Onderzoekscentrum Inagro heeft op zijn biogassite in Roeselare een nieuwe pilootvergister van 1.000 liter in gebruik genomen. Deze installatie vormt een belangrijke stap om innovaties rond biogasvergisting van het laboratorium naar de praktijk te brengen.
De vergister biedt een realistische testomgeving waarin onderzoekers, bedrijven en universiteiten nieuwe vergistingstechnieken kunnen uitproberen zonder grote investeringen te hoeven doen. Een belangrijk doel is om biogas op te waarderen tot hoogwaardig biomethaan dat geschikt is als duurzame energiebron, bijvoorbeeld als brandstof voor landbouwmachines en mogelijk later ook voor injectie in het aardgasnet.
De installatie ondersteunt onder meer in-situ biomethanatie, een proces waarbij waterstof aan de vergister wordt toegevoegd om het methaangehalte van het biogas te verhogen. Dit levert zuiverder en energie-rijker gas op, wat de praktische toepasbaarheid vergroot.
Door technologieën op deze schaal te testen, kunnen knelpunten sneller worden opgespoord en oplossingen eerder worden gevalideerd. Dit versnelt de implementatie van duurzame technieken in de landbouw en helpt boeren en ontwikkelaars om beter zicht te krijgen op de mogelijkheden van biogas en biomethaan.
Volgens betrokkenen vormt de pilootvergister een brug tussen onderzoek en praktijk, waardoor de energietransitie en circulaire landbouw op het platteland concreter worden.
donderdag 15 januari 2026
woensdag 14 januari 2026
Aangifte tegen RWE wegens fraude met biomassa en subsidies
Milieuorganisatie Comité Schone Lucht heeft bij het Openbaar Ministerie en de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) aangifte gedaan tegen energiebedrijf RWE Generation NL B.V. vanwege ernstige vermoedens van schending van Europese duurzaamheidsregels voor biomassa (volgens RED II) en mogelijke fraude met SDE++-subsidies. Het comité beschouwt de zaak niet alleen als een milieuprobleem, maar ook als een kwestie van rechtsstatelijkheid.
Volgens de organisatie heeft RWE in 2023 en 2024 al het verbrande houtachtige materiaal als afval- en residuhout aangemerkt (categorie 5). Uit verschillende onderzoeken blijkt echter dat een deel van deze biomassa afkomstig zou zijn van primair bos- en plantagehout (categorie 1 en 2). Door deze verkeerde classificatie zouden belangrijke duurzaamheidscriteria buiten toepassing zijn gelaten, terwijl juist aan die criteria publieke subsidies zijn gekoppeld.
De aangifte stelt dat RWE gebruik maakte van certificeringssystemen die vooral steunen op zelfverklaringen en waarbij geen fysieke controles op locatie plaatsvinden, terwijl bekend is dat leveranciers vaak gemengde houtstromen leveren. Volgens Comité Schone Lucht gaat het hierbij om een structurele omzeiling van bindende Europese regels, niet om een administratieve fout.
Fenna Swart, directeur van Comité Schone Lucht, zei dat publiek geld alleen moet worden uitgekeerd als de duurzaamheidsvoorwaarden aantoonbaar zijn nageleefd. Zij benadrukte dat het verbranden van hout uit bossen en het bestempelen daarvan als afval om zo miljoenen aan subsidies te verkrijgen “niet duurzaam en niet acceptabel” is.
Volgens de organisatie heeft RWE in 2023 en 2024 al het verbrande houtachtige materiaal als afval- en residuhout aangemerkt (categorie 5). Uit verschillende onderzoeken blijkt echter dat een deel van deze biomassa afkomstig zou zijn van primair bos- en plantagehout (categorie 1 en 2). Door deze verkeerde classificatie zouden belangrijke duurzaamheidscriteria buiten toepassing zijn gelaten, terwijl juist aan die criteria publieke subsidies zijn gekoppeld.
De aangifte stelt dat RWE gebruik maakte van certificeringssystemen die vooral steunen op zelfverklaringen en waarbij geen fysieke controles op locatie plaatsvinden, terwijl bekend is dat leveranciers vaak gemengde houtstromen leveren. Volgens Comité Schone Lucht gaat het hierbij om een structurele omzeiling van bindende Europese regels, niet om een administratieve fout.
Fenna Swart, directeur van Comité Schone Lucht, zei dat publiek geld alleen moet worden uitgekeerd als de duurzaamheidsvoorwaarden aantoonbaar zijn nageleefd. Zij benadrukte dat het verbranden van hout uit bossen en het bestempelen daarvan als afval om zo miljoenen aan subsidies te verkrijgen “niet duurzaam en niet acceptabel” is.
maandag 12 januari 2026
Meer gastransport in 2025
Gasunie Transport Services heeft in 2025 6,2% meer aardgas getransporteerd dan in 2024. In totaal transporteerde de netbeheerder 63,4 miljard m³ aardgas (2024: 59,7 miljard m³) goed voor 685 TWh (2024: 639 TWh) aan energie met een economische waarde van meer dan € 25 miljard[1]. De stijging komt vooral doordat er meer gas werd opgeslagen in gasbergingen, door een toename in gasverbruik door elektriciteitscentrales, en omdat er meer gas naar Duitsland werd geëxporteerd. Het totale binnenlandse gasverbruik bleef nagenoeg gelijk ten opzichte van 2024 (afname 0,3%).
Achter de cijfers gaat een duidelijke verschuiving schuil. Het gastransport naar de industrie daalde door een afname in de vraag met 9% terwijl het verbruik door elektriciteitscentrales met ruim 17% toenam. Aardgas werd door elektriciteitsproducenten vaker ingezet om schommelingen in zon- en windproductie op te vangen.
Vooral tijdens koude, donkere winterdagen, met weinig zon en wind, werden recordhoeveelheden gas naar centrales getransporteerd om de elektriciteitsproductie op peil te houden. Aardgas vervulde daarmee in 2025 een nog belangrijkere rol als flexibele energiebuffer dan in 2024 en draagt hiermee bij aan de energiezekerheid van elektriciteit.
Het grensoverschrijdend transport steeg met 8,2%. Dat komt vooral door een toename van de export richting Duitsland. Het transport naar België daalde. Opvallend is de sterke groei van de import van vloeibaar aardgas (LNG). Voor het eerst werd meer LNG geïmporteerd dan gas via pijpleidingen (onder meer uit Noorwegen). De LNG-import steeg met maar liefst 25,3%, een toename van 4,2 miljard m³. In mei werd bovendien een recordvolume van 2 miljard m³ LNG ingevoerd – de hoogste maandelijkse invoer ooit.
In 2025 werd 21% meer gas naar Nederlandse gasopslagen getransporteerd. Ook de injectie in Duitse bergingen (met een rechtstreekse verbinding naar het GTS-netwerk) nam toe (+26%). Hoewel er gedurende 2025 meer gas werd geïnjecteerd in de bergingen dan het voorgaande jaar, waren de opslagen in het begin van deze winter iets minder gevuld dan in 2024. Dit komt omdat de gasopslagen in het voorjaar van 2025 relatief leeg waren.
De invoeding van groengas steeg in 2025 fors met 51,2%. Toch blijft het aandeel groengas klein ten opzichte andere binnenlandse entry-stromen. In totaal kwam er in 2025 46 miljoen m³ groengas binnen op het GTS-net. Dit groengas kwam binnen via groengas-invoeders die direct op het GTS-net invoeden en de groengas-booster die groengas vanuit het net van een regionale netbeheerder naar het GTS-net transporteert.
De leverings- en transportzekerheid van aardgas bleef onverminderd hoog. Ook in 2025 kon GTS nagenoeg 100% garant staan voor de levering van gas aan heel Nederland en omringende landen.
Achter de cijfers gaat een duidelijke verschuiving schuil. Het gastransport naar de industrie daalde door een afname in de vraag met 9% terwijl het verbruik door elektriciteitscentrales met ruim 17% toenam. Aardgas werd door elektriciteitsproducenten vaker ingezet om schommelingen in zon- en windproductie op te vangen.
Vooral tijdens koude, donkere winterdagen, met weinig zon en wind, werden recordhoeveelheden gas naar centrales getransporteerd om de elektriciteitsproductie op peil te houden. Aardgas vervulde daarmee in 2025 een nog belangrijkere rol als flexibele energiebuffer dan in 2024 en draagt hiermee bij aan de energiezekerheid van elektriciteit.
Het grensoverschrijdend transport steeg met 8,2%. Dat komt vooral door een toename van de export richting Duitsland. Het transport naar België daalde. Opvallend is de sterke groei van de import van vloeibaar aardgas (LNG). Voor het eerst werd meer LNG geïmporteerd dan gas via pijpleidingen (onder meer uit Noorwegen). De LNG-import steeg met maar liefst 25,3%, een toename van 4,2 miljard m³. In mei werd bovendien een recordvolume van 2 miljard m³ LNG ingevoerd – de hoogste maandelijkse invoer ooit.
In 2025 werd 21% meer gas naar Nederlandse gasopslagen getransporteerd. Ook de injectie in Duitse bergingen (met een rechtstreekse verbinding naar het GTS-netwerk) nam toe (+26%). Hoewel er gedurende 2025 meer gas werd geïnjecteerd in de bergingen dan het voorgaande jaar, waren de opslagen in het begin van deze winter iets minder gevuld dan in 2024. Dit komt omdat de gasopslagen in het voorjaar van 2025 relatief leeg waren.
De invoeding van groengas steeg in 2025 fors met 51,2%. Toch blijft het aandeel groengas klein ten opzichte andere binnenlandse entry-stromen. In totaal kwam er in 2025 46 miljoen m³ groengas binnen op het GTS-net. Dit groengas kwam binnen via groengas-invoeders die direct op het GTS-net invoeden en de groengas-booster die groengas vanuit het net van een regionale netbeheerder naar het GTS-net transporteert.
De leverings- en transportzekerheid van aardgas bleef onverminderd hoog. Ook in 2025 kon GTS nagenoeg 100% garant staan voor de levering van gas aan heel Nederland en omringende landen.
maandag 29 december 2025
Voortbestaan Beltrums biogas in gevaar
Het voortbestaan van de biogasinstallatie Groot Zevert in Beltrum staat onder druk nu de natuurvergunning aan de tand is gevoeld in de rechtbank. Milieuorganisaties hebben bezwaar gemaakt tegen de vergunning die de provincie Gelderland heeft verleend, en volgens hun is het proces niet correct verlopen. De provincie blijft bij haar standpunt dat de vergunning rechtsgeldig is verleend, maar de rechter moet daar binnen zes weken een uitspraak over doen.
De vergunning was essentieel voor de biogasinstallatie, die jarenlang draaide op een tijdelijke melding en pas in 2023 een definitieve toestemming kreeg. Zonder geldige vergunning kan de installatie niet blijven functioneren.
Directeur Joris Groot Zevert hoopt dat zijn bedrijf snel een nieuwe fase kan ingaan, onder andere door het geproduceerde biogas rechtstreeks op het aardgasnet te leveren in plaats van aan Friesland Campina.
Tegelijkertijd maken de tegenstanders zich zorgen dat de installatie het mestprobleem juist in stand houdt in plaats van oplost. Volgens woordvoerders van milieuorganisaties draagt de biogasinstallatie vooral bij aan het voortzetten van intensieve veehouderij, en daarmee aan het overschot aan mest, terwijl de echte oplossing volgens hen ligt in minder vee.
De rechtbank in Arnhem zal binnenkort beslissen of de vergunning inderdaad terecht is verleend.
De vergunning was essentieel voor de biogasinstallatie, die jarenlang draaide op een tijdelijke melding en pas in 2023 een definitieve toestemming kreeg. Zonder geldige vergunning kan de installatie niet blijven functioneren.
Directeur Joris Groot Zevert hoopt dat zijn bedrijf snel een nieuwe fase kan ingaan, onder andere door het geproduceerde biogas rechtstreeks op het aardgasnet te leveren in plaats van aan Friesland Campina.
Tegelijkertijd maken de tegenstanders zich zorgen dat de installatie het mestprobleem juist in stand houdt in plaats van oplost. Volgens woordvoerders van milieuorganisaties draagt de biogasinstallatie vooral bij aan het voortzetten van intensieve veehouderij, en daarmee aan het overschot aan mest, terwijl de echte oplossing volgens hen ligt in minder vee.
De rechtbank in Arnhem zal binnenkort beslissen of de vergunning inderdaad terecht is verleend.
dinsdag 23 december 2025
Royal Cosun ontvangt tot €73 miljoen om productieprocessen te verduurzamen
Cosun verwerkt plantaardige grondstoffen zoals suikerbieten en aardappelen tot voedselproducten, biogas en andere circulaire oplossingen. De subsidie maakt deel uit van een zogenoemde maatwerkafspraak tussen het bedrijf en de Nederlandse overheid, bedoeld om de uitstoot van broeikasgassen en andere milieubelastende emissies flink te verminderen.
Door deze investering moet de CO₂-uitstoot van Cosun aanzienlijk dalen; de maatregel kan de uitstoot tot 167 kiloton per jaar verminderen — vergelijkbaar met het jaarlijkse aardgasverbruik van zo’n 70 000 huishoudens. Ook de uitstoot van stikstof en ammoniak bij de betrokken locaties neemt daarmee af. 
De inzet van deze middelen past binnen de bredere aanpak van de overheid om bedrijven te stimuleren hun ecologische voetafdruk te verkleinen en industrieën toekomstbestendig te maken zonder hun concurrentiepositie te ondermijnen.
maandag 22 december 2025
Duitsland loopt voorop met waterstofnetwerk, Nederland kampt met torenhoge kosten
In Duitsland verloopt de aanleg van een nationaal waterstofleidingen netwerk grotendeels volgens planning, terwijl de plannen voor een vergelijkbare infrastructuur in Nederland tegen aanzienlijke financiële uitdagingen aanlopen.
In Duitsland is het project dit jaar van start gegaan en worden de gestelde deadlines tot nu toe gehaald. Aan het einde van het jaar wordt verwacht dat ongeveer 525 kilometer leidingen gereed zijn, als onderdeel van een ambitieus plan om tegen 2032 meer dan 9.000 kilometer aan waterstofleidingen te bouwen die belangrijke industriële regio’s met elkaar verbinden. Waterstof geproduceerd met hernieuwbare elektriciteit speelt een belangrijke rol in de Duitse energietransitie.
In Nederland daarentegen heeft de Algemene Rekenkamer een kritisch rapport uitgebracht over de nationale waterstofstrategie. Volgens de rekenspecialisten zijn de geschatte kosten van het Nederlandse netwerk inmiddels fors gestegen — van 1,5 miljard euro in 2023 naar ongeveer 3,8 miljard euro — en daarmee vormen ze een “hoog risico” voor de overheidsfinanciën. Ook blijft de vraag naar waterstof in Nederland achter bij de verwachtingen, waardoor het onzeker is of het volledige netwerk zal worden gerealiseerd.
De Rekenkamer oordeelde bovendien dat demissionair minister Sophie Hermans de Kamer niet volledig heeft geïnformeerd over de oplopende investeringskosten, wat extra discussie heeft opgeroepen over de haalbaarheid en kostenbeheersing van het project.
In Duitsland is het project dit jaar van start gegaan en worden de gestelde deadlines tot nu toe gehaald. Aan het einde van het jaar wordt verwacht dat ongeveer 525 kilometer leidingen gereed zijn, als onderdeel van een ambitieus plan om tegen 2032 meer dan 9.000 kilometer aan waterstofleidingen te bouwen die belangrijke industriële regio’s met elkaar verbinden. Waterstof geproduceerd met hernieuwbare elektriciteit speelt een belangrijke rol in de Duitse energietransitie.
In Nederland daarentegen heeft de Algemene Rekenkamer een kritisch rapport uitgebracht over de nationale waterstofstrategie. Volgens de rekenspecialisten zijn de geschatte kosten van het Nederlandse netwerk inmiddels fors gestegen — van 1,5 miljard euro in 2023 naar ongeveer 3,8 miljard euro — en daarmee vormen ze een “hoog risico” voor de overheidsfinanciën. Ook blijft de vraag naar waterstof in Nederland achter bij de verwachtingen, waardoor het onzeker is of het volledige netwerk zal worden gerealiseerd.
De Rekenkamer oordeelde bovendien dat demissionair minister Sophie Hermans de Kamer niet volledig heeft geïnformeerd over de oplopende investeringskosten, wat extra discussie heeft opgeroepen over de haalbaarheid en kostenbeheersing van het project.
vrijdag 19 december 2025
Gasunie en Thyssengas ondertekenen overeenkomst voor eerste grensoverstijgende waterstofinfrastructuur tussen Nederland en Duitsland
De Nederlandse Gasunie-dochter Hynetwork en Duitse Thyssengas H2 en Gasunie Deutschland willen een grensoverstijgende waterstofinfrastructuur ontwikkelen tussen Nederland en Duitsland. Voor de gezamenlijke realisatie van deze infrastructuur hebben zij een overeenkomst ondertekend. De verbinding zal grotendeels bestaan uit bestaande aardgasleidingen, die worden omgebouwd voor waterstoftransport.
De grenspunten in Oude Statenzijl (Groningen) en Vlieghuis (Drenthe) vormen straks een belangrijke schakel om de Nederlandse industriële regio's, importroutes en opslag- en productiefaciliteiten te verbinden met industriële regio's in Duitsland en de rest van Noordwest-Europa.
In de overeenkomst staan belangrijke technische en organisatorische zaken, waaronder planning, locatie, capaciteit en andere specificaties. Zulke afspraken zijn nodig om waterstof veilig en betrouwbaar over de grens te kunnen transporteren. Het ondertekenen van deze overeenkomsten is een mooie eerste stap naar de volledige realisatie van meerdere cross-border waterstofverbindingen tussen Nederland en Duitsland.
De grenspunten in Oude Statenzijl (Groningen) en Vlieghuis (Drenthe) vormen straks een belangrijke schakel om de Nederlandse industriële regio's, importroutes en opslag- en productiefaciliteiten te verbinden met industriële regio's in Duitsland en de rest van Noordwest-Europa.
In de overeenkomst staan belangrijke technische en organisatorische zaken, waaronder planning, locatie, capaciteit en andere specificaties. Zulke afspraken zijn nodig om waterstof veilig en betrouwbaar over de grens te kunnen transporteren. Het ondertekenen van deze overeenkomsten is een mooie eerste stap naar de volledige realisatie van meerdere cross-border waterstofverbindingen tussen Nederland en Duitsland.






