Het voortbestaan van de biogasinstallatie Groot Zevert in Beltrum staat onder druk nu de natuurvergunning aan de tand is gevoeld in de rechtbank. Milieuorganisaties hebben bezwaar gemaakt tegen de vergunning die de provincie Gelderland heeft verleend, en volgens hun is het proces niet correct verlopen. De provincie blijft bij haar standpunt dat de vergunning rechtsgeldig is verleend, maar de rechter moet daar binnen zes weken een uitspraak over doen.
De vergunning was essentieel voor de biogasinstallatie, die jarenlang draaide op een tijdelijke melding en pas in 2023 een definitieve toestemming kreeg. Zonder geldige vergunning kan de installatie niet blijven functioneren.
Directeur Joris Groot Zevert hoopt dat zijn bedrijf snel een nieuwe fase kan ingaan, onder andere door het geproduceerde biogas rechtstreeks op het aardgasnet te leveren in plaats van aan Friesland Campina.
Tegelijkertijd maken de tegenstanders zich zorgen dat de installatie het mestprobleem juist in stand houdt in plaats van oplost. Volgens woordvoerders van milieuorganisaties draagt de biogasinstallatie vooral bij aan het voortzetten van intensieve veehouderij, en daarmee aan het overschot aan mest, terwijl de echte oplossing volgens hen ligt in minder vee.
De rechtbank in Arnhem zal binnenkort beslissen of de vergunning inderdaad terecht is verleend.
maandag 29 december 2025
dinsdag 23 december 2025
Royal Cosun ontvangt tot €73 miljoen om productieprocessen te verduurzamen
Cosun verwerkt plantaardige grondstoffen zoals suikerbieten en aardappelen tot voedselproducten, biogas en andere circulaire oplossingen. De subsidie maakt deel uit van een zogenoemde maatwerkafspraak tussen het bedrijf en de Nederlandse overheid, bedoeld om de uitstoot van broeikasgassen en andere milieubelastende emissies flink te verminderen.
Door deze investering moet de CO₂-uitstoot van Cosun aanzienlijk dalen; de maatregel kan de uitstoot tot 167 kiloton per jaar verminderen — vergelijkbaar met het jaarlijkse aardgasverbruik van zo’n 70 000 huishoudens. Ook de uitstoot van stikstof en ammoniak bij de betrokken locaties neemt daarmee af. 
De inzet van deze middelen past binnen de bredere aanpak van de overheid om bedrijven te stimuleren hun ecologische voetafdruk te verkleinen en industrieën toekomstbestendig te maken zonder hun concurrentiepositie te ondermijnen.
maandag 22 december 2025
Duitsland loopt voorop met waterstofnetwerk, Nederland kampt met torenhoge kosten
In Duitsland verloopt de aanleg van een nationaal waterstofleidingen netwerk grotendeels volgens planning, terwijl de plannen voor een vergelijkbare infrastructuur in Nederland tegen aanzienlijke financiële uitdagingen aanlopen.
In Duitsland is het project dit jaar van start gegaan en worden de gestelde deadlines tot nu toe gehaald. Aan het einde van het jaar wordt verwacht dat ongeveer 525 kilometer leidingen gereed zijn, als onderdeel van een ambitieus plan om tegen 2032 meer dan 9.000 kilometer aan waterstofleidingen te bouwen die belangrijke industriële regio’s met elkaar verbinden. Waterstof geproduceerd met hernieuwbare elektriciteit speelt een belangrijke rol in de Duitse energietransitie.
In Nederland daarentegen heeft de Algemene Rekenkamer een kritisch rapport uitgebracht over de nationale waterstofstrategie. Volgens de rekenspecialisten zijn de geschatte kosten van het Nederlandse netwerk inmiddels fors gestegen — van 1,5 miljard euro in 2023 naar ongeveer 3,8 miljard euro — en daarmee vormen ze een “hoog risico” voor de overheidsfinanciën. Ook blijft de vraag naar waterstof in Nederland achter bij de verwachtingen, waardoor het onzeker is of het volledige netwerk zal worden gerealiseerd.
De Rekenkamer oordeelde bovendien dat demissionair minister Sophie Hermans de Kamer niet volledig heeft geïnformeerd over de oplopende investeringskosten, wat extra discussie heeft opgeroepen over de haalbaarheid en kostenbeheersing van het project.
In Duitsland is het project dit jaar van start gegaan en worden de gestelde deadlines tot nu toe gehaald. Aan het einde van het jaar wordt verwacht dat ongeveer 525 kilometer leidingen gereed zijn, als onderdeel van een ambitieus plan om tegen 2032 meer dan 9.000 kilometer aan waterstofleidingen te bouwen die belangrijke industriële regio’s met elkaar verbinden. Waterstof geproduceerd met hernieuwbare elektriciteit speelt een belangrijke rol in de Duitse energietransitie.
In Nederland daarentegen heeft de Algemene Rekenkamer een kritisch rapport uitgebracht over de nationale waterstofstrategie. Volgens de rekenspecialisten zijn de geschatte kosten van het Nederlandse netwerk inmiddels fors gestegen — van 1,5 miljard euro in 2023 naar ongeveer 3,8 miljard euro — en daarmee vormen ze een “hoog risico” voor de overheidsfinanciën. Ook blijft de vraag naar waterstof in Nederland achter bij de verwachtingen, waardoor het onzeker is of het volledige netwerk zal worden gerealiseerd.
De Rekenkamer oordeelde bovendien dat demissionair minister Sophie Hermans de Kamer niet volledig heeft geïnformeerd over de oplopende investeringskosten, wat extra discussie heeft opgeroepen over de haalbaarheid en kostenbeheersing van het project.
vrijdag 19 december 2025
Gasunie en Thyssengas ondertekenen overeenkomst voor eerste grensoverstijgende waterstofinfrastructuur tussen Nederland en Duitsland
De Nederlandse Gasunie-dochter Hynetwork en Duitse Thyssengas H2 en Gasunie Deutschland willen een grensoverstijgende waterstofinfrastructuur ontwikkelen tussen Nederland en Duitsland. Voor de gezamenlijke realisatie van deze infrastructuur hebben zij een overeenkomst ondertekend. De verbinding zal grotendeels bestaan uit bestaande aardgasleidingen, die worden omgebouwd voor waterstoftransport.
De grenspunten in Oude Statenzijl (Groningen) en Vlieghuis (Drenthe) vormen straks een belangrijke schakel om de Nederlandse industriële regio's, importroutes en opslag- en productiefaciliteiten te verbinden met industriële regio's in Duitsland en de rest van Noordwest-Europa.
In de overeenkomst staan belangrijke technische en organisatorische zaken, waaronder planning, locatie, capaciteit en andere specificaties. Zulke afspraken zijn nodig om waterstof veilig en betrouwbaar over de grens te kunnen transporteren. Het ondertekenen van deze overeenkomsten is een mooie eerste stap naar de volledige realisatie van meerdere cross-border waterstofverbindingen tussen Nederland en Duitsland.
De grenspunten in Oude Statenzijl (Groningen) en Vlieghuis (Drenthe) vormen straks een belangrijke schakel om de Nederlandse industriële regio's, importroutes en opslag- en productiefaciliteiten te verbinden met industriële regio's in Duitsland en de rest van Noordwest-Europa.
In de overeenkomst staan belangrijke technische en organisatorische zaken, waaronder planning, locatie, capaciteit en andere specificaties. Zulke afspraken zijn nodig om waterstof veilig en betrouwbaar over de grens te kunnen transporteren. Het ondertekenen van deze overeenkomsten is een mooie eerste stap naar de volledige realisatie van meerdere cross-border waterstofverbindingen tussen Nederland en Duitsland.
donderdag 18 december 2025
Waterstofproef in Lochem succesvol afgerond
In het najaar van 2025 is de waterstofproef in de Lochemse wijk Berkeloord succesvol afgerond. Sinds eind 2022 werden in dit bijzondere project 12 monumentale woningen verwarmd met waterstof. Het was wereldwijd de 1e keer dat waterstof via bestaande gasleidingen is gebruikt in bewoonde huizen.
De bewoners willen hun monumentale woningen verduurzamen, met behoud van de erfgoedwaarde. Het is gelukt om de huizen op een duurzame manier te verwarmen. Dat kon door goed te isoleren en het bestaande gasnet te gebruiken voor waterstof.
De proef leverde waardevolle inzichten op over techniek, veiligheid, communicatie en samenwerking. Technisch blijkt het bestaande aardgasnet geschikt voor waterstof, met de juiste aanpassingen. Monteurs en installateurs kunnen zich snel bijscholen, dankzij hun ervaring met gassystemen. Ook is het project een goed voorbeeld van een geslaagde samenwerking tussen bewoners, bedrijven en overheden. In het project werkten bewoners, Lochem Energie, Remeha, Westfalen Gassen Nederland, installatiebedrijf Kimenai, gemeente Lochem en wij nauw samen.
Het project laat zien dat waterstof een veilige en betrouwbare manier is om bestaande woningen te verduurzamen. Om dit op grote schaal toe te passen, is eerst meer groene en betaalbare waterstof nodig. Voor nu biedt waterstof vooral kansen voor de industrie. Daar zijn vaak hoge temperaturen nodig. Ook kan het helpen om het elektriciteitsnet te ontlasten. In Deventer en Amsterdam werkt Firan al aan regionale waterstofnetten voor bedrijven.
Erfgoed verduurzamen vraagt om maatwerk. Daarom ondersteunden we naast dit project in Lochem ook gebiedsgerichte proeven in Bronkhorst en Ellecom. Daar ging het vooral maatregelen om energie te besparen.
De bewoners willen hun monumentale woningen verduurzamen, met behoud van de erfgoedwaarde. Het is gelukt om de huizen op een duurzame manier te verwarmen. Dat kon door goed te isoleren en het bestaande gasnet te gebruiken voor waterstof.
De proef leverde waardevolle inzichten op over techniek, veiligheid, communicatie en samenwerking. Technisch blijkt het bestaande aardgasnet geschikt voor waterstof, met de juiste aanpassingen. Monteurs en installateurs kunnen zich snel bijscholen, dankzij hun ervaring met gassystemen. Ook is het project een goed voorbeeld van een geslaagde samenwerking tussen bewoners, bedrijven en overheden. In het project werkten bewoners, Lochem Energie, Remeha, Westfalen Gassen Nederland, installatiebedrijf Kimenai, gemeente Lochem en wij nauw samen.
Het project laat zien dat waterstof een veilige en betrouwbare manier is om bestaande woningen te verduurzamen. Om dit op grote schaal toe te passen, is eerst meer groene en betaalbare waterstof nodig. Voor nu biedt waterstof vooral kansen voor de industrie. Daar zijn vaak hoge temperaturen nodig. Ook kan het helpen om het elektriciteitsnet te ontlasten. In Deventer en Amsterdam werkt Firan al aan regionale waterstofnetten voor bedrijven.
Erfgoed verduurzamen vraagt om maatwerk. Daarom ondersteunden we naast dit project in Lochem ook gebiedsgerichte proeven in Bronkhorst en Ellecom. Daar ging het vooral maatregelen om energie te besparen.
dinsdag 16 december 2025
Vier miljoen euro voor aanleg waterstofnetwerk in de haven van Amsterdam
Het college wil vier miljoen euro uit het Klimaatfonds inzetten voor de aanleg van een waterstofnetwerk in de haven van Amsterdam. Dit netwerk maakt het mogelijk om duurzame waterstof te vervoeren van producenten en importterminals naar bedrijven in de haven van Amsterdam die hun processen willen verduurzamen. Firan (ontwikkelaar en beheerder van duurzame energie-infrastructuur, onderdeel van Alliander) ontwikkelt in samenwerking met Port of Amsterdam, een regionaal waterstofnetwerk voor het havengebied van Amsterdam: H2avennet.
De ontwikkeling van een waterstofeconomie blijft achter door een klassiek kip-ei-probleem: de infrastructuur vereist afnamezekerheid, terwijl producenten en afnemers pas besluiten in te stappen bij een gegarandeerde infrastructuur. De overheid kan deze impasse doorbreken door mee te investeren in de infrastructuur, zodat de waterstofeconomie zich kan ontwikkelen.
Wethouder Pels (Duurzaamheid): “Met een waterstofnetwerk kunnen we grote stappen zetten in het verminderen van CO2 uitstoot. We hopen dat het Rijk hierin ook zijn verantwoordelijkheid neemt. Voor een succesvolle waterstofeconomie is ondersteuning van productie, import en gebruik van waterstof nodig, én een tijdige ontwikkeling van het landelijk waterstofnet met grootschalige opslag.”
De haven van Amsterdam is bij uitstek geschikt voor waterstof: er zijn importmogelijkheden via terminals en een concentratie van industriële afnemers met een grote verduurzamingsopgave.
Voor de realisatie van H2avennet is een totale investering van circa 40 miljoen euro nodig, op basis van de huidige uitwerking van het ontwerp. De bijdrage van de gemeente vergroot de kans dat het project door kan gaan, maar er zijn nog andere risico’s. Het belangrijkste risico voor H2avennet ligt in het aantal aansluitingen en de investeringsbereidheid van producenten en gebruikers van waterstof. Dit hangt onder anderen samen met de beschikbaarheid en betaalbaarheid van waterstof.
Met deze stap draagt de gemeente Amsterdam actief bij aan de ontwikkeling van de waterstofeconomie en verstevigt zij de internationale positie van de haven van Amsterdam als duurzaam energieknooppunt. Het versterkt de aantrekkingskracht van Amsterdam als duurzame, innovatieve stad en kan verdere economische ontwikkeling en verduurzaming aanjagen.
De gemeenteraad van Amsterdam zal begin 2026 een besluit nemen over deze investering. Firan wil in 2026 een investeringsbesluit nemen. Er wordt gewerkt aan een definitief ontwerp en afspraken met toekomstige gebruikers van het netwerk.
De ontwikkeling van een waterstofeconomie blijft achter door een klassiek kip-ei-probleem: de infrastructuur vereist afnamezekerheid, terwijl producenten en afnemers pas besluiten in te stappen bij een gegarandeerde infrastructuur. De overheid kan deze impasse doorbreken door mee te investeren in de infrastructuur, zodat de waterstofeconomie zich kan ontwikkelen.
Wethouder Pels (Duurzaamheid): “Met een waterstofnetwerk kunnen we grote stappen zetten in het verminderen van CO2 uitstoot. We hopen dat het Rijk hierin ook zijn verantwoordelijkheid neemt. Voor een succesvolle waterstofeconomie is ondersteuning van productie, import en gebruik van waterstof nodig, én een tijdige ontwikkeling van het landelijk waterstofnet met grootschalige opslag.”
De haven van Amsterdam is bij uitstek geschikt voor waterstof: er zijn importmogelijkheden via terminals en een concentratie van industriële afnemers met een grote verduurzamingsopgave.
Voor de realisatie van H2avennet is een totale investering van circa 40 miljoen euro nodig, op basis van de huidige uitwerking van het ontwerp. De bijdrage van de gemeente vergroot de kans dat het project door kan gaan, maar er zijn nog andere risico’s. Het belangrijkste risico voor H2avennet ligt in het aantal aansluitingen en de investeringsbereidheid van producenten en gebruikers van waterstof. Dit hangt onder anderen samen met de beschikbaarheid en betaalbaarheid van waterstof.
Met deze stap draagt de gemeente Amsterdam actief bij aan de ontwikkeling van de waterstofeconomie en verstevigt zij de internationale positie van de haven van Amsterdam als duurzaam energieknooppunt. Het versterkt de aantrekkingskracht van Amsterdam als duurzame, innovatieve stad en kan verdere economische ontwikkeling en verduurzaming aanjagen.
De gemeenteraad van Amsterdam zal begin 2026 een besluit nemen over deze investering. Firan wil in 2026 een investeringsbesluit nemen. Er wordt gewerkt aan een definitief ontwerp en afspraken met toekomstige gebruikers van het netwerk.
donderdag 11 december 2025
Gasunie Nederland en Gasunie Deutschland sluiten omvangrijke Europese aanbesteding voor onshore pijpleidingen af
Gasunie Nederland en Gasunie Deutschland hebben een omvangrijke gezamenlijke Europese aanbesteding afgerond voor de levering van onshore pijpleidingen (op land) voor waterstof-, aardgas- en CO₂-infrastructuren. Met deze stap versterken beide organisaties hun positie in de realisatie van een toekomstbestendig en duurzaam Europees energienetwerk.
De aanbesteding resulteert in nieuwe raamovereenkomsten met zes leveranciers (combinaties) voor de productie en levering van strategische pijpmaterialen. De maximale waarde van de raamovereenkomsten bedraagt 2,5 miljard euro, met daarin een optie van 1 miljard voor pijpleidingen ten behoeve van CO₂-transportprojecten.
Tijdens een officiële bijeenkomst zullen later vandaag de raamcontracten worden vastgelegd met de bedrijven: Cimolai, Corinth Pipe Works, Mannesman Grossrohr, Europipe, Mannesman Line Pipe en EEW. De looptijd van de raamovereenkomst is vier jaar, met de mogelijkheid tot tweemaal twee jaar verlenging (maximaal acht jaar). De raamovereenkomsten zijn verdeeld in drie percelen (lots) op basis van de lengte en diameters van de pijpleidingen.
Volgens Bart Leenders, CTO van Gasunie, heeft de gunning plaatsgevonden op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, en heeft duurzaamheid ook een belangrijke rol gespeeld. “Duurzaamheid blijft gedurende de gehele looptijd van de raamovereenkomst een belangrijk criterium. Leveranciers zijn uitgedaagd om materialen aan te leveren met een lage CO₂-voetafdruk. De impact van deze verduurzaming is aanzienlijk: de productie van één ton staal veroorzaakt gemiddeld 2,2 ton CO₂. Gasunie kiest voor emissiearme productiemethoden – waaronder staal op basis van schroot – die meer dan 80% CO₂-reductie kunnen opleveren. Hiermee draagt Gasunie concreet bij aan de doelen van het Akkoord van Parijs en de verdere ontwikkeling van de circulaire economie."
Gasunie koopt strategische materialen rechtstreeks in bij de producent en levert deze vervolgens aan aannemers via het principe van *directielevering*. Hiermee wordt gegarandeerd dat de juiste materialen tijdig beschikbaar zijn voor de realisatie van onshore projecten.
De aanbesteding resulteert in nieuwe raamovereenkomsten met zes leveranciers (combinaties) voor de productie en levering van strategische pijpmaterialen. De maximale waarde van de raamovereenkomsten bedraagt 2,5 miljard euro, met daarin een optie van 1 miljard voor pijpleidingen ten behoeve van CO₂-transportprojecten.
Tijdens een officiële bijeenkomst zullen later vandaag de raamcontracten worden vastgelegd met de bedrijven: Cimolai, Corinth Pipe Works, Mannesman Grossrohr, Europipe, Mannesman Line Pipe en EEW. De looptijd van de raamovereenkomst is vier jaar, met de mogelijkheid tot tweemaal twee jaar verlenging (maximaal acht jaar). De raamovereenkomsten zijn verdeeld in drie percelen (lots) op basis van de lengte en diameters van de pijpleidingen.
Volgens Bart Leenders, CTO van Gasunie, heeft de gunning plaatsgevonden op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, en heeft duurzaamheid ook een belangrijke rol gespeeld. “Duurzaamheid blijft gedurende de gehele looptijd van de raamovereenkomst een belangrijk criterium. Leveranciers zijn uitgedaagd om materialen aan te leveren met een lage CO₂-voetafdruk. De impact van deze verduurzaming is aanzienlijk: de productie van één ton staal veroorzaakt gemiddeld 2,2 ton CO₂. Gasunie kiest voor emissiearme productiemethoden – waaronder staal op basis van schroot – die meer dan 80% CO₂-reductie kunnen opleveren. Hiermee draagt Gasunie concreet bij aan de doelen van het Akkoord van Parijs en de verdere ontwikkeling van de circulaire economie."
Gasunie koopt strategische materialen rechtstreeks in bij de producent en levert deze vervolgens aan aannemers via het principe van *directielevering*. Hiermee wordt gegarandeerd dat de juiste materialen tijdig beschikbaar zijn voor de realisatie van onshore projecten.
woensdag 10 december 2025
Steeds meer woningen aardgasvrij
Steeds meer woningen worden aardgasvrij verwarmd. In 2024 was 11,2 procent van de woningen aardgasvrij, terwijl dat twee jaar eerder nog 8,7 procent was. Voor verwarming maken deze woningen meestal gebruik van een warmtepomp of stadsverwarming. Daarmee zijn ze niet afhankelijk van een cv-ketel of van blokverwarming. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.
Behalve aardgasvrije woningen zijn er ook steeds meer bijna-aardgasvrije woningen, die bijvoorbeeld dankzij hybride warmtepompen veel minder aardgas gebruiken dan woningen met een traditionele cv-ketel of blokverwarming. In 2024 was 3,7 procent van de woningen zo’n hybride woning. In 2022 was dat nog 1,5 procent.
Vooral woningen gebouwd vanaf 2015 zijn aardgasvrij of bijna aardgasvrij. Omdat er sinds 1 juli 2018 geen bouwvergunningen meer worden afgegeven voor nieuwe gebouwen met een aardgasaansluiting, zullen steeds meer woningen aardgasvrij zijn.
In 2023 wordt 36 procent van de woningen die gebouwd zijn vanaf 2015, elektrisch verwarmd. Meestal door een warmtepomp, maar er zijn ook andere verwarmingsvormen mogelijk, zoals airco’s en infraroodpanelen. 33 procent is volledig aardgasvrij. 3 procent gebruikt naast een elektrische hoofdverwarmingsbron nog wel gas. Zo’n 20 procent is aangesloten op stadsverwarming.
Bij woningen die gebouwd zijn voor 2015 is stadsverwarming het belangrijkste alternatief voor de traditionele cv-ketel of blokverwarming en zijn minder woningen elektrisch verwarmd. Elektrisch verwarmde woningen gebouwd voor 2006 worden meestal hybride verwarmd, waarbij naast de elektrische hoofdverwarmingsbron ook aardgas wordt gebruikt voor bijverwarming, koken of tapwaterverwarming.
De verdeling van aardgasvrije en bijna aardgasvrije woningen is ook afhankelijk van het woningtype. 12 procent van de appartementen is aangesloten op stadsverwarming, bij vrijstaande woningen is dat slechts 1 procent. Bij woningen met elektrische verwarming is het andersom. Bijna 13 procent van de vrijstaande woningen wordt elektrisch verwarmd, terwijl dit bij appartementen 5 procent is.
Voor stadsverwarming zijn woningen afhankelijk van een warmtenet; die zijn vooral in en rondom steden aangelegd. In 2023 was stadsverwarming de belangrijkste verwarmingsvorm in Purmerend, Almere, Duiven en Nieuwegein.
Behalve aardgasvrije woningen zijn er ook steeds meer bijna-aardgasvrije woningen, die bijvoorbeeld dankzij hybride warmtepompen veel minder aardgas gebruiken dan woningen met een traditionele cv-ketel of blokverwarming. In 2024 was 3,7 procent van de woningen zo’n hybride woning. In 2022 was dat nog 1,5 procent.
Vooral woningen gebouwd vanaf 2015 zijn aardgasvrij of bijna aardgasvrij. Omdat er sinds 1 juli 2018 geen bouwvergunningen meer worden afgegeven voor nieuwe gebouwen met een aardgasaansluiting, zullen steeds meer woningen aardgasvrij zijn.
In 2023 wordt 36 procent van de woningen die gebouwd zijn vanaf 2015, elektrisch verwarmd. Meestal door een warmtepomp, maar er zijn ook andere verwarmingsvormen mogelijk, zoals airco’s en infraroodpanelen. 33 procent is volledig aardgasvrij. 3 procent gebruikt naast een elektrische hoofdverwarmingsbron nog wel gas. Zo’n 20 procent is aangesloten op stadsverwarming.
Bij woningen die gebouwd zijn voor 2015 is stadsverwarming het belangrijkste alternatief voor de traditionele cv-ketel of blokverwarming en zijn minder woningen elektrisch verwarmd. Elektrisch verwarmde woningen gebouwd voor 2006 worden meestal hybride verwarmd, waarbij naast de elektrische hoofdverwarmingsbron ook aardgas wordt gebruikt voor bijverwarming, koken of tapwaterverwarming.
De verdeling van aardgasvrije en bijna aardgasvrije woningen is ook afhankelijk van het woningtype. 12 procent van de appartementen is aangesloten op stadsverwarming, bij vrijstaande woningen is dat slechts 1 procent. Bij woningen met elektrische verwarming is het andersom. Bijna 13 procent van de vrijstaande woningen wordt elektrisch verwarmd, terwijl dit bij appartementen 5 procent is.
Voor stadsverwarming zijn woningen afhankelijk van een warmtenet; die zijn vooral in en rondom steden aangelegd. In 2023 was stadsverwarming de belangrijkste verwarmingsvorm in Purmerend, Almere, Duiven en Nieuwegein.
woensdag 3 december 2025
NLR opent unieke testfaciliteit
NLR heeft in Marknesse een nieuwe testfaciliteit in gebruik genomen, een hal waar onderzoek gedaan gaat worden naar duurzamere vormen van vliegen.
De nieuwe faciliteit heet Energy to Propulsion Test Facility (EPTF). Het bijzondere: het is de eerste in Europa waarmee men de volledige aandrijflijn van vliegtuigen op waterstof kan testen — of onderdelen ervan — onder realistische omstandigheden.
Waterstof wordt gezien als veelbelovende schone brandstof. Voor korte en middellange vluchten kan waterstof-elektrisch erg geschikt zijn, zeker tot circa 2.000 km. Voor vluchten tot ongeveer 4.000 km kan waterstofverbranding een optie zijn voor veel single-aisle vliegtuigen.
Technisch is dat niet eenvoudig: vloeibare waterstof moet namelijk op extreem lage temperatuur worden bewaard (−253 °C), en dat stelt hoge eisen aan materialen en opslag. De EPTF maakt het mogelijk om te onderzoeken hoe aandrijvingen en composietopslagtanks zich gedragen onder zulke omstandigheden. 
Veiligheid is cruciaal — de faciliteit is daarom uitgerust met strenge veiligheidsmaatregelen: ventilatie, afstand tussen componenten en procedures om ontstekingsrisico’s te voorkomen. Volgens NLR is waterstof op zich, mits goed opgeslagen en gebruikt, niet gevaarlijker dan andere brandstoffen.
Met de EPTF wil NLR niet alleen eigen onderzoek doen, maar ook startups, het mkb en industriële partners uitnodigen om nieuw ontwikkelde duurzame vliegtechnologieën te testen. Zo hoopt men innovaties sneller naar de markt te brengen en bij te dragen aan een duurzamere luchtvaart.
De nieuwe faciliteit heet Energy to Propulsion Test Facility (EPTF). Het bijzondere: het is de eerste in Europa waarmee men de volledige aandrijflijn van vliegtuigen op waterstof kan testen — of onderdelen ervan — onder realistische omstandigheden.
Waterstof wordt gezien als veelbelovende schone brandstof. Voor korte en middellange vluchten kan waterstof-elektrisch erg geschikt zijn, zeker tot circa 2.000 km. Voor vluchten tot ongeveer 4.000 km kan waterstofverbranding een optie zijn voor veel single-aisle vliegtuigen.
Technisch is dat niet eenvoudig: vloeibare waterstof moet namelijk op extreem lage temperatuur worden bewaard (−253 °C), en dat stelt hoge eisen aan materialen en opslag. De EPTF maakt het mogelijk om te onderzoeken hoe aandrijvingen en composietopslagtanks zich gedragen onder zulke omstandigheden. 
Veiligheid is cruciaal — de faciliteit is daarom uitgerust met strenge veiligheidsmaatregelen: ventilatie, afstand tussen componenten en procedures om ontstekingsrisico’s te voorkomen. Volgens NLR is waterstof op zich, mits goed opgeslagen en gebruikt, niet gevaarlijker dan andere brandstoffen.
Met de EPTF wil NLR niet alleen eigen onderzoek doen, maar ook startups, het mkb en industriële partners uitnodigen om nieuw ontwikkelde duurzame vliegtechnologieën te testen. Zo hoopt men innovaties sneller naar de markt te brengen en bij te dragen aan een duurzamere luchtvaart.
maandag 1 december 2025
Geen gaswinning onder Waddenzee bij Ternaard
De Nederlandse staat en de NAM hebben een akkoord bereikt waardoor er geen gas wordt gewonnen onder de Waddenzee bij Ternaard. Dat schrijft minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei) aan de Tweede Kamer.
Met het sluiten van de overeenkomst komt na jaren onzekerheid nu duidelijkheid over deze kwestie. Hoewel in 2024 wettelijk is vastgelegd dat geen nieuwe gaswinning onder de Waddenzee meer zal worden toegestaan, had vergunningshouder NAM in 2019 reeds toestemming gevraagd voor winning bij Ternaard onder de Waddenzee.
Het kabinet had ondanks de maatschappelijke gevoelens rondom dit voornemen, geen juridische gronden om de aanvraag van NAM af te wijzen. Deze kwestie sleepte jaren voort, maar de Raad van State bepaalde tot twee maal toe dat het kabinet een besluit niet langer uit mocht stellen. Om een doorbraak te forceren is het afgelopen jaar daarom overleg geweest met de NAM om hen te bewegen af te zien van het winningsverzoek.
Er is nu afgesproken dat de NAM het verzoek tot instemming met het winningsplan intrekt. Het kabinet betaalt hiervoor een bedrag van € 163 miljoen bruto aan NAM en EMPN. Een aanzienlijk deel van dit bedrag komt via afdrachten aan staatsdeelneming EBN en via belastingen terug naar de staat, waardoor NAM en EMPN samen naar verwachting 40 miljoen euro netto ontvangen.
Het bedrag wordt betaald uit de begroting van het Rijk en betreft onderbesteding over 2025. Geld dat was begroot, maar niet is uitgegeven. Deze besteding moet nog wel door het parlement worden goedgekeurd.
Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei): “Ik ben heel blij dat we nu een doorbraak hebben geforceerd, want deze kwestie voelde als een gebed zonder end. Ik hoop oprecht dat dit zorgt voor rust en duidelijkheid. Met deze overeenkomst geven we gehoor aan een brede wens van de Kamer en de samenleving om geen nieuwe gaswinning onder de Waddenzee bij Ternaard toe te staan.”
Door deze overeenkomst is gaswinning onder de Waddenzee bij Ternaard definitief uitgesloten. Omdat de laatste jaren de wetgeving voor gaswinning onder de Waddenzee is aangepast, staat vast dat er nu en in de toekomst geen nieuwe gaswinning meer zal plaatsvinden onder de Waddenzee.
Met het sluiten van de overeenkomst komt na jaren onzekerheid nu duidelijkheid over deze kwestie. Hoewel in 2024 wettelijk is vastgelegd dat geen nieuwe gaswinning onder de Waddenzee meer zal worden toegestaan, had vergunningshouder NAM in 2019 reeds toestemming gevraagd voor winning bij Ternaard onder de Waddenzee.
Het kabinet had ondanks de maatschappelijke gevoelens rondom dit voornemen, geen juridische gronden om de aanvraag van NAM af te wijzen. Deze kwestie sleepte jaren voort, maar de Raad van State bepaalde tot twee maal toe dat het kabinet een besluit niet langer uit mocht stellen. Om een doorbraak te forceren is het afgelopen jaar daarom overleg geweest met de NAM om hen te bewegen af te zien van het winningsverzoek.
Er is nu afgesproken dat de NAM het verzoek tot instemming met het winningsplan intrekt. Het kabinet betaalt hiervoor een bedrag van € 163 miljoen bruto aan NAM en EMPN. Een aanzienlijk deel van dit bedrag komt via afdrachten aan staatsdeelneming EBN en via belastingen terug naar de staat, waardoor NAM en EMPN samen naar verwachting 40 miljoen euro netto ontvangen.
Het bedrag wordt betaald uit de begroting van het Rijk en betreft onderbesteding over 2025. Geld dat was begroot, maar niet is uitgegeven. Deze besteding moet nog wel door het parlement worden goedgekeurd.
Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei): “Ik ben heel blij dat we nu een doorbraak hebben geforceerd, want deze kwestie voelde als een gebed zonder end. Ik hoop oprecht dat dit zorgt voor rust en duidelijkheid. Met deze overeenkomst geven we gehoor aan een brede wens van de Kamer en de samenleving om geen nieuwe gaswinning onder de Waddenzee bij Ternaard toe te staan.”
Door deze overeenkomst is gaswinning onder de Waddenzee bij Ternaard definitief uitgesloten. Omdat de laatste jaren de wetgeving voor gaswinning onder de Waddenzee is aangepast, staat vast dat er nu en in de toekomst geen nieuwe gaswinning meer zal plaatsvinden onder de Waddenzee.









