EnergyZero, grondlegger van dynamische energie in Nederland, introduceert een prijsplafond voor gas bij zijn dynamische energiecontract. Met Prijsplafond Gas blijven consumenten profiteren van dynamische prijzen, terwijl hun maandelijkse gasprijs gedurende twaalf maanden wordt begrensd op €1,24 per m³ wanneer de marktprijs sterk stijgt. EnergyZero speelt daarmee in op de toenemende onzekerheid op de Europese gasmarkt in aanloop naar de winter.
De gasmarkt is de afgelopen maanden opnieuw sterk in beweging. Begin oktober ligt de Nederlandse groothandelsprijs voor gas rond de €74 per MWh, ruim twee keer zo hoog als een jaar geleden. Half september bereikte de prijs het hoogste niveau sinds eind 2022. Ook de relatief lage gasvoorraden zorgen voor onzekerheid: het kabinet verlaagde onlangs het Nederlandse vuldoel van 115 naar 93 TWh. Volgens Gasunie betekent dat niet dat de leveringszekerheid in gevaar is, maar is Nederland hierdoor wel minder goed voorbereid op een uitzonderlijk koude winter.
Die onzekerheid zorgt ervoor dat steeds meer consumenten zekerheid zoeken. Begin september constateerden energievergelijkers al een sterke stijging van de belangstelling voor vaste energiecontracten. Een vast contract heeft echter ook een keerzijde: wanneer de energieprijzen weer dalen, profiteert de consument daar gedurende de looptijd niet van.
Met Prijsplafond Gas wil EnergyZero een middenweg bieden tussen een volledig dynamisch en een vast energiecontract. De gasprijs blijft meebewegen met de markt zolang deze onder het afgesproken plafond blijft. Komt de gemiddelde dynamische gasprijs in een maand boven €1,24 per m³ uit, dan compenseert EnergyZero het verschil boven het afgesproken prijsplafond.
De bescherming geldt gedurende twaalf maanden. EnergyZero berekent maandelijks de gemiddelde dynamische gasprijs van de klant. Wanneer deze boven het afgesproken plafond uitkomt, wordt het verschil automatisch gecompenseerd en op de jaarafrekening verrekend. Het energiecontract zelf blijft maandelijks boeteloos opzegbaar. Voor het prijsplafond betaalt de klant een aanvullende opslag op de inkoopvergoeding per kubieke meter gas en zowel nieuwe als bestaande klanten van EnergyZero kunnen er gebruik van maken; bestaande klanten kunnen het prijsplafond via de EnergyZero-app activeren. De hoogte van het prijsplafond kan in de toekomst voor nieuwe klanten anders zijn.
donderdag 15 oktober 2026
donderdag 8 oktober 2026
Nyrstar Budel krijgt primeur met duurzame waterstof
Bij zinkfabriek Nyrstar in Budel komt een innovatieve installatie die op duurzame wijze waterstof produceert. De door VDL gebouwde machine wordt ingezet bij de waterzuivering van de fabriek. Daarmee moet de stikstofneerslag in de omliggende natuur afnemen.
Het proefproject gaat de komende jaren door, ongeacht de uitkomst van de onlangs aangekondigde herbezinning van Nyrstar op de toekomst van de fabriek. De waterzuiveringsinstallatie wordt gebruikt voor zowel afvalwater als grondwater. Voor de behandeling van grondwater dat door eerdere productieprocessen is vervuild, blijft waterstof nodig.
Nyrstar krijgt de primeur met een machine van Alquion, een jong waterstofbedrijf waarbij VDL betrokken is. Het bedrijf ontwikkelde de zogenoemde flexolyser, een installatie die elektriciteit omzet in waterstof. De technologie moet een goedkoper alternatief bieden voor bestaande elektrolysers.
Een belangrijk kenmerk van de flexolyser is dat de installatie regelmatig kan worden aan- en uitgezet zonder dat dit schadelijke gevolgen heeft voor het systeem. Daardoor kan de waterstofproductie worden afgestemd op de elektriciteitsprijs. Bij goedkope stroom kan de productie worden opgevoerd, terwijl de installatie bij hoge prijzen kan worden uitgeschakeld. Dat moet de productiekosten verlagen.
Alquion ziet toepassingen voor de technologie in onder meer de industrie en bij windparken op zee. Of de installatie in de praktijk aan de verwachtingen voldoet, moet blijken uit het demonstratieproject dat in de zomer van 2027 bij Nyrstar van start gaat.
De zinkfabriek gebruikt momenteel zogenoemde grijze waterstof voor de waterzuivering. Die wordt voornamelijk met aardgas geproduceerd, waarbij onder meer koolstofdioxide en stikstof worden uitgestoten. Een deel daarvan wordt vervangen door groene waterstof die met duurzaam opgewekte elektriciteit wordt geproduceerd. Daarbij wordt water gesplitst in waterstof en zuurstof.
Wanneer de flexolyser tijdelijk wordt uitgeschakeld, schakelt de waterzuivering weer volledig over op grijze waterstof. Volgens de initiatiefnemers neemt de stikstofneerslag per saldo af in de omliggende Natura 2000-gebieden.
Nyrstar maakte op 24 september bekend dat het zich vanwege aanhoudende verliezen door de hoge energiekosten in Nederland beraadt op de toekomst van de fabriek in Budel. Volgens het bedrijf blijven de activiteiten voorlopig doorgaan. Daarom wil Nyrstar het demonstratieproject ook uitvoeren.
Het proefproject gaat de komende jaren door, ongeacht de uitkomst van de onlangs aangekondigde herbezinning van Nyrstar op de toekomst van de fabriek. De waterzuiveringsinstallatie wordt gebruikt voor zowel afvalwater als grondwater. Voor de behandeling van grondwater dat door eerdere productieprocessen is vervuild, blijft waterstof nodig.
Nyrstar krijgt de primeur met een machine van Alquion, een jong waterstofbedrijf waarbij VDL betrokken is. Het bedrijf ontwikkelde de zogenoemde flexolyser, een installatie die elektriciteit omzet in waterstof. De technologie moet een goedkoper alternatief bieden voor bestaande elektrolysers.
Een belangrijk kenmerk van de flexolyser is dat de installatie regelmatig kan worden aan- en uitgezet zonder dat dit schadelijke gevolgen heeft voor het systeem. Daardoor kan de waterstofproductie worden afgestemd op de elektriciteitsprijs. Bij goedkope stroom kan de productie worden opgevoerd, terwijl de installatie bij hoge prijzen kan worden uitgeschakeld. Dat moet de productiekosten verlagen.
Alquion ziet toepassingen voor de technologie in onder meer de industrie en bij windparken op zee. Of de installatie in de praktijk aan de verwachtingen voldoet, moet blijken uit het demonstratieproject dat in de zomer van 2027 bij Nyrstar van start gaat.
De zinkfabriek gebruikt momenteel zogenoemde grijze waterstof voor de waterzuivering. Die wordt voornamelijk met aardgas geproduceerd, waarbij onder meer koolstofdioxide en stikstof worden uitgestoten. Een deel daarvan wordt vervangen door groene waterstof die met duurzaam opgewekte elektriciteit wordt geproduceerd. Daarbij wordt water gesplitst in waterstof en zuurstof.
Wanneer de flexolyser tijdelijk wordt uitgeschakeld, schakelt de waterzuivering weer volledig over op grijze waterstof. Volgens de initiatiefnemers neemt de stikstofneerslag per saldo af in de omliggende Natura 2000-gebieden.
Nyrstar maakte op 24 september bekend dat het zich vanwege aanhoudende verliezen door de hoge energiekosten in Nederland beraadt op de toekomst van de fabriek in Budel. Volgens het bedrijf blijven de activiteiten voorlopig doorgaan. Daarom wil Nyrstar het demonstratieproject ook uitvoeren.
dinsdag 6 oktober 2026
NVDE: aangenomen Wet bijmengverplichting groen gas geeft impuls aan schone energie van eigen bodem
De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is blij dat de Tweede Kamer de Wet bijmengverplichting groen gas heeft aangenomen. Deze wet stimuleert investeringen in groen gas en maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele import. ‘We zijn heel blij dat de Kamer het voorstel heeft aangenomen. Oranje-groen gas hoeft niet door de Straat van Hormuz en biedt kansen om de stikstofuitstoot in de landbouw te verlagen,’ zegt Olof van der Gaag, voorzitter van de NVDE. De NVDE hoopt dat de wet snel wordt behandeld in de Senaat, zodat deze in 2027 kan ingaan.
Circa zestig procent van onze elektriciteit is hernieuwbaar, tegenover slechts één procent van ons gas. De bijmengplicht moet het aandeel groen gas naar circa drie procent in 2030 brengen. Zonder deze verplichting zouden we in dat jaar ruim een half miljard kuub meer fossiel aardgas moeten importeren. Daarop wees Van der Gaag de aanwezige Kamerleden in het rondetafelgesprek over groen gas eerder dit jaar.
'Elektrificatie is cruciaal, maar laten we niet de hele transitie over de stroomkabel proberen te persen. Ook groene warmte en duurzame gassen spelen een belangrijke rol. Groen gas is een flexibele schakel in het energiesysteem en helpt woningen en bedrijven te verduurzamen waar alternatieven voor aardgas schaars of duur zijn. Zo draagt het bij aan zowel onze klimaatdoelen als onze energieonafhankelijkheid,' zegt Van der Gaag.
Groen gas biedt bovendien kansen voor boeren om bij te dragen aan verduurzaming en uitstoot van schadelijke gassen te verminderen. In samenhang met andere verduurzaming op het boerenbedrijf kunnen mestvergisting en betere mestverwerking bijdragen aan minder methaan- en stikstofuitstoot. Zo kunnen meer schone energie van eigen bodem en een toekomstbestendige landbouw elkaar versterken.
De landbouw- en energiesector boden daarvoor in juli al een gezamenlijke versnellingsaanpak aan staatssecretaris De Bat aan. De ambitie: de groengasproductie in tien jaar minimaal verdrievoudigen en een kwart van de stikstofuitstoot van de veestapel verminderen. Naast de bijmengplicht vraagt dit om snellere vergunningverlening, voldoende financiële ondersteuning en regie vanuit het Rijk.
Circa zestig procent van onze elektriciteit is hernieuwbaar, tegenover slechts één procent van ons gas. De bijmengplicht moet het aandeel groen gas naar circa drie procent in 2030 brengen. Zonder deze verplichting zouden we in dat jaar ruim een half miljard kuub meer fossiel aardgas moeten importeren. Daarop wees Van der Gaag de aanwezige Kamerleden in het rondetafelgesprek over groen gas eerder dit jaar.
'Elektrificatie is cruciaal, maar laten we niet de hele transitie over de stroomkabel proberen te persen. Ook groene warmte en duurzame gassen spelen een belangrijke rol. Groen gas is een flexibele schakel in het energiesysteem en helpt woningen en bedrijven te verduurzamen waar alternatieven voor aardgas schaars of duur zijn. Zo draagt het bij aan zowel onze klimaatdoelen als onze energieonafhankelijkheid,' zegt Van der Gaag.
Groen gas biedt bovendien kansen voor boeren om bij te dragen aan verduurzaming en uitstoot van schadelijke gassen te verminderen. In samenhang met andere verduurzaming op het boerenbedrijf kunnen mestvergisting en betere mestverwerking bijdragen aan minder methaan- en stikstofuitstoot. Zo kunnen meer schone energie van eigen bodem en een toekomstbestendige landbouw elkaar versterken.
De landbouw- en energiesector boden daarvoor in juli al een gezamenlijke versnellingsaanpak aan staatssecretaris De Bat aan. De ambitie: de groengasproductie in tien jaar minimaal verdrievoudigen en een kwart van de stikstofuitstoot van de veestapel verminderen. Naast de bijmengplicht vraagt dit om snellere vergunningverlening, voldoende financiële ondersteuning en regie vanuit het Rijk.
donderdag 1 oktober 2026
Vierde LNG-tank Gate terminal gereed: versterking voor energievoorziening Nederland en Noordwest-Europa
De bouw van de vierde LNG-opslagtank bij Gate terminal op de Maasvlakte in Rotterdam is volgens planning afgerond. Donderdag werd de nieuwe tank in gebruik genomen na een bouwperiode van drie jaren. Met de uitbreiding vergroot Gate haar opslag- en her-vergassingscapaciteit en versterkt de terminal haar rol in de energievoorziening en leveringszekerheid van Nederland en Noordwest-Europa.
De nieuwe tank heeft een opslagcapaciteit van 180.000 kubieke meter LNG. Mede naar aanleiding van de energiecrisis in 2022 is besloten om een extra tank te bouwen. De uitbreiding voegt 4 miljard kubieke meter her-vergassingscapaciteit per jaar toe, waarmee de totale capaciteit van Gate uitkomt op 20 miljard kubieke meter per jaar. Ter vergelijking, de totale Nederlandse gasmarkt heeft een omvang van circa 30 miljard kubieke meter per jaar.
Na een definitief investeringsbesluit in januari 2026 is de bouw van Jetty 4 door het Havenbedrijf Rotterdam in volle gang. Naar verwachting zal deze steiger eind 2028 starten met kleinschalige scheepsbelading en bunkeractiviteiten. Om verdere groei en de stijgende vraag naar schonere scheepsbrandstoffen te faciliteren, lanceerde Gate terminal op 31 augustus 2026 tevens een vrijblijvende 'Expression of Interest', waarmee marktpartijen hun interesse in toekomstige laadcapaciteit kunnen tonen voor de voorgenomen Jetty 5.
Gate is een joint venture tussen Gasunie en Vopak. De terminal ontvangt LNG per schip, slaat het tijdelijk vloeibaar op maakt het vervolgens geschikt voor levering via het gastransportnetwerk aan gebruikers in Nederland en omringende landen. De uitbreiding vergroot de capaciteit om LNG vanuit verschillende delen van de wereld aan te voeren.
De nieuwe tank heeft een opslagcapaciteit van 180.000 kubieke meter LNG. Mede naar aanleiding van de energiecrisis in 2022 is besloten om een extra tank te bouwen. De uitbreiding voegt 4 miljard kubieke meter her-vergassingscapaciteit per jaar toe, waarmee de totale capaciteit van Gate uitkomt op 20 miljard kubieke meter per jaar. Ter vergelijking, de totale Nederlandse gasmarkt heeft een omvang van circa 30 miljard kubieke meter per jaar.
Na een definitief investeringsbesluit in januari 2026 is de bouw van Jetty 4 door het Havenbedrijf Rotterdam in volle gang. Naar verwachting zal deze steiger eind 2028 starten met kleinschalige scheepsbelading en bunkeractiviteiten. Om verdere groei en de stijgende vraag naar schonere scheepsbrandstoffen te faciliteren, lanceerde Gate terminal op 31 augustus 2026 tevens een vrijblijvende 'Expression of Interest', waarmee marktpartijen hun interesse in toekomstige laadcapaciteit kunnen tonen voor de voorgenomen Jetty 5.
Gate is een joint venture tussen Gasunie en Vopak. De terminal ontvangt LNG per schip, slaat het tijdelijk vloeibaar op maakt het vervolgens geschikt voor levering via het gastransportnetwerk aan gebruikers in Nederland en omringende landen. De uitbreiding vergroot de capaciteit om LNG vanuit verschillende delen van de wereld aan te voeren.
vrijdag 25 september 2026
Biovergister helpt HU verduurzamen met biogas
Bijna een jaar geleden werd in een binnentuin van Hogeschool Utrecht een bijzondere innovatie onthuld: een biovergister die groente-, fruit- en etensresten (gfe) omzet in duurzaam biogas. Maar met de installatie van de vergister waren we er nog niet. Want hoe zorg je dat het gfe-afval voldoende zuiver wordt gescheiden? Hoe krijg je het bij de vergister? Ook die drempels zijn nu genomen.
De biovergister, te vinden bij het HU-gebouw op Heidelberglaan 7, draagt niet alleen bij aan een duurzamere campus. Het is ook een levende proeftuin, met mooie onderwijs- en onderzoeksprojecten. En niet alleen op technologisch gebied. Communicatie, regelgeving, logistiek; er komt veel bij kijken.
“Wat begon als een vrijwel onmogelijke opgave vanwege vervuiling van het afval en logistieke uitdagingen, groeide uit tot een prachtig voorbeeld van praktijkgericht onderzoek en samenwerking”, stelt opleidingsmanager Arjan Brenkman, die vanaf het begin bij het initiatief is betrokken. Studenten en medewerkers van onder andere Chemie, Chemische Technologie, Logistics Management, Communicatie, CMD, Life Sciences en HBO Rechten werkten samen met partners als Universiteit Utrecht, Circ, Innofest en Ondernemersfonds Utrecht aan een werkende keten voor lokale biovergisting.
Voor het eerst is nu gfe-afval uit de food courts (de horeca) van de hele HU én van de gfe-afvalbakken van Heidelberglaan 7 gevoed aan de biovergister. Om die mijlpaal te bereiken, moest eerst de zuiverheidsgraad van het afval omhoog. Daarvoor zijn twee studentprojecten uitgevoerd in samenwerking met Communicatie, vertelt Hermen Bollemaat, hogeschoolhoofddocent Chemie en Chemische Technologie en projectleider van de biovergister. “Uit die projecten kwam naar voren dat gebruikers vooral behoefte hadden aan informatie over het doel van het ingezamelde gfe-afval en over wat wel en niet in de bakken mag. Alleen informeren bleek echter niet voldoende. Het toevoegen van een klepje aan de inzamelbakken vormde een extra bewustwordingsstap en zorgde er uiteindelijk voor dat de ingezamelde stroom voor meer dan 99 procent zuiver was.”
Brenkman: “We zijn gestart met een vulling van twintig procent van de maximale capaciteit, om de biovergister verder te testen. De focus ligt nu op het realiseren van voldoende kwaliteit en zuiverheid van het geproduceerde gas, voordat we verder opschalen. In potentie kan de vergister meer dan tien keer de hoeveelheid biogas produceren die momenteel nodig is voor onze laboratoria.”
De komende tijd wordt onderzocht hoe de biocultuur in de vergister verder kan worden geoptimaliseerd en hoe de inzameling van gfe-afval via de speciale afvalbakken kan worden uitgebreid naar alle HU-gebouwen. Ook wordt gekeken naar mogelijke nieuwe businesscases, vertellen Brenkman en Bollemaat. “Ons doel: een levende proeftuin voor lokale biovergisting in een stedelijke omgeving, die bijdraagt aan een aardgasvrije Hogeschool Utrecht en een duurzame, circulaire USP-campus.”
De biovergister, te vinden bij het HU-gebouw op Heidelberglaan 7, draagt niet alleen bij aan een duurzamere campus. Het is ook een levende proeftuin, met mooie onderwijs- en onderzoeksprojecten. En niet alleen op technologisch gebied. Communicatie, regelgeving, logistiek; er komt veel bij kijken.
“Wat begon als een vrijwel onmogelijke opgave vanwege vervuiling van het afval en logistieke uitdagingen, groeide uit tot een prachtig voorbeeld van praktijkgericht onderzoek en samenwerking”, stelt opleidingsmanager Arjan Brenkman, die vanaf het begin bij het initiatief is betrokken. Studenten en medewerkers van onder andere Chemie, Chemische Technologie, Logistics Management, Communicatie, CMD, Life Sciences en HBO Rechten werkten samen met partners als Universiteit Utrecht, Circ, Innofest en Ondernemersfonds Utrecht aan een werkende keten voor lokale biovergisting.
Voor het eerst is nu gfe-afval uit de food courts (de horeca) van de hele HU én van de gfe-afvalbakken van Heidelberglaan 7 gevoed aan de biovergister. Om die mijlpaal te bereiken, moest eerst de zuiverheidsgraad van het afval omhoog. Daarvoor zijn twee studentprojecten uitgevoerd in samenwerking met Communicatie, vertelt Hermen Bollemaat, hogeschoolhoofddocent Chemie en Chemische Technologie en projectleider van de biovergister. “Uit die projecten kwam naar voren dat gebruikers vooral behoefte hadden aan informatie over het doel van het ingezamelde gfe-afval en over wat wel en niet in de bakken mag. Alleen informeren bleek echter niet voldoende. Het toevoegen van een klepje aan de inzamelbakken vormde een extra bewustwordingsstap en zorgde er uiteindelijk voor dat de ingezamelde stroom voor meer dan 99 procent zuiver was.”
Brenkman: “We zijn gestart met een vulling van twintig procent van de maximale capaciteit, om de biovergister verder te testen. De focus ligt nu op het realiseren van voldoende kwaliteit en zuiverheid van het geproduceerde gas, voordat we verder opschalen. In potentie kan de vergister meer dan tien keer de hoeveelheid biogas produceren die momenteel nodig is voor onze laboratoria.”
De komende tijd wordt onderzocht hoe de biocultuur in de vergister verder kan worden geoptimaliseerd en hoe de inzameling van gfe-afval via de speciale afvalbakken kan worden uitgebreid naar alle HU-gebouwen. Ook wordt gekeken naar mogelijke nieuwe businesscases, vertellen Brenkman en Bollemaat. “Ons doel: een levende proeftuin voor lokale biovergisting in een stedelijke omgeving, die bijdraagt aan een aardgasvrije Hogeschool Utrecht en een duurzame, circulaire USP-campus.”
maandag 21 september 2026
Subsidie voor groengasinstallatie in Duiven
Waterschap Rijn en IJssel ontvangt 7,8 miljoen euro subsidie van provincie Gelderland voor een groengasinstallatie in Duiven die stikstofuitstoot vermindert en bijdraagt aan natuurherstel.
Gepubliceerd op: 15-juli-2026
De subsidie is voor de bouw van een installatie die biogas uit rioolslib omzet in groengas. Daardoor daalt de uitstoot van stikstofoxiden met 2.400 kilogram per jaar. Minder stikstofuitstoot helpt de natuur op en rond de Veluwe te herstellen en creëert ruimte voor woningbouw, ondernemers en andere maatschappelijke ontwikkelingen.
Bouw kan al in september starten
Met de bouw van een groengasinstallatie bij de rioolwaterzuivering in Duiven, kan in september 2026 het eerste project van de Aanpak Veluwe van start gaan. Op 17 juni 2026 maakten het Rijk, waterschappen, provincie en gemeenten afspraken over natuurherstel én ruimte voor wonen, werken en ondernemen op en rond de Veluwe. Het Rijk stelt € 300 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de Aanpak Veluwe.
Provincie Gelderland verstrekt subsidies aan projecten die bijdragen aan de doelen van de Aanpak Veluwe. Waterschap Rijn en IJssel ontvangt op 15 juli 2026 € 7,8 miljoen voor de uitbreiding en vernieuwing van de slibverwerking bij de rioolwaterzuivering in Duiven. Als de aangevraagde vergunningen rond zijn, kan de bouw van de nieuwe installatie half september 2026 al starten.
Van biogas naar groengas
Bij de verwerking van rioolslib komt biogas vrij. Op dit moment verbrandt de rioolwaterzuivering in Duiven jaarlijks ongeveer 2 miljoen kubieke meter biogas, vergelijkbaar met de inhoud van ongeveer 800 olympische zwembaden. Bij die verbranding komen stikstofoxiden, CO₂ en methaan vrij. Afhankelijk van de windrichting kan een deel van de stikstof neerslaan op natuurgebieden zoals de Veluwezoom en de Landgoederen Brummen.
Met de nieuwe installatie wordt het grootste deel van het biogas omgezet in groengas. Daarmee kan jaarlijks voldoende duurzame energie worden geproduceerd om ongeveer 2.650 huishoudens van gas te voorzien. Tegelijkertijd vervalt een groot deel van de uitstoot die nu ontstaat door de verbranding van biogas. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) daalt hierdoor met 2.400 kilogram per jaar.
Gepubliceerd op: 15-juli-2026
De subsidie is voor de bouw van een installatie die biogas uit rioolslib omzet in groengas. Daardoor daalt de uitstoot van stikstofoxiden met 2.400 kilogram per jaar. Minder stikstofuitstoot helpt de natuur op en rond de Veluwe te herstellen en creëert ruimte voor woningbouw, ondernemers en andere maatschappelijke ontwikkelingen.
Bouw kan al in september starten
Met de bouw van een groengasinstallatie bij de rioolwaterzuivering in Duiven, kan in september 2026 het eerste project van de Aanpak Veluwe van start gaan. Op 17 juni 2026 maakten het Rijk, waterschappen, provincie en gemeenten afspraken over natuurherstel én ruimte voor wonen, werken en ondernemen op en rond de Veluwe. Het Rijk stelt € 300 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de Aanpak Veluwe.
Provincie Gelderland verstrekt subsidies aan projecten die bijdragen aan de doelen van de Aanpak Veluwe. Waterschap Rijn en IJssel ontvangt op 15 juli 2026 € 7,8 miljoen voor de uitbreiding en vernieuwing van de slibverwerking bij de rioolwaterzuivering in Duiven. Als de aangevraagde vergunningen rond zijn, kan de bouw van de nieuwe installatie half september 2026 al starten.
Van biogas naar groengas
Bij de verwerking van rioolslib komt biogas vrij. Op dit moment verbrandt de rioolwaterzuivering in Duiven jaarlijks ongeveer 2 miljoen kubieke meter biogas, vergelijkbaar met de inhoud van ongeveer 800 olympische zwembaden. Bij die verbranding komen stikstofoxiden, CO₂ en methaan vrij. Afhankelijk van de windrichting kan een deel van de stikstof neerslaan op natuurgebieden zoals de Veluwezoom en de Landgoederen Brummen.
Met de nieuwe installatie wordt het grootste deel van het biogas omgezet in groengas. Daarmee kan jaarlijks voldoende duurzame energie worden geproduceerd om ongeveer 2.650 huishoudens van gas te voorzien. Tegelijkertijd vervalt een groot deel van de uitstoot die nu ontstaat door de verbranding van biogas. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) daalt hierdoor met 2.400 kilogram per jaar.
maandag 7 september 2026
Friese overheden in beroep tegen gaswinningsvergunning Akkrum
De Friese overheden gaan in beroep tegen een door de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) verleende winningsvergunning voor het gasveld Akkrum. Dit beroep volgt nadat de staatssecretaris het Friese bezwaar in juli 2026 ongegrond verklaarde.
De staatssecretaris wil de beoordeling van risico’s en gevolgen van gaswinning pas later doen bij de procedure van het winningsplan. Fryslân vindt dit de omgekeerde volgorde en denkt dat het bovendien tegen het eigen rijksbeleid (Mijnbouwwet) ingaat.
Als het aan de staatssecretaris ligt heeft Vermillion Energy B.V. dus nu al wel groen licht om de gaswinning verder voor te bereiden zonder dat de risico’s en gevolgen voldoende zijn onderzocht. Artikel 9 van de Mijnbouwwet bepaalt dat een winningsvergunning geweigerd kan worden als een gebied vanwege veiligheids-, schade-, milieu- of natuurbelangen niet geschikt is voor de aangevraagde activiteit. Wat Fryslân betreft is daar in veenweidegebied sprake van.
Gedeputeerde Friso Douwstra; “Wij hebben als Friese overheden in de fases van advies en bezwaar uitvoerig onderbouwd dat het gebied Akkrum ongeschikt is. Dit vanwege de aanwezigheid van kwetsbaar veenweidegebied, autonome bodemdaling, de noodzaak om waterpeilen te verhogen, risico’s voor de waterhuishouding en belangrijke drinkwaterbelangen. Gaswinning in veenweidegebied leidt tot gestapelde problemen die onomkeerbaar zijn. Via het beroep vragen we nu aan de rechtbank of de staatssecretaris de procedures juist uitvoert en voldoende motiveert.”
Alle Friese overheden zijn vertegenwoordigd in de Friese Mijnbouwtafel en tegen gaswinning onder land. De overheden grijpen indien nodig juridische mogelijkheden aan om via zienswijzen, bezwaar en beroep invloed uit te oefenen op plannen en besluitvorming waarbij Friese belangen spelen.
Ten aanzien van de procedure winningsvergunning gasveld Akkrum gaat de provincie Fryslân (voorzitter Friese Mijnbouwtafel) nu in beroep en doet dat mede namens Wetterskip Fryslân en de gemeenten Fryske Marren, Smallingerland, Heerenveen, Súdwest-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Leeuwarden. Het gasveld Akkrum ligt onder al deze gemeenten.
De staatssecretaris wil de beoordeling van risico’s en gevolgen van gaswinning pas later doen bij de procedure van het winningsplan. Fryslân vindt dit de omgekeerde volgorde en denkt dat het bovendien tegen het eigen rijksbeleid (Mijnbouwwet) ingaat.
Als het aan de staatssecretaris ligt heeft Vermillion Energy B.V. dus nu al wel groen licht om de gaswinning verder voor te bereiden zonder dat de risico’s en gevolgen voldoende zijn onderzocht. Artikel 9 van de Mijnbouwwet bepaalt dat een winningsvergunning geweigerd kan worden als een gebied vanwege veiligheids-, schade-, milieu- of natuurbelangen niet geschikt is voor de aangevraagde activiteit. Wat Fryslân betreft is daar in veenweidegebied sprake van.
Gedeputeerde Friso Douwstra; “Wij hebben als Friese overheden in de fases van advies en bezwaar uitvoerig onderbouwd dat het gebied Akkrum ongeschikt is. Dit vanwege de aanwezigheid van kwetsbaar veenweidegebied, autonome bodemdaling, de noodzaak om waterpeilen te verhogen, risico’s voor de waterhuishouding en belangrijke drinkwaterbelangen. Gaswinning in veenweidegebied leidt tot gestapelde problemen die onomkeerbaar zijn. Via het beroep vragen we nu aan de rechtbank of de staatssecretaris de procedures juist uitvoert en voldoende motiveert.”
Alle Friese overheden zijn vertegenwoordigd in de Friese Mijnbouwtafel en tegen gaswinning onder land. De overheden grijpen indien nodig juridische mogelijkheden aan om via zienswijzen, bezwaar en beroep invloed uit te oefenen op plannen en besluitvorming waarbij Friese belangen spelen.
Ten aanzien van de procedure winningsvergunning gasveld Akkrum gaat de provincie Fryslân (voorzitter Friese Mijnbouwtafel) nu in beroep en doet dat mede namens Wetterskip Fryslân en de gemeenten Fryske Marren, Smallingerland, Heerenveen, Súdwest-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Leeuwarden. Het gasveld Akkrum ligt onder al deze gemeenten.
donderdag 3 september 2026
Nieuw Interreg-project H2B geeft ondernemers helderheid over waterstof als energieoplossing
Hydrogen to Business (H2B) stimuleert het gebruik van waterstoftechnologie bij energie-intensieve mkb’ers in het Interreg 6A Nederland-Duitsland gebied. Het project versnelt toepassing van groene waterstof, maar biedt ook ruimte voor low-carbon waterstof en energiedragers (o.a. methanol, biogas, LOHC’s) wanneer elektrificatie niet haalbaar is.
Honderd energie-intensieve mkb-bedrijven krijgen de komende drie jaar de kans om te onderzoeken of waterstof een passende oplossing is voor hun energievraagstuk. Dat is het doel van het nieuwe Interreg-project Hydrogen to Business (H2B). Het project helpt ondernemers in Nederland en Duitsland inzicht te krijgen in de mogelijkheden van waterstof, daarna volgt de keuze of waterstof daadwerkelijk past bij hun bedrijfsvoering. Zo maken ondernemers onderbouwde keuzes voor een toekomstbestendige energievoorziening.
Netcongestie, hoge energiekosten en strengere klimaatregels zetten steeds meer ondernemers voor lastige keuzes. Elektrificatie biedt niet altijd een oplossing. H2B helpt bedrijven daarom inzicht te krijgen in de kansen van waterstof. Experts en hogescholen analyseren samen met ondernemers welke verduurzamingsroute het beste aansluit bij hun bedrijfsvoering. Daarbij onderzoeken zij verschillende vormen van waterstof, waterstofdragers en bestaande technologieën. Het resultaat is een concreet advies waarmee ondernemers weloverwogen kunnen beslissen over hun volgende stap.
Blijkt waterstof een kansrijke oplossing? Dan helpt H2B ondernemers om die stap ook daadwerkelijk te zetten. Bedrijven testen een technologie of prototype in een praktijkomgeving met ondersteuning tot € 20.000. Veelbelovende oplossingen groeien vervolgens door naar een pilotproject met een bijdrage tot € 150.000. Zo verkleint H2B de stap van analyse naar toepassing en krijgen innovaties sneller een plek in de praktijk.
H2B brengt bedrijven, kennisinstellingen en innovatiepartners uit Nederland en Duitsland samen. De komende jaren ondersteunt het project 100 haalbaarheidsonderzoeken, 30 praktijkvalidaties en 6 pilotprojecten. Daarmee versnelt H2B de toepassing van waterstofinnovaties en helpt het ondernemers om met minder risico stappen te zetten richting een duurzame energievoorziening.
NOM werkt als partner van H2B nauw samen met; Oost NL, TFM Münster, Energy Hub Emsland, NOM, FH Münster, Hanze University, Saxion University, Westfälische Hochschule en Zentrum für Brennstoffzellen Technik ZBT.
Honderd energie-intensieve mkb-bedrijven krijgen de komende drie jaar de kans om te onderzoeken of waterstof een passende oplossing is voor hun energievraagstuk. Dat is het doel van het nieuwe Interreg-project Hydrogen to Business (H2B). Het project helpt ondernemers in Nederland en Duitsland inzicht te krijgen in de mogelijkheden van waterstof, daarna volgt de keuze of waterstof daadwerkelijk past bij hun bedrijfsvoering. Zo maken ondernemers onderbouwde keuzes voor een toekomstbestendige energievoorziening.
Netcongestie, hoge energiekosten en strengere klimaatregels zetten steeds meer ondernemers voor lastige keuzes. Elektrificatie biedt niet altijd een oplossing. H2B helpt bedrijven daarom inzicht te krijgen in de kansen van waterstof. Experts en hogescholen analyseren samen met ondernemers welke verduurzamingsroute het beste aansluit bij hun bedrijfsvoering. Daarbij onderzoeken zij verschillende vormen van waterstof, waterstofdragers en bestaande technologieën. Het resultaat is een concreet advies waarmee ondernemers weloverwogen kunnen beslissen over hun volgende stap.
Blijkt waterstof een kansrijke oplossing? Dan helpt H2B ondernemers om die stap ook daadwerkelijk te zetten. Bedrijven testen een technologie of prototype in een praktijkomgeving met ondersteuning tot € 20.000. Veelbelovende oplossingen groeien vervolgens door naar een pilotproject met een bijdrage tot € 150.000. Zo verkleint H2B de stap van analyse naar toepassing en krijgen innovaties sneller een plek in de praktijk.
H2B brengt bedrijven, kennisinstellingen en innovatiepartners uit Nederland en Duitsland samen. De komende jaren ondersteunt het project 100 haalbaarheidsonderzoeken, 30 praktijkvalidaties en 6 pilotprojecten. Daarmee versnelt H2B de toepassing van waterstofinnovaties en helpt het ondernemers om met minder risico stappen te zetten richting een duurzame energievoorziening.
NOM werkt als partner van H2B nauw samen met; Oost NL, TFM Münster, Energy Hub Emsland, NOM, FH Münster, Hanze University, Saxion University, Westfälische Hochschule en Zentrum für Brennstoffzellen Technik ZBT.
donderdag 27 augustus 2026
Air Products en Nobian sluiten meerjarige overeenkomst voor RFNBO-conforme waterstof
Nobian, producent van hoogzuiver zout, low-carbon essentiële chemicaliën en energieopslagcavernes, en Air Products (NYSE: APD), wereldwijd marktleider in industriële gassen en ’s werelds grootste leverancier van waterstof, hebben een meerjarige overeenkomst gesloten voor de afname van gecertificeerde RFNBO-compliant waterstof. De waterstof wordt geproduceerd in Nobians productielocatie in Rotterdam.
De fabriek draait op hernieuwbare energie en is sinds 2025 de eerste grootschalige Europese producent van hernieuwbare waterstof met een ISCC EU-certificering voor RFNBO. Met een jaarlijkse productiecapaciteit van meer dan 14.000 ton waterstof (1,68 PJ) is Nobians locatie in Rotterdam de grootste RFNBO-gecertificeerde waterstoffabriek van Europa.
Door RFNBO-gecertificeerde waterstof via bestaande infrastructuur beschikbaar te stellen ondersteunt Air Products de geldende RED III-verplichtingen en versterkt het de positie van Rotterdam als waterstofhub. De overeenkomst vergroot de toegang tot RFNBO-gecertificeerde waterstof via het bestaande Air Products waterstofnetwerk en ondersteunt klanten in het behalen van de verplichte doelstellingen voor de inname van hernieuwbare energie.
Markus Mingenbach, Senior Vice President Chlor-Alkali & Chloromethanes bij Nobian: “Deze overeenkomst is een belangrijke mijlpaal voor gecertificeerde groene waterstof in Europa. Samen met Air Products maken we gecertificeerde RFNBO-compliant waterstof beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van de Europese waterstofeconomie. Dit is Grow Greener Together in de praktijk: twee toonaangevende industriële partners die samenwerken aan de Europese energietransitie.”
De fabriek draait op hernieuwbare energie en is sinds 2025 de eerste grootschalige Europese producent van hernieuwbare waterstof met een ISCC EU-certificering voor RFNBO. Met een jaarlijkse productiecapaciteit van meer dan 14.000 ton waterstof (1,68 PJ) is Nobians locatie in Rotterdam de grootste RFNBO-gecertificeerde waterstoffabriek van Europa.
Door RFNBO-gecertificeerde waterstof via bestaande infrastructuur beschikbaar te stellen ondersteunt Air Products de geldende RED III-verplichtingen en versterkt het de positie van Rotterdam als waterstofhub. De overeenkomst vergroot de toegang tot RFNBO-gecertificeerde waterstof via het bestaande Air Products waterstofnetwerk en ondersteunt klanten in het behalen van de verplichte doelstellingen voor de inname van hernieuwbare energie.
Markus Mingenbach, Senior Vice President Chlor-Alkali & Chloromethanes bij Nobian: “Deze overeenkomst is een belangrijke mijlpaal voor gecertificeerde groene waterstof in Europa. Samen met Air Products maken we gecertificeerde RFNBO-compliant waterstof beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van de Europese waterstofeconomie. Dit is Grow Greener Together in de praktijk: twee toonaangevende industriële partners die samenwerken aan de Europese energietransitie.”
woensdag 26 augustus 2026
Boerderij tankt eigen waterstof
Op stadsboerderij Vliervelden in Almere is sinds kort een eigen waterstoftankstation in gebruik. Daarmee kan stadsboer Tom Saat zijn trekker en enkele bedrijfsauto’s tanken met waterstof die op het landbouwbedrijf zelf wordt geproduceerd. Het gaat volgens Omroep Flevoland om een Nederlandse en mogelijk Europese primeur.
Vliervelden gebruikt tot nu toe jaarlijks ongeveer 80.000 liter diesel. Saat wil daar vanaf. De elektriciteit voor de productie van waterstof komt van zonnepanelen op het dak van de boerderij. De geproduceerde waterstof wordt vervolgens opgeslagen in speciale tankflessen.
Op dit moment maakt de installatie ongeveer twee kilogram waterstof per dag. Dat staat volgens Saat gelijk aan een besparing van ongeveer veertien liter diesel per dag. De volledige installatie kan uiteindelijk zo’n 700 kilogram waterstof produceren en opslaan, vergelijkbaar met ongeveer 5.000 liter diesel.
Voor landbouwmachines ziet Saat waterstof als een alternatief voor elektrische aandrijving. Vooral het gewicht van batterijen speelt volgens hem een rol. Een elektrische trekker zou voor voldoende vermogen een aanzienlijk zwaar accupakket nodig hebben, terwijl landbouwmachines juist zo licht mogelijk moeten blijven om schade aan de bodem te beperken.
De installatie kan in de toekomst worden uitgebreid. Daarvoor is op het dak van de boerderij nog ruimte voor extra zonnepanelen. Vanuit het buitenland bestaat volgens Saat al belangstelling voor het concept, terwijl de interesse vanuit de Nederlandse landbouwsector vooralsnog beperkt blijft.
Met de eigen waterstofproductie wil Saat laten zien dat landbouwbedrijven hun energievoorziening deels zelf kunnen verduurzamen en minder afhankelijk kunnen worden van diesel.
Vliervelden gebruikt tot nu toe jaarlijks ongeveer 80.000 liter diesel. Saat wil daar vanaf. De elektriciteit voor de productie van waterstof komt van zonnepanelen op het dak van de boerderij. De geproduceerde waterstof wordt vervolgens opgeslagen in speciale tankflessen.
Op dit moment maakt de installatie ongeveer twee kilogram waterstof per dag. Dat staat volgens Saat gelijk aan een besparing van ongeveer veertien liter diesel per dag. De volledige installatie kan uiteindelijk zo’n 700 kilogram waterstof produceren en opslaan, vergelijkbaar met ongeveer 5.000 liter diesel.
Voor landbouwmachines ziet Saat waterstof als een alternatief voor elektrische aandrijving. Vooral het gewicht van batterijen speelt volgens hem een rol. Een elektrische trekker zou voor voldoende vermogen een aanzienlijk zwaar accupakket nodig hebben, terwijl landbouwmachines juist zo licht mogelijk moeten blijven om schade aan de bodem te beperken.
De installatie kan in de toekomst worden uitgebreid. Daarvoor is op het dak van de boerderij nog ruimte voor extra zonnepanelen. Vanuit het buitenland bestaat volgens Saat al belangstelling voor het concept, terwijl de interesse vanuit de Nederlandse landbouwsector vooralsnog beperkt blijft.
Met de eigen waterstofproductie wil Saat laten zien dat landbouwbedrijven hun energievoorziening deels zelf kunnen verduurzamen en minder afhankelijk kunnen worden van diesel.
dinsdag 25 augustus 2026
Europese gasprijs sluit met € 65,- per MWh op hoogste punt sinds begin 2023
De Europese gasprijs is vrijdag 21 augustus verder gestegen tot € 65,865 per megawattuur (MWh). Daarmee sloot de gasprijs op de beurs op het hoogste niveau sinds begin 2023. De oorzaak is de aanhoudende onzekerheid en oplopende spanningen in het Midden-Oosten. Tegelijkertijd zijn de Nederlandse gasopslagen pas voor 43,8% gevuld, terwijl het vulseizoen al een eind op weg is. Vorig jaar waren de gasopslagen rond deze tijd al voor 65% gevuld. Dat blijkt uit een analyse door vergelijkingswebsite Overstappen.nl.
De TTF-gasprijs (een belangrijke Europese graadmeter voor de groothandelsprijs van gas) sloot vrijdag op ruim € 65,- per MWh. Daarmee is gas opnieuw aanzienlijk duurder dan eerder deze zomer. De stijging komt op een moment waarop de markt al langere tijd rekening houdt met een krappe gasmarkt richting de winter.
Een grote oorzaak is de aanhoudende onrust rond de Straat van Hormuz. Deze belangrijke zeestraat voor de export van gas en olie is al maanden grotendeels verminderd door de onrust tussen de Verenigde Staten en Iran. De geopolitieke situatie blijft bovendien onrustig. De Amerikaanse president Donald Trump stelt dat de Straat van Hormuz open is, terwijl Iran zegt dat zij de vaarweg pas heropenen als aan hun eisen wordt voldaan. Tegelijkertijd liggen de vredesonderhandelingen stil.
De situatie verslechterde verder nadat Trump dreigde met een "economische oorlog" tegen Teheran. Hij kondigde zware sancties aan voor elk land dat Iran financieel steunt. Zowel de dreigende sancties als de onzekerheid over de doorgang van schepen zorgen voor extra spanning op de energiemarkt.
Naast de onrust in het Midden-Oosten, speelt er nog iets. De Europese gasopslagen zijn nu voor ongeveer 61% gevuld. Rond deze tijd van het jaar was dat in 2025 nog ruim 75% en in 2024 zelfs bijna 91%. Dat betekent dat Europa met een kleinere buffer richting het stookseizoen gaat. Ook in Nederland blijven de gasvoorraden achter: de Nederlandse gasopslagen zijn momenteel voor 43,8% gevuld. Daarmee staan de voorraden voor deze tijd van het jaar op het laagste niveau in acht jaar.
Naast de problemen aan de aanbodkant speelt ook de elektriciteitsproductie een rol. Verschillende Europese kerncentrales draaien momenteel op een lager vermogen of zijn tijdelijk uitgeschakeld vanwege een gebrek aan koelwater. Dat laatste is het gevolg van de uitzonderlijke droogte en lage waterstanden. Zo werd in Roemenië de enige operationele kerncentrale stilgelegd vanwege de historisch lage waterstand in de Donau. Daarnaast heeft Hongarije de kerncentrale Paks, verantwoordelijk voor bijna de helft van de Hongaarse elektriciteitsproductie, stilgelegd. Ook in Frankrijk wordt de kerncentraleproductie geraakt door de aanhoudende hitte en lage waterstanden.
De TTF-gasprijs (een belangrijke Europese graadmeter voor de groothandelsprijs van gas) sloot vrijdag op ruim € 65,- per MWh. Daarmee is gas opnieuw aanzienlijk duurder dan eerder deze zomer. De stijging komt op een moment waarop de markt al langere tijd rekening houdt met een krappe gasmarkt richting de winter.
Een grote oorzaak is de aanhoudende onrust rond de Straat van Hormuz. Deze belangrijke zeestraat voor de export van gas en olie is al maanden grotendeels verminderd door de onrust tussen de Verenigde Staten en Iran. De geopolitieke situatie blijft bovendien onrustig. De Amerikaanse president Donald Trump stelt dat de Straat van Hormuz open is, terwijl Iran zegt dat zij de vaarweg pas heropenen als aan hun eisen wordt voldaan. Tegelijkertijd liggen de vredesonderhandelingen stil.
De situatie verslechterde verder nadat Trump dreigde met een "economische oorlog" tegen Teheran. Hij kondigde zware sancties aan voor elk land dat Iran financieel steunt. Zowel de dreigende sancties als de onzekerheid over de doorgang van schepen zorgen voor extra spanning op de energiemarkt.
Naast de onrust in het Midden-Oosten, speelt er nog iets. De Europese gasopslagen zijn nu voor ongeveer 61% gevuld. Rond deze tijd van het jaar was dat in 2025 nog ruim 75% en in 2024 zelfs bijna 91%. Dat betekent dat Europa met een kleinere buffer richting het stookseizoen gaat. Ook in Nederland blijven de gasvoorraden achter: de Nederlandse gasopslagen zijn momenteel voor 43,8% gevuld. Daarmee staan de voorraden voor deze tijd van het jaar op het laagste niveau in acht jaar.
Naast de problemen aan de aanbodkant speelt ook de elektriciteitsproductie een rol. Verschillende Europese kerncentrales draaien momenteel op een lager vermogen of zijn tijdelijk uitgeschakeld vanwege een gebrek aan koelwater. Dat laatste is het gevolg van de uitzonderlijke droogte en lage waterstanden. Zo werd in Roemenië de enige operationele kerncentrale stilgelegd vanwege de historisch lage waterstand in de Donau. Daarnaast heeft Hongarije de kerncentrale Paks, verantwoordelijk voor bijna de helft van de Hongaarse elektriciteitsproductie, stilgelegd. Ook in Frankrijk wordt de kerncentraleproductie geraakt door de aanhoudende hitte en lage waterstanden.
maandag 24 augustus 2026
Twintig jaar energieverbinding onder de Noordzee tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk
Twintig jaar energieverbinding onder de Noordzee tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk
Gasunie markeert dit jaar twintig jaar energieverbinding onder de Noordzee tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De installatie in Anna Paulowna, het Nederlandse aanlandingspunt van de BBL-verbinding (Balgzand-Bacton Line), werd in 2006 in gebruik genomen en speelt sindsdien een belangrijke rol in de energievoorziening en leveringszekerheid van Noordwest-Europa. Via de 235 kilometer lange onderzeese leiding wordt aardgas veilig en betrouwbaar tussen beide landen vervoerd.
In de afgelopen twintig jaar heeft de energievoorziening in Europa grote veranderingen doorgemaakt. Internationale verbindingen zoals BBL zijn daarbij steeds belangrijker geworden en dragen bij aan flexibiliteit en leveringszekerheid binnen het Europese energiesysteem.
Het Nederlandse aanlandingspunt van de leiding bevindt zich in Anna Paulowna (Noord-Holland). Hier wordt het aardgas ontvangen, verwerkt en verder getransporteerd. BBL Company exploiteert deze leiding, Gasunie bezit 75% van de aandelen en het Belgische Fluxys 25%. De installatie vormt een essentiële schakel in de internationale energie-infrastructuur.
Ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum opent BBL Company op zaterdag 26 september de deuren van de installatie in Anna Paulowna voor omwonenden en andere geïnteresseerden. Bezoekers krijgen daarmee een unieke gelegenheid om een locatie te bezoeken die normaal gesproken niet toegankelijk is voor publiek en van dichtbij te zien hoe een belangrijke internationale energieverbinding functioneert.
Gasunie markeert dit jaar twintig jaar energieverbinding onder de Noordzee tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De installatie in Anna Paulowna, het Nederlandse aanlandingspunt van de BBL-verbinding (Balgzand-Bacton Line), werd in 2006 in gebruik genomen en speelt sindsdien een belangrijke rol in de energievoorziening en leveringszekerheid van Noordwest-Europa. Via de 235 kilometer lange onderzeese leiding wordt aardgas veilig en betrouwbaar tussen beide landen vervoerd.
In de afgelopen twintig jaar heeft de energievoorziening in Europa grote veranderingen doorgemaakt. Internationale verbindingen zoals BBL zijn daarbij steeds belangrijker geworden en dragen bij aan flexibiliteit en leveringszekerheid binnen het Europese energiesysteem.
Het Nederlandse aanlandingspunt van de leiding bevindt zich in Anna Paulowna (Noord-Holland). Hier wordt het aardgas ontvangen, verwerkt en verder getransporteerd. BBL Company exploiteert deze leiding, Gasunie bezit 75% van de aandelen en het Belgische Fluxys 25%. De installatie vormt een essentiële schakel in de internationale energie-infrastructuur.
Ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum opent BBL Company op zaterdag 26 september de deuren van de installatie in Anna Paulowna voor omwonenden en andere geïnteresseerden. Bezoekers krijgen daarmee een unieke gelegenheid om een locatie te bezoeken die normaal gesproken niet toegankelijk is voor publiek en van dichtbij te zien hoe een belangrijke internationale energieverbinding functioneert.
Plannen voor grootschalige productie van groene waterstof onzeker
De plannen voor grootschalige productie van groene waterstof lopen tegen steeds meer problemen aan. Verschillende projecten zijn stilgelegd, geschrapt of uitgesteld. De belangrijkste oorzaak is de hoge kostprijs van groene waterstof, terwijl afnemers nog terughoudend zijn om zich langdurig aan dure waterstofcontracten te verbinden.
Het Amerikaanse Plug Power heeft zijn plannen voor een grote fabriek voor groene waterstof in de Antwerpse haven volledig afgeboekt. Het bedrijf had tussen de 350 en 400 miljoen euro willen investeren, maar noemt de economische haalbaarheid, winstgevendheid en ontwikkeling van de markt te onzeker.
Ook in Duitsland is een groot project voorlopig stilgelegd. Voor Hyscale100 was bijna 900 miljoen euro subsidie toegezegd. De geplande installatie zou een capaciteit van 2,1 gigawatt krijgen. Volgens René Peters van TNO is dat uitzonderlijk groot. Hij schat de totale investering op 5 tot 8 miljard euro.
Ook in Nederland zijn meerdere projecten teruggevallen of geschrapt, waaronder Zeevonk, H2-Fifty en H2M. Groene waterstof is momenteel naar schatting drie tot vijf keer duurder dan waterstof die met aardgas wordt geproduceerd. Volgens Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, verloopt de ontwikkeling daardoor aanzienlijk trager dan enkele jaren geleden werd verwacht.
Volgens Peters spelen meerdere factoren een rol. De productie van elektriciteit en groene waterstof blijft relatief duur, terwijl overheidsbeleid onzeker is en de aanleg van nieuwe infrastructuur langzaam verloopt. Tegelijkertijd zijn industriële afnemers terughoudend met het afsluiten van langlopende contracten voor dure groene waterstof. Daardoor wordt het voor bedrijven moeilijker om grote investeringen rond te krijgen.
Ook de verwachtingen over de toekomstige rol van waterstof zijn bijgesteld. Energie-analist Jilles van den Beukel van HCSS ziet het aandeel waterstof in het toekomstige energiesysteem geleidelijk lager uitvallen dan eerder werd voorzien. Voor personenauto’s lijkt waterstof volgens hem geen belangrijke rol meer te krijgen en ook voor vrachtwagens wordt het volgens hem lastig.
Daar komt volgens Peter van Ees, sectorexpert energie bij ABN Amro, bij dat Europese overheden minder bereid lijken om de hoge kosten van de opstartfase te dragen. Tegelijkertijd blijft de ontwikkeling van waterstof afhankelijk van de rest van het energiesysteem.
Vooral bedrijven die productie, infrastructuur en afname met elkaar kunnen combineren, lijken daardoor kansrijk. Shell bouwt op de Maasvlakte aan Holland Hydrogen I, een installatie van 200 megawatt. Ook Air Liquide werkt aan een complex met een capaciteit van 200 megawatt. Voor de huidige markt zijn dat al omvangrijke projecten.
De sector heeft bovendien te maken met een klassiek kip-eiprobleem. Producenten willen zekerheid over afnemers voordat ze investeren, terwijl industriële bedrijven pas willen overstappen als er voldoende betaalbare waterstof beschikbaar is. Ook infrastructuur vormt een obstakel: zonder transportleiding is een waterstoffabriek moeilijk rendabel te exploiteren, terwijl een leiding zonder voldoende productie weinig nut heeft.
Toch ligt niet alles stil. RWE levert inmiddels groene waterstof via een pijpleiding aan de industrie en ook het Nederlandse offshoreproject PosHYdon produceert waterstof. Zulke projecten zijn volgens Peters belangrijk om ervaring op te doen, risico’s te verkleinen en de kosten beter beheersbaar te maken.
Op langere termijn verwachten deskundigen nog steeds een groeiende rol voor waterstof, onder meer door Europese regelgeving die bedrijven verplicht om meer hernieuwbare energie te gebruiken. De ontwikkeling zal alleen waarschijnlijk aanzienlijk geleidelijker verlopen dan enkele jaren geleden werd voorspeld.
Het Amerikaanse Plug Power heeft zijn plannen voor een grote fabriek voor groene waterstof in de Antwerpse haven volledig afgeboekt. Het bedrijf had tussen de 350 en 400 miljoen euro willen investeren, maar noemt de economische haalbaarheid, winstgevendheid en ontwikkeling van de markt te onzeker.
Ook in Duitsland is een groot project voorlopig stilgelegd. Voor Hyscale100 was bijna 900 miljoen euro subsidie toegezegd. De geplande installatie zou een capaciteit van 2,1 gigawatt krijgen. Volgens René Peters van TNO is dat uitzonderlijk groot. Hij schat de totale investering op 5 tot 8 miljard euro.
Ook in Nederland zijn meerdere projecten teruggevallen of geschrapt, waaronder Zeevonk, H2-Fifty en H2M. Groene waterstof is momenteel naar schatting drie tot vijf keer duurder dan waterstof die met aardgas wordt geproduceerd. Volgens Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, verloopt de ontwikkeling daardoor aanzienlijk trager dan enkele jaren geleden werd verwacht.
Volgens Peters spelen meerdere factoren een rol. De productie van elektriciteit en groene waterstof blijft relatief duur, terwijl overheidsbeleid onzeker is en de aanleg van nieuwe infrastructuur langzaam verloopt. Tegelijkertijd zijn industriële afnemers terughoudend met het afsluiten van langlopende contracten voor dure groene waterstof. Daardoor wordt het voor bedrijven moeilijker om grote investeringen rond te krijgen.
Ook de verwachtingen over de toekomstige rol van waterstof zijn bijgesteld. Energie-analist Jilles van den Beukel van HCSS ziet het aandeel waterstof in het toekomstige energiesysteem geleidelijk lager uitvallen dan eerder werd voorzien. Voor personenauto’s lijkt waterstof volgens hem geen belangrijke rol meer te krijgen en ook voor vrachtwagens wordt het volgens hem lastig.
Daar komt volgens Peter van Ees, sectorexpert energie bij ABN Amro, bij dat Europese overheden minder bereid lijken om de hoge kosten van de opstartfase te dragen. Tegelijkertijd blijft de ontwikkeling van waterstof afhankelijk van de rest van het energiesysteem.
Vooral bedrijven die productie, infrastructuur en afname met elkaar kunnen combineren, lijken daardoor kansrijk. Shell bouwt op de Maasvlakte aan Holland Hydrogen I, een installatie van 200 megawatt. Ook Air Liquide werkt aan een complex met een capaciteit van 200 megawatt. Voor de huidige markt zijn dat al omvangrijke projecten.
De sector heeft bovendien te maken met een klassiek kip-eiprobleem. Producenten willen zekerheid over afnemers voordat ze investeren, terwijl industriële bedrijven pas willen overstappen als er voldoende betaalbare waterstof beschikbaar is. Ook infrastructuur vormt een obstakel: zonder transportleiding is een waterstoffabriek moeilijk rendabel te exploiteren, terwijl een leiding zonder voldoende productie weinig nut heeft.
Toch ligt niet alles stil. RWE levert inmiddels groene waterstof via een pijpleiding aan de industrie en ook het Nederlandse offshoreproject PosHYdon produceert waterstof. Zulke projecten zijn volgens Peters belangrijk om ervaring op te doen, risico’s te verkleinen en de kosten beter beheersbaar te maken.
Op langere termijn verwachten deskundigen nog steeds een groeiende rol voor waterstof, onder meer door Europese regelgeving die bedrijven verplicht om meer hernieuwbare energie te gebruiken. De ontwikkeling zal alleen waarschijnlijk aanzienlijk geleidelijker verlopen dan enkele jaren geleden werd voorspeld.
donderdag 20 augustus 2026
Colruyt Group en Scania pionieren met waterstoftrucks in dagelijkse operaties
Scania blijft binnen haar duurzame transportstrategie actief onderzoek doen naar verschillende innovatieve technologieën en energiedragers. Hoewel batterij-elektrisch transport de kern van deze strategie vormt, ziet Scania ook waterstof als een interessante aanvulling voor specifieke transporttoepassingen. De levering van twee waterstofbrandstofceltrucks (FCEV) aan Colruyt Group past binnen dit voortdurende onderzoek naar de mogelijkheden en praktische inzetbaarheid van waterstof in zwaar transport. Voor Colruyt Group past dit in het vooropgestelde plan om te streven naar duurzamer en 100 % zero-emissie goederentransport, waarbij batterij-elektrische en waterstof-elektrische voertuigen een sleutelrol spelen.
Het Scania Pilot Partner-initiatief, opgericht in 2021, is het samenwerkingsplatform van het bedrijf voor innovatie met geselecteerde klanten. Binnen het programma worden uiteenlopende technologieën en methoden geëvalueerd en getest: van batterij-elektrische tot verbrandingsmotoren met range extender en opkomende alternatieven zoals waterstofbrandstofcellen.
Doel is om de technische prestaties, operationele haalbaarheid en het commerciële potentieel te evalueren. Binnen dit vijfjarige pioniersproject is Colruyt Group de eerste en enige Belgische klant die twee Scania waterstoftrucks opneemt in zijn dagelijkse operaties. Scania ontwikkelde slechts een twintigtal voertuigen van deze reeks, die in een select aantal landen onder reële omstandigheden worden getest. Dit benadrukt het unieke en exclusieve karakter van het project. “Door te testen in echte transportomgevingen leren we wat in de praktijk het beste werkt en hoe we vooruitgang kunnen versnellen,” legt Tony Sandberg, Head of Scania Pilot Partner, uit.
De test met waterstoftrucks verandert niets aan Scania’s strategie voor de decarbonisatie van het transportsysteem, die gericht blijft op directe elektrificatie. Het is echter één van de verschillende testen binnen het Pilot Partner-programma om te begrijpen hoe diverse energiedragers en aandrijflijnen presteren. Het doel is inzicht te krijgen in de reële sterktes en zwaktes van andere technologieën en brandstoffen.
Scania Fuel Cell Electric Vehicle (FCEV)
Het voertuig is een volledig elektrisch aangedreven waterstofbrandstofceltruck. Het voertuig heeft een brandstofcel met een maximaal vermogen van 300kW die elektriciteit produceert uit waterstof en zo de batterijen tijdens het rijden ondersteunen. De elektrische aandrijflijn levert een continu vermogen van 400 kW en biedt bovendien tot 480 kW regeneratief remvermogen voor maximale energie-efficiëntie.
De trekker is uitgevoerd als een drie-assige 6x2-configuratie met gestuurde naloopas, wat zorgt voor een hoge laadcapaciteit gecombineerd met een uitstekende manoeuvreerbaarheid. Met een maximaal toegelaten treingewicht van 50 ton is het voertuig geschikt voor zware transporttoepassingen over langere afstanden.
De waterstof wordt opgeslagen in tanks met een totale capaciteit van 56 kg bij een druk van 700 bar. De trucks zullen waterstof tanken in bestaande en nog te bouwen HRS-waterstof tankstations in Halle en Ollignies. Het tanken gebeurt via een SAE J2600-H70-vulnippel met een maximale vulsnelheid van 60 gram waterstof per seconde. Daarnaast beschikt het voertuig over twee batterijpacks met een totale bruto energie-inhoud van 356 kWh. Deze kunnen extern worden opgeladen via een CCS2 Combo-laadaansluiting met een maximale laadstroom van 500 ampère, goed voor een laadvermogen tot 375 kW.
Dankzij de combinatie van batterij-elektrische aandrijving en een waterstof-brandstofcel realiseert de truck een actieradius tot ongeveer 800 kilometer, terwijl hij volledig emissievrij opereert. Het voertuig is bovendien uitgerust met een Scania-bumper die voldoet aan de Europese IVD-richtlijn (Increased Vehicle Dimensions). Hierdoor mag de trekker-opleggercombinatie wettelijk langer zijn dan de traditionele maximale lengte van 16,5 meter, zonder in te boeten op laadruimte. De extra lengte wordt benut voor verbeterde aerodynamica, veiligheid en energie-efficiëntie.
Het Scania Pilot Partner-initiatief, opgericht in 2021, is het samenwerkingsplatform van het bedrijf voor innovatie met geselecteerde klanten. Binnen het programma worden uiteenlopende technologieën en methoden geëvalueerd en getest: van batterij-elektrische tot verbrandingsmotoren met range extender en opkomende alternatieven zoals waterstofbrandstofcellen.
Doel is om de technische prestaties, operationele haalbaarheid en het commerciële potentieel te evalueren. Binnen dit vijfjarige pioniersproject is Colruyt Group de eerste en enige Belgische klant die twee Scania waterstoftrucks opneemt in zijn dagelijkse operaties. Scania ontwikkelde slechts een twintigtal voertuigen van deze reeks, die in een select aantal landen onder reële omstandigheden worden getest. Dit benadrukt het unieke en exclusieve karakter van het project. “Door te testen in echte transportomgevingen leren we wat in de praktijk het beste werkt en hoe we vooruitgang kunnen versnellen,” legt Tony Sandberg, Head of Scania Pilot Partner, uit.
De test met waterstoftrucks verandert niets aan Scania’s strategie voor de decarbonisatie van het transportsysteem, die gericht blijft op directe elektrificatie. Het is echter één van de verschillende testen binnen het Pilot Partner-programma om te begrijpen hoe diverse energiedragers en aandrijflijnen presteren. Het doel is inzicht te krijgen in de reële sterktes en zwaktes van andere technologieën en brandstoffen.
Scania Fuel Cell Electric Vehicle (FCEV)
Het voertuig is een volledig elektrisch aangedreven waterstofbrandstofceltruck. Het voertuig heeft een brandstofcel met een maximaal vermogen van 300kW die elektriciteit produceert uit waterstof en zo de batterijen tijdens het rijden ondersteunen. De elektrische aandrijflijn levert een continu vermogen van 400 kW en biedt bovendien tot 480 kW regeneratief remvermogen voor maximale energie-efficiëntie.
De trekker is uitgevoerd als een drie-assige 6x2-configuratie met gestuurde naloopas, wat zorgt voor een hoge laadcapaciteit gecombineerd met een uitstekende manoeuvreerbaarheid. Met een maximaal toegelaten treingewicht van 50 ton is het voertuig geschikt voor zware transporttoepassingen over langere afstanden.
De waterstof wordt opgeslagen in tanks met een totale capaciteit van 56 kg bij een druk van 700 bar. De trucks zullen waterstof tanken in bestaande en nog te bouwen HRS-waterstof tankstations in Halle en Ollignies. Het tanken gebeurt via een SAE J2600-H70-vulnippel met een maximale vulsnelheid van 60 gram waterstof per seconde. Daarnaast beschikt het voertuig over twee batterijpacks met een totale bruto energie-inhoud van 356 kWh. Deze kunnen extern worden opgeladen via een CCS2 Combo-laadaansluiting met een maximale laadstroom van 500 ampère, goed voor een laadvermogen tot 375 kW.
Dankzij de combinatie van batterij-elektrische aandrijving en een waterstof-brandstofcel realiseert de truck een actieradius tot ongeveer 800 kilometer, terwijl hij volledig emissievrij opereert. Het voertuig is bovendien uitgerust met een Scania-bumper die voldoet aan de Europese IVD-richtlijn (Increased Vehicle Dimensions). Hierdoor mag de trekker-opleggercombinatie wettelijk langer zijn dan de traditionele maximale lengte van 16,5 meter, zonder in te boeten op laadruimte. De extra lengte wordt benut voor verbeterde aerodynamica, veiligheid en energie-efficiëntie.
donderdag 6 augustus 2026
Energieleveranciers mogen contracten met vaste prijs niet aanpassen als ETS-2 en bijmengverplichting groen gas ingaan
Energieleveranciers mogen geen vaste contracten voor de levering van gas aanbieden waarbij de prijs aangepast kan worden als de nieuwe regels rond de CO2-heffing (ETS-2) en de bijmengverplichting voor groen gas ingaan. De ACM heeft energieleveranciers die contracten met zo’n prijswijzigingsbeding aanboden hierop aangesproken, waarna deze leveranciers dat beding hebben geschrapt.
Manon Leijten, bestuurslid van de ACM: “Het doel van een vast contract is dat het mensen zekerheid biedt over de prijs die zij gedurende de hele looptijd van het contract moeten betalen. Daarom moet een vast contract ook echt een vast contract zijn. Leveranciers mogen de vaste contracten dus niet zomaar aanpassen als de bijmengverplichting voor groen gas of de regels voor ETS-2 ingaan.”
Er komen nieuwe regels aan die de energiekosten kunnen verhogen. Het Europese ETS-2 systeem zal per 1 januari 2028 in werking treden. Dat systeem houdt in dat energieleveranciers moeten betalen voor de CO2-uitstoot van de gaslevering aan huishoudens. Daarnaast gaat de bijmengverplichting voor groen gas naar verwachting vanaf 1 januari 2027 gelden. Dit houdt in dat leveranciers verplicht zijn om een geleidelijk toenemend percentage groen gas bij te mengen. Dit wordt gedaan om de productie van groen gas te stimuleren en de CO2-uitstoot te verlagen.
Uit onderzoek van de ACM bleek dat sommige leveranciers vaste contracten aanboden waarbij zij de vaste prijs voor gas alsnog konden verhogen zodra deze regels ingaan. Hierdoor kunnen deze vaste contracten duurder uitpakken dan verwacht en zijn contracten niet goed met elkaar te vergelijken. Daarom is dit volgens de ACM niet toegestaan.
Energieleveranciers mogen de prijs voor de levering van gas of elektriciteit in een vast contract alleen in uitzonderlijke gevallen aanpassen. Vooralsnog ziet de ACM alleen een wijzigingsmogelijkheid bij een wijziging van de netbeheerkosten of bij wijzigingen van de energiebelasting of de btw.
De ACM heeft alle energieleveranciers met een sectorbrief over deze regels geïnformeerd. In de sectorbrief herhaalt de ACM ook hoe energieleveranciers om moeten gaan met de afschaffing van de salderingsregeling bij vaste contracten.
Manon Leijten, bestuurslid van de ACM: “Het doel van een vast contract is dat het mensen zekerheid biedt over de prijs die zij gedurende de hele looptijd van het contract moeten betalen. Daarom moet een vast contract ook echt een vast contract zijn. Leveranciers mogen de vaste contracten dus niet zomaar aanpassen als de bijmengverplichting voor groen gas of de regels voor ETS-2 ingaan.”
Er komen nieuwe regels aan die de energiekosten kunnen verhogen. Het Europese ETS-2 systeem zal per 1 januari 2028 in werking treden. Dat systeem houdt in dat energieleveranciers moeten betalen voor de CO2-uitstoot van de gaslevering aan huishoudens. Daarnaast gaat de bijmengverplichting voor groen gas naar verwachting vanaf 1 januari 2027 gelden. Dit houdt in dat leveranciers verplicht zijn om een geleidelijk toenemend percentage groen gas bij te mengen. Dit wordt gedaan om de productie van groen gas te stimuleren en de CO2-uitstoot te verlagen.
Uit onderzoek van de ACM bleek dat sommige leveranciers vaste contracten aanboden waarbij zij de vaste prijs voor gas alsnog konden verhogen zodra deze regels ingaan. Hierdoor kunnen deze vaste contracten duurder uitpakken dan verwacht en zijn contracten niet goed met elkaar te vergelijken. Daarom is dit volgens de ACM niet toegestaan.
Energieleveranciers mogen de prijs voor de levering van gas of elektriciteit in een vast contract alleen in uitzonderlijke gevallen aanpassen. Vooralsnog ziet de ACM alleen een wijzigingsmogelijkheid bij een wijziging van de netbeheerkosten of bij wijzigingen van de energiebelasting of de btw.
De ACM heeft alle energieleveranciers met een sectorbrief over deze regels geïnformeerd. In de sectorbrief herhaalt de ACM ook hoe energieleveranciers om moeten gaan met de afschaffing van de salderingsregeling bij vaste contracten.
vrijdag 31 juli 2026
PosHYdon produceert groene waterstof op offshoreplatform
Pilotproject PosHYdon heeft deze zomer voor het eerst groene waterstof geproduceerd op het operationele offshoreplatform Q13a-A, ongeveer dertien kilometer voor de kust van Scheveningen. Het platform van Eni Energy Netherlands combineert gaswinning op zee met windenergie en waterstofproductie.
De installatie gebruikt een elektrolyser met een vermogen van 1 megawatt. Zeewater wordt eerst omgezet in gedemineraliseerd water en vervolgens, met elektriciteit uit windpark Luchterduinen, via elektrolyse gesplitst in waterstof en zuurstof.
De geproduceerde waterstof wordt bijgemengd met het aardgas van het platform en via de bestaande gasleiding naar land getransporteerd. Voor de proef verhoogde het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de toegestane bijmenggrens van 0,02 naar 0,5 procent waterstof.
De pilot moet inzicht geven in de werking van offshore-elektrolyse bij een wisselend aanbod van windstroom. De betrokken partijen onderzoeken onder meer de efficiëntie, onderhoudsbehoefte, kosten en operationele prestaties van de installatie.
PosHYdon is een initiatief van onder meer DEME, EBN, Eneco, Gasunie, Nel, Eni, TAQA, TNO en diverse technische partners. De eerste resultaten worden in augustus en september geanalyseerd; de sector kan de belangrijkste lessen dit najaar verwachten.
De installatie gebruikt een elektrolyser met een vermogen van 1 megawatt. Zeewater wordt eerst omgezet in gedemineraliseerd water en vervolgens, met elektriciteit uit windpark Luchterduinen, via elektrolyse gesplitst in waterstof en zuurstof.
De geproduceerde waterstof wordt bijgemengd met het aardgas van het platform en via de bestaande gasleiding naar land getransporteerd. Voor de proef verhoogde het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de toegestane bijmenggrens van 0,02 naar 0,5 procent waterstof.
De pilot moet inzicht geven in de werking van offshore-elektrolyse bij een wisselend aanbod van windstroom. De betrokken partijen onderzoeken onder meer de efficiëntie, onderhoudsbehoefte, kosten en operationele prestaties van de installatie.
PosHYdon is een initiatief van onder meer DEME, EBN, Eneco, Gasunie, Nel, Eni, TAQA, TNO en diverse technische partners. De eerste resultaten worden in augustus en september geanalyseerd; de sector kan de belangrijkste lessen dit najaar verwachten.
donderdag 30 juli 2026
Green Planet stelt MAN-waterstoftruck beschikbaar voor proefritten
Green Planet in Pesse heeft een MAN hTGX met waterstofverbrandingsmotor in gebruik genomen als demonstratietruck. Transportbedrijven en chauffeurs kunnen de truck inzetten of ermee proefrijden om ervaring op te doen met waterstof in zwaar wegtransport.
De demo-truck is beschikbaar gekomen via een samenwerking tussen Green Planet, MAN Nederland, MAN-dealers Roordink en Wierda Bedrijfswagens, de provincies Groningen en Drenthe en de Clean Hydrogen Partnership van de EU. Het project valt onder de DKTI-Transportregeling van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
De MAN hTGX werd op 23 juli officieel overhandigd in Pesse. Voorafgaand aan de presentatie deden Lubbers Transport en de Bork Groep al praktijkervaring op met de truck. De Zuidema Groep en Vredeveld Transport gaan hem de komende periode eveneens gebruiken.
Volgens Green Planet-eigenaar Edward Doorten is het doel om vervoerders en chauffeurs kennis te laten maken met de mogelijkheden van waterstof. „Elektrisch vervoer is voor veel toepassingen uitstekend inzetbaar, maar voor het zwaardere werk is waterstof een aantrekkelijk emissievrij alternatief.”
De demo-truck is beschikbaar gekomen via een samenwerking tussen Green Planet, MAN Nederland, MAN-dealers Roordink en Wierda Bedrijfswagens, de provincies Groningen en Drenthe en de Clean Hydrogen Partnership van de EU. Het project valt onder de DKTI-Transportregeling van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
De MAN hTGX werd op 23 juli officieel overhandigd in Pesse. Voorafgaand aan de presentatie deden Lubbers Transport en de Bork Groep al praktijkervaring op met de truck. De Zuidema Groep en Vredeveld Transport gaan hem de komende periode eveneens gebruiken.
Volgens Green Planet-eigenaar Edward Doorten is het doel om vervoerders en chauffeurs kennis te laten maken met de mogelijkheden van waterstof. „Elektrisch vervoer is voor veel toepassingen uitstekend inzetbaar, maar voor het zwaardere werk is waterstof een aantrekkelijk emissievrij alternatief.”
maandag 27 juli 2026
Gasunie vergroot ruimte voor groen gas met netkoppeling tussen Zeeland en Noord-Brabant
Gasunie heeft eind juli 2026 een verbinding tussen de bestaande ondergrondse gasnetwerken bij Axel (Zeeland) en Ossendrecht (Noord-Brabant) gerealiseerd. Door deze netkoppeling ontstaat extra transportcapaciteit voor groen gas, waardoor zowel bestaande als nieuwe producenten meer ruimte krijgen om duurzaam gas aan het netwerk te leveren. Daarmee komt meer duurzame energie van eigen bodem beschikbaar voor huishoudens, industrie en transport en ontstaat ruimte voor verdere groei van de productie van groen gas.
Voor de verbinding in het regionale netwerk maakt Gasunie gebruik van een bestaande aardgasleiding die niet langer nodig is voor het transport van aardgas. Hierdoor hoeft geen nieuwe leiding te worden aangelegd. Het hergebruik van bestaande infrastructuur beperkt de werkzaamheden, voorkomt extra materiaalgebruik en minimaliseert de impact op de omgeving. De werkzaamheden vinden uitsluitend plaats op de Gasunie-locaties buiten de bebouwde kom. De koppelwerkzaamheden zijn onlangs gerealiseerd.
Groen gas wordt het hele jaar door geproduceerd, terwijl de vraag naar gas sterk seizoensafhankelijk is. Vooral in de zomer ontstaat daardoor lokaal regelmatig een overschot. Dankzij de verbinding tussen de gasnetwerken van Zeeland en Noord-Brabant kan groen gas eenvoudiger worden getransporteerd naar gebieden waar wel vraag is. Zo wordt het netwerk beter benut en ontstaat ruimte voor verdere groei van de productie.
Die extra capaciteit is hard nodig. De landelijke productie van groen gas nam vorig jaar met 14 procent toe. Ook het aantal producenten groeide in 2025 van 92 naar 108. De komende jaren wordt er hard gewerkt om het aandeel groen gas verder te laten stijgen naar 2 miljard m3 per jaar.
Noord-Brabant heeft een grote potentie voor de productie van groen gas dankzij de beschikbaarheid van groene reststromen uit de landbouw en veehouderij. Gasunie investeert daarom op meerdere locaties in de provincie in uitbreidingen van de infrastructuur.
Naast de netkoppeling tussen Axel en Ossendrecht worden de komende periode ook groengasboosters in Tilburg en Mill aangesloten. Deze installaties verhogen de druk van groen gas, zodat het vanuit het netwerk van Enexis kan worden ingevoed op het landelijke transportnet van Gasunie. Samen zorgen deze projecten ervoor dat meer duurzaam geproduceerd gas beschikbaar komt voor huishoudens, bedrijven en industrie.
Voor de verbinding in het regionale netwerk maakt Gasunie gebruik van een bestaande aardgasleiding die niet langer nodig is voor het transport van aardgas. Hierdoor hoeft geen nieuwe leiding te worden aangelegd. Het hergebruik van bestaande infrastructuur beperkt de werkzaamheden, voorkomt extra materiaalgebruik en minimaliseert de impact op de omgeving. De werkzaamheden vinden uitsluitend plaats op de Gasunie-locaties buiten de bebouwde kom. De koppelwerkzaamheden zijn onlangs gerealiseerd.
Groen gas wordt het hele jaar door geproduceerd, terwijl de vraag naar gas sterk seizoensafhankelijk is. Vooral in de zomer ontstaat daardoor lokaal regelmatig een overschot. Dankzij de verbinding tussen de gasnetwerken van Zeeland en Noord-Brabant kan groen gas eenvoudiger worden getransporteerd naar gebieden waar wel vraag is. Zo wordt het netwerk beter benut en ontstaat ruimte voor verdere groei van de productie.
Die extra capaciteit is hard nodig. De landelijke productie van groen gas nam vorig jaar met 14 procent toe. Ook het aantal producenten groeide in 2025 van 92 naar 108. De komende jaren wordt er hard gewerkt om het aandeel groen gas verder te laten stijgen naar 2 miljard m3 per jaar.
Noord-Brabant heeft een grote potentie voor de productie van groen gas dankzij de beschikbaarheid van groene reststromen uit de landbouw en veehouderij. Gasunie investeert daarom op meerdere locaties in de provincie in uitbreidingen van de infrastructuur.
Naast de netkoppeling tussen Axel en Ossendrecht worden de komende periode ook groengasboosters in Tilburg en Mill aangesloten. Deze installaties verhogen de druk van groen gas, zodat het vanuit het netwerk van Enexis kan worden ingevoed op het landelijke transportnet van Gasunie. Samen zorgen deze projecten ervoor dat meer duurzaam geproduceerd gas beschikbaar komt voor huishoudens, bedrijven en industrie.
maandag 20 juli 2026
Gasprijs stijgt naar hetzelfde niveau als bij begin onrust in Iran
De toenemende onrust in Iran drijft de energieprijzen behoorlijk op. Consumenten die nu een nieuw energiecontract afsluiten, betalen veel meer dan begin juli. De all-in jaarprijs voor een gemiddeld huishouden ligt vandaag op 2.026 euro. Dat is een toename van 5,9 procent ten opzichte van begin juli. De gasprijzen op de groothandelsmarkt bereikten vandaag een niveau van 60 euro per MWh. Daarmee stijgt de marktprijs opnieuw naar het hoge niveau van begin maart, vlak na het uitbreken van de oorlog in Iran. Dat blijkt uit actuele marktdata van vergelijkingssite Overstappen.nl.
Wie vandaag een energiecontract afsluit met een gemiddeld verbruik (2.500 kWh stroom en 1.000 m³ gas), is op jaarbasis € 2.026,- kwijt. De prijzen zijn de afgelopen dagen in rap tempo opgelopen. Op 2 juli bedroeg de all-in jaarprijs nog € 1.912,-, maar op 15 juli was deze al gestegen naar € 1.982,-. In slechts vijf dagen tijd (tussen 15 en 20 juli) steeg de prijs vervolgens nog eens met 2,1%, tot de huidige prijs van € 2.026,-.
De aanleiding voor de recente prijsstijging zijn nieuwe escalaties tussen de Verenigde Staten en Iran nu de vredesonderhandelingen op losse schroeven staan. Er werd vanochtend onder andere een brand gemeld op een olietanker in de Straat van Hormuz. Door deze zeestraat varen boten die olie en gas vervoeren. Sinds deze straat moeilijk te bevaren is, is er minder gas beschikbaar, zijn de verzekeringen voor boten duurder en lopen daarmee ook de olie- en gasprijzen op.
Daardoor opende de gasmarkt vanochtend hoog en tikte de marktprijs de € 60,- per MWh aan. Een vergelijkbare piekprijs rond de € 60,- was te zien aan het begin van de oorlog in maart. Na aanvallen op gasinstallaties in Qatar op 19 maart opende de beurs destijds zelfs op € 72,- per MWh.
“Naast de internationale geopolitieke spanningen spelen ook binnenlandse factoren een rol bij de hoge marktprijs”, licht Boenink toe. “De Nederlandse gasopslagen zijn momenteel voor slechts zo’n 33% gevuld, wat aanzienlijk lager is dan de vulgraad van 55% in dezelfde periode vorig jaar. Om te voldoen aan de Europese afspraken moet Nederland de voorraden voor de winter voor minimaal 74% vullen. De komende maanden moet er dus nog veel gas ingekocht worden.”
Grote voorkeur voor vaste contracten
Ondanks de stijgende marktprijzen blijven energieleveranciers vooralsnog vaste contracten aanbieden. Boenink: “Meer dan 90% van de consumenten kiest momenteel voor de zekerheid van een vast contract. Voor een eenjarig contract liggen de gasprijzen momenteel tussen de € 1,35 en € 1,55 per m³ gas. Voor consumenten die hun verbruik goed kunnen sturen, blijft een dynamisch contract ook interessant. Hoewel de dynamische stroomtarieven vooral in de ochtend en avond hoog staan, zijn de tarieven overdag juist relatief vaak erg laag. Zo bedroeg de stroomprijs gisteren nog acht uur achter elkaar € 0,-. Consu
Wie vandaag een energiecontract afsluit met een gemiddeld verbruik (2.500 kWh stroom en 1.000 m³ gas), is op jaarbasis € 2.026,- kwijt. De prijzen zijn de afgelopen dagen in rap tempo opgelopen. Op 2 juli bedroeg de all-in jaarprijs nog € 1.912,-, maar op 15 juli was deze al gestegen naar € 1.982,-. In slechts vijf dagen tijd (tussen 15 en 20 juli) steeg de prijs vervolgens nog eens met 2,1%, tot de huidige prijs van € 2.026,-.
De aanleiding voor de recente prijsstijging zijn nieuwe escalaties tussen de Verenigde Staten en Iran nu de vredesonderhandelingen op losse schroeven staan. Er werd vanochtend onder andere een brand gemeld op een olietanker in de Straat van Hormuz. Door deze zeestraat varen boten die olie en gas vervoeren. Sinds deze straat moeilijk te bevaren is, is er minder gas beschikbaar, zijn de verzekeringen voor boten duurder en lopen daarmee ook de olie- en gasprijzen op.
Daardoor opende de gasmarkt vanochtend hoog en tikte de marktprijs de € 60,- per MWh aan. Een vergelijkbare piekprijs rond de € 60,- was te zien aan het begin van de oorlog in maart. Na aanvallen op gasinstallaties in Qatar op 19 maart opende de beurs destijds zelfs op € 72,- per MWh.
“Naast de internationale geopolitieke spanningen spelen ook binnenlandse factoren een rol bij de hoge marktprijs”, licht Boenink toe. “De Nederlandse gasopslagen zijn momenteel voor slechts zo’n 33% gevuld, wat aanzienlijk lager is dan de vulgraad van 55% in dezelfde periode vorig jaar. Om te voldoen aan de Europese afspraken moet Nederland de voorraden voor de winter voor minimaal 74% vullen. De komende maanden moet er dus nog veel gas ingekocht worden.”
Grote voorkeur voor vaste contracten
Ondanks de stijgende marktprijzen blijven energieleveranciers vooralsnog vaste contracten aanbieden. Boenink: “Meer dan 90% van de consumenten kiest momenteel voor de zekerheid van een vast contract. Voor een eenjarig contract liggen de gasprijzen momenteel tussen de € 1,35 en € 1,55 per m³ gas. Voor consumenten die hun verbruik goed kunnen sturen, blijft een dynamisch contract ook interessant. Hoewel de dynamische stroomtarieven vooral in de ochtend en avond hoog staan, zijn de tarieven overdag juist relatief vaak erg laag. Zo bedroeg de stroomprijs gisteren nog acht uur achter elkaar € 0,-. Consu
Subsidie voor een groengasinstallatie in Duiven
Waterschap Rijn en IJssel ontvangt 7,8 miljoen euro subsidie van provincie Gelderland voor een groengasinstallatie in Duiven die stikstofuitstoot vermindert en bijdraagt aan natuurherstel.
De subsidie is voor de bouw van een installatie die biogas uit rioolslib omzet in groengas. Daardoor daalt de uitstoot van stikstofoxiden met 2.400 kilogram per jaar. Minder stikstofuitstoot helpt de natuur op en rond de Veluwe te herstellen en creëert ruimte voor woningbouw, ondernemers en andere maatschappelijke ontwikkelingen.
Met de bouw van een groengasinstallatie bij de rioolwaterzuivering in Duiven, kan in september 2026 het eerste project van de Aanpak Veluwe van start gaan. Op 17 juni 2026 maakten het Rijk, waterschappen, provincie en gemeenten afspraken over natuurherstel én ruimte voor wonen, werken en ondernemen op en rond de Veluwe. Het Rijk stelt € 300 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de Aanpak Veluwe.
Provincie Gelderland verstrekt subsidies aan projecten die bijdragen aan de doelen van de Aanpak Veluwe. Waterschap Rijn en IJssel ontvangt op 15 juli 2026 € 7,8 miljoen voor de uitbreiding en vernieuwing van de slibverwerking bij de rioolwaterzuivering in Duiven. Als de aangevraagde vergunningen rond zijn, kan de bouw van de nieuwe installatie half september 2026 al starten.
Bij de verwerking van rioolslib komt biogas vrij. Op dit moment verbrandt de rioolwaterzuivering in Duiven jaarlijks ongeveer 2 miljoen kubieke meter biogas, vergelijkbaar met de inhoud van ongeveer 800 olympische zwembaden. Bij die verbranding komen stikstofoxiden, CO₂ en methaan vrij. Afhankelijk van de windrichting kan een deel van de stikstof neerslaan op natuurgebieden zoals de Veluwezoom en de Landgoederen Brummen.
Met de nieuwe installatie wordt het grootste deel van het biogas omgezet in groengas. Daarmee kan jaarlijks voldoende duurzame energie worden geproduceerd om ongeveer 2.650 huishoudens van gas te voorzien. Tegelijkertijd vervalt een groot deel van de uitstoot die nu ontstaat door de verbranding van biogas. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) daalt hierdoor met 2.400 kilogram per jaar.
De subsidie is voor de bouw van een installatie die biogas uit rioolslib omzet in groengas. Daardoor daalt de uitstoot van stikstofoxiden met 2.400 kilogram per jaar. Minder stikstofuitstoot helpt de natuur op en rond de Veluwe te herstellen en creëert ruimte voor woningbouw, ondernemers en andere maatschappelijke ontwikkelingen.
Met de bouw van een groengasinstallatie bij de rioolwaterzuivering in Duiven, kan in september 2026 het eerste project van de Aanpak Veluwe van start gaan. Op 17 juni 2026 maakten het Rijk, waterschappen, provincie en gemeenten afspraken over natuurherstel én ruimte voor wonen, werken en ondernemen op en rond de Veluwe. Het Rijk stelt € 300 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de Aanpak Veluwe.
Provincie Gelderland verstrekt subsidies aan projecten die bijdragen aan de doelen van de Aanpak Veluwe. Waterschap Rijn en IJssel ontvangt op 15 juli 2026 € 7,8 miljoen voor de uitbreiding en vernieuwing van de slibverwerking bij de rioolwaterzuivering in Duiven. Als de aangevraagde vergunningen rond zijn, kan de bouw van de nieuwe installatie half september 2026 al starten.
Bij de verwerking van rioolslib komt biogas vrij. Op dit moment verbrandt de rioolwaterzuivering in Duiven jaarlijks ongeveer 2 miljoen kubieke meter biogas, vergelijkbaar met de inhoud van ongeveer 800 olympische zwembaden. Bij die verbranding komen stikstofoxiden, CO₂ en methaan vrij. Afhankelijk van de windrichting kan een deel van de stikstof neerslaan op natuurgebieden zoals de Veluwezoom en de Landgoederen Brummen.
Met de nieuwe installatie wordt het grootste deel van het biogas omgezet in groengas. Daarmee kan jaarlijks voldoende duurzame energie worden geproduceerd om ongeveer 2.650 huishoudens van gas te voorzien. Tegelijkertijd vervalt een groot deel van de uitstoot die nu ontstaat door de verbranding van biogas. De uitstoot van stikstofoxiden (NOx) daalt hierdoor met 2.400 kilogram per jaar.
vrijdag 17 juli 2026
Gasunie strategisch op koers in geopolitiek uitdagend eerste halfjaar
Gasunie heeft in de eerste zes maanden van het jaar belangrijke voortgang geboekt met het toekomstbestendig maken van de energie-infrastructuur, met onder meer de opening van het eerste deel van het waterstofnetwerk in Nederland en het uitbreiden van LNG-capaciteit. Dat blijkt uit het halfjaarbericht 2026, dat vandaag is verschenen.
Gasunie Transport Services (GTS, de netbeheerder van het landelijke gastransportnetwerk) transporteerde 12% meer aardgas naar stroomproducenten. Het gasverbruik in de industrie is het afgelopen halfjaar licht gestegen (+1%). De hoeveelheid gas die naar regionale netbeheerders ging, is juist iets gedaald (-1%).
Het is voor het derde jaar op rij dat het transport naar elektriciteitscentrales in de eerste helft van het jaar stijgt. Aardgas wordt door elektriciteitsproducenten steeds meer ingezet om schommelingen in zon- en windproductie op te vangen, zodat energiezekerheid voor elektriciteit kan worden gegarandeerd. Nu gebeurt dat nog met aardgas, maar in de toekomst zal het gaan om groen gas en waterstof. In het hybride energiesysteem van de toekomst versterken elektrificatie, aardgas en duurzame gassen elkaar.
Gasunie bouwde het afgelopen halfjaar door aan haar strategie: werken aan een betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam energiesysteem van de toekomst terwijl het nu zorgt voor een weerbare energievoorziening. Op het gebied van energietransitie werden belangrijke stappen gezet.
Een belangrijke mijlpaal was de opening in mei van de 32 kilometer lange waterstofleiding in de Rotterdamse haven, in aanwezigheid van koning Willem-Alexander. Dit netwerk vormt de start voor een landelijke en Europese waterstofinfrastructuur. In Duitsland maakte Gasunie progressie met de ombouw van aardgasleidingen voor het transport van waterstof.
Opslag wordt een cruciaal onderdeel van de waterstofketen. De toezegging van € 450 miljoen van de overheid voor de ontwikkeling van een waterstof-opslagfaciliteit in Noord-Nederland is een sterk signaal.
In juni ondertekenden Nederlandse en Duitse energie(infra)bedrijven een overeenkomst-op-hoofdlijnen voor de ontwikkeling van een CO2-leiding vanuit het Ruhrgebied naar ondergrondse opslagen in de Noordzee; de zogeheten Delta Rhine Corridor (DRC). Een netwerk dat uitmondt in de offshore-leiding van het Aramis-project.
Onderzoek door PwC in opdracht van Gasunie laat zien dat afvang en opslag van afgevangen CO₂ de meest haalbare en betaalbare route is om de Nederlandse industrie de komende jaren te verduurzamen.
Bij WarmtelinQ in Leiden werd een bouwmijlpaal bereikt. Warmte die eerst verloren ging, krijgt door WarmtelinQ straks een tweede leven: duurzame energie van eigen bodem, en die helpt om de druk op het elektriciteitsnet te verminderen.
Tegelijkertijd werkt Gasunie, samen met partners, aan het versterken van de bestaande energie-infrastructuur. Bij Gate terminal in Rotterdam wordt de laatste hand gelegd aan het uitbreiden van de ontvangstcapaciteit van vloeibaar aardgas (LNG).
Ook is het voorwaardelijke besluit genomen om de EemsEnergyTerminal operationeel te houden, wat de energiezekerheid vergroot voor Nederland en Noordwest-Europa. Daarnaast is bij de bouw van de LNG-terminal in Noord-Duitsland belangrijke voortgang geboekt.
Gasunie Transport Services vervoerde in Nederland in de eerste zes maanden van 2026 335 TWh aardgas; 5% minder dan in dezelfde periode een jaar eerder. Deze daling komt doordat er minder gas over de grens is vervoerd en er minder gas naar de opslagen is gegaan. Het gebruik van aardgas in Nederland is in de eerste helft van 2026 met 2% gestegen (153 TWh), vergeleken met dezelfde periode in 2025 (150 TWh).
Gasunie Deutschland transporteerde 138 TWh aardgas, een stijging van 2% ten opzichte van de eerste helft van vorig jaar. Daarmee bleef het Duitse netwerk een belangrijke schakel in de Noordwest-Europese energievoorziening.
GTS adviseert de Nederlandse regering over de leveringszekerheid van gas. In maart publiceerde GTS een analyse over hoe robuust het gasnetwerk in Europa en Nederland is bij lange storingen; en deed daarbij een aantal concrete voorstellen om het systeem sterker te maken.
De gasbergingen in met name Nederland raken dit jaar langzamer vol dan verwacht. Dit is iets waar we aandacht voor blijven vragen, omdat de opslagen slechts in geleidelijk tempo gevuld kunnen worden. Aan het einde van de winter (31 maart) waren de opslagen voor 5% gevuld. Op 30 juni was dit gestegen naar 26%. In 2025 waren deze percentages aanzienlijk hoger: 21% eind maart en 49% eind juni.
De gerapporteerde halfjaarinkomsten van Gasunie zijn € 211 miljoen hoger uitgekomen op € 1.049 mln. Dit komt vooral door hogere tarieven van GTS in 2026. De operationele kosten zijn gelijk gebleven vergeleken met vorig jaar. Hierdoor laat de EBITDA een positieve ontwikkeling zien ten opzichte van de eerste helft van 2025.
Gasunie Transport Services (GTS, de netbeheerder van het landelijke gastransportnetwerk) transporteerde 12% meer aardgas naar stroomproducenten. Het gasverbruik in de industrie is het afgelopen halfjaar licht gestegen (+1%). De hoeveelheid gas die naar regionale netbeheerders ging, is juist iets gedaald (-1%).
Het is voor het derde jaar op rij dat het transport naar elektriciteitscentrales in de eerste helft van het jaar stijgt. Aardgas wordt door elektriciteitsproducenten steeds meer ingezet om schommelingen in zon- en windproductie op te vangen, zodat energiezekerheid voor elektriciteit kan worden gegarandeerd. Nu gebeurt dat nog met aardgas, maar in de toekomst zal het gaan om groen gas en waterstof. In het hybride energiesysteem van de toekomst versterken elektrificatie, aardgas en duurzame gassen elkaar.
Gasunie bouwde het afgelopen halfjaar door aan haar strategie: werken aan een betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam energiesysteem van de toekomst terwijl het nu zorgt voor een weerbare energievoorziening. Op het gebied van energietransitie werden belangrijke stappen gezet.
Een belangrijke mijlpaal was de opening in mei van de 32 kilometer lange waterstofleiding in de Rotterdamse haven, in aanwezigheid van koning Willem-Alexander. Dit netwerk vormt de start voor een landelijke en Europese waterstofinfrastructuur. In Duitsland maakte Gasunie progressie met de ombouw van aardgasleidingen voor het transport van waterstof.
Opslag wordt een cruciaal onderdeel van de waterstofketen. De toezegging van € 450 miljoen van de overheid voor de ontwikkeling van een waterstof-opslagfaciliteit in Noord-Nederland is een sterk signaal.
In juni ondertekenden Nederlandse en Duitse energie(infra)bedrijven een overeenkomst-op-hoofdlijnen voor de ontwikkeling van een CO2-leiding vanuit het Ruhrgebied naar ondergrondse opslagen in de Noordzee; de zogeheten Delta Rhine Corridor (DRC). Een netwerk dat uitmondt in de offshore-leiding van het Aramis-project.
Onderzoek door PwC in opdracht van Gasunie laat zien dat afvang en opslag van afgevangen CO₂ de meest haalbare en betaalbare route is om de Nederlandse industrie de komende jaren te verduurzamen.
Bij WarmtelinQ in Leiden werd een bouwmijlpaal bereikt. Warmte die eerst verloren ging, krijgt door WarmtelinQ straks een tweede leven: duurzame energie van eigen bodem, en die helpt om de druk op het elektriciteitsnet te verminderen.
Tegelijkertijd werkt Gasunie, samen met partners, aan het versterken van de bestaande energie-infrastructuur. Bij Gate terminal in Rotterdam wordt de laatste hand gelegd aan het uitbreiden van de ontvangstcapaciteit van vloeibaar aardgas (LNG).
Ook is het voorwaardelijke besluit genomen om de EemsEnergyTerminal operationeel te houden, wat de energiezekerheid vergroot voor Nederland en Noordwest-Europa. Daarnaast is bij de bouw van de LNG-terminal in Noord-Duitsland belangrijke voortgang geboekt.
Gasunie Transport Services vervoerde in Nederland in de eerste zes maanden van 2026 335 TWh aardgas; 5% minder dan in dezelfde periode een jaar eerder. Deze daling komt doordat er minder gas over de grens is vervoerd en er minder gas naar de opslagen is gegaan. Het gebruik van aardgas in Nederland is in de eerste helft van 2026 met 2% gestegen (153 TWh), vergeleken met dezelfde periode in 2025 (150 TWh).
Gasunie Deutschland transporteerde 138 TWh aardgas, een stijging van 2% ten opzichte van de eerste helft van vorig jaar. Daarmee bleef het Duitse netwerk een belangrijke schakel in de Noordwest-Europese energievoorziening.
GTS adviseert de Nederlandse regering over de leveringszekerheid van gas. In maart publiceerde GTS een analyse over hoe robuust het gasnetwerk in Europa en Nederland is bij lange storingen; en deed daarbij een aantal concrete voorstellen om het systeem sterker te maken.
De gasbergingen in met name Nederland raken dit jaar langzamer vol dan verwacht. Dit is iets waar we aandacht voor blijven vragen, omdat de opslagen slechts in geleidelijk tempo gevuld kunnen worden. Aan het einde van de winter (31 maart) waren de opslagen voor 5% gevuld. Op 30 juni was dit gestegen naar 26%. In 2025 waren deze percentages aanzienlijk hoger: 21% eind maart en 49% eind juni.
De gerapporteerde halfjaarinkomsten van Gasunie zijn € 211 miljoen hoger uitgekomen op € 1.049 mln. Dit komt vooral door hogere tarieven van GTS in 2026. De operationele kosten zijn gelijk gebleven vergeleken met vorig jaar. Hierdoor laat de EBITDA een positieve ontwikkeling zien ten opzichte van de eerste helft van 2025.
donderdag 16 juli 2026
Nederlandse gasvoorraden nog flink onder gewenst niveau
Halverwege het jaarlijkse vulseizoen zijn de Nederlandse gasopslagen voor 33,1 procent gevuld. Hoewel de voorraden geleidelijk toenemen, ligt dit niveau nog duidelijk onder de hoeveelheid die volgens Gasunie nodig is om goed voorbereid de winter in te gaan.
Elk jaar worden de gasopslagen tussen april en november aangevuld. Rond deze tijd vorig jaar waren de opslagen al voor ruim 40 procent gevuld. Een belangrijke oorzaak van de huidige achterstand is dat de grote opslaglocaties in Norg en Grijpskerk na de afgelopen winter vrijwel volledig leeg waren. Normaal gesproken blijft na de winter nog een aanzienlijk deel van het gas achter, maar dat was dit keer niet het geval doordat GasTerra de opslagen volgens afspraak leeg opleverde.
Volgens TNO-gasexpert René Peters behoren Nederland en Duitsland momenteel tot de landen die het verst achterlopen met het vullen van de gasreserves. Dat is deels logisch, omdat de opslagen bijna vanaf nul moesten worden aangevuld. Daarnaast kopen commerciële energiebedrijven momenteel weinig gas in, waardoor de voorraden minder snel groeien.
Voldoende gevulde gasopslagen zijn belangrijk om pieken in de vraag tijdens de winter op te vangen. Vooral bij langdurige kou stijgt het gasverbruik sterk. Ook neemt de vraag toe wanneer zonnepanelen weinig stroom leveren en er weinig wind is, waardoor gascentrales vaker moeten worden ingezet voor de elektriciteitsproductie.
Gasunie adviseert om voor de winter ongeveer 115 terawattuur (TWh) gas op te slaan, wat neerkomt op ongeveer 80 procent van de totale opslagcapaciteit. De Europese doelstelling voor Nederland ligt lager, op minimaal 74 procent. Volgens Gasunie verloopt het vullen volgens planning, maar is er nog een flinke inspanning nodig om het gewenste niveau te bereiken.
Commerciële energiebedrijven stellen de aankoop van gas voorlopig uit, omdat zij verwachten dat de prijzen later in het jaar zullen dalen. Daardoor ontstaat het risico dat Nederland tijdens de winter sterker afhankelijk wordt van de actuele marktsituatie. Staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) werkt ondertussen aan een minimale voorraad van 80 TWh, maar doet geen uitspraken over de vraag of dat doel zeker wordt gehaald.
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat verwacht dat de huidige maatregelen voldoende zijn voor een gemiddelde winter en rekent erop dat commerciële partijen later alsnog extra gas zullen inkopen. In eerdere jaren gebeurde dat eveneens pas later in het seizoen.
Ondanks de relatief lage vulgraad is er volgens deskundigen geen directe reden tot ongerustheid. Nederland beschikt over veel opslagcapaciteit en ontvangt nog steeds voldoende gas. Wel blijft het land kwetsbaar, omdat ook buurlanden zoals Duitsland achterlopen met het aanvullen van hun voorraden en Nederland een belangrijke rol speelt in de gasvoorziening van andere Europese landen.
Elk jaar worden de gasopslagen tussen april en november aangevuld. Rond deze tijd vorig jaar waren de opslagen al voor ruim 40 procent gevuld. Een belangrijke oorzaak van de huidige achterstand is dat de grote opslaglocaties in Norg en Grijpskerk na de afgelopen winter vrijwel volledig leeg waren. Normaal gesproken blijft na de winter nog een aanzienlijk deel van het gas achter, maar dat was dit keer niet het geval doordat GasTerra de opslagen volgens afspraak leeg opleverde.
Volgens TNO-gasexpert René Peters behoren Nederland en Duitsland momenteel tot de landen die het verst achterlopen met het vullen van de gasreserves. Dat is deels logisch, omdat de opslagen bijna vanaf nul moesten worden aangevuld. Daarnaast kopen commerciële energiebedrijven momenteel weinig gas in, waardoor de voorraden minder snel groeien.
Voldoende gevulde gasopslagen zijn belangrijk om pieken in de vraag tijdens de winter op te vangen. Vooral bij langdurige kou stijgt het gasverbruik sterk. Ook neemt de vraag toe wanneer zonnepanelen weinig stroom leveren en er weinig wind is, waardoor gascentrales vaker moeten worden ingezet voor de elektriciteitsproductie.
Gasunie adviseert om voor de winter ongeveer 115 terawattuur (TWh) gas op te slaan, wat neerkomt op ongeveer 80 procent van de totale opslagcapaciteit. De Europese doelstelling voor Nederland ligt lager, op minimaal 74 procent. Volgens Gasunie verloopt het vullen volgens planning, maar is er nog een flinke inspanning nodig om het gewenste niveau te bereiken.
Commerciële energiebedrijven stellen de aankoop van gas voorlopig uit, omdat zij verwachten dat de prijzen later in het jaar zullen dalen. Daardoor ontstaat het risico dat Nederland tijdens de winter sterker afhankelijk wordt van de actuele marktsituatie. Staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) werkt ondertussen aan een minimale voorraad van 80 TWh, maar doet geen uitspraken over de vraag of dat doel zeker wordt gehaald.
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat verwacht dat de huidige maatregelen voldoende zijn voor een gemiddelde winter en rekent erop dat commerciële partijen later alsnog extra gas zullen inkopen. In eerdere jaren gebeurde dat eveneens pas later in het seizoen.
Ondanks de relatief lage vulgraad is er volgens deskundigen geen directe reden tot ongerustheid. Nederland beschikt over veel opslagcapaciteit en ontvangt nog steeds voldoende gas. Wel blijft het land kwetsbaar, omdat ook buurlanden zoals Duitsland achterlopen met het aanvullen van hun voorraden en Nederland een belangrijke rol speelt in de gasvoorziening van andere Europese landen.
vrijdag 10 juli 2026
Stap dichter bij waterstofaftakking in Oosterhout
De gemeente Oosterhout, de provincie Noord-Brabant, bedrijventerreinvereniging Weststad en Sibelco uit Geertruidenberg starten gezamenlijk een onderzoek naar de mogelijkheden voor een aansluiting op toekomstige waterstofinfrastructuur. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Hynetwork, onderdeel van Gasunie.
Het onderzoek van Gasunie zorgt voor een zorgvuldige voorbereiding van een mogelijke aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk. Met de waterstofaansluiting kunnen bedrijven rond Oosterhout hier in de toekomst gebruik van maken.
Niet alleen in Oosterhout wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een waterstofaftakking. Ook in Land van Cuijk, Meierijstad, Bergen op Zoom/Woensdrecht, Tilburg/Dongen, Oss en Eindhoven/Helmond zijn of worden deze onderzoeken uitgevoerd. Brabant loopt hiermee voorop in het mogelijk maken van waterstofaftakkingen. Vier van de vijf ondertekende VSA’s (Valve Study Agreement) in Nederland liggen namelijk in Brabant.
“In Brabant bouwen we stap voor stap aan een toekomstbestendig energiesysteem, waarin waterstof een aanvulling vormt op elektriciteit. Waterstof is vooral van grote waarde voor toepassingen waar directe elektrificatie lastig is, zoals in delen van de industrie en het zware transport. Met dit onderzoek in Oosterhout bereiden we ons voor op die toekomst. Door nu de mogelijkheden voor een aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk te verkennen, creëren we de randvoorwaarden voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening voor Brabantse bedrijven. Zo versterken we niet alleen onze economische positie, maar ook de voortgang van de energietransitie.” Bas Maes – gedeputeerde Energie & Klimaat
Hynetwork, een dochterbedrijf van Gasunie, bouwt aan het Nederlandse waterstofnetwerk. Via een Valve Study Agreement maken overheden afspraken over het onderzoeken en voorbereiden van een mogelijk aansluitpunt op dat netwerk. In de overeenkomst staat wie welke stappen zet en wie verantwoordelijk is voor de kosten van deze studie.
Waterstof speelt een sleutelrol in het verduurzamen van industrie en mobiliteit. In de industrie als vervanger van aardgas bij de processen die veel warmte op hoge temperatuur nodig hebben. In de mobiliteit als emissieloze brandstof voor zwaar transport over weg, water en door de lucht. Waterstof als vervanger van elektriciteit kan bovendien een oplossing zijn voor netcongestie.
Om waterstof beschikbaar te maken zijn aftakkingen van het landelijke waterstofnetwerk nodig. Met de ondertekening van VSA’s in Brabant zetten de partners belangrijke stappen richting het aanleggen van de benodigde infrastructuur. Zo krijgt Brabant niet alleen een waterstofleiding door de provincie, maar ook de mogelijkheid om er actief op aan te haken.
Het onderzoek van Gasunie zorgt voor een zorgvuldige voorbereiding van een mogelijke aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk. Met de waterstofaansluiting kunnen bedrijven rond Oosterhout hier in de toekomst gebruik van maken.
Niet alleen in Oosterhout wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een waterstofaftakking. Ook in Land van Cuijk, Meierijstad, Bergen op Zoom/Woensdrecht, Tilburg/Dongen, Oss en Eindhoven/Helmond zijn of worden deze onderzoeken uitgevoerd. Brabant loopt hiermee voorop in het mogelijk maken van waterstofaftakkingen. Vier van de vijf ondertekende VSA’s (Valve Study Agreement) in Nederland liggen namelijk in Brabant.
“In Brabant bouwen we stap voor stap aan een toekomstbestendig energiesysteem, waarin waterstof een aanvulling vormt op elektriciteit. Waterstof is vooral van grote waarde voor toepassingen waar directe elektrificatie lastig is, zoals in delen van de industrie en het zware transport. Met dit onderzoek in Oosterhout bereiden we ons voor op die toekomst. Door nu de mogelijkheden voor een aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk te verkennen, creëren we de randvoorwaarden voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening voor Brabantse bedrijven. Zo versterken we niet alleen onze economische positie, maar ook de voortgang van de energietransitie.” Bas Maes – gedeputeerde Energie & Klimaat
Hynetwork, een dochterbedrijf van Gasunie, bouwt aan het Nederlandse waterstofnetwerk. Via een Valve Study Agreement maken overheden afspraken over het onderzoeken en voorbereiden van een mogelijk aansluitpunt op dat netwerk. In de overeenkomst staat wie welke stappen zet en wie verantwoordelijk is voor de kosten van deze studie.
Waterstof speelt een sleutelrol in het verduurzamen van industrie en mobiliteit. In de industrie als vervanger van aardgas bij de processen die veel warmte op hoge temperatuur nodig hebben. In de mobiliteit als emissieloze brandstof voor zwaar transport over weg, water en door de lucht. Waterstof als vervanger van elektriciteit kan bovendien een oplossing zijn voor netcongestie.
Om waterstof beschikbaar te maken zijn aftakkingen van het landelijke waterstofnetwerk nodig. Met de ondertekening van VSA’s in Brabant zetten de partners belangrijke stappen richting het aanleggen van de benodigde infrastructuur. Zo krijgt Brabant niet alleen een waterstofleiding door de provincie, maar ook de mogelijkheid om er actief op aan te haken.
woensdag 8 juli 2026
Nederlandse wereldprimeur maakt cv-ketel geschikt voor aardgas, groen gas en waterstof
Een Nederlands consortium van Stedin, Intergas, GasTerra, Bekaert en DNV presenteert een wereldprimeur: een Multifuel-ketel die zich automatisch aanpast aan verschillende soorten gas. Het proof-of-concept werkt op aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen en laat zien hoe woningen eenvoudiger kunnen meegroeien met het energiesysteem van de toekomst.
“Nu moet bij elke overstap naar een andere gaskwaliteit niet alleen het net, maar ook woning voor woning de apparatuur worden aangepast. Dat maakt verduurzaming traag, duur en complex. Bij deze nieuwe ketel maakt het niet meer uit, die kan alle gassen aan. De nieuwe ketel is ook geschikt voor waterstof,” legt Albert van der Molen van Stedin uit.
De Multifuel-ketel is relevant voor miljoenen Nederlandse huishoudens die nog steeds worden verwarmd met een individuele cv-ketel. Op basis van CBS-cijfers hangen er naar schatting nog zo’n 7 miljoen cv-ketels in Nederland. Het Nederlandse energiesysteem bestaat nog altijd voor 70% uit aardgas. De verwachting is dat veel woningen straks worden verwarmd met een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. De warmtepomp doet het grootste deel van het werk, terwijl de cv-ketel bijspringt op koude winterdagen of wanneer er veel warm water nodig is.
De Multifuel-ketel kan daarbij moeiteloos omgaan met verschillende soorten gas. Daardoor hoeven netbeheerders niet meer te wachten tot hele wijken tegelijk zijn aangepast voordat ze kunnen overstappen op een nieuwe gassoort. Bewoners ervaren veel minder overlast, installateurs komen minder onder druk te staan en bestaande radiatoren en verwarmingssystemen kunnen gewoon blijven hangen. Zo maakt de Multifuel-ketel de overstap naar een duurzamer energiesysteem sneller, goedkoper en makkelijker. zegt Gerrit Zijlstra van Intergas.
De omvang van het vraagstuk is groot. Om buitenlands gas geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens investeerde Nederland ruim een half miljard euro in een stikstoffabriek in Zuidbroek. Die installatie produceert jaarlijks miljarden kubieke meters zogenoemd pseudo-Groningengas, speciaal bedoeld voor bestaande cv-ketels. Dat proces kost nog eens tientallen miljoenen euro’s per jaar. “De Multifuel-ketel kiest voor een fundamenteel andere aanpak: niet het gas wordt aangepast aan de ketel, maar de ketel aan het gas,” zegt Gerard Martinus van Gasterra. “En de ketel doet dat bovendien geheel automatisch.”
Het huidige proof-of-concept van de Multifuel-ketel draait op Nederlands laagcalorisch aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen. In een volgende ontwikkelfase willen de partners de technologie uitbreiden naar hoogcalorisch aardgas en zogenoemd off-spec biogas. Juist die uitbreiding maakt de technologie internationaal interessant. Veel landen staan de komende decennia voor dezelfde uitdaging: hoe ga je om met een energiesysteem waarin aardgas, waterstof, groen gas en andere duurzame gassen naast elkaar bestaan?
“Overal ter wereld zoeken landen naar manieren om hun bestaande energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken," zegt Johan Knijp, Directeur van DNV’s Technology Centre Groningen. "Nederland laat zien dat je niet hoeft te kiezen voor één winnend molecuul. Je kunt ook apparaten ontwikkelen die slim genoeg zijn om met verschillende gassen om te gaan. Technisch werkt alles, deze unieke Nederlandse innovatie is nu klaar om op te schalen.”
“Nu moet bij elke overstap naar een andere gaskwaliteit niet alleen het net, maar ook woning voor woning de apparatuur worden aangepast. Dat maakt verduurzaming traag, duur en complex. Bij deze nieuwe ketel maakt het niet meer uit, die kan alle gassen aan. De nieuwe ketel is ook geschikt voor waterstof,” legt Albert van der Molen van Stedin uit.
De Multifuel-ketel is relevant voor miljoenen Nederlandse huishoudens die nog steeds worden verwarmd met een individuele cv-ketel. Op basis van CBS-cijfers hangen er naar schatting nog zo’n 7 miljoen cv-ketels in Nederland. Het Nederlandse energiesysteem bestaat nog altijd voor 70% uit aardgas. De verwachting is dat veel woningen straks worden verwarmd met een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. De warmtepomp doet het grootste deel van het werk, terwijl de cv-ketel bijspringt op koude winterdagen of wanneer er veel warm water nodig is.
De Multifuel-ketel kan daarbij moeiteloos omgaan met verschillende soorten gas. Daardoor hoeven netbeheerders niet meer te wachten tot hele wijken tegelijk zijn aangepast voordat ze kunnen overstappen op een nieuwe gassoort. Bewoners ervaren veel minder overlast, installateurs komen minder onder druk te staan en bestaande radiatoren en verwarmingssystemen kunnen gewoon blijven hangen. Zo maakt de Multifuel-ketel de overstap naar een duurzamer energiesysteem sneller, goedkoper en makkelijker. zegt Gerrit Zijlstra van Intergas.
De omvang van het vraagstuk is groot. Om buitenlands gas geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens investeerde Nederland ruim een half miljard euro in een stikstoffabriek in Zuidbroek. Die installatie produceert jaarlijks miljarden kubieke meters zogenoemd pseudo-Groningengas, speciaal bedoeld voor bestaande cv-ketels. Dat proces kost nog eens tientallen miljoenen euro’s per jaar. “De Multifuel-ketel kiest voor een fundamenteel andere aanpak: niet het gas wordt aangepast aan de ketel, maar de ketel aan het gas,” zegt Gerard Martinus van Gasterra. “En de ketel doet dat bovendien geheel automatisch.”
Het huidige proof-of-concept van de Multifuel-ketel draait op Nederlands laagcalorisch aardgas, waterstof en iedere mengverhouding daartussen. In een volgende ontwikkelfase willen de partners de technologie uitbreiden naar hoogcalorisch aardgas en zogenoemd off-spec biogas. Juist die uitbreiding maakt de technologie internationaal interessant. Veel landen staan de komende decennia voor dezelfde uitdaging: hoe ga je om met een energiesysteem waarin aardgas, waterstof, groen gas en andere duurzame gassen naast elkaar bestaan?
“Overal ter wereld zoeken landen naar manieren om hun bestaande energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken," zegt Johan Knijp, Directeur van DNV’s Technology Centre Groningen. "Nederland laat zien dat je niet hoeft te kiezen voor één winnend molecuul. Je kunt ook apparaten ontwikkelen die slim genoeg zijn om met verschillende gassen om te gaan. Technisch werkt alles, deze unieke Nederlandse innovatie is nu klaar om op te schalen.”
vrijdag 3 juli 2026
dinsdag 30 juni 2026
Eerste stap richting waterstof voor Noordwest-Overijssel en Flevoland
Overheden en bedrijfsleven in Noordwest-Overijssel en Flevoland zetten samen een belangrijke stap om waterstof beschikbaar te maken in de regio. De partners vragen gezamenlijk een Valve Study Agreement bij HyNetwork Services.
Om waterstof in Noordwest-Overijssel en Flevoland te krijgen, moet er een aansluiting komen op het landelijke waterstofnetwerk. Dat kan met een T-stuk als verlenging van het waterstofnetwerk. Zodat ook onze regio hiervan gebruik kan maken. Een eerste stap is nu de VSA. Daarmee kan de verkenning naar de haalbaarheid, locatie en kosten van een koppeling met het waterstofnetwerk beginnen.
Waterstof biedt grote kansen in deze regio. Het zorgt voor meer zekerheid over energie, helpt bedrijven om schoner te werken en maakt het energiesysteem sterker voor de toekomst. Waterstof is een goede vervanger van aardgas in fabrieken en in de logistiek. Daarmee verlagen we de uitstoot en helpen we bedrijven te voldoen aan klimaatregels. Waterstof kan ook worden opgeslagen, waardoor we ook energie hebben op het moment dat er geen of weinig zon of wind is.
Door nu samen op te trekken, kunnen we sneller stappen zetten. We krijgen dan duidelijkheid over wat er nodig is aan leidingen, opslag, kosten en planning. Naar verwachting wordt het onderzoek van HyNetwork begin 2028 opgeleverd.
Aan dit project doen meerdere gemeenten, provincies en bedrijven mee in Overijssel en Flevoland. Samen zorgen zij ervoor dat de regio klaar is voor de energie van de toekomst. De partners die meedoen zijn: gemeente Zwartewaterland, gemeente Zwolle, gemeente Kampen, gemeente Dalfsen, gemeente Staphorst, gemeente Lelystad, gemeente Dronten, Oost NL, Industriële Club Kampen, Condor Group, Scania, BEWI Synprodo, Stichting Duurzame Koekoekspolder, Schagen Groep, H2-GO BV, Green Loop Energy, provincie Flevoland en de provincie Overijssel.
Om waterstof in Noordwest-Overijssel en Flevoland te krijgen, moet er een aansluiting komen op het landelijke waterstofnetwerk. Dat kan met een T-stuk als verlenging van het waterstofnetwerk. Zodat ook onze regio hiervan gebruik kan maken. Een eerste stap is nu de VSA. Daarmee kan de verkenning naar de haalbaarheid, locatie en kosten van een koppeling met het waterstofnetwerk beginnen.
Waterstof biedt grote kansen in deze regio. Het zorgt voor meer zekerheid over energie, helpt bedrijven om schoner te werken en maakt het energiesysteem sterker voor de toekomst. Waterstof is een goede vervanger van aardgas in fabrieken en in de logistiek. Daarmee verlagen we de uitstoot en helpen we bedrijven te voldoen aan klimaatregels. Waterstof kan ook worden opgeslagen, waardoor we ook energie hebben op het moment dat er geen of weinig zon of wind is.
Door nu samen op te trekken, kunnen we sneller stappen zetten. We krijgen dan duidelijkheid over wat er nodig is aan leidingen, opslag, kosten en planning. Naar verwachting wordt het onderzoek van HyNetwork begin 2028 opgeleverd.
Aan dit project doen meerdere gemeenten, provincies en bedrijven mee in Overijssel en Flevoland. Samen zorgen zij ervoor dat de regio klaar is voor de energie van de toekomst. De partners die meedoen zijn: gemeente Zwartewaterland, gemeente Zwolle, gemeente Kampen, gemeente Dalfsen, gemeente Staphorst, gemeente Lelystad, gemeente Dronten, Oost NL, Industriële Club Kampen, Condor Group, Scania, BEWI Synprodo, Stichting Duurzame Koekoekspolder, Schagen Groep, H2-GO BV, Green Loop Energy, provincie Flevoland en de provincie Overijssel.
maandag 22 juni 2026
Roermond onderzoekt mogelijkheden voor waterstof
De gemeente Roermond wil verkennen welke rol waterstof in de toekomst kan spelen binnen de lokale energietransitie. Daarom wordt onderzocht op welke manieren deze energiedrager kan bijdragen aan een duurzamer energiesysteem voor inwoners, bedrijven en de industrie.
Waterstof wordt door veel deskundigen gezien als een mogelijke aanvulling op bestaande duurzame energiebronnen. Vooral voor sectoren waar elektrificatie lastig is, zoals zwaar transport en bepaalde industriële processen, kan waterstof kansen bieden.
Het onderzoek moet inzicht geven in de technische mogelijkheden, de benodigde infrastructuur en de economische haalbaarheid van waterstoftoepassingen binnen de gemeente. Daarbij wordt ook gekeken naar samenwerkingen met regionale partners en de aansluiting op landelijke ontwikkelingen.
Volgens de gemeente is het belangrijk om tijdig kennis op te bouwen over nieuwe energietechnologieën. De uitkomsten van het onderzoek kunnen helpen bij toekomstige keuzes rondom duurzaamheid en energievoorziening.
Met de verkenning wil Roermond bepalen of waterstof op termijn een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan de ambitie om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de energievoorziening verder te verduurzamen.
Waterstof wordt door veel deskundigen gezien als een mogelijke aanvulling op bestaande duurzame energiebronnen. Vooral voor sectoren waar elektrificatie lastig is, zoals zwaar transport en bepaalde industriële processen, kan waterstof kansen bieden.
Het onderzoek moet inzicht geven in de technische mogelijkheden, de benodigde infrastructuur en de economische haalbaarheid van waterstoftoepassingen binnen de gemeente. Daarbij wordt ook gekeken naar samenwerkingen met regionale partners en de aansluiting op landelijke ontwikkelingen.
Volgens de gemeente is het belangrijk om tijdig kennis op te bouwen over nieuwe energietechnologieën. De uitkomsten van het onderzoek kunnen helpen bij toekomstige keuzes rondom duurzaamheid en energievoorziening.
Met de verkenning wil Roermond bepalen of waterstof op termijn een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan de ambitie om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de energievoorziening verder te verduurzamen.
woensdag 17 juni 2026
Watts in Grass!? officieel van start: € 2,94 miljoen voor innovatieve biogaswaardeketen op basis van gras en reststromen
Met een kick-off tijdens het New Energy Forum gaat het grensoverstijgende project Watts in Grass!? officieel van start. Het project ontvangt € 2,94 miljoen aan cofinanciering vanuit het Interreg VI A-programma Deutschland-Nederland.
Binnen het project werken Nederlandse en Duitse bedrijven, landbouwondernemers en kennisinstellingen de komende jaren samen aan innovatieve oplossingen voor de biogaswaardeketen. Door gras, grasrijke reststromen en digestaat slim te benutten, willen de partners duurzame energieproductie vergroten, stikstof- en CO₂-uitstoot verminderen en nieuwe verdienmodellen voor agrariërs ontwikkelen.
De landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Stijgende energiekosten, strengere milieueisen, stikstofproblematiek en de noodzaak om fossiele energie te vervangen, vragen om nieuwe, innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd beschikt de sector over grote hoeveelheden biomassa en reststromen die effectiever benut kunnen worden.
Watts in Grass!? ontwikkelt en demonstreert daarom een geïntegreerd systeem waarin gras en reststromen worden omgezet in duurzame energie en hoogwaardige producten. Hierbij worden verschillende innovatieve technologieën gecombineerd. Gras wordt efficiënter vergist, CO₂ uit biogas wordt met groene waterstof omgezet in extra methaan, stikstof wordt uit digestaat verwijderd en vezelrijke reststromen worden verwerkt tot biokool. Hierdoor ontstaat meer groen gas uit dezelfde hoeveelheid biomassa, worden emissies verminderd en blijven waardevolle grondstoffen behouden binnen een circulair systeem.
Zo ontstaat een circulair systeem waarin energie, nutriënten en grondstoffen maximaal worden benut. Het project draagt daarmee bij aan een toekomstbestendige landbouw die minder afhankelijk is van fossiele energie, minder emissies veroorzaakt en nieuwe economische kansen creëert.
Een belangrijk onderdeel van het project is het opschalen van innovaties naar de praktijk. Verschillende technologieën zijn de afgelopen jaren ontwikkeld en getest op laboratoriumschaal in het REMO-LAB in Groningen. Binnen Watts in Grass!? worden deze innovaties verder doorontwikkeld, geïntegreerd en voor het eerst gedemonstreerd op landbouwschaal.
De centrale demonstratielocatie bevindt zich op het agrarisch bedrijf van Schulte Siering in het Duitse Bad Bentheim, net over de Nederlandse grens. Hier worden innovatieve vergistingstechnieken, biomethanisering, digestaat-elektrolyse en thermochemische verwerking van reststromen samengebracht in één praktijkomgeving. De resultaten worden vervolgens gebruikt voor economische analyses, levenscyclusanalyses en de ontwikkeling van schaalbare businessmodellen voor de landbouwsector.
Het project brengt tien Nederlandse en Duitse partners samen en wordt ondersteund door acht geassocieerde partners. De samenwerking brengt de sterke punten van beide landen samen: Nederlandse expertise op het gebied van circulaire technologieën en duurzame energie wordt gekoppeld aan de uitgebreide praktijkervaring met biogasinstallaties in Duitsland.
New Energy Coalition treedt op als projectcoördinator en is verantwoordelijk voor de algemene projectleiding, communicatie en regionale verankering van de resultaten. Kompetenzzentrum 3N verzorgt de kennisverspreiding in Nedersaksen en ondersteunt de implementatie bij Duitse partners.
De technologische ontwikkeling wordt geleid door Hanzehogeschool Groningen, Hochschule Emden/Leer en Hochschule Osnabrück. Zij werken aan de ontwikkeling, monitoring, modellering en evaluatie van de verschillende innovaties. Ekwadraat ondersteunt met economische analyses, businessmodellen en beleidsvraagstukken.
Aan de praktijkkant spelen bedrijven een belangrijke rol. Schulte Siering stelt zijn erf beschikbaar als demonstratielocatie. Paques ontwikkelt en implementeert de biomethaniseringstechnologie, D&R Energy bouwt de digestaat-elektrolyser voor waterstofproductie en stikstofverwijdering, terwijl BTG Biomass Technology Group verantwoordelijk is voor de integratie van de pyrolysetechnologie voor de productie van biokool.
Binnen het project werken Nederlandse en Duitse bedrijven, landbouwondernemers en kennisinstellingen de komende jaren samen aan innovatieve oplossingen voor de biogaswaardeketen. Door gras, grasrijke reststromen en digestaat slim te benutten, willen de partners duurzame energieproductie vergroten, stikstof- en CO₂-uitstoot verminderen en nieuwe verdienmodellen voor agrariërs ontwikkelen.
De landbouwsector staat voor grote uitdagingen. Stijgende energiekosten, strengere milieueisen, stikstofproblematiek en de noodzaak om fossiele energie te vervangen, vragen om nieuwe, innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd beschikt de sector over grote hoeveelheden biomassa en reststromen die effectiever benut kunnen worden.
Watts in Grass!? ontwikkelt en demonstreert daarom een geïntegreerd systeem waarin gras en reststromen worden omgezet in duurzame energie en hoogwaardige producten. Hierbij worden verschillende innovatieve technologieën gecombineerd. Gras wordt efficiënter vergist, CO₂ uit biogas wordt met groene waterstof omgezet in extra methaan, stikstof wordt uit digestaat verwijderd en vezelrijke reststromen worden verwerkt tot biokool. Hierdoor ontstaat meer groen gas uit dezelfde hoeveelheid biomassa, worden emissies verminderd en blijven waardevolle grondstoffen behouden binnen een circulair systeem.
Zo ontstaat een circulair systeem waarin energie, nutriënten en grondstoffen maximaal worden benut. Het project draagt daarmee bij aan een toekomstbestendige landbouw die minder afhankelijk is van fossiele energie, minder emissies veroorzaakt en nieuwe economische kansen creëert.
Een belangrijk onderdeel van het project is het opschalen van innovaties naar de praktijk. Verschillende technologieën zijn de afgelopen jaren ontwikkeld en getest op laboratoriumschaal in het REMO-LAB in Groningen. Binnen Watts in Grass!? worden deze innovaties verder doorontwikkeld, geïntegreerd en voor het eerst gedemonstreerd op landbouwschaal.
De centrale demonstratielocatie bevindt zich op het agrarisch bedrijf van Schulte Siering in het Duitse Bad Bentheim, net over de Nederlandse grens. Hier worden innovatieve vergistingstechnieken, biomethanisering, digestaat-elektrolyse en thermochemische verwerking van reststromen samengebracht in één praktijkomgeving. De resultaten worden vervolgens gebruikt voor economische analyses, levenscyclusanalyses en de ontwikkeling van schaalbare businessmodellen voor de landbouwsector.
Het project brengt tien Nederlandse en Duitse partners samen en wordt ondersteund door acht geassocieerde partners. De samenwerking brengt de sterke punten van beide landen samen: Nederlandse expertise op het gebied van circulaire technologieën en duurzame energie wordt gekoppeld aan de uitgebreide praktijkervaring met biogasinstallaties in Duitsland.
New Energy Coalition treedt op als projectcoördinator en is verantwoordelijk voor de algemene projectleiding, communicatie en regionale verankering van de resultaten. Kompetenzzentrum 3N verzorgt de kennisverspreiding in Nedersaksen en ondersteunt de implementatie bij Duitse partners.
De technologische ontwikkeling wordt geleid door Hanzehogeschool Groningen, Hochschule Emden/Leer en Hochschule Osnabrück. Zij werken aan de ontwikkeling, monitoring, modellering en evaluatie van de verschillende innovaties. Ekwadraat ondersteunt met economische analyses, businessmodellen en beleidsvraagstukken.
Aan de praktijkkant spelen bedrijven een belangrijke rol. Schulte Siering stelt zijn erf beschikbaar als demonstratielocatie. Paques ontwikkelt en implementeert de biomethaniseringstechnologie, D&R Energy bouwt de digestaat-elektrolyser voor waterstofproductie en stikstofverwijdering, terwijl BTG Biomass Technology Group verantwoordelijk is voor de integratie van de pyrolysetechnologie voor de productie van biokool.
dinsdag 16 juni 2026
Naturland en BBV: geef biogas weer een duidelijke plek binnen het landbouwbeleid
De Duitse landbouworganisatie BBV en branchevereniging Naturland pleiten voor een sterkere verankering van biogas in het landbouwbeleid. Volgens de organisaties wordt het potentieel van biogasinstallaties onvoldoende benut, terwijl deze een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan duurzame landbouw, klimaatdoelen en de circulaire economie.
Met name binnen de biologische landbouw zien zij kansen. Gewassen zoals klavergras en andere stikstofbindende teelten vormen een essentieel onderdeel van duurzame vruchtwisselingen. Op veel bedrijven wordt dit materiaal echter niet optimaal ingezet. Door het te verwerken in biogasinstallaties kan niet alleen duurzame energie worden geproduceerd, maar ontstaat ook waardevolle meststof die opnieuw op het land kan worden gebruikt.
Volgens de organisaties sluit deze aanpak goed aan bij de ambities rond kringlooplandbouw en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele energie. Toch ontbreekt volgens hen nog altijd voldoende economische waardering voor dergelijke duurzame grondstoffen binnen de huidige regelgeving. Daarom vragen zij beleidsmakers om biogasinstallaties die werken met ecologisch waardevolle biomassa extra te ondersteunen.
Naturland en BBV stellen dat biogas niet uitsluitend als energiebron moet worden gezien, maar ook als een instrument om landbouw- en klimaatdoelen dichter bij elkaar te brengen. Een beter afgestemd beleidskader zou boeren meer mogelijkheden bieden om duurzame bedrijfsmodellen te ontwikkelen en tegelijkertijd bij te dragen aan de energietransitie.
De organisaties hopen dat toekomstige aanpassingen van de Duitse en Europese landbouw- en energieregelgeving deze rol van biogas nadrukkelijker zullen erkennen. Daarmee kan de sector volgens hen zowel ecologische als economische meerwaarde creëren voor landbouwbedrijven.
Met name binnen de biologische landbouw zien zij kansen. Gewassen zoals klavergras en andere stikstofbindende teelten vormen een essentieel onderdeel van duurzame vruchtwisselingen. Op veel bedrijven wordt dit materiaal echter niet optimaal ingezet. Door het te verwerken in biogasinstallaties kan niet alleen duurzame energie worden geproduceerd, maar ontstaat ook waardevolle meststof die opnieuw op het land kan worden gebruikt.
Volgens de organisaties sluit deze aanpak goed aan bij de ambities rond kringlooplandbouw en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele energie. Toch ontbreekt volgens hen nog altijd voldoende economische waardering voor dergelijke duurzame grondstoffen binnen de huidige regelgeving. Daarom vragen zij beleidsmakers om biogasinstallaties die werken met ecologisch waardevolle biomassa extra te ondersteunen.
Naturland en BBV stellen dat biogas niet uitsluitend als energiebron moet worden gezien, maar ook als een instrument om landbouw- en klimaatdoelen dichter bij elkaar te brengen. Een beter afgestemd beleidskader zou boeren meer mogelijkheden bieden om duurzame bedrijfsmodellen te ontwikkelen en tegelijkertijd bij te dragen aan de energietransitie.
De organisaties hopen dat toekomstige aanpassingen van de Duitse en Europese landbouw- en energieregelgeving deze rol van biogas nadrukkelijker zullen erkennen. Daarmee kan de sector volgens hen zowel ecologische als economische meerwaarde creëren voor landbouwbedrijven.
donderdag 11 juni 2026
De waterstofketen in het Noordzeekanaalgebied krijgt langzaam vorm
Groene waterstof geproduceerd met zonne- en windenergie in Oman, in vloeibare vorm verscheept naar Amsterdam en via een pijpleiding geleverd aan de industrie in het Noordzeekanaalgebied (NZKG). Voor deze ambitie is een goed functionerende waterstofketen in de regio nodig. Die keten begint langzaam vorm te krijgen, maar veel puzzelstukjes moeten wel nog op de juiste plek terechtkomen.
Het NZKG is al lang een belangrijke industriële regio. Ten noorden van Amsterdam, richting Zaandam, liggen tal van voedingsmiddelenfabrieken en ook richting het kanaal naar IJmuiden bevinden zich industriebedrijven en natuurlijk de staalfabriek van Tata Steel. Voor alle industrieën is de levering van energie van levensbelang. En die energie moet duurzamer worden. Waterstof speelt daarin een sleutelrol. Maar een nieuwe keten opbouwen kost tijd en geld en is complex: er zijn producenten en importeurs nodig, infrastructuur om waterstof te transporteren, en afnemers die bereid zijn te investeren in nieuwe productieprocessen.
De drie schakels in die keten - productie en import, transport, en verbruik - zijn alle drie in ontwikkeling in het NZKG. Iedere stap in de keten is een puzzel, waarbij onderlinge afstemming van wezenlijk belang is. Wat is de stand van zaken?
Voor de import van groene waterstof heeft EcoLog het voortouw genomen. Het bedrijf is opgericht als zusterbedrijf van GasLog, een Griekse rederij met jarenlange ervaring in het vervoer van vloeibaar aardgas (LNG). Die kennis van het werken met koude brandstoffen wil EcoLog nu inzetten voor waterstof, een gas dat tot min 253 graden moet worden afgekoeld om vloeibaar gemaakt te worden.
In de Afrikahaven Oost van het Amsterdamse havengebied wil EcoLog een importterminal bouwen voor vloeibare waterstof. De beoogde capaciteit is 200.000 ton per jaar in de eerste fase, met de mogelijkheid om op te schalen naar 600.000 ton. 'Eind vorig jaar hebben we de vergunningsaanvraag ingediend', zegt Mark Hoolwerf van EcoLog. 'We hopen medio dit jaar de vergunning te krijgen. De ambitie is om de terminal eind 2030 operationeel te hebben.'
EcoLog richt zich op meerdere landen om vloeibare waterstof vandaan te halen. Eén van de verst gevorderde plannen is de samenwerking met Oman. Tijdens de VN-klimaatconferentie in Dubai werd een studieovereenkomst getekend. Oman heeft een centrale waterstofautoriteit (Hydrom) en acht productieconsortia, waarvan vijf in de havenstad Duqm. 'Toen de sultan vorig jaar op bezoek was in Nederland, zijn producenten, het vervloeiingsbedrijf, EcoLog als transporteur, Hynetwork als netbeheerder en potentiële afnemers voor het eerst bij elkaar gekomen', vertelt Hoolwerf. 'We gaan nu richting commerciële contracten.'
Een cruciaal voordeel van vloeibare waterstof ten opzichte van ammoniak, een andere veelgebruikte vorm om waterstof te transporteren, is dat het kraakproces wegvalt. Ammoniak moet bij aankomst namelijk worden teruggekraakt naar waterstof, een energie-intensief proces dat op de plek van bestemming plaatsvindt, waar energie duur is. 'Het energie-intensieve deel, het vloeibaar maken, ofwel het vervloeiingsproces, vindt plaats waar duurzame energie niet duur is, zoals in Oman, dat veel spotgoedkope zonne- en windenergie heeft', aldus Hoolwerf.
Een ander initiatief is van tankopslagbedrijf Evos, dat gespecialiseerd is in de op- en overslag van energie en chemicaliën. Evos wil waterstof importeren middels LOHC-technologie: Liquid Organic Hydrogen Carrier. Dit betekent dat waterstofmoleculen worden gebonden aan een vloeibare drager, met als voordeel dat gebruik kan worden gemaakt van bestaande opslag- en transportmiddelen. In de Amsterdamse haven wordt de waterstof weer ‘uitgepakt’ in een zogenoemde ontkoppelingsfabriek (via een dehydrogeneringsproces). Op dit moment wordt gewerkt aan het opzetten van een groene waterstofketen op basis van deze technologie naar Amsterdam, waarbij de waterstof wordt geproduceerd in Canada door North Atlantic.
Naast import van waterstof zijn er in het NZKG ook concrete plannen voor lokale productie van groene waterstof via elektrolyse. Volgens het havenbedrijf, Port of Amsterdam, zijn er twee serieuze initiatieven. Een daarvan is het H2era-project van het bedrijf HyCC, onlangs overgenomen door Power2X. Voor een elektrolyser met een vermogen tot 500 megawatt is al ruimte gereserveerd in de Afrikahaven. De vergunningen zijn al verleend.
Het NZKG is al lang een belangrijke industriële regio. Ten noorden van Amsterdam, richting Zaandam, liggen tal van voedingsmiddelenfabrieken en ook richting het kanaal naar IJmuiden bevinden zich industriebedrijven en natuurlijk de staalfabriek van Tata Steel. Voor alle industrieën is de levering van energie van levensbelang. En die energie moet duurzamer worden. Waterstof speelt daarin een sleutelrol. Maar een nieuwe keten opbouwen kost tijd en geld en is complex: er zijn producenten en importeurs nodig, infrastructuur om waterstof te transporteren, en afnemers die bereid zijn te investeren in nieuwe productieprocessen.
De drie schakels in die keten - productie en import, transport, en verbruik - zijn alle drie in ontwikkeling in het NZKG. Iedere stap in de keten is een puzzel, waarbij onderlinge afstemming van wezenlijk belang is. Wat is de stand van zaken?
Voor de import van groene waterstof heeft EcoLog het voortouw genomen. Het bedrijf is opgericht als zusterbedrijf van GasLog, een Griekse rederij met jarenlange ervaring in het vervoer van vloeibaar aardgas (LNG). Die kennis van het werken met koude brandstoffen wil EcoLog nu inzetten voor waterstof, een gas dat tot min 253 graden moet worden afgekoeld om vloeibaar gemaakt te worden.
In de Afrikahaven Oost van het Amsterdamse havengebied wil EcoLog een importterminal bouwen voor vloeibare waterstof. De beoogde capaciteit is 200.000 ton per jaar in de eerste fase, met de mogelijkheid om op te schalen naar 600.000 ton. 'Eind vorig jaar hebben we de vergunningsaanvraag ingediend', zegt Mark Hoolwerf van EcoLog. 'We hopen medio dit jaar de vergunning te krijgen. De ambitie is om de terminal eind 2030 operationeel te hebben.'
EcoLog richt zich op meerdere landen om vloeibare waterstof vandaan te halen. Eén van de verst gevorderde plannen is de samenwerking met Oman. Tijdens de VN-klimaatconferentie in Dubai werd een studieovereenkomst getekend. Oman heeft een centrale waterstofautoriteit (Hydrom) en acht productieconsortia, waarvan vijf in de havenstad Duqm. 'Toen de sultan vorig jaar op bezoek was in Nederland, zijn producenten, het vervloeiingsbedrijf, EcoLog als transporteur, Hynetwork als netbeheerder en potentiële afnemers voor het eerst bij elkaar gekomen', vertelt Hoolwerf. 'We gaan nu richting commerciële contracten.'
Een cruciaal voordeel van vloeibare waterstof ten opzichte van ammoniak, een andere veelgebruikte vorm om waterstof te transporteren, is dat het kraakproces wegvalt. Ammoniak moet bij aankomst namelijk worden teruggekraakt naar waterstof, een energie-intensief proces dat op de plek van bestemming plaatsvindt, waar energie duur is. 'Het energie-intensieve deel, het vloeibaar maken, ofwel het vervloeiingsproces, vindt plaats waar duurzame energie niet duur is, zoals in Oman, dat veel spotgoedkope zonne- en windenergie heeft', aldus Hoolwerf.
Een ander initiatief is van tankopslagbedrijf Evos, dat gespecialiseerd is in de op- en overslag van energie en chemicaliën. Evos wil waterstof importeren middels LOHC-technologie: Liquid Organic Hydrogen Carrier. Dit betekent dat waterstofmoleculen worden gebonden aan een vloeibare drager, met als voordeel dat gebruik kan worden gemaakt van bestaande opslag- en transportmiddelen. In de Amsterdamse haven wordt de waterstof weer ‘uitgepakt’ in een zogenoemde ontkoppelingsfabriek (via een dehydrogeneringsproces). Op dit moment wordt gewerkt aan het opzetten van een groene waterstofketen op basis van deze technologie naar Amsterdam, waarbij de waterstof wordt geproduceerd in Canada door North Atlantic.
Naast import van waterstof zijn er in het NZKG ook concrete plannen voor lokale productie van groene waterstof via elektrolyse. Volgens het havenbedrijf, Port of Amsterdam, zijn er twee serieuze initiatieven. Een daarvan is het H2era-project van het bedrijf HyCC, onlangs overgenomen door Power2X. Voor een elektrolyser met een vermogen tot 500 megawatt is al ruimte gereserveerd in de Afrikahaven. De vergunningen zijn al verleend.



























