vrijdag 17 juli 2026

Gasunie strategisch op koers in geopolitiek uitdagend eerste halfjaar

Gasunie heeft in de eerste zes maanden van het jaar belangrijke voortgang geboekt met het toekomstbestendig maken van de energie-infrastructuur, met onder meer de opening van het eerste deel van het waterstofnetwerk in Nederland en het uitbreiden van LNG-capaciteit. Dat blijkt uit het halfjaarbericht 2026, dat vandaag is verschenen.

Gasunie Transport Services (GTS, de netbeheerder van het landelijke gastransportnetwerk) transporteerde 12% meer aardgas naar stroomproducenten. Het gasverbruik in de industrie is het afgelopen halfjaar licht gestegen (+1%). De hoeveelheid gas die naar regionale netbeheerders ging, is juist iets gedaald (-1%).

Het is voor het derde jaar op rij dat het transport naar elektriciteitscentrales in de eerste helft van het jaar stijgt. Aardgas wordt door elektriciteitsproducenten steeds meer ingezet om schommelingen in zon- en windproductie op te vangen, zodat energiezekerheid voor elektriciteit kan worden gegarandeerd. Nu gebeurt dat nog met aardgas, maar in de toekomst zal het gaan om groen gas en waterstof. In het hybride energiesysteem van de toekomst versterken elektrificatie, aardgas en duurzame gassen elkaar.

Gasunie bouwde het afgelopen halfjaar door aan haar strategie: werken aan een betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam energiesysteem van de toekomst terwijl het nu zorgt voor een weerbare energievoorziening. Op het gebied van energietransitie werden belangrijke stappen gezet.

Een belangrijke mijlpaal was de opening in mei van de 32 kilometer lange waterstofleiding in de Rotterdamse haven, in aanwezigheid van koning Willem-Alexander. Dit netwerk vormt de start voor een landelijke en Europese waterstofinfrastructuur. In Duitsland maakte Gasunie progressie met de ombouw van aardgasleidingen voor het transport van waterstof.

Opslag wordt een cruciaal onderdeel van de waterstofketen. De toezegging van € 450 miljoen van de overheid voor de ontwikkeling van een waterstof-opslagfaciliteit in Noord-Nederland is een sterk signaal.

In juni ondertekenden Nederlandse en Duitse energie(infra)bedrijven een overeenkomst-op-hoofdlijnen voor de ontwikkeling van een CO2-leiding vanuit het Ruhrgebied naar ondergrondse opslagen in de Noordzee; de zogeheten Delta Rhine Corridor (DRC). Een netwerk dat uitmondt in de offshore-leiding van het Aramis-project.

Onderzoek door PwC in opdracht van Gasunie laat zien dat afvang en opslag van afgevangen CO₂ de meest haalbare en betaalbare route is om de Nederlandse industrie de komende jaren te verduurzamen.

Bij WarmtelinQ in Leiden werd een bouwmijlpaal bereikt. Warmte die eerst verloren ging, krijgt door WarmtelinQ straks een tweede leven: duurzame energie van eigen bodem, en die helpt om de druk op het elektriciteitsnet te verminderen.

Tegelijkertijd werkt Gasunie, samen met partners, aan het versterken van de bestaande energie-infrastructuur. Bij Gate terminal in Rotterdam wordt de laatste hand gelegd aan het uitbreiden van de ontvangstcapaciteit van vloeibaar aardgas (LNG).

Ook is het voorwaardelijke besluit genomen om de EemsEnergyTerminal operationeel te houden, wat de energiezekerheid vergroot voor Nederland en Noordwest-Europa. Daarnaast is bij de bouw van de LNG-terminal in Noord-Duitsland belangrijke voortgang geboekt.

Gasunie Transport Services vervoerde in Nederland in de eerste zes maanden van 2026 335 TWh aardgas; 5% minder dan in dezelfde periode een jaar eerder. Deze daling komt doordat er minder gas over de grens is vervoerd en er minder gas naar de opslagen is gegaan. Het gebruik van aardgas in Nederland is in de eerste helft van 2026 met 2% gestegen (153 TWh), vergeleken met dezelfde periode in 2025 (150 TWh).

Gasunie Deutschland transporteerde 138 TWh aardgas, een stijging van 2% ten opzichte van de eerste helft van vorig jaar. Daarmee bleef het Duitse netwerk een belangrijke schakel in de Noordwest-Europese energievoorziening.

GTS adviseert de Nederlandse regering over de leveringszekerheid van gas. In maart publiceerde GTS een analyse over hoe robuust het gasnetwerk in Europa en Nederland is bij lange storingen; en deed daarbij een aantal concrete voorstellen om het systeem sterker te maken.

De gasbergingen in met name Nederland raken dit jaar langzamer vol dan verwacht. Dit is iets waar we aandacht voor blijven vragen, omdat de opslagen slechts in geleidelijk tempo gevuld kunnen worden. Aan het einde van de winter (31 maart) waren de opslagen voor 5% gevuld. Op 30 juni was dit gestegen naar 26%. In 2025 waren deze percentages aanzienlijk hoger: 21% eind maart en 49% eind juni.

De gerapporteerde halfjaarinkomsten van Gasunie zijn € 211 miljoen hoger uitgekomen op € 1.049 mln. Dit komt vooral door hogere tarieven van GTS in 2026. De operationele kosten zijn gelijk gebleven vergeleken met vorig jaar. Hierdoor laat de EBITDA een positieve ontwikkeling zien ten opzichte van de eerste helft van 2025.

donderdag 16 juli 2026

Nederlandse gasvoorraden nog flink onder gewenst niveau

Halverwege het jaarlijkse vulseizoen zijn de Nederlandse gasopslagen voor 33,1 procent gevuld. Hoewel de voorraden geleidelijk toenemen, ligt dit niveau nog duidelijk onder de hoeveelheid die volgens Gasunie nodig is om goed voorbereid de winter in te gaan.

Elk jaar worden de gasopslagen tussen april en november aangevuld. Rond deze tijd vorig jaar waren de opslagen al voor ruim 40 procent gevuld. Een belangrijke oorzaak van de huidige achterstand is dat de grote opslaglocaties in Norg en Grijpskerk na de afgelopen winter vrijwel volledig leeg waren. Normaal gesproken blijft na de winter nog een aanzienlijk deel van het gas achter, maar dat was dit keer niet het geval doordat GasTerra de opslagen volgens afspraak leeg opleverde.

Volgens TNO-gasexpert René Peters behoren Nederland en Duitsland momenteel tot de landen die het verst achterlopen met het vullen van de gasreserves. Dat is deels logisch, omdat de opslagen bijna vanaf nul moesten worden aangevuld. Daarnaast kopen commerciële energiebedrijven momenteel weinig gas in, waardoor de voorraden minder snel groeien.

Voldoende gevulde gasopslagen zijn belangrijk om pieken in de vraag tijdens de winter op te vangen. Vooral bij langdurige kou stijgt het gasverbruik sterk. Ook neemt de vraag toe wanneer zonnepanelen weinig stroom leveren en er weinig wind is, waardoor gascentrales vaker moeten worden ingezet voor de elektriciteitsproductie.

Gasunie adviseert om voor de winter ongeveer 115 terawattuur (TWh) gas op te slaan, wat neerkomt op ongeveer 80 procent van de totale opslagcapaciteit. De Europese doelstelling voor Nederland ligt lager, op minimaal 74 procent. Volgens Gasunie verloopt het vullen volgens planning, maar is er nog een flinke inspanning nodig om het gewenste niveau te bereiken.

Commerciële energiebedrijven stellen de aankoop van gas voorlopig uit, omdat zij verwachten dat de prijzen later in het jaar zullen dalen. Daardoor ontstaat het risico dat Nederland tijdens de winter sterker afhankelijk wordt van de actuele marktsituatie. Staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) werkt ondertussen aan een minimale voorraad van 80 TWh, maar doet geen uitspraken over de vraag of dat doel zeker wordt gehaald.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat verwacht dat de huidige maatregelen voldoende zijn voor een gemiddelde winter en rekent erop dat commerciële partijen later alsnog extra gas zullen inkopen. In eerdere jaren gebeurde dat eveneens pas later in het seizoen.

Ondanks de relatief lage vulgraad is er volgens deskundigen geen directe reden tot ongerustheid. Nederland beschikt over veel opslagcapaciteit en ontvangt nog steeds voldoende gas. Wel blijft het land kwetsbaar, omdat ook buurlanden zoals Duitsland achterlopen met het aanvullen van hun voorraden en Nederland een belangrijke rol speelt in de gasvoorziening van andere Europese landen.

vrijdag 10 juli 2026

Stap dichter bij waterstofaftakking in Oosterhout

De gemeente Oosterhout, de provincie Noord-Brabant, bedrijventerreinvereniging Weststad en Sibelco uit Geertruidenberg starten gezamenlijk een onderzoek naar de mogelijkheden voor een aansluiting op toekomstige waterstofinfrastructuur. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Hynetwork, onderdeel van Gasunie.

Het onderzoek van Gasunie zorgt voor een zorgvuldige voorbereiding van een mogelijke aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk. Met de waterstofaansluiting kunnen bedrijven rond Oosterhout hier in de toekomst gebruik van maken.

Niet alleen in Oosterhout wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een waterstofaftakking. Ook in Land van Cuijk, Meierijstad, Bergen op Zoom/Woensdrecht, Tilburg/Dongen, Oss en Eindhoven/Helmond zijn of worden deze onderzoeken uitgevoerd. Brabant loopt hiermee voorop in het mogelijk maken van waterstofaftakkingen. Vier van de vijf ondertekende VSA’s (Valve Study Agreement) in Nederland liggen namelijk in Brabant.

“In Brabant bouwen we stap voor stap aan een toekomstbestendig energiesysteem, waarin waterstof een aanvulling vormt op elektriciteit. Waterstof is vooral van grote waarde voor toepassingen waar directe elektrificatie lastig is, zoals in delen van de industrie en het zware transport. Met dit onderzoek in Oosterhout bereiden we ons voor op die toekomst. Door nu de mogelijkheden voor een aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk te verkennen, creëren we de randvoorwaarden voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening voor Brabantse bedrijven. Zo versterken we niet alleen onze economische positie, maar ook de voortgang van de energietransitie.” Bas Maes – gedeputeerde Energie & Klimaat

Hynetwork, een dochterbedrijf van Gasunie, bouwt aan het Nederlandse waterstofnetwerk. Via een Valve Study Agreement maken overheden afspraken over het onderzoeken en voorbereiden van een mogelijk aansluitpunt op dat netwerk. In de overeenkomst staat wie welke stappen zet en wie verantwoordelijk is voor de kosten van deze studie.

Waterstof speelt een sleutelrol in het verduurzamen van industrie en mobiliteit. In de industrie als vervanger van aardgas bij de processen die veel warmte op hoge temperatuur nodig hebben. In de mobiliteit als emissieloze brandstof voor zwaar transport over weg, water en door de lucht. Waterstof als vervanger van elektriciteit kan bovendien een oplossing zijn voor netcongestie.

Om waterstof beschikbaar te maken zijn aftakkingen van het landelijke waterstofnetwerk nodig. Met de ondertekening van VSA’s in Brabant zetten de partners belangrijke stappen richting het aanleggen van de benodigde infrastructuur. Zo krijgt Brabant niet alleen een waterstofleiding door de provincie, maar ook de mogelijkheid om er actief op aan te haken.
 

woensdag 8 juli 2026

Nederlandse wereldprimeur maakt cv-ketel geschikt voor aardgas, groen gas en waterstof

Een Nederlands consortium van Stedin, Intergas, GasTerra, Bekaert en DNV presenteert een wereldprimeur: een Multifuel-ketel die zich automatisch aanpast aan verschillende soorten gas. Het proof-of-concept werkt op aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen en laat zien hoe woningen eenvoudiger kunnen meegroeien met het energiesysteem van de toekomst.

“Nu moet bij elke overstap naar een andere gaskwaliteit niet alleen het net, maar ook woning voor woning de apparatuur worden aangepast. Dat maakt verduurzaming traag, duur en complex. Bij deze nieuwe ketel maakt het niet meer uit, die kan alle gassen aan. De nieuwe ketel is ook geschikt voor waterstof,” legt Albert van der Molen van Stedin uit. 

De Multifuel-ketel is relevant voor miljoenen Nederlandse huishoudens die nog steeds worden verwarmd met een individuele cv-ketel. Op basis van CBS-cijfers hangen er naar schatting nog zo’n 7 miljoen cv-ketels in Nederland. Het Nederlandse energiesysteem bestaat nog altijd voor 70% uit aardgas. De verwachting is dat veel woningen straks worden verwarmd met een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. De warmtepomp doet het grootste deel van het werk, terwijl de cv-ketel bijspringt op koude winterdagen of wanneer er veel warm water nodig is. 

De Multifuel-ketel kan daarbij moeiteloos omgaan met verschillende soorten gas. Daardoor hoeven netbeheerders niet meer te wachten tot hele wijken tegelijk zijn aangepast voordat ze kunnen overstappen op een nieuwe gassoort. Bewoners ervaren veel minder overlast, installateurs komen minder onder druk te staan en bestaande radiatoren en verwarmingssystemen kunnen gewoon blijven hangen. Zo maakt de Multifuel-ketel de overstap naar een duurzamer energiesysteem sneller, goedkoper en makkelijker. zegt Gerrit Zijlstra van Intergas.

De omvang van het vraagstuk is groot. Om buitenlands gas geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens investeerde Nederland ruim een half miljard euro in een stikstoffabriek in Zuidbroek. Die installatie produceert jaarlijks miljarden kubieke meters zogenoemd pseudo-Groningengas, speciaal bedoeld voor bestaande cv-ketels. Dat proces kost nog eens tientallen miljoenen euro’s per jaar. “De Multifuel-ketel kiest voor een fundamenteel andere aanpak: niet het gas wordt aangepast aan de ketel, maar de ketel aan het gas,” zegt Gerard Martinus van Gasterra. “En de ketel doet dat bovendien geheel automatisch.”

Het huidige proof-of-concept van de Multifuel-ketel draait op Nederlands laagcalorisch aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen. In een volgende ontwikkelfase willen de partners de technologie uitbreiden naar hoogcalorisch aardgas en zogenoemd off-spec biogas. Juist die uitbreiding maakt de technologie internationaal interessant. Veel landen staan de komende decennia voor dezelfde uitdaging: hoe ga je om met een energiesysteem waarin aardgas, waterstof, groen gas en andere duurzame gassen naast elkaar bestaan?

“Overal ter wereld zoeken landen naar manieren om hun bestaande energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken," zegt Johan Knijp, Directeur van DNV’s Technology Centre Groningen. "Nederland laat zien dat je niet hoeft te kiezen voor één winnend molecuul. Je kunt ook apparaten ontwikkelen die slim genoeg zijn om met verschillende gassen om te gaan. Technisch werkt alles, deze unieke Nederlandse innovatie is nu klaar om op te schalen.” 

vrijdag 3 juli 2026

Waarom kan waterstof niet zomaar door onze aardgasleidingen?

dinsdag 30 juni 2026

Eerste stap richting waterstof voor Noordwest-Overijssel en Flevoland

Overheden en bedrijfsleven in Noordwest-Overijssel en Flevoland zetten samen een belangrijke stap om waterstof beschikbaar te maken in de regio. De partners vragen gezamenlijk een Valve Study Agreement bij HyNetwork Services.

Om waterstof in Noordwest-Overijssel en Flevoland te krijgen, moet er een aansluiting komen op het landelijke waterstofnetwerk. Dat kan met een T-stuk als verlenging van het waterstofnetwerk. Zodat ook onze regio hiervan gebruik kan maken. Een eerste stap is nu de VSA. Daarmee kan de verkenning naar de haalbaarheid, locatie en kosten van een koppeling met het waterstofnetwerk beginnen.

Waterstof biedt grote kansen in deze regio. Het zorgt voor meer zekerheid over energie, helpt bedrijven om schoner te werken en maakt het energiesysteem sterker voor de toekomst. Waterstof is een goede vervanger van aardgas in fabrieken en in de logistiek. Daarmee verlagen we de uitstoot en helpen we bedrijven te voldoen aan klimaatregels. Waterstof kan ook worden opgeslagen, waardoor we ook energie hebben op het moment dat er geen of weinig zon of wind is.

Door nu samen op te trekken, kunnen we sneller stappen zetten. We krijgen dan duidelijkheid over wat er nodig is aan leidingen, opslag, kosten en planning. Naar verwachting wordt het onderzoek van HyNetwork begin 2028 opgeleverd.

Aan dit project doen meerdere gemeenten, provincies en bedrijven mee in Overijssel en Flevoland. Samen zorgen zij ervoor dat de regio klaar is voor de energie van de toekomst. De partners die meedoen zijn: gemeente Zwartewaterland, gemeente Zwolle, gemeente Kampen, gemeente Dalfsen, gemeente Staphorst, gemeente Lelystad, gemeente Dronten, Oost NL, Industriële Club Kampen, Condor Group, Scania, BEWI Synprodo, Stichting Duurzame Koekoekspolder, Schagen Groep, H2-GO BV, Green Loop Energy, provincie Flevoland en de provincie Overijssel.

maandag 22 juni 2026

Roermond onderzoekt mogelijkheden voor waterstof

De gemeente Roermond wil verkennen welke rol waterstof in de toekomst kan spelen binnen de lokale energietransitie. Daarom wordt onderzocht op welke manieren deze energiedrager kan bijdragen aan een duurzamer energiesysteem voor inwoners, bedrijven en de industrie.

Waterstof wordt door veel deskundigen gezien als een mogelijke aanvulling op bestaande duurzame energiebronnen. Vooral voor sectoren waar elektrificatie lastig is, zoals zwaar transport en bepaalde industriële processen, kan waterstof kansen bieden.

Het onderzoek moet inzicht geven in de technische mogelijkheden, de benodigde infrastructuur en de economische haalbaarheid van waterstoftoepassingen binnen de gemeente. Daarbij wordt ook gekeken naar samenwerkingen met regionale partners en de aansluiting op landelijke ontwikkelingen.

Volgens de gemeente is het belangrijk om tijdig kennis op te bouwen over nieuwe energietechnologieën. De uitkomsten van het onderzoek kunnen helpen bij toekomstige keuzes rondom duurzaamheid en energievoorziening.

Met de verkenning wil Roermond bepalen of waterstof op termijn een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan de ambitie om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de energievoorziening verder te verduurzamen.

woensdag 17 juni 2026

Watts in Grass!? officieel van start: € 2,94 miljoen voor innovatieve biogaswaardeketen op basis van gras en reststromen

Met een kick-off tijdens het New Energy Forum gaat het grensoverstijgende project Watts in Grass!? officieel van start. Het project ontvangt € 2,94 miljoen aan cofinanciering vanuit het Interreg VI A-programma Deutschland-Nederland.
 
Binnen het project werken Nederlandse en Duitse bedrijven, landbouwondernemers en kennisinstellingen de komende jaren samen aan innovatieve oplossingen voor de biogaswaardeketen. Door gras, grasrijke reststromen en digestaat slim te benutten, willen de partners duurzame energieproductie vergroten, stikstof- en CO₂-uitstoot verminderen en nieuwe verdienmodellen voor agrariërs ontwikkelen.
 
De landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Stijgende energiekosten, strengere milieueisen, stikstofproblematiek en de noodzaak om fossiele energie te vervangen, vragen om nieuwe, innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd beschikt de sector over grote hoeveelheden biomassa en reststromen die effectiever benut kunnen worden.
 
Watts in Grass!? ontwikkelt en demonstreert daarom een geïntegreerd systeem waarin gras en reststromen worden omgezet in duurzame energie en hoogwaardige producten. Hierbij worden verschillende innovatieve technologieën gecombineerd. Gras wordt efficiënter vergist, CO₂ uit biogas wordt met groene waterstof omgezet in extra methaan, stikstof wordt uit digestaat verwijderd en vezelrijke reststromen worden verwerkt tot biokool. Hierdoor ontstaat meer groen gas uit dezelfde hoeveelheid biomassa, worden emissies verminderd en blijven waardevolle grondstoffen behouden binnen een circulair systeem.
 
Zo ontstaat een circulair systeem waarin energie, nutriënten en grondstoffen maximaal worden benut. Het project draagt daarmee bij aan een toekomstbestendige landbouw die minder afhankelijk is van fossiele energie, minder emissies veroorzaakt en nieuwe economische kansen creëert.
 
Een belangrijk onderdeel van het project is het opschalen van innovaties naar de praktijk. Verschillende technologieën zijn de afgelopen jaren ontwikkeld en getest op laboratoriumschaal in het REMO-LAB in Groningen. Binnen Watts in Grass!? worden deze innovaties verder doorontwikkeld, geïntegreerd en voor het eerst gedemonstreerd op landbouwschaal.
 
De centrale demonstratielocatie bevindt zich op het agrarisch bedrijf van Schulte Siering in het Duitse Bad Bentheim, net over de Nederlandse grens. Hier worden innovatieve vergistingstechnieken, biomethanisering, digestaat-elektrolyse en thermochemische verwerking van reststromen samengebracht in één praktijkomgeving. De resultaten worden vervolgens gebruikt voor economische analyses, levenscyclusanalyses en de ontwikkeling van schaalbare businessmodellen voor de landbouwsector.
 
Het project brengt tien Nederlandse en Duitse partners samen en wordt ondersteund door acht geassocieerde partners. De samenwerking brengt de sterke punten van beide landen samen: Nederlandse expertise op het gebied van circulaire technologieën en duurzame energie wordt gekoppeld aan de uitgebreide praktijkervaring met biogasinstallaties in Duitsland.
 
New Energy Coalition treedt op als projectcoördinator en is verantwoordelijk voor de algemene projectleiding, communicatie en regionale verankering van de resultaten. Kompetenzzentrum 3N verzorgt de kennisverspreiding in Nedersaksen en ondersteunt de implementatie bij Duitse partners.

De technologische ontwikkeling wordt geleid door Hanzehogeschool Groningen, Hochschule Emden/Leer en Hochschule Osnabrück. Zij werken aan de ontwikkeling, monitoring, modellering en evaluatie van de verschillende innovaties. Ekwadraat ondersteunt met economische analyses, businessmodellen en beleidsvraagstukken.
 
Aan de praktijkkant spelen bedrijven een belangrijke rol. Schulte Siering stelt zijn erf beschikbaar als demonstratielocatie. Paques ontwikkelt en implementeert de biomethaniseringstechnologie, D&R Energy bouwt de digestaat-elektrolyser voor waterstofproductie en stikstofverwijdering, terwijl BTG Biomass Technology Group verantwoordelijk is voor de integratie van de pyrolysetechnologie voor de productie van biokool.

dinsdag 16 juni 2026

Naturland en BBV: geef biogas weer een duidelijke plek binnen het landbouwbeleid

De Duitse landbouworganisatie BBV en branchevereniging Naturland pleiten voor een sterkere verankering van biogas in het landbouwbeleid. Volgens de organisaties wordt het potentieel van biogasinstallaties onvoldoende benut, terwijl deze een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan duurzame landbouw, klimaatdoelen en de circulaire economie.  

Met name binnen de biologische landbouw zien zij kansen. Gewassen zoals klavergras en andere stikstofbindende teelten vormen een essentieel onderdeel van duurzame vruchtwisselingen. Op veel bedrijven wordt dit materiaal echter niet optimaal ingezet. Door het te verwerken in biogasinstallaties kan niet alleen duurzame energie worden geproduceerd, maar ontstaat ook waardevolle meststof die opnieuw op het land kan worden gebruikt.  

Volgens de organisaties sluit deze aanpak goed aan bij de ambities rond kringlooplandbouw en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele energie. Toch ontbreekt volgens hen nog altijd voldoende economische waardering voor dergelijke duurzame grondstoffen binnen de huidige regelgeving. Daarom vragen zij beleidsmakers om biogasinstallaties die werken met ecologisch waardevolle biomassa extra te ondersteunen.  

Naturland en BBV stellen dat biogas niet uitsluitend als energiebron moet worden gezien, maar ook als een instrument om landbouw- en klimaatdoelen dichter bij elkaar te brengen. Een beter afgestemd beleidskader zou boeren meer mogelijkheden bieden om duurzame bedrijfsmodellen te ontwikkelen en tegelijkertijd bij te dragen aan de energietransitie.  

De organisaties hopen dat toekomstige aanpassingen van de Duitse en Europese landbouw- en energieregelgeving deze rol van biogas nadrukkelijker zullen erkennen. Daarmee kan de sector volgens hen zowel ecologische als economische meerwaarde creëren voor landbouwbedrijven.  

donderdag 11 juni 2026

De waterstofketen in het Noordzeekanaalgebied krijgt langzaam vorm

Groene waterstof geproduceerd met zonne- en windenergie in Oman, in vloeibare vorm verscheept naar Amsterdam en via een pijpleiding geleverd aan de industrie in het Noordzeekanaalgebied (NZKG). Voor deze ambitie is een goed functionerende waterstofketen in de regio nodig. Die keten begint langzaam vorm te krijgen, maar veel puzzelstukjes moeten wel nog op de juiste plek terechtkomen.

Het NZKG is al lang een belangrijke industriële regio. Ten noorden van Amsterdam, richting Zaandam, liggen tal van voedingsmiddelenfabrieken en ook richting het kanaal naar IJmuiden bevinden zich industriebedrijven en natuurlijk de staalfabriek van Tata Steel. Voor alle industrieën is de levering van energie van levensbelang. En die energie moet duurzamer worden. Waterstof speelt daarin een sleutelrol. Maar een nieuwe keten opbouwen kost tijd en geld en is complex: er zijn producenten en importeurs nodig, infrastructuur om waterstof te transporteren, en afnemers die bereid zijn te investeren in nieuwe productieprocessen.

De drie schakels in die keten - productie en import, transport, en verbruik - zijn alle drie in ontwikkeling in het NZKG. Iedere stap in de keten is een puzzel, waarbij onderlinge afstemming van wezenlijk belang is. Wat is de stand van zaken?

Voor de import van groene waterstof heeft EcoLog het voortouw genomen. Het bedrijf is opgericht als zusterbedrijf van GasLog, een Griekse rederij met jarenlange ervaring in het vervoer van vloeibaar aardgas (LNG). Die kennis van het werken met koude brandstoffen wil EcoLog nu inzetten voor waterstof, een gas dat tot min 253 graden moet worden afgekoeld om vloeibaar gemaakt te worden.

In de Afrikahaven Oost van het Amsterdamse havengebied wil EcoLog een importterminal bouwen voor vloeibare waterstof. De beoogde capaciteit is 200.000 ton per jaar in de eerste fase, met de mogelijkheid om op te schalen naar 600.000 ton. 'Eind vorig jaar hebben we de vergunningsaanvraag ingediend', zegt Mark Hoolwerf van EcoLog. 'We hopen medio dit jaar de vergunning te krijgen. De ambitie is om de terminal eind 2030 operationeel te hebben.' 

EcoLog richt zich op meerdere landen om vloeibare waterstof vandaan te halen. Eén van de verst gevorderde plannen is de samenwerking met Oman. Tijdens de VN-klimaatconferentie in Dubai werd een studieovereenkomst getekend. Oman heeft een centrale waterstofautoriteit (Hydrom) en acht productieconsortia, waarvan vijf in de havenstad Duqm. 'Toen de sultan vorig jaar op bezoek was in Nederland, zijn producenten, het vervloeiingsbedrijf, EcoLog als transporteur, Hynetwork als netbeheerder en potentiële afnemers voor het eerst bij elkaar gekomen', vertelt Hoolwerf. 'We gaan nu richting commerciële contracten.' 

Een cruciaal voordeel van vloeibare waterstof ten opzichte van ammoniak, een andere veelgebruikte vorm om waterstof te transporteren, is dat het kraakproces wegvalt. Ammoniak moet bij aankomst namelijk worden teruggekraakt naar waterstof, een energie-intensief proces dat op de plek van bestemming plaatsvindt, waar energie duur is. 'Het energie-intensieve deel, het vloeibaar maken, ofwel het vervloeiingsproces, vindt plaats waar duurzame energie niet duur is, zoals in Oman, dat veel spotgoedkope zonne- en windenergie heeft', aldus Hoolwerf.

Een ander initiatief is van tankopslagbedrijf Evos, dat gespecialiseerd is in de op- en overslag van energie en chemicaliën. Evos wil waterstof importeren middels LOHC-technologie: Liquid Organic Hydrogen Carrier. Dit betekent dat waterstofmoleculen worden gebonden aan een vloeibare drager, met als voordeel dat gebruik kan worden gemaakt van bestaande opslag- en transportmiddelen. In de Amsterdamse haven wordt de waterstof weer ‘uitgepakt’ in een zogenoemde ontkoppelingsfabriek (via een dehydrogeneringsproces). Op dit moment wordt gewerkt aan het opzetten van een groene waterstofketen op basis van deze technologie naar Amsterdam, waarbij de waterstof wordt geproduceerd in Canada door North Atlantic.

Naast import van waterstof zijn er in het NZKG ook concrete plannen voor lokale productie van groene waterstof via elektrolyse. Volgens het havenbedrijf, Port of Amsterdam, zijn er twee serieuze initiatieven. Een daarvan is het H2era-project van het bedrijf HyCC, onlangs overgenomen door Power2X. Voor een elektrolyser met een vermogen tot 500 megawatt is al ruimte gereserveerd in de Afrikahaven. De vergunningen zijn al verleend. 

woensdag 10 juni 2026

Waterstofschip nog altijd niet volledig operationeel ondanks jarenlange ontwikkeling

Het binnenvaartschip Antonie werd gepresenteerd als een belangrijke stap richting emissievrije scheepvaart. Jaren na de start van het project blijkt de beloofde waterstofaandrijving echter nog steeds niet volledig in gebruik. Hoewel het schip inmiddels vaart, gebeurt dat voorlopig met een dieselelektrisch systeem. De benodigde waterstofinstallatie laat langer op zich wachten dan aanvankelijk gepland.  

De Antonie geldt als een pioniersproject binnen de Nederlandse binnenvaart. Het 135 meter lange vrachtschip werd ontwikkeld als een van de eerste nieuwbouwschepen ter wereld die op waterstof zou kunnen varen. De bouw vergde jaren van voorbereiding, onderzoek en technische ontwikkeling.  

De grootste uitdaging ligt bij de integratie van de waterstoftechnologie. De containers met brandstofcellen en waterstofopslag, essentieel voor emissievrij varen, zijn nog niet operationeel aan boord. Daardoor wordt het schip voorlopig aangedreven door een conventioneel systeem, terwijl de verdere certificering en installatie van de waterstofcomponenten doorgaan.  

De vertraging onderstreept de complexiteit van innovatieve waterstofprojecten in de scheepvaart. Bedrijven en overheden zien waterstof als een veelbelovende route naar verduurzaming, maar de praktijk laat zien dat technische, logistieke en financiële obstakels de uitrol kunnen vertragen.  

Ondanks de tegenslagen blijven de betrokken partijen overtuigd van het potentieel van waterstof. Zij beschouwen de Antonie als een belangrijke proef voor toekomstige toepassingen in de binnenvaart en verwachten dat de opgedane kennis kan bijdragen aan verdere verduurzaming van de sector.  

dinsdag 9 juni 2026

Toyota toont waterstofracewagen tijdens Le Mans

Tijdens de komende editie van de 24 Uur van Le Mans presenteert Toyota een raceprototype dat wordt aangedreven door vloeibare waterstof. Met de TR LH2 Racing Prototype wil de fabrikant laten zien welke mogelijkheden waterstofverbranding biedt als alternatief voor conventionele brandstoffen in de autosport.  

De demonstratiewagen rijdt tijdens het evenement enkele rondes op het 13,6 kilometer lange Circuit de la Sarthe. Bezoekers krijgen daarmee niet alleen de prestaties van het voertuig te zien, maar kunnen ook ervaren hoe een waterstofverbrandingsmotor klinkt en aanvoelt op het circuit.  

Toyota investeert al enkele jaren in de ontwikkeling van waterstoftechnologie voor de racerij. In 2021 begon het merk met een raceauto die op waterstofgas reed. Twee jaar later stapte het over op vloeibare waterstof, een technologie die volgens de fabrikant nieuwe mogelijkheden biedt voor toepassing in de autosport.  

Eerdere conceptmodellen, waaronder de GR H2 Racing Concept uit 2023 en de GR LH2 Racing Concept uit 2025, vormden belangrijke stappen in deze ontwikkeling. De nieuwe TR LH2 Racing Prototype geldt als de meest recente fase in Toyota’s onderzoek naar een mogelijke toekomst voor waterstof aangedreven raceauto’s.  

Met deze demonstratie wil Toyota niet alleen technische kennis opdoen, maar ook de aandacht vestigen op de rol die waterstof mogelijk kan spelen in de verduurzaming van de autosport.

woensdag 3 juni 2026

Kabinet wil groen gas verplicht bijmengen, energierekening stijgt licht

Het kabinet heeft een wetsvoorstel ingediend waardoor energieleveranciers vanaf 2027 verplicht een deel groen gas moeten toevoegen aan het aardgas dat huishoudens gebruiken. In eerste instantie gaat het om ongeveer 4 procent groen gas. Het doel is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en Nederland minder afhankelijk te maken van geïmporteerd fossiel aardgas.  

Groen gas wordt geproduceerd uit organische reststromen, zoals mest en afval. Volgens klimaatminister Stientje van Veldhoven zal de maatregel de gemiddelde energierekening van huishoudens met ongeveer 15 euro per jaar verhogen. De minister benadrukt dat de kosten beperkt blijven doordat de verplichte bijmenging geleidelijk wordt opgebouwd.  

belangenorganisaties plaatsen vraagtekens bij die inschatting. Zij waarschuwen dat de kosten op langere termijn hoger kunnen uitvallen wanneer grotere hoeveelheden groen gas moeten worden ingekocht. Ook wijzen zij op onzekerheden rond de beschikbaarheid van voldoende groen gas en de gevolgen voor consumenten en bedrijven.  

Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld voordat de regeling definitief kan ingaan.

dinsdag 26 mei 2026

Succesvolle taxitest met waterstofvliegtuig AeroDelft op Rotterdam The Hague Airport

Een primeur voor het Delftse studententeam AeroDelft en hun partners. Zij voerden de allereerste taxitests uit met een waterstofvliegtuig op een operationele luchthaven in Nederland. De grondtests op Rotterdam The Hague Airport, waaronder het tanken, tests met het voortstuwingssysteem van het vliegtuig en de eerste taxirit, leveren essentiële ervaring op voor het realiseren van de waterstofinfrastructuur op luchthavens en natuurlijk ook voor de waterstoftechnologie die AeroDelft toepast in hun vliegtuig. Teammanager AeroDelft Isha Moharir: “We willen aantonen dat vliegen op waterstof werkt en dat het veilig kan in de lucht en op de luchthaven.” 

Het Delftse studententeam, AeroDelft, ontwerpt en bouwt een 1-persoonsvliegtuig op vloeibare waterstof. Afgelopen week bereikten zij een belangrijke mijlpaal: zij hebben met succes hun waterstofvliegtuig getest op Rotterdam The Hague Airport. Teammanager Isha Moharir: “We hebben verschillende grondtests gedaan met gasvormig waterstof, zo hebben we waterstof kunnen tanken op de luchthaven, hebben we tests kunnen doen met het aandrijfsysteem van ons vliegtuig en hebben we voor het eerst op een operationele luchthaven kunnen taxiën met het toestel.” De grondtests zijn een onderdeel van een breder project met partners Rotterdam The Hague Airport, Air Products, TU Delft, gecoördineerd door de stichting Rotterdam The Hague Innovation Airport, gericht op het opzetten en testen van een waterstofwaardeketen op de luchthaven.

De tests zijn een essentiële en logische stap om vliegen op waterstof te ontwikkelen. Moharir: “We hebben een stapsgewijze aanpak. We hebben al meerdere tests gedaan. Eerst vooral gericht op de verschillende deelsystemen. Vorig jaar hebben we met succes onze hele aandrijflijn kunnen testen op vloeibare waterstof in een laboratoriumopstelling. Nu hebben we het aandrijfsysteem kunnen testen in een echt vliegtuig op een echte luchthaven. Dat hebben we gedaan met gasvormig waterstof, omdat die technologie op dit moment beter ontwikkeld is.” 

Testen op een echte en operationele luchthaven levert bovendien ontzettend waardevolle kennis op over veiligheid. Samen met partners, waaronder onderzoekstestpiloten Alexander in ’t Veld en Hans Mulder en hun team van het TU Delft Flight Test Laboratory, gestationeerd op RTHA onder de naam Fieldlab Next Aviation, heeft het team risicoanalyses gemaakt en een operationeel taxitestplan geschreven, zodat het team de tests veilig kan uitvoeren op de luchthaven. Moharir: “We doen geen enkele concessie op veiligheid."

vrijdag 22 mei 2026

Gasunie, Open Grid Europe en Thyssengas tekenen overeenkomst voor waterstofcorridor tussen Nederland en Duitsland

Woensdagmiddag 20 mei hebben Gasunie en de Duitse netbeheerders Open Grid Europe en Thyssengas een overeenkomst ondertekend om gezamenlijk een grensoverschrijdende waterstofverbinding tussen Nederland en Duitsland te ontwikkelen. De twee nationale waterstofnetwerken worden met elkaar verbonden, hierbij wordt waar mogelijk gebruikgemaakt van bestaande aardgasleidingen die worden omgebouwd voor waterstoftransport. De bedrijven streven naar realisatie van de verbinding rond 2031. Voor Gasunie is dit de vierde overeenkomst voor grensoverschrijdende verbindingen met Duitsland en België.

De ondertekening vond plaats in het bijzijn van minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei tijdens de Hydrogen Milestone Ceremony in Rotterdam; de viering van de oplevering van Gasunie’s eerste deel van het Nederlandse waterstofnetwerk. Het tekenen van de overeenkomst onderstreept de gezamenlijke ambitie om de grootschalige waterstofinfrastructuur in Noordwest‑Europa van meet af aan internationaal te ontwikkelen. De overeenkomst werd ondertekend door Hans Coenen, COO van Gasunie, Thomas Hüwener, CEO van Open Grid Europe, en dr. Stefanie Kesting, CEO van Thyssengas.

Het grenspunt Zevenaar-Elten is de strategische schakel die de Duitse industrie en chemische sector verbindt met productie-, opslag- en importfaciliteiten voor waterstof in Nederland. In de eerste fase voorziet de overeenkomst in de aansluiting van het Rijn-Roergebied, gevolgd door een tweede fase waarin ook zuidelijke locaties, waaronder Ludwigshafen, worden verbonden. De Delta Rhine Corridor speelt in dit verband een centrale rol en vormt de Nederlandse route tussen de Rotterdamse haven en het Duitse achterland.

Tijdens de Hydrogen Milestone Ceremony, die plaatsvond in de week van de World Hydrogen Summit, werd zichtbaar dat de energietransitie zich in een nieuwe fase bevindt: van ambitie naar realisatie. Met de realisatie van het eerste deel van het waterstofnetwerk in Rotterdam en de overeenkomsten voor grensoverschrijdende waterstofcorridors wordt de basis gelegd voor verdere nationale en Europese verbindingen. Een Europees waterstofsysteem is essentieel voor het versterken van de energiezekerheid, het verduurzamen van de Europese industrie en het realiseren van een robuust en toekomstbestendig energiesysteem.

donderdag 21 mei 2026

Zuid-Holland versnelt waterstofinnovatie met nieuwe samenwerking LAUNCH2

Tijdens de World HydrogenSummit in Rotterdam is het nieuwe samenwerkingsverband LAUNCH2 officieel gestart. Binnen deze samenwerking bundelen overheden, kennisinstellingen en partners uit de regio hun krachten om waterstofinnovatie sneller mogelijk te maken.De provincie Zuid-Holland werkt hierin samen met onder andere Havenbedrijf Rotterdam, de gemeenten Rotterdam en Schiedam, InnovationQuarter, TU Delft, TNO en Smart Delta Drechtsteden.

Waterstof speelt een belangrijke rol in de overgang naar een duurzamere economie. Vooral voor de haven, industrie en het zware transport biedt waterstof kansen om minder CO2 uit te stoten. Tegelijk zorgt het voor innovatie, nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid in de regio.

Arne Weverling, gedeputeerde o.a. haven en industrie: “Zuid-Holland heeft alles in huis om koploper te zijn in waterstofinnovatie. Met LAUNCH₂ brengen we partijen echt bij elkaar, zodat veelbelovende ideeën niet blijven hangen in losse projecten, maar kunnen doorgroeien naar grootschalige toepassingen. Zo pakken we knelpunten in samenwerking, infrastructuur en afstemming aan en versnellen we samen de hele waterstofketen.”

Veel waterstofprojecten lopen in de praktijk nog tegen uitdagingen aan. Bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur, regelgeving, financiering of samenwerking tussen partijen. Met LAUNCH2 werken overheden en kennisinstellingen beter samen om bedrijven sneller vooruit te helpen bij waterstofinnovatie. Bedrijven krijgen daardoor makkelijker toegang tot kennis, partners, infrastructuur en mogelijkheden om innovaties te testen en op te schalen.

LAUNCH2 is geen nieuwe organisatie of nieuw loket. Het samenwerkingsverband bouwt juist voort op bestaande initiatieven in de regio en wil zorgen voor meer samenhang en versnelling. Met de samenwerking wil Zuid-Holland bijdragen aan een sterke en toekomstbestendige economie. Daarnaast helpt het om de regio internationaal verder te versterken als belangrijke waterstofregio in Europa.

woensdag 20 mei 2026

Koning Willem‑Alexander en minister Van Veldhoven openen eerste deel van het landelijke waterstofnetwerk

Zijne Majesteit de Koning heeft woensdagmiddag 20 mei in Rotterdam het eerste deel van het landelijke waterstofnetwerk symbolisch geactiveerd. Dat deed hij samen met minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei en Gasunie CEO Willemien Terpstra tijdens de officiële oplevering van het eerste traject in het Rotterdamse havengebied: een 32 kilometer lange pijpleiding tussen de Maasvlakte en Pernis. Met deze oplevering is een belangrijke mijlpaal bereikt in de ontwikkeling van een Nederlandse en Europese waterstofinfrastructuur. 

De aanleg van het landelijke waterstofnetwerk is gestart in oktober 2023. Met de oplevering van dit eerste traject kan waterstof worden getransporteerd van productielocaties op de Maasvlakte naar de industrie. De komende jaren wordt het netwerk verder uitgebreid naar. de grote industriële regio’s in Nederland en verbonden met opslaglocaties en netwerken in Duitsland en België.

De oplevering van het eerste deel in Rotterdam markeert een belangrijke stap om de industrie met behoud van concurrentiekracht te laten verduurzamen. Met de Rotterdamse haven als Europees energieknooppunt en de strategische Delta Rhine Corridor verbinding kan waterstof en CO2 tussen Nederland en Duitsland worden getransporteerd. Deze infrastructuur vormt daarmee een belangrijke bouwsteen voor een geïntegreerd Europees energiesysteem. In dat systeem versterken waterstof, CO₂, aardgas, warmte en windenergie samen de strategische autonomie en het economische verdienvermogen van Nederland en Noordwest‑Europa.

Het landelijke waterstofnetwerk zal uiteindelijk circa 1.200 kilometer beslaan en maakt voor een groot deel gebruik van bestaande aardgasleidingen. Daarmee vormt het netwerk een essentiële randvoorwaarde voor de ontwikkeling van een goed functionerende waterstofmarkt en voor de verduurzaming van de industrie. Inmiddels is ook de eerste waterstoffabriek aangesloten op het netwerk. Naar verwachting zullen de komende jaren meer productie- en importlocaties en industriële afnemers op het Rotterdamse netwerk worden aangesloten.

De ontwikkeling van waterstofinfrastructuur vraagt om nauwe samenwerking over grenzen heen. Grensoverschrijdende netwerken zijn cruciaal om vraag en aanbod van waterstof in Noordwest‑Europa met elkaar te verbinden en om industrie perspectief te bieden op schaal, leveringszekerheid en betaalbaarheid. In dat kader ondertekenden Gasunie, Thyssengas en Open Grid Europe tijdens de bijeenkomst in Rotterdam een overeenkomst om gezamenlijk een grensoverschrijdende waterstofverbinding tussen Nederland en Duitsland te ontwikkelen. Met de overeenkomst is een volgende stap gezet in de ontwikkeling van een grensoverschrijdende waterstofverbinding tussen Nederland en Duitsland.

dinsdag 19 mei 2026

Schroders Greencoat stapt in Nederlandse biomethaan-productie

Schroders Greencoat, de gespecialiseerde manager van infrastructuur voor hernieuwbare energie en energietransitie heeft het Nederlandse biomethaanbedrijf APF Energy overgenomen. APF is een sterk groeiend biomethaan-bedrijf. Verkopende partij is het Franse SWEN Impact Fund for Transition, onderdeel van SWEN Capital Partners, en APF BV.

APF Energy is eigenaar van installaties die grootschalig biomethaan produceren uit een mix van agrarische mest en voedselreststromen. Hiermee draagt het bedrijf bij aan het aanpakken van stikstofproblemen die weer verband houden met de Nederlandse veehouderijsector.

Het platform bestaat momenteel uit zes biomethaanlocaties, waaronder drie volledig operationele locaties in Anerveen en Biddinghuizen en drie locaties in aanbouw in Baarlo, Axel en Nieuw Wolda, plus een portefeuille van projecten in een vergevorderd stadium.

De grote hoeveelheid agrarische grondstoffen in Nederland, gecombineerd met een van de dichtste gasdistributienetwerken van Europa, maakt ons land bijzonder aantrekkelijk voor de ontwikkeling van biomethaan. Biomethaan kan als directe vervanger van aardgas worden opgenomen in de bestaande gasinfrastructuur en speelt daarmee een belangrijke rol bij het verminderen van Europa’s afhankelijkheid van fossiele brandstofimporten en het versterken van de energiezekerheid in de regio.

Naast de bestaande expertise op het gebied van hernieuwbare energie en infrastructuur voor de energietransitie heeft Schroders Greencoat de afgelopen jaren ook kennis opgebouwd in de Europese sector voor anaerobe vergisting en biobrandstoffen, mede door investeringen in projecten in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Dit trackrecord is belangrijk voor de ambitie om sterke rendementen voor beleggers te realiseren binnen een cruciaal onderdeel van de overgang naar een koolstofarm energiesysteem.

Schroders Greencoat is onderdeel van Schroders Capital, de private beleggingstak van Schroders. Meer informatie over APF Energy op www.apfenergy.eu.

maandag 18 mei 2026

Risico’s biogas zijn bekend, kennis nu gebundeld

In het Klimaatakkoord is afgesproken om de productie van groen gas fors te vergroten. Een groot deel van dat groene gas moet uit biogas geproduceerd worden. Dit was voor het NIPV de aanleiding om in een verkenning aandacht te besteden aan biogas: aan de productie, opslag, transport en gebruik van biogas, de veiligheidsrisico’s, wet- en regelgeving en de handelingsperspectieven voor de brandweer bij incidenten met biogas(installaties).

Biogas ontstaat door vergisting van biologisch materiaal, zoals mest, slib en groente-, fruit- en tuinafval. Het gas bestaat grotendeels uit methaan (CH₄) en bevat ook waterstofsulfide (H₂S), wat risico’s met zich meebrengt zoals brand, explosie, verstikking en vergiftiging bij vrijkomen. Deze risico’s zijn vergelijkbaar met die van mestgassen en zijn vooral relevant voor mensen die direct met installaties werken of incidenten met biogasinstallaties moeten bestrijden, maar er bestaan ook externe veiligheidsrisico’s.
Veilig optreden bij incidenten

Voor de brandweer bestaan er al duidelijke handelingsperspectieven, waaronder de Aandachtskaart Biovergistingsinstallaties en scenariokaarten binnen het Scenarioboek Energietransitie. Deze bieden richtlijnen voor veilig optreden bij incidenten.

De mogelijke toename van het aantal biogasinstallaties is geen aanleiding om deze handelingsperspectieven aan te passen. Omdat de aard van de biogasrisico’s niet verandert, zijn de bestaande handelingsperspectieven voor biogas toereikend.
Achtergronddocument

De verkenning bundelt bestaande kennis over biogas, de bijbehorende veiligheidsrisico’s en het optreden bij incidenten. Het rapport moet vooral worden gezien als een achtergronddocument.

woensdag 13 mei 2026

Waterstofpoeder als oplossing voor netcongestie

Een Nederlandse startup ziet veel potentie in waterstofpoeder als oplossing voor de groeiende problemen op het elektriciteitsnet. Door waterstof in poedervorm op te slaan en te vervoeren, zou energie eenvoudiger en veiliger getransporteerd kunnen worden dan met traditionele waterstofopslag.

De technologie richt zich vooral op netcongestie: situaties waarbij het stroomnet overbelast raakt doordat vraag en aanbod van elektriciteit niet meer goed in balans zijn. In Nederland vormt dat een steeds groter probleem, waardoor bedrijven en nieuwbouwprojecten regelmatig moeten wachten op een aansluiting.  

De startup gebruikt een methode waarbij waterstof chemisch wordt gebonden aan een metaalpoeder. Daardoor ontstaat een vaste stof die makkelijker te vervoeren en op te slaan is dan gasvormige waterstof. Op de plek waar energie nodig is, kan de waterstof vervolgens weer uit het poeder worden vrijgemaakt.

Volgens de ontwikkelaars biedt dat meerdere voordelen. Het transport zou veiliger zijn, omdat er minder hoge druk nodig is dan bij traditionele waterstoftanks. Daarnaast kan energie lokaal worden opgeslagen en later worden ingezet wanneer het elektriciteitsnet onvoldoende capaciteit heeft.

De technologie kan vooral interessant zijn voor bedrijven, industriegebieden en energiehubs die kampen met beperkte netcapaciteit. Nederland onderzoekt momenteel verschillende decentrale oplossingen voor netcongestie, zoals batterijen, lokale energienetwerken en waterstofsystemen.  

Tegelijkertijd bestaat er discussie over de rol van waterstof in de energietransitie. Voorstanders zien het als een belangrijke manier om duurzame energie langdurig op te slaan en zware industrie te verduurzamen. Critici wijzen juist op energieverlies tijdens de omzetting en opslag van waterstof en vinden batterijen in veel situaties efficiënter. Die discussie leeft ook sterk binnen online communities en energiesectoren.  

dinsdag 12 mei 2026

Deze boeren voorzien Merselo van biogas

Nu de aanvoer van olie en aardgas uit het Midden-Oosten steeds onzekerder wordt, speelt het melkveebedrijf van Johan en Willem Loonen in op een alternatief: biogas uit koeienmest. Hun bedrijf in Merselo produceert dagelijks genoeg gas om het hele dorp van energie te voorzien.

Op melkveebedrijf De Boterpot staan zo’n vijfhonderd koeien. In de moderne, emissiearme stal wordt mest automatisch verzameld door een mestrobot. Die transporteert de mest via ondergrondse leidingen rechtstreeks naar een vergister.

In deze installatie wordt de mest verwarmd tot ongeveer veertig graden. Door dit proces ontstaan micro-organismen die de mest afbreken, vergelijkbaar met de spijsvertering in de maag. Daarbij komt biogas vrij, dat wordt opgevangen in een grote silo.

De broers Loonen, die eerder dit jaar werden uitgeroepen tot Agrarisch Ondernemer van het Jaar, combineren de energieproductie met hun melkveebedrijf, dat jaarlijks vijf miljoen liter melk produceert.

Voordat het biogas geschikt is voor gebruik in het reguliere gasnet, moet het eerst worden opgewerkt. Het gas wordt gekoeld zodat water kan worden verwijderd en daarna ontzwaveld om ongewenste geuren en stoffen eruit te halen. Vervolgens controleert een meetinstallatie de kwaliteit van het gas.

Als het biogas aan alle eisen voldoet, wordt het via een leiding ingevoerd in het gasnet van Enexis. Volgens de ondernemers levert de installatie dagelijks genoeg gas om heel Merselo van energie te voorzien. 

woensdag 6 mei 2026

Plastic afval wordt mogelijk nieuwe bron van schone brandstof dankzij zonlicht

Onderzoekers hebben een techniek ontwikkeld waarmee plastic afval met behulp van zonlicht kan worden omgezet in brandstoffen zoals waterstof, syngas en andere waardevolle chemische stoffen. Daarmee kan plastic volgens wetenschappers veranderen van milieuprobleem in een potentiële energiebron.  

Wereldwijd wordt jaarlijks meer dan 460 miljoen ton plastic geproduceerd, waarvan een groot deel eindigt op stortplaatsen of in het milieu. Tegelijk groeit de vraag naar duurzame alternatieven voor fossiele brandstoffen. Volgens onderzoekers van de University of Adelaide biedt de nieuwe methode een oplossing voor beide problemen.  

De techniek maakt gebruik van zogeheten fotokatalysatoren die zonlicht opvangen en de lange polymeerketens in plastic afbreken. Daarbij komen onder meer waterstof, organische zuren en zelfs dieselachtige stoffen vrij. In sommige experimenten bleef het systeem meer dan 100 uur stabiel draaien.  

Toch zijn er nog uitdagingen voordat de technologie op grote schaal kan worden ingezet. Plastic afval bestaat uit veel verschillende soorten materialen en additieven, wat verwerking lastig maakt. Ook moeten de katalysatoren efficiënter en goedkoper worden om commerciële toepassing haalbaar te maken.  

De onderzoekers zien de technologie vooral als een stap richting een circulaire economie, waarin plastic niet langer wordt weggegooid, maar opnieuw wordt ingezet als grondstof voor energie en chemische producten.

dinsdag 5 mei 2026

Waterstofnetwerk Oost-Nederland weer een stap verder

In Nederland wordt stap voor stap een landelijk waterstofnetwerk aangelegd. Dit netwerk is nodig om de industrie te verduurzamen. Waterstof zorgt voor minder uitstoot van CO₂ en maakt Nederland minder afhankelijk van energie uit het buitenland.

Een onderdeel van dit landelijke netwerk is Waterstofnetwerk Oost‑Nederland. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Hynetwork (een 100% dochter van Gasunie) willen bestaande aardgasleidingen ombouwen voor het vervoer van waterstof. Het gaat om leidingen tussen Ommen en Boxtel en tussen Ommen en Angerlo. Deze leiding loopt ook door de gemeente Zutphen.

In 2025 kon iedereen meedenken over de eerste plannen en het voorstel voor het onderzoeksplan. Bewoners, grondeigenaren, overheden en andere betrokkenen gaven reacties en wensen mee. Deze zijn gebruikt om een definitief onderzoeksplan te maken.

Dit onderzoeksplan is nu openbaar en kunt u vinden op de website van RVO: www.rvo.nl/waterstofnetwerk-on. In het plan staat welke onderzoeken de komende jaren worden gedaan, bijvoorbeeld naar veiligheid, milieu en de omgeving.

De bestaande aardgasleidingen worden geschikt gemaakt voor waterstof. Zo hoeft er op geen nieuwe leiding te worden aangelegd. 

Na het onderzoeksplan wordt gestart met de onderzoeken in de regio. Denk aan bureau- en veldonderzoeken bijvoorbeeld bodem of natuur. Dit gebeurt stap voor stap en vaak verspreid over een langere periode. De resultaten van de onderzoeken vormen de basis voor verdere besluitvorming in het project. Als alles volgens planning verloopt, verwachten het ministerie en Hynetwork dat de leiding rond 2031 in gebruik kan worden genomen voor waterstof.

woensdag 29 april 2026

Twente zit binnen paar jaar aan Duitse waterstof

Twente laat zien dat de overstap van aardgas naar groene energie sneller kan dan vaak gedacht wordt. Terwijl landelijke plannen voor een Nederlands waterstofnetwerk vertraging oplopen, kiest de regio voor een praktische oplossing: aansluiting op het Duitse waterstofnet vlak over de grens.  

Volgens bestuurders in Overijssel duurden gesprekken in Nederland lang zonder duidelijkheid over wanneer Twente aan de beurt zou zijn. Daarom werd contact gezocht met Duitse partners. Die gingen akkoord met een aftakking op hun leiding, waardoor waterstof rechtstreeks naar Twente kan stromen. Een akkoord was volgens het artikel al binnen drie maanden rond.  

Dat levert flinke tijdswinst op. Via het Nederlandse netwerk zou Twente mogelijk pas rond 2040 aangesloten worden. Met de Duitse route kan de infrastructuur al vanaf 2027 gebouwd worden en mikt men op levering tegen 2030. Ook de kosten zouden fors lager liggen, mede doordat bestaande leidingen gebruikt kunnen worden.  

Voor bedrijven in de regio is dat belangrijk. Grote industriële spelers zoals bakkerijen en metaalbedrijven hebben hoge temperaturen nodig in hun processen. Die zijn moeilijk volledig te elektrificeren, zeker nu het stroomnet op veel plaatsen overbelast is. Waterstof wordt daarom gezien als een realistisch alternatief voor aardgas.  

Er zijn wel aandachtspunten. Waterstof vraagt aangepaste installaties en extra veiligheidsmaatregelen, omdat het anders reageert dan aardgas. Daarom wordt in Twente ook gewerkt aan opleidingen en trainingen voor hulpdiensten en bedrijven.  

vrijdag 24 april 2026

'Mest omzetten in biogas kan al vanaf 100 koeien'

Mest verwerken tot biogas hoeft niet alleen interessant te zijn voor grote veehouderijen. Volgens deskundigen kan het al rendabel worden vanaf een bedrijf met ongeveer honderd koeien. Daarmee komt duurzame energieproductie ook binnen bereik van middelgrote melkveehouders.  

Door mest te vergisten ontstaat biogas, dat kan worden gebruikt voor warmte, elektriciteit of opgewerkt groen gas. Tegelijk helpt het systeem om methaanuitstoot uit opgeslagen mest te verminderen en levert het extra inkomsten op voor boerenbedrijven.  

Wel blijft een goede voorbereiding belangrijk. Investeringen zijn fors en het rendement hangt af van factoren zoals subsidies, energieprijzen, techniek en de hoeveelheid beschikbare mest. Samenwerking tussen meerdere bedrijven kan daarom aantrekkelijk zijn om schaalvoordeel te behalen en risico’s te spreiden.  

De boodschap is duidelijk: mest wordt steeds minder gezien als restproduct en steeds meer als waardevolle grondstof voor de energietransitie op het boerenerf.  

maandag 20 april 2026

Toevallige ontdekking maakt goedkope waterstofproductie mogelijk

Onderzoekers in Japan hebben per ongeluk een verrassend eenvoudige manier ontdekt om waterstof te produceren. Wat begon als een controle-experiment – bedoeld om te laten zien wat níet werkt – leidde tot een onverwachte doorbraak.  

Tijdens het experiment combineerden de wetenschappers methanol, ijzerionen en natriumhydroxide. Toen dit mengsel werd blootgesteld aan UV-licht, ontstond plots een sterke productie van waterstofgas. De onderzoekers waren zelf verbaasd over het resultaat.  

De reactie is gebaseerd op het losmaken van waterstof uit alcohol (zoals methanol). Normaal zijn daarvoor dure metalen of hoge temperaturen nodig, maar hier gebeurt het met een eenvoudig en goedkoop mengsel onder invloed van licht.  

Opvallend is dat er geen zeldzame metalen zoals platina nodig zijn. In plaats daarvan speelt ijzer – een goedkoop en veelvoorkomend element – de hoofdrol.  

Het systeem blijkt bovendien efficiënt: de hoeveelheid geproduceerde waterstof is vergelijkbaar met die van veel duurdere industriële technieken.  

De methode werkt niet alleen met methanol, maar ook met andere alcoholen en zelfs bepaalde biomaterialen zoals glucose. Dat opent de deur naar het gebruik van afvalstromen voor waterstofproductie.  

Waterstof speelt een belangrijke rol in de energietransitie, maar de productie ervan is vaak duur en complex. Deze ontdekking laat zien dat het mogelijk is om met eenvoudige en goedkope middelen toch efficiënt waterstof te maken.

Als de techniek verder wordt ontwikkeld en opgeschaald, kan dit een grote stap zijn richting betaalbare en duurzame energie.

maandag 13 april 2026

Eerste waterstofschip voor Waddenzee een stap dichterbij

Na een intensieve voorbereiding zet Rijkswaterstaat een belangrijke stap richting fossielvrije schepen. Op 31 maart 2026 werd officieel het startsein gegeven voor een unieke waterstofpilot door de ondertekening van het contract door Rijkswaterstaat en Next Generation Shipyards.

De waterstofpilot is onderdeel van het programma Vlootvernieuwing Rijksrederij, waarmee Rijkswaterstaat werkt aan een schonere, toekomstbestendige overheidsvloot. Voor veel scheepstypen is volledig elektrisch varen (op batterijen) nog niet haalbaar.

Met waterstof kan meer energie opgeslagen worden aan boord. De toepassing van waterstof is in combinatie met een brandstofcel ook emissieloos en daarmee een alternatieve brandstof met veel potentie voor de toekomstige duurzame vloot.

Er is echter nog weinig ervaring met de toepassing van waterstof aan boord van schepen. Om de technische, operationele en financiële risico’s te verlagen bij de vlootvernieuwing hebben we besloten een pilot uit te voeren voor de toepassing van waterstof aan boord van een bestaand schip.

Met deze pilot wordt ervaring opgedaan met alle facetten van waterstoftechnologie: van ontwerp en bouw tot exploitatie en tankvoorzieningen. Ook zal de pilot waardevolle inzichten geven in techniek, regelgeving, bemanningseisen, prestaties, kosten en vergunningverlening.

Zo bouwen we praktijkkennis op. Dit verlaagt de risico’s bij de vlootvernieuwing en is onmisbaar voor bredere toepassing van waterstof in de maritieme sector. De opgedane kennis vormt een directe bijdrage aan de verduurzaming van de Rijksrederij-vloot en wordt gedeeld met maritieme partners in de hele keten.

Zo draagt het project bij aan innovatie in de maritieme sector en directe CO₂-reductie. Er is vanaf 2020 gewerkt aan het tot stand komen van deze pilot.
Eerste zero-emissie schip op de Waddenzee

De waterstofpilot wordt uitgevoerd met de Ms. Krukel van de Rijksrederij. Dit schip wordt door de Waddenunit, onderdeel van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, ingezet voor toezicht en handhaving, monitoring en onderzoek op de Waddenzee.

Na de ombouw zal de Krukel het eerste zeegaand gecertificeerde zero-emissie schip zijn dat op dit UNESCO Werelderfgoed gaat varen. Op deze manier draagt het bij aan bescherming van dit ecologisch kwetsbare gebied.

De ondertekening van het contract volgt op een positief oordeel over het conceptontwerp, planning, budget en de beschikbaarheid van waterstof. Ook is er perspectief op de benodigde vergunning voor het tanken van waterstof in Lauwersoog. Er wordt eerst gestart met het verder uitwerken van het ontwerp en de engineering.

Naar verwachting wordt in september 2026 het definitieve besluit genomen over de daadwerkelijke ombouw van het schip.

De pilot wordt uitgevoerd binnen het programma Green Shipping Waddenzee, onder regie van Federatie Metaal en Elektrotechnische Industrie (FME). Het programma Green Shipping Waddenzee wordt mede gefinancierd door het Waddenfonds en het Investeringskader Waddengebied, waar Provincie Groningen onderdeel van uitmaakt.

De technische realisatie ligt bij een consortium van innovatieve maritieme partijen, waaronder: Next Generation Shipyards (bouw en onderhoud van duurzame werkschepen) en Marine Service Noord (waterstofopslag, distributie- en veiligheidssystemen).

vrijdag 10 april 2026

Gasunie en Fluxys ondertekenen overeenkomst voor waterstofstofverbinding tussen Nederland en België

De Nederlandse Gasunie-dochter Hynetwork en het Belgische Fluxys hydrogen hebben een overeenkomst ondertekend om gezamenlijk een grensoverschrijdende waterstofverbinding tussen Nederland en België te ontwikkelen. Bij deze verbinding zal waar mogelijk gebruik worden gemaakt van bestaande aardgasleidingen die worden omgebouwd voor waterstoftransport. Beide bedrijven streven naar een realisatie van deze verbinding rond 2030.

Het grenspunt nabij Zandvliet, tussen Zeeland en Antwerpen, is in beeld als eerste strategische bi-directionele schakel die belangrijke import-, en productielocaties verbindt met industriële clusters, waaronder de North Sea Port en Port of Rotterdam in Nederland en de havens van Antwerpen en Gent in België. Deze verbinding draagt bij aan de ambitie om in Noordwest-Europa een geïntegreerd, open en toegankelijk waterstoftransportnetwerk te creëren voor het versterken van de energie-onafhankelijkheid en het verduurzamen van de industrie. Daarnaast laat de overeenkomst ook toe om bijkomende grenspunten te ontwikkelen. 

De overeenkomst is een belangrijke stap naar een verdere, intensieve samenwerking. In de overeenkomst maken beide bedrijven afspraken over belangrijke technische en organisatorische zaken, waaronder planning, locatie, capaciteit en andere specificaties. Zulke afspraken zijn nodig om waterstof veilig en betrouwbaar over de grens te kunnen transporteren. Dit initiatief tussen Hynetwork en Fluxys hydrogen kan gezien worden als een krachtig signaal richting de internationale waterstofmarkt, dat de uitbouw van een grensoverschrijdend waterstofnetwerk volop in gang is.

donderdag 9 april 2026

Noord-Nederlands waterstofecosysteem lanceert eigen AI-kennisassistent

Hydrogen Valley Campus Europe (HVCE) vandaag Aivy, een AI-kennisassistent die speciaal is ontwikkeld voor het waterstofecosysteem in Noord-Nederland. De publieke lancering vond vanmorgen plaats tijdens het Good Morning HyNorth ontbijt, mede georganiseerd door Witteveen+Bos. Aivy is de eerste AI-assistent in Nederland die zich uitsluitend baseert op gevalideerde wetenschappelijke bronnen en ecosysteemkennis over waterstof en de bredere energietransitie.

Anders dan generieke AI-chatbots genereert Aivy geen antwoorden op basis van het open internet. De assistent doorzoekt een samengestelde kennisbank van wetenschappelijke artikelen, technische handleidingen, beleidsrapporten en projectdocumenten uit het HVCE-consortium van meer dan 50 partners. Bij elk antwoord worden de originele bronnen vermeld, zodat gebruikers altijd kunnen verifiëren waar informatie vandaan komt.

De kennisbank groeit automatisch mee met het ecosysteem: nieuwe onderzoeksresultaten, geüpdatete beleidsdocumenten en recente publicaties worden doorlopend verwerkt. Verouderd materiaal wordt herkend en gedeprioriteerd ten gunste van recentere bronnen.

Aivy is ontworpen voor het brede scala aan gebruikers in het waterstofveld. Onderzoekers krijgen directe toegang tot relevante publicaties en projectdata. Bedrijven in de waterstofketen kunnen snel antwoord vinden op technische en marktvragen. Studenten worden begeleid met gevalideerde bronnen, en beleidsmakers vinden actuele data voor regionale en nationale energiestrategie. De assistent ondersteunt zowel Nederlands als Engels.

Partners binnen het HVCE-consortium kunnen een versie van Aivy toepassen in hun eigen huisstijl, ingebed op hun eigen website. Daarmee vergroot elke aangesloten organisatie niet alleen het bereik, maar ook de gezamenlijke kennisbasis.

woensdag 8 april 2026

Nederlanders verbruiken structureel minder gas: besparen dempt impact van hoge prijzen

Nederlandse huishoudens gebruiken sinds de energiecrisis van 2022 structureel minder gas. Uit een analyse van het gasverbruik van Vattenfall‑klanten blijkt dat zij deze winter gemiddeld zo'n 14 procent minder gas hebben verbruikt dan in de winter van 2021-2022. Na de sterke daling in 2022 bleef het gasverbruik in de daaropvolgende winters dus duidelijk lager dan vóór de crisis.

Dat wijst erop dat veel huishoudens hun energiegebruik blijvend hebben aangepast: zij gaan niet alleen bewuster om met gas, maar kiezen er mogelijk ook steeds vaker voor om te investeren in maatregelen die het gasverbruik structureel verlagen.

Deze ontwikkeling is extra relevant nu het conflict rond Iran opnieuw voor onrust zorgt op de energiemarkt. Heleen Boer, directeur Klantervaring bij Vattenfall, legt uit: “Wie zijn huis isoleert, een warmtepomp of airco gebruikt om te verwarmen, verbruikt structureel minder gas. Ook een zonnestroomboiler helpt mee, omdat die overtollige zonnestroom benut en het gasverbruik vermindert. Zo kun je met kleine en grote maatregelen je energierekening blijvend verlagen en word je minder kwetsbaar voor prijsschommelingen. Voor huishoudens die het lastig vinden om te investeren zijn er ondersteunende regelingen beschikbaar, zoals ISDE-subsidies.”

De recente spanningen rond Iran hebben deze winter weliswaar geen grote rol gespeeld in het gasverbruik, ze hebben wel direct effect op de vraag naar duurzame oplossingen. Zo meldt installatiepartner Feenstra, een dochterbedrijf van Vattenfall, dat het aantal aanvragen voor warmtepompen sinds het conflict in Iran meer dan verdubbeld is. Ook het totaal aantal aanvragen voor zonproducten - zonnepanelen, zonnestroomboilers en thuisbatterijen samen - is bijna twee keer zo hoog geworden sinds het uitbreken van de oorlog.

Boer: “Het conflict in het Midden‑Oosten laat zien hoe kwetsbaar Nederland is door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Verduurzamen helpt niet alleen om geld te besparen, maar maakt ons ook minder afhankelijk van geopolitieke spanningen waarbij energie als drukmiddel wordt gebruikt.”

maandag 30 maart 2026

Biomassacentrale in Almere krijgt vergunning

Volgens Omroep Flevoland heeft de biomassacentrale aan de Hefbrugweg in Almere alsnog een natuurvergunning gekregen van de provincie. Daarmee lijkt een langdurig juridisch probleem rond de centrale voorlopig opgelost.

Eerder werd een vergunning voor de centrale nog door de rechter vernietigd. Die beslissing was gebaseerd op kritiek op het gebruikte stikstofsysteem. Daardoor draaide de installatie enige tijd zonder geldige natuurvergunning.  

Met de nieuwe vergunning van de provincie Flevoland kan de centrale nu alsnog legaal blijven functioneren. Het besluit werd in maart 2026 genomen en ligt ter inzage, waardoor belanghebbenden nog bezwaar kunnen maken.  

Hoewel de vergunning een belangrijke stap is, betekent dit niet dat de discussie definitief voorbij is. Tegenstanders hebben nog de mogelijkheid om naar de rechter te stappen en het besluit aan te vechten.

vrijdag 27 maart 2026

Aansluiting op Duits waterstofnetwerk moet waterstof naar Twente brengen

Een breed Twents-Duits consortium, met daarin onder meer de provincie Overijssel en netwerkbedrijf Cogas, heeft een belangrijke stap gezet voor de beschikbaarheid van waterstof in Twente. Cogas tekent een contract met de Duitse netbeheerder Thyssengas voor de aanleg van een aansluiting op het Duitse waterstofnetwerk, vlak bij de grens bij Nordhorn. De provincie Overijssel ondersteunt deze stap met een subsidie.

Alle partijen tekenen ook een overeenkomst waarin zij zich verbinden aan het gezamenlijk ontwikkelen van een regionale waterstofinfrastructuur in Twente. Met deze ondertekening spreken de partners uit dat zij samen waterstof naar Twente willen brengen en daarmee de positie van de regio als vooruitstrevend, innovatief en ondernemend versterken.

Het Duitse waterstofnetwerk is in aanleg en komt dicht langs de Nederlandse grens te liggen. Met het nieuwe aftakpunt ontstaat de mogelijkheid om deze leiding te koppelen aan een bestaande leiding van Cogas bij Denekamp. Deze leiding kan na aanpassing worden gebruikt om waterstof naar Twentse bedrijven te transporteren. Zo ontstaat een toekomstbestendige oplossing voor sectoren die hoge temperaturen nodig hebben in hun productieprocessen.

Tevens is waterstof belangrijk voor een robuust energiesysteem dat perspectief biedt om mee te groeien met de regio (zie ook: energievisie OverijsselVerwijst naar een andere website). De aansluiting (aftakpunt) wordt naar verwachting eind 2027 opgeleverd.

Het consortium bestaat uit: de gemeenten Enschede, Almelo, Hengelo en Oldenzaal en de Industrie und Handelskammer Nord Westfalen, Oost NL, TECHLAND, H2HUB Twente, Twente Board, Energiestrategie Twente (RES Twente), Thyssengas, Cogas en de provincie Overijssel. De partners zien dit als een unieke kans om via de Duitse waterstofinfrastructuur een directe verbinding met Twente te realiseren.

donderdag 26 maart 2026

Witte waterstof aangeboord in Frankrijk

In het noordoosten van Frankrijk, in de buurt van Metz, hebben onderzoekers een grote hoeveelheid natuurlijke waterstof ontdekt diep onder de grond. Deze zogenoemde ‘witte waterstof’ bevindt zich op ongeveer 3.600 meter diepte en zou volgens wetenschappers mogelijk het grootste bekende natuurlijke waterstofreservoir ter wereld kunnen zijn.  

De ontdekking is bijzonder omdat deze vorm van waterstof van nature voorkomt en dus niet eerst geproduceerd hoeft te worden, zoals bij de meeste huidige waterstofmethoden. Daardoor kan het een veel goedkopere en schonere energiebron zijn.

Volgens schattingen bevat het reservoir genoeg waterstof om miljoenen auto’s van brandstof te voorzien. Dat maakt het een potentieel belangrijke doorbraak voor de energietransitie, vooral in de zoektocht naar alternatieven voor fossiele brandstoffen.  

Toch is het nog onzeker hoe makkelijk de waterstof daadwerkelijk gewonnen kan worden en of dat economisch haalbaar is. De techniek staat nog in de kinderschoenen en verdere onderzoeken zijn nodig voordat grootschalige exploitatie mogelijk is.

 
Copyright (c) 2010 Biogas Nieuws and Powered by Blogger.