusie. Boeren gebruiken zoveel fossiele brandstoffen en kunstmest bij het verbouwen van koolzaad dat dit niet energie-efficiënt is. Als ze dit niet doen is de koolzaadopbrengst laag en levert het ook te weinig energie op. Daarnaast blijkt dat de meest gunstige gebieden voor het verbouwen van koolzaad als energiegewas, precies die gebieden zijn die van belang zijn voor voedselproductie.

Koolzaad wordt op grote schaal gebruikt om biodiesel te produceren, vooral in Europa. UT-onderzoekers van de faculteit ITC analyseerden waar in Europa de omstandigheden voor het verbouwen van koolzaad het meest gunstig zijn met betrekking tot energie-efficiëntie. Het energierendement over de energie-investering was in heel Europa laag.

Energie-efficiëntie kan worden uitgedrukt in Energy Return On Energy Invested (Energierendement op Energieinvestering, kortweg EROEI). Onderzoekers van de Universiteit Twente brachten de EROEI-waarden voor alle EU-landen plus Zwitserland in kaart. Dit deden ze op basis van de verwachte opbrengst afgeleid van kaarten over de geschiktheid van gebieden voor koolzaadteelt. In Europa wordt koolzaadbiodiesel geproduceerd met EROEI-waarden van 2,2 of lager, terwijl alleen een waarde van 3 of meer als werkbare optie wordt gezien.

De gebieden waar met de hoogste efficiëntie koolzaad verbouwd kan worden zijn belangrijke gebieden voor voedselproductie. Een groot gedeelte van het gebied geschikt voor koolzaadteelt in Italië wordt bijvoorbeeld gebruikt voor de productie van risottorijst en in Duitsland gebruiken ze de gebieden met relatief hoge energie-efficiëntiewaarden voor koolzaadproductie om tarwe en suikerbiet te verbouwen.

UT-onderzoeker Iris van Duren stelt voor dat de plannen voor het verbouwen van koolzaad aangevuld moeten worden met EROEI-kaarten. Van Duren: “Het is niet alleen relevant om aan te tonen waar koolzaad kan groeien, maar we zouden ook moeten kijken waar het verbouwen van koolzaad voor bio-energie efficiënt kan zijn. In gebieden die in theorie geschikt zijn voor koolzaadteelt kan 37,6% van het gebied alleen met energieverlies koolzaad voor biobrandstof produceren. Uiteindelijk verspil je dan meer energie dan het oplevert.“ Volgens Arjen Hoekstra heeft het gebruik van koolzaad voor energieproductie daarnaast als groot nadeel dat de waterfootprint van koolzaad erg hoog is.

vrijdag 19 september 2014

Marks & Spencer geeft biogas duw in de rug

De Britse warenhuisketen Marks & Spencer gaat het gasverbruik van 15 supermarkten compenseren met biogas-certificaten. De retailer is het eerste grote beursgenoteerde bedrijf dat deze constructie toepast. Marks & Spencer koopt certificaten ter waarde van 35.000 megawattuur van het Britse Future Biogas. Het compensatieprogramma loopt via het Biomethane Certification Scheme. Het BMS is een nieuwe Britse organisatie die bedrijven helpt hun CO2-uitstoot te verminderen, zonder dat zij bestaande contracten met gasleveranciers hoeven op te zeggen.

woensdag 17 september 2014

Vervolgonderzoek bij Biogas Nistelrode

De Omgevingsdienst Brabant Noord gaat in en nabij het inmiddels leeggepompte opslagbassin van Biogas Nistelrode grond- en grondwatermonsters nemen. Het vermoeden bestaat dat de bodem ernstig is verontreinigd.  

Omdat de situatie ter plaatse gevaar kan opleveren voor de veiligheid en gezondheid, is het terrein inmiddels afgezet met een hekwerk. De vergistingsinstallatie is nog in bedrijf, maar de omgevingsdienst heeft de onderneming verboden het bassin opnieuw in gebruik te nemen.

Biogas Nistelrode gebruikte het bassin (inhoud: 6.000 m3) om vloeibaar afval van de mestvergistingsinstallatie op te slaan. Vorige week woensdag werd geconstateerd dat het bassin lekte.Het talud van het bassin was verzadigd geraakt waardoor het inzakte. Er dreigde een groot milieuprobleem: het afvalwater zou bij een doorbraak in een nabijgelegen sloot en op het landbouwgebied van de buren terecht komen.

Op last van de omgevingsdienst werd het bassin daarom vorige week vrijdag in allerijl leeggepompt. Het vloeibaar afval is met tankwagens afgevoerd naar tijdelijke opslagbassins. Om het bassin goed leeg te kunnen maken, moest het talud worden opengebroken. De operatie begon vrijdagmiddag en duurde tot gisteravond 20.00 uur.

De ondernemer kreeg vorige week woensdag opdracht om snel maatregelen te treffen om milieuschade te voorkomen. Hij weigerde mee te werken en ging in beroep tegen de aanzegging van bestuursdwang. De rechtbank behandelde het beroep afgelopen vrijdag en heeft de omgevingsdienst in het gelijk gesteld. Het bassin is overigens zonder WABO-vergunning aangelegd. Om die reden is de omgevingsdienst enkele weken geleden al een handhavingsprocedure tegen het bedrijf gestart. Een medewerker van de omgevingsdienst voelde zich vanmorgen ernstig bedreigd door de ondernemer. Voor de vervolgwerkzaamheden die de omgevingsdienst ter plaatse nog moet verrichten, is daarom politiebegeleiding ingeroepen.

De Omgevingsdienst Brabant Noord voert namens de provincie het milieutoezicht uit en handhaaft zo nodig. Bij de operatie in Nistelrode zijn ook de gemeente Bernheze, het Waterschap Aa en Maas en de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). De NVWA is belast met het toezicht op de meststoffenwetgeving.

Wageningen UR publiceert rapport over bioraffinage voor bio-energietoepassingen

Wageningen UR heeft samen met partners binnen het IEA Task 42-project in opdracht van het Internationaal Energieagentschap (IEA) een onderzoek gepubliceerd over bioraffinage voor bio-energietoepassingen. Het volledige rapport, dat zowel de huidige status van bioraffinage voor bio-energie uiteenzet als toekomstige en landspecifieke uitdagingen, is nu beschikbaar en kan van onze website gedownload worden.

Naast een overzicht van de huidige status van bioraffinage, biedt het rapport inzicht in waardevolle producten van bioraffinaderijen, zoals eiwitten voor voeding en non-foodtoepassingen en biologische chemicaliën. Ook worden er in het rapport dertig praktische voorbeelden van bioraffinagefaciliteiten genoemd in landen die deelnemen aan IEA Task42, met details over de types bioraffinaderijen, grondstoffen en outputs.

IEA Bioenergyis een internationale samenwerking opgezet in 1978 door het Internationaal Energieagentschap (IEA) om de internationale samenwerking en informatie-uitwisseling tussen nationale R&D-programma’s op het gebied van bio-energie te bevorderen. De visie is dat bio-energie een substantieel onderdeel vormt en zal blijven vormen van duurzaam gebruik van biomassa in de BiobasedEconomy. Door de duurzame productie en het gebruik van biomassa te stimuleren, vooral als het gaat om bioraffinage, worden de economische en milieuaspecten geoptimaliseerd, wat zorgt voorkosteneffectievere bio-energie en een lagere uitstoot van broeikasgassen. De missie van IEA Bioenergy is het faciliteren van de commercialisatie en commerciële uitrol van milieuvriendelijke, maatschappelijk geaccepteerde en kosteneffectieve bio-energiesystemen en -technologieën, en om beleidspersonen en besluitvormers daarover te adviseren.

Met een helder doel voor ogen vormt het IEA platforms voor internationale samenwerking en kennisuitwisseling, waaronder de ontwikkeling van netwerken, uiteenzetting van informatie en uitvoering van wetenschappelijke analyses van technologie. Het biedt ook ondersteuning en advies aan beleidsmakers, betrekt de industrie, en moedigt landen met een sterk ontwikkelde infrastructuur voor bio-energie en bijbehorend beleid aan om lid te worden. Problemen en obstakels voor implementatie worden binnen IEA Bioenergy aan de kaak gesteld om duurzame bio-energiesystemen succesvol te stimuleren.

vrijdag 12 september 2014

Lekkend bassin Biogas Nistelrode leeggepompt

Op last van de Omgevingsdienst Brabant Noord is vrijdagmiddag 12 september in Nistelrode gestart met het leegpompen van een lekkend bassin met vloeibaar afval van een mestvergistingsinstallatie.

Het vloeibare afval wordt met tankwagens afgevoerd naar een tijdelijke opslagplek in Mill. Alleen op deze manier is een groot milieuprobleem te voorkomen. Het gaat om een bassin met een inhoud van 6.000 kubieke meter van Biogas Nistelrode aan de Loosbroekseweg. Het talud van het bassin is verzadigd geraakt waardoor het inzakt. Het zal naar verwachting 16 uur duren om het bassin leeg te pompen. Er zijn 200 tankwagens (8 per uur) nodig om het vloeibare afval af te voeren.

De ondernemer is afgelopen woensdag gesommeerd om maatregelen te treffen maar weigerde mee te werken en ging in beroep tegen de aanzegging van bestuursdwang. De rechtbank behandelde het beroep vanmiddag en heeft de omgevingsdienst in het gelijk gesteld. Overigens was er vanwege de ernst van de situatie geen tijd om de uitspraak af te wachten. Als het bassin het zou begeven, zou de mest zich verspreiden over het landbouwgebied van de buren en stroomt het ook in een nabijgelegen sloot.

De Omgevingsdienst Brabant Noord voert namens de provincie het milieutoezicht uit en handhaaft zo nodig. Bij de operatie in Nistelrode zijn ook de gemeente Bernheze, het Waterschap Aa en Maas en de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). De NVWA is belast met het toezicht op de meststoffenwetgeving. De gemeente heeft een openbaar pad in de omgeving van het bassin tijdelijk afgesloten.

Toezichthouders van het SSiB-project (Samen Sterk in het Buitengebied) constateerden eerder deze week het lek in het bassin en maakten hier melding van bij de Omgevingsdienst Brabant Noord. Die ondernam vervolgens onmiddellijk actie.

woensdag 10 september 2014

Meerlanden test gebruik eigen biogas bij onkruidbestrijding

In samenwerking met gemeente Haarlemmermeer is Meerlanden gestart met het testen van verschillende methoden om onkruid op verharding op duurzame wijze te verdelgen. Met de ‘Weedstar’, een machine die hete lucht verspreidt, verschroeit Meerlanden het onkruid op stoepen en straten. De methode is niet nieuw, maar dat de hete luchtbrander opereert op (eigen geproduceerd) biogas is wel een noviteit binnen Nederland.

dinsdag 9 september 2014

Biogas en geld van waterschap gaan in rook op

Technische problemen met twee dure nieuwe installaties, die biogas uit slib van de rioolzuivering omzetten in groene stroom, zorgen ervoor dat het waterschap Vechtstromen per dag ongeveer 7.500 kubieke meter biogas in brand steekt. Die hoeveelheid staat voor 18.000 kilowattuur aan groene stroom, die anders aan ruim 1.800 huishoudens kan worden geleverd.

maandag 8 september 2014

Ben & Jerry’s maakt biogas van ijs

IJsproducent Ben & Jerry’s maakt biogas van zijn eigen ijsafval. De innovatieve biovergister van de ijsfabriek levert 1500 kuub biogas per dag. De biovergister staat in de Nederlandse fabriek van Ben & Jerry’s in Hellendoorn. De BIOPAQ AFR Biodigester, die van de medewerkers de bijnaam The Chunkinator kreeg,  heeft de afgelopen anderhalf jaar met succes proefgedraaid, meldt voedingsmiddelenconcern Unilever op zijn website. De machine ‘met 24 miljard natuurlijke micro-organismen’ is gebouwd door het Nederlandse bedrijf Paques.

zondag 31 augustus 2014

Biogas, hoe werkt dat? Vier vragen

Een stukje Hollands Glorie in de Verenigde Staten. Volgende week opent DSM in de staat Iowa een biogascentrale, die brandstof maakt uit plantaardige resten. Via een chemisch proces of met het gebruik van enzymen wordt plantaardig materiaal het omgezet in brandstof: bio-ethanol. Docent Robbert Kleerebezem van de faculteit biotechnologie van de TU Delft legt uit hoe dat werkt.

maandag 28 juli 2014

Europa moet meer inzetten op biogas in transport

Er moet meer aandacht gaan naar de tankinfrastructuur voor alternatieve brandstoffen, en meer bepaald voor aardgas. Er moeten ook eenvormige standaarden komen voor die infrastructuur. En er moet meer gewerkt worden aan de vermindering van de afhankelijkheid van een handvol leveranciers. Biogas kan daar een rol in spelen.

maandag 21 juli 2014

Meer energie uit een liter biobrandstof

Olie die uit biomassa - zoals houtsnippers of plantenresten - is geproduceerd, heeft vaak nog niet dezelfde kwaliteit en energie-inhoud als ‘klassieke’ ruwe olie. Een nieuwe en eenvoudige katalysator, ontwikkeld aan de Universiteit Twente, brengt de olie, al vóór het transport naar de raffinaderij, op een hoger kwaliteitsniveau. De techniek is, uit tientallen projecten, uitverkozen voor het vervolg van het nationale onderzoeksprogramma CATCHBIO, dat meewerkt aan de Europese ‘2020’ doelstelling: 20% van de brandstof in 2020 moet komen uit ‘renewable’ bronnen.

De olie van de nieuwste generatie biobrandstoffen komt niet langer uit de vruchten of zaden, zoals bij palm- of koolzaadolie, maar uit bijvoorbeeld plantenresten, snoeiafval, houtsnippers. Daardoor is er geen ongewenste concurrentie met de voedselvoorziening. Door de plantenresten, die veel ruimte innemen, om te zetten in olie, is het transport veel eenvoudiger en kan het product rechtstreeks naar een raffinaderij. Bijmengen met ruwe olie is nu al mogelijk. Toch heeft de olie nog niet de kwaliteit die ruwe olie wél heeft. De energie-inhoud per liter ligt lager, de olie is zuur en bevat nog te veel water. De katalysator, ontwikkeld in de groep Catalytic Processes and Materials van prof. Leon Lefferts en prof. Kulathuiyer Seshan, tilt de kwaliteit en energie-inhoud naar een beduidend hoger niveau. De groep maakt deel uit van het Green Energy Initiative van de UT.
Beter dan ruwe olie

Dit gebeurt door de olie, in stikstof, te verhitten tot 500 graden Celsius en door een eenvoudige katalysator toe te passen: natriumcarbonaat op een laagje alumina. De energie-inhoud van de olie is op deze manier al op te voeren van 20 MegaJoule per kg naar 33 tot 37 MegaJoule/kg – dit is beter dan ruwe olie en benadert de kwaliteit van diesel. De techniek, recent verdedigd door promovendus Masoud Zabeti, wordt nu al door KIOR in Texas, USA getest op kleine industriële schaal, met een productie van 4500 barrels olie per dag. Door, behalve natriumcarbonaat, ook nog het materiaal cesium toe te voegen, is de kwaliteit nog verder te verbeteren. “We kunnen daarmee bijvoorbeeld ook de aromaten terugdringen, die bij inademing schadelijk zijn”, aldus prof. Seshan.
In samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen, Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en de Universiteit Utrecht, wordt de techniek nu verder onderzocht in een nieuw CATCHBIO programma van NWO. Op deze manier wil Nederland voorop lopen in het onderzoek naar technologie die bijdraagt aan de Europese 2020 doelstelling voor brandstof.

vrijdag 11 juli 2014

Een stap dichterbij grootschalige invoering van groen gas

Een researchteam van Energy Delta Gas Research (EDGaR) heeft onderzocht wat de maximale concentraties van siloxanen in biogas mogen zijn, zodat biogas veilig kan worden ingenomen in het gastransportnetwerk.

Het doel van dit onderzoek was de grenzen van siloxanenconcentratie te ontdekken, zodat biogas op dezelfde manier in huishoudelijke apparaten gebruikt kan worden als aardgas. Biogas wordt daarmee een duurzame vervanger van aardgas.

Siloxanen kunnen worden aangetroffen in biogas. Tijdens de verbranding worden siloxanen in silica deeltjes omgezet; die kunnen in delen van gasverbruiksapparatuur neerslaan en hierdoor invloed hebben op de werking van apparatuur.

“Gedegen specificaties voor siloxanen zijn essentieel voor het grootschalig inpassen van biogas in het aardgasnet,” aldus Howard Levinsky, principal specialist bij DNV GL, dat het onderzoek uitvoerde in opdracht van EDGaR. Dr. Levinsky heeft met zijn team de technische fundamenten gelegd voor de specificaties van siliciumhoudende componenten in biogas.

Dr. Levinsky en zijn team ontwikkelden een theoretisch model om de groei van siliciumdioxide deeltjes in vlammen te kunnen schatten. Voor het praktische gebruik op de huishoudelijke markt hebben ze experimenten uitgevoerd op huishoudelijke apparaten; hierdoor konden ze de effecten van silicaneerslag op het functioneren van apparatuur vaststellen.

Gasbedrijven kunnen de resultaten gebruiken om de grenzen te bepalen voor siloxaanconcentraties in biogas, zodat biogas kan worden ingenomen in het gastransportnetwerk zonder dat het effect heeft op de werking van huishoudelijke apparaten.

Zowel gasinfrastructuurbedrijf Gasunie als de gasdistributiebedrijven Enexis, Liander en Stedin werkten mee aan dit project, gefinancierd door EDGaR. Zij spannen zich samen in om grootschalige introductie van biogas, een duurzame energiebron, mogelijk te maken.

vrijdag 27 juni 2014

Lancering Bioeconomy Innovation Cluster Oost Nederland

Samen met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden hebben gedeputeerden Annemieke Traag (provincie Gelderland) en Theo Rietkerk (provincie Overijssel) het startsein gegeven voor het Bioeconomy Innovation Cluster Oost Nederland (BIC-ON) in het gemeentehuis Berkelland in Borculo.

Ondertekening start BIC-ON; bron provincie GelderlandBIC-ON is een nieuw breed gedragen cluster met een meerjaren programma waarbinnen bedrijfsleven, kennisinstellingen en provincies hun krachten bundelen. Dit cluster verbindt en versnelt de innovatieve biobased ontwikkelingen in Gelderland en Overijssel.

De bedrijven hebben aangegeven dat zij in de periode tot 2020 minimaal 200 miljoen euro zullen investeren in innovatieve biobased projecten. De provincies Gelderland en Overijssel zijn bereid een fors deel hiervan via cofinanciering te ondersteunen. Subsidies en vouchers spelen hierbij een belangrijke rol en in toenemende mate is hiervoor revolverend vermogen beschikbaar.

De provincies hebben zich daarnaast gecommitteerd aan het faciliteren van de biobased activiteiten onder BIC-ON. BIC-ON maakt gebruik van de bestaande organisatiestructuur en capaciteit van GreenTechAlliances, powered by kiEMT. Daarbij is er nauwe samenwerking met Oost NV, de Overijsselse innovatieloketten en de Gelderse Regionale Centra voor Technologie (RCT's).

Bij biobased economy gaat het om het optimaal benutten van (rest)stromen uit de land- en tuinbouw, bosbouw, landschapsbeheer en uit de  voedingsindustrie tot hernieuwbare producten voor chemie, voeding, diervoeder, materialen, energie en zelfs cosmetica en pharmacie. De biobased economie zal wereldwijd sterk groeien. De vraag naar voedsel groeit, grondstoffen worden schaarser en de roep om verantwoord met onze natuur en klimaat om te gaan, wordt steeds sterker.

Investeren in biobased innovaties biedt uitstekende kansen om sectoren in de regio Oost-Nederland te verbinden, vergroenen en versterken. Met name het innovatieve MKB heeft al vele biobased ontwikkelingen gerealiseerd. Vele hiervan zijn tot stand gekomen in samenwerking met de kennisinstellingen in Gelderland en Overijssel. Wageningen UR, Universiteit Twente en Radboud Universiteit zijn hierin complementair en vervullen zo al jaren een internationale voortrekkersrol.


 

vrijdag 13 juni 2014

Drenthe heeft primeur vloeibaar biogas

De eerste Nederlandse pilot voor de kleinschalige productie van bio-LNG begint nog deze maand in Drenthe. Het gaat om een samenwerkingsproject van Rolande LNG met afvalverwerker Attero en Gastreatment Services. Deelnemers aan het proefproject zijn afvalverwerker Attero, leverancier van biogas, Gastreatment Services, de bouwer van de proefinstallatie, Rolande LNG en IVECO-vrachtwagendealer Schouten. Rolande LNG exploiteert LNG-tankstations en is een volle dochter van Iveco. Dat meldt de website van de Stichting Groen Gas Nederland.


donderdag 12 juni 2014

Van biomassa-soep naar nieuwe bruikbare grondstoffen

Biomassa is geen olie. Toch zal biomassa de grondstoffen die nu uit fossiele bronnen komen moeten vervangen om aan de vraag naar plastics, oplosmiddelen, verf of lijm op duurzame wijze te voldoen. Een hele opgave omdat biomassa als uitgangsmateriaal veel verschillende samenstellingen heeft en per jaar verschilt, zegt prof.dr. Harry Bitter bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Biobased Commodity Chemistry aan Wageningen University op 12 juni.

Biomassa als vervanger van aardolie stuit onmiddellijk op een berg hindernissen, wil je het voor hetzelfde doel benutten, zegt prof. Bitter in zijn inaugurele rede Chemicals from biobased feedstocks – integration on multiple length scales. Voor het van grondstof wisselen is alle reden want de olie raakt langzaam op en biomassa is CO2 neutraal. Maar biomassa is geen olie: het is doorgaans nat, bevat op moleculaire niveau hardnekkig en veel ‘lastige’ zuurstof, en de samenstelling is als de soep van de dag: telkens een andere smaak, voornamelijk afhankelijk van het hoofdingrediënt of het oogstjaar. En als vaste stof bovendien moeilijker te transporteren, vanuit meerdere locaties en alleen in een bepaald seizoen. “Uit die turbulente biomassasoep moeten we straks onze grondstoffen halen,” vat prof. Harry Bitter de uitdaging van zijn leeropdracht samen.

De kunst is om de nuttige moleculaire structuren in de biomassa te behouden of eenvoudig om te vormen tot bruikbare bouwstenen om zo de alternatieven die uit aardolie worden vervaardigd te vervangen. “Mocht dit klinken alsof we dit allemaal al kunnen, dan moet ik u teleurstellen”, aldus prof. Bitter. In zijn onderzoek zal hij zich voornamelijk richten op het vergemakkelijken van die omzettingen door middel van katalyse – een chemisch versnellingsproces  – zodat de organische moleculen uit de biomassasoep snel en selectief worden omgezet tot bruikbare bouwstenen die op hun beurt zijn te verwerken tot bijvoorbeeld voedseladditieven, medicijnen, lijmsoorten, verf, plastics of biodiesel. Na de omzetting blijven de gewenste producten tussen de overige biomassaresten zitten: “Daarom is het ook de kunst om ze slim te scheiden, bijvoorbeeld met membranen of door ze als vaste stof of als gas op te vangen”.

“Wat we hiervoor nodig hebben is wat ik tiptop-chemie en technologie noem”, zegt prof. Bitter. Met deze chemie (‘Turning variable input to tailored output’) heb je een flexibele invoer waaruit wel een vooraf gedefinieerde uitkomst moet komen. Nu al is het mogelijk om bepaalde componenten uit de biomassa te vissen en om te zetten tot bruikbare bouwstenen, zoals melkzuur. Aaneengeschakelde melkzuurbouwstenen vormen polymelkzuur waaruit inmiddels bioafbreekbare plastic bekertjes zijn te fabriceren. “De vraag is of we het fermentatief maken van het melkzuur verder kunnen versnellen door gebruik te maken van chemische katalysatoren”, zegt Harry Bitter. Ander voorbeeld is een nylonachtig materiaal bereid uit biomassa dat inmiddels wordt toegepast in de flexibele slangen van de benzinepomp. “Maar uiteindelijk moet honderd procent van de biomassa worden benut”, zegt de hoogleraar, “Daarom moet je nauwkeurig uitkienen welke moleculen uit de biomassa je voor welk einddoel wil benutten”. Over tien tot twintig jaar verwacht hij dat we een eind op streek zullen zijn.

Biologische mestverwerking ontlast het milieu en levert groot economisch voordeel

Kamplan heeft een volledig geautomatiseerde installatie gebouwd voor het verwerken van diverse soorten mest. De installatie is een combinatie van een biologisch proces, innovatieve mechanische technieken en intelligente meet- regel- en besturingstechnieken. Het biologische proces zorgt voor de omzetting van ongewenste stoffen naar neutrale stoffen en dit proces wordt continu gevoed, geregeld en gecontroleerd. Controle van het verwerkte materiaal is belangrijk, want nadat de mest door de installatie is gegaan, wordt 80% van het totale mestvolume op het riool geloosd. In samenwerking met het waterschap zijn hiervan de normen en waarden bepaald. De biologische mestverwerkingsinstallatie kan op jaarbasis ±35.000 m3 mest verwerken.

Het mestoverschot in Nederland wordt een steeds nijpender probleem. Er zijn al verschillende mestvergisters in Nederland maar die leveren nog geen oplossing van het mestprobleem, omdat de hoeveelheid mest niet gereduceerd maar vergroot wordt.

De installatie van Kamplan onderscheidt zich voornamelijk door het gebruik van duurzame innovatieve elementen en een volledig geautomatiseerd systeem met monsternames, controlemomenten en een unieke besturing, waardoor de installatie optimaal kan renderen met minimaal energieverbruik. Kamplan B.V. wil de huidige installatie de komende jaren verder door ontwikkelen. Het transport van mest moet geminimaliseerd worden, bijvoorbeeld door geen miljoenen liters water te vervoeren door heel het land, maar het water op de boerderijen direct te scheiden van de mest. Wanneer de biologische mestverwerkingsinstallatie van Kamplan de komende jaren op bovenstaande punten doorontwikkeld is, heeft het blijvende meerwaarde voor de agrarische sector.

Kamplan is op dit moment nog het enige bedrijf in Nederland dat de installatie heeft draaien. De grotere varkenshouderijen, die veel mest produceren, kunnen op eigen locatie een installatie bouwen.

maandag 2 juni 2014

Bio-energiecentrales verbranden grote hoeveelheden recyclebaar afval

Door de opkomst van gesubsidieerde bio-energiecentrales wordt steeds minder afval hergebruikt, maar juist verbrand. Het rapport ‘Biomassa als grondstof of als brandstof’ van Greenpeace Nederland, IUCN NL, Wereld Natuur Fonds en Natuur & Milieu maakt dit duidelijk. Het verbranden van bruikbaar afval gaat in tegen de recyclingdoelen die de Nederlandse regering zichzelf gesteld heeft en is bovendien slecht voor het klimaat. De milieuorganisaties willen dat hergebruik voorrang krijgt boven verbranden van afval.

Het gaat vooral om afvalhout, snoeihout en aardappelschillen. Afvalhout werd voorheen gebruikt voor de productie van spaanplaat, maar verdwijnt nu in bio-energiecentrales. Daar komt net zoveel CO2 bij vrij als de verbranding van fossiele brandstoffen. Snoeihout werd benut voor de productie van compost. Ter vervanging importeren we meer veen, dat bijzonder schadelijk is voor de natuur en het klimaat. Aardappelschillen zijn nuttig voor veevoer, maar worden nu verwerkt tot biogas. Ter vervanging is meer Zuid-Amerikaanse soja nodig, wat leidt tot meer ontbossing in het Amazonegebied.

Deze vorm van bio-energie maakt zo’n 14 procent uit van de huidige productie van hernieuwbare energie in Nederland. "De overheid schiet zichzelf in de voet door afval niet meer te recyclen en het verbranden ervan ook nog eens te subsidiëren, ten koste van het klimaat’, zegt campagneleider Willem Wiskerke van Greenpeace. ‘Het verbranden van goed bruikbaar afval is een schijnoplossing. Steek die subsidies gewoon in écht duurzame energie.’

De Tweede Kamer vergadert binnenkort over dit onderwerp.

maandag 19 mei 2014

Ricoh participeert in BioFuel programma van KLM

Ricoh Nederland is als partner toegetreden tot het KLM Corporate BioFuel Programma. Deelname aan het programma is een nieuw integraal onderdeel van Ricoh’s intensieve duurzaamheidsstrategie, waarbij ook doelstellingen op het gebied van mobiliteit zijn opgenomen. 

KLM is in 2012 samen met SkyNRG met dit programma gestart met de doelstelling om in 2015 1 procent van alle KLM-vluchten op duurzame biobrandstof uit te voeren en maakte vandaag bekend het programma uit te breiden. De inspanningen van KLM en partners zoals Ricoh komen echter niet alleen ten goede aan het verminderen van de eigen ecologische voetafdruk, maar ook die van het totale luchtverkeer.

Duurzaamheid is een belangrijke pijler voor Ricoh. Door deelname aan het BioFuel programma compenseert Ricoh de vluchten van medewerkers vanuit Nederland naar Londen, waar het Europese hoofdkantoor van Ricoh gevestigd is. Ricoh beperkt het aantal vluchten al zo veel mogelijk. Vanuit kosten- en duurzaamheidsoptiek, maar ook omdat niet voor iedere afspraak fysieke aanwezigheid vereist is.

zondag 18 mei 2014

Biogas mag niet naast paprikaserres

Een paprikateler uit Merksplas kan eindelijk op zijn twee oren slapen: er komt geen biogasinstallatie vlak naast zijn paprikaserres. De Raad van State heeft zopas de milieuvergunning vernietigd voor een biogasinstallatie aan de Koekhoven. Daarin zouden grote hoeveelheden vervallen voedingswaren worden vergist en omgezet in groene stroom.

dinsdag 29 april 2014

Nieuw online platform voor verwerking Groentereststromen

Wageningen UR Food & Biobased Research, TOP bv, Topsector Agrifood en The Food Agency hebben een nieuw platform voor de verwerking van groentereststromen ontwikkeld. Op 13 mei wordt tijdens het symposium “Eten moet eten blijven, kansen rond verduurzaming” het platform “Infinity” officieel gepresenteerd.
Binnen het project Infinity zijn de groentereststromen binnen de primaire en verwerkende sector in Nederland, Duitsland en België in kaart gebracht. Deze inventarisatie laat de potentie van reststromen in deze regio's zien. Tijdens het symposium worden de onderzoekresultaten en enkele voorbeelden gedeeld. Ook wordt het online platform gepresenteerd als inspiratie voor de toepassingen van reststromen.
Infinity is opgezet om groentereststromen functioneel en grootschalig te gaan valoriseren. De doelstelling van Infinity is niet alleen het maken van een winstgevend product door middel van reststromen, maar vooral het niet afwaarderen van voedsel tot afval of goedkope biomassa. Op het online Infinity platform worden praktische voorbeelden van toepassingen van reststromen per product gegeven. Initiatieven van producenten, snijbedrijven, conserven- en diepvriesproducenten, en andere partijen in de keten zijn welkom om zich er bij aan te sluiten.

woensdag 16 april 2014

Proef met schonere treinen in provincie Groningen

De treinen in de provincie Groningen gaan in de toekomst mogelijk rijden op elektriciteit of op gas. De provincie heeft onderzoek laten doen hoe de treinen op schonere energie kunnen gaan rijden. Uit het onderzoek komen hiervoor twee mogelijkheden naar voren: elektriciteit (treinen met bovenleidingen) en vloeibaar gas, zogenaamd 'bio-LNG'. Binnenkort wil de provincie al een proef gaan uitvoeren met beide vormen van energie.
De provincie Groningen vindt een schoner en efficiënter gebruik van brandstof belangrijk. De huidige treinen in de provincie rijden op diesel. Jaarlijks verbruiken de treinen in Groningen en Friesland ongeveer acht miljoen liter diesel. Gas en elektriciteit zijn schonere vormen van energie. De meest duurzame vorm voor de trein zou het gebruik van elektriciteit zijn maar dat vraagt ook een grote investering in één keer. Wel is de verwachting dat  de exploitatiekosten voor een elektrische trein lager zijn dan van een dieseltrein.
Het voordeel van een trein die op gas rijdt is dat er nog de mogelijkheid bestaat om later over te stappen op een andere vorm van brandstof. Voor bio-LNG moet wel veel lokale bio-energie opgewekt worden. De vraag is of er daar in Groningen voldoende capaciteit voor is. Nader onderzoek moet ook uitwijzen of een combinatie van elektrificeren (al dan niet gedeeltelijk) én (bio)-LNG een oplossing is.
Een keuze voor bio-LNG als mogelijkheid om treinen duurzamer te maken zou goed aansluiten bij de ambitie van Noord-Nederland om LNG als duurzame transportbrandstof in het Noorden te introduceren. Daarbij gaat het om treinen, scheepvaart en zwaar wegverkeer. Daarvoor is de taskforce LNG Noord-Nederland ingericht. Deze begeleidt samen met het Nationaal Platform LNG de introductie van (bio-)LNG als brandstof. Dit gebeurt door de kennis op het gebied van LNG te bevorderen en de aanvraag van vergunningen gemakkelijker te maken.

donderdag 3 april 2014

Nieuwe subsidie maakt rijden op groen gas aantrekkelijker

Wie een personenauto, bestelbusje, bus, taxi of vrachtauto heeft en op groen gas wil rijden, kan daarvoor subsidie krijgen. De provincie Groningen stelt de komende twee jaar 600.000 euro beschikbaar. De subsidieregeling is onderdeel van het Brandstoffentransitieplan 2014-2015, dat er samen met de Nota Duurzame Mobiliteit (PDF PDF-bestand, 275 KB) voor moet zorgen dat het verkeer en vervoer in de provincie de komende jaren zuiniger, stiller en schoner wordt.
Met de subsidieregeling 'Doorrijden op Groen Gas' willen wij het rijden op groen gas aantrekkelijker maken. We verwachten dat het gebruik van klimaatvriendelijke brandstoffen en zuinige auto’s zal afnemen door de afschaffing van het voordeel voor de motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto's.
In het Brandstoffentransitieplan staat verder dat we nog eens 200.000 euro investeren voor het plaatsen van zes extra aardgasvulpunten in de provincie, waarmee een provinciedekkend netwerk van vulpunten ontstaat. Ook willen we de mogelijkheden onderzoeken voor het gebruik van alternatieve brandstoffen door het openbaar vervoer en is het de bedoeling dat bij de aanleg van wegen duurzame materialen en technieken gebruikt worden.

dinsdag 1 april 2014

UT-onderzoek maakt vergroening gasketen mogelijk

Dankzij het onderzoek van UT-promovendus Taede Weidenaar is het mogelijk om tot een verdere vergroening van de gasketen te komen. Netbeheerders staan door de toename van biomassa als bron voor groen gas voor grote uitdagingen. Hun rol bestaat nu nog vooral uit de passieve doorvoering van aardgas naar de afnemers, maar dit verandert in de toekomst. De innovatieve tool van Weidenaar brengt het ontwerpproces van zo’n groengasketen in kaart. Enexis, Liander en Stedin financierden zijn promotietraject.
Hoewel de doelstellingen op het gebied van de inzet van hernieuwbare energie  in het energieakkoord (14% in 2020) waarschijnlijk niet gehaald worden, groeit het aandeel wel. Het gebruik van groen gas is hierbij een van de opties. “Netbeheerders willen hierin hun rol oppakken en vragen zich dus af hoe het netwerk van de toekomst er uit moet zien”, vertelt Weidenaar. “De Gasunie pompt nu vanuit Groningen aardgas richting de regionale netbeheerders, maar dat verandert. Door middel van (mest)vergistingsinstallaties produceren boeren, of een keten van boeren, gas uit biomassa. Dat roept nieuwe vragen op. Waar plaats je zo’n vergister die ook nog eens voor stankoverlast zorgt? En grotere centrales zorgen weer voor transportoverlast (van biomassa), dus hoe ga je daar mee om? Mijn tool genereert ontwerpoplossingen voor een bepaald gebied. Daarbij wordt gelet op locaties met biomassa, bestaande  gasdistributienetten en gasafnemers. Het ontwerp beschrijft, onder andere, de locatie en grootte van vergisters en opwerkinstallaties en geeft daarnaast de economische, energetische en milieugerichte prestaties aan.”
Door gebruik van de tool kunnen de belangen van alle betrokkenen (boeren, netbeheerders, overheid, etc.) worden afgewogen, waardoor een breed gedragen ontwerp van de groen gas keten voor een speciale situatie kan worden gekozen.
Weidenaar noemt het voorbeeld van een 32 kilometer lange geplande biogasleiding in Friesland, waar twaalf vergisters en dertig agrarische bedrijven bij betrokken waren. Dit project genaamd Biogasleiding Noordoost-Friesland (BioNoF) en de injectie van groen gas in het regionale gasnet faalde. “Omdat het ontwerp van de groengasketen hier niet voldoende geschikt voor was. Netbeheerders willen die stap nu graag zetten en stappen zetten naar het gasdistributienetwerk van de toekomst.

woensdag 19 maart 2014

Nieuw kristallisatieproces voor verschillende suikers

Wageningen UR ontwikkelde een kristallisatieproces waarmee suikers uit verschillende grondstofstromen gewonnen kunnen worden. Dit geldt ook voor stromen met veel verontreinigingen. Door het nieuwe proces zijn minder stappen nodig voor suikerproductie. De basis van het nieuwe proces is het toevoegen van een anti-oplosmiddel aan de waterige massa waardoor de suikers minder oplosbaar worden. Vervolgens wordt het watervolume verkleind door het water weg te vangen. Dit zorgt voor kristallisatie.

donderdag 13 maart 2014

Rijssen-Holten doet mee aan landelijke compostdag

Zaterdag 22 maart is de Landelijke Compostdag. Inwoners van Twentse gemeenten kunnen dan op de gemeentelijke afvalbrengpunten gratis compostzakken afhalen. Met deze actie bedanken de Twentse gemeenten, Twence en Twente Milieu de inwoners voor het gescheiden aanleveren van hun groente-, fruit- en tuinafval. Het compost dat ze ontvangen is door Twence gemaakt van hun GFT afval. In iedere gemeente is aan één compostzak een Gouden Envelop bevestigd. Degene die deze Gouden Envelop aan zijn of haar compostzak vindt, wint een waardebon voor gratis bloemen en bloembollen.

donderdag 6 maart 2014

Europese Bio-economie Panel kwam weer bij elkaar

De tweede bijeenkomst van het Europese Bio-economie Panel vond half februari 2014 plaats in Brussel. Gedeputeerde Rogier van der Sande is als Rapporteur van het Comité van de Regio’s op dit thema lid van het panel en vertegenwoordiger van alle bio-economie regio’s in Europa. Het panel erkende dat regio’s een sleutelrol vervullen in de totstandkoming van bio-economie en dat de in de regio’s aanwezige expertise benut moet worden
De bio-economie is een economie waarin reststromen en gewassen uit de landbouw en voedingsmiddelenindustrie worden ingezet voor niet-voedseltoepassingen. Een economie dus waarin deze groene grondstoffen ofwel biomassa worden toegepast als materialen, chemicaliën, transportbrandstoffen en energie (elektriciteit en warmte). In Zuid-Holland vind je ondermeer stoffen uit narcissenbollen voor medicijnen tegen Alzheimer of hennep voor allerhande toepassingen, zoals kleding, en een duurzame brug die is gemaakt van tomatenvezels. Het Panel brengt de 30 meest vooraanstaande onderzoekers, ondernemers en afgevaardigden vanuit de overheid, 2 keer per jaar bijeen.
Tijdens de panelbijeenkomst stond de vraag centraal wat de meest belangrijke opgave is voor de komende 5 jaar om de bio-economie strategie in de praktijk uit te voeren. De discussie vond plaats in aanwezigheid van de Europese Commissie en het kabinet van Eurocommissaris Geoghegan-Quinn (Onderzoek, Innovatie en Wetenschap).
Van der Sande over de belangrijkste opgave: "Er moet veel meer gebruik worden gemaakt van de aanwezige expertise en de verbindende rol van regio’s, maar ook het stimuleren van regionale samenwerking en bottom-up initiatieven zijn belangrijk voor een versnelde overgang naar een bio-economie."
Internationaal zijn er vele voorbeelden te noemen van succesvolle initiatieven en samenwerkingen op het gebied van bio-economie. Zo is bijvoorbeeld Zuid-Holland onderdeel van de Biobased Delta, een samenwerkingsverband tussen Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland. Zeer recentelijk hebben de Biobased Delta het Franse regionaal innovatiecluster IAR besloten op economisch niveau te gaan samenwerken.


donderdag 27 februari 2014

Gevaren mestgassen onderschat

De gevaren van mestgassen worden onderschat. Veehouders, loonwerkers en anderen die met mest werken, realiseren zich onvoldoende dat bij bewerking van drijfmest veel mestgassen kunnen vrijkomen die dodelijk zijn. Dat leidt tot veel ernstige ongevallen, waarbij bovendien extra slachtoffers vallen doordat omstanders onbeschermd te hulp schieten. Veiligheid heeft de afgelopen decennia te weinig aandacht gekregen bij de ontwikkelingen rond opslag en verwerking van mest. Dit zijn conclusies in het rapport "Dodelijk ongeval mestsilo te Makkinga" dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid vandaag publiceert.
Op 19 juni 2013 kwamen in Makkinga drie mensen om het leven bij het reinigen van een mestsilo. Het schoonmaken werd gedaan door twee medewerkers van een gespecialiseerd bedrijf. Terwijl een van hen in de silo aan het werk was, stond zijn collega op wacht bij het mangat dat zich in het dak van de silo bevond. Hoewel de persoon in de silo was uitgerust met een luchtkap (voor de toevoer van ademlucht) en een gasmeter (om te waarschuwen voor gevaarlijke concentraties), raakte hij bedwelmd door de vrijkomende mestgassen. In reactie daarop is zijn collega ook de silo ingegaan. Vervolgens zijn ook drie andere mannen - zonder adembescherming - te hulp geschoten; twee van hen zijn eveneens in de silo afgedaald. Bij hun poging het eerste slachtoffer te redden, raakten zij zelf ook bedwelmd. Van de vier slachtoffers zijn er drie overleden, de vierde is zwaargewond opgenomen in het ziekenhuis. Dit ongeval staat niet op zichzelf: tussen 1980 en 2013 hebben zich ten minste 35 ernstige ongevallen met mestgassen voorgedaan. Daarbij vielen 57 slachtoffers, waarvan 28 doden. Dit vormde voor de Onderzoeksraad voor Veiligheid reden onderzoek te doen naar de gevaren van mestgassen.
Mestongevallen vinden vooral plaats in besloten ruimten zoals een silo of tank (voor transport en uitrijden) en in stallen tijdens het mixen van de mest in de ondergelegen kelder. Het merendeel van de ongevallen ontstaat doordat er onvoldoende veiligheidsmaatregelen worden getroffen, zoals het gebruik van geschikte adembeschermingsapparatuur, het regelmatig mixen van de mest en het zorgen voor voldoende ventilatie. Het achterwege laten van veiligheidsmaatregelen bij het werken met mest komt naar het oordeel van de Raad vooral door het ontbreken van kennis en daardoor onderschatting van de gevaren. Een belangrijke oorzaak van het tekort aan kennis en risicobesef is dat de gevaren van mestgassen niet worden behandeld in agrarische opleidingen.
De ontwikkelingen in de agrarische sector van de afgelopen decennia hebben de kans op ongevallen vergroot. Schaalvergroting, strengere milieuwetgeving en aanscherping van het mestbeleid hebben er toe geleid dat meer mest wordt geproduceerd, de mest gedurende langere tijd wordt opgeslagen en de mestopslagen afgesloten zijn. Verder worden in toenemende mate stoffen als spuiwater (een soort vloeibare kunstmest afkomstig uit luchtwasinstallaties) toegevoegd aan de mest, wat de vorming van mestgassen kan versterken. Hiermee zijn ook de risico's groter geworden, wat te weinig aandacht heeft gekregen in de sector zelf en bij de overheid.
Bij een groot deel van de mestongevallen vallen extra slachtoffers doordat mensen die min of meer toevallig in de buurt zijn, een reddingspoging doen en daarbij zelf gewond raken of om het leven komen. De algemeen menselijke neiging om in noodgevallen impulsief te hulp te schieten, wordt bij mestongevallen vaak versterkt doordat meteen duidelijk is dat het om een acute noodsituatie gaat. Ook het feit dat het aantal potentiële hulpverleners klein is en men bovendien vaak een familie- of collegiale band met het slachtoffer heeft, zorgt voor impulsieve hulpacties. Dit vergroot de noodzaak tot het treffen van goede veiligheidsmaatregelen; gericht op zowel het voorkomen van mestongevallen als op het tegengaan van hulpgedrag waarbij men zichzelf in gevaar brengt. Hierbij is het vooral van belang dat op de locatie voorzieningen zijn om iemand op een veilige wijze uit de ruimte met mestgassen te kunnen halen.
Omdat de agrarische sector uit duizenden relatief kleine bedrijven bestaat, is er met name een rol weggelegd voor de brancheorganisaties en belangenverenigingen om de kennis en het risicobesef te vergroten. De raad adviseert aan LTO en andere agrarische brancheorganisaties (als NMV, NVV en Cumela) om er voor te zorgen dat er een platform komt dat informatie over de mestgasproblematiek verzamelt en verspreidt. Daarnaast adviseert de Raad dat 'veilig werken met mest' structureel wordt opgenomen in de agrarische opleidingen en dat de voorschriften voor het werken in besloten ruimten met mestgassen aangescherpt worden. 
 
Copyright (c) 2010 Biogas Nieuws and Powered by Blogger.