Een gloednieuwe mestvergister op bedrijventerrein Poort 43 in Sterksel levert sinds enkele weken groen gas aan het Nederlandse gasnet.
De nieuwe installatie in Sterksel gaat per jaar 135.000 ton mest vergisten en nog eens 135.000 ton ander afval.
Het is er een uit een serie grote mestvergisters die in Nederland gebouwd worden. Een andere grote vergister staat in Coevorden, in het Zeeuwse Rilland wordt ook gebouwd.
vrijdag 19 maart 2021
woensdag 17 maart 2021
Sector en overheden sluiten Green Deal H2-Wijken
Overheden en partijen uit de sector hebben maandag de Green Deal 'H2-Wijken: Naar praktische toepassing van waterstof als warmtevoorziening in woonwijken' gesloten.
In de Green Deal spreken partijen af om samen de ontwikkeling van waterstofwijken in de praktijk te verkennen. Aan de hand van leerprojecten in de wijk Erflanden en het dorp Stad aan ’t Haringvliet in de gemeenten Hoogeveen en Goeree-Overflakkee worden inzichten en ervaringen opgedaan over de voordelen en voorwaarden voor het gebruik van waterstof in de gebouwde omgeving.
Waterstof is tot 2030 nog niet beschikbaar in de gebouwde omgeving, en na 2030 is het onzeker of groene waterstof voldoende voorradig en betaalbaar is om in de gebouwde omgeving toe te passen.
Desalniettemin biedt het kansen. Om goed voorbereid te zijn, voor als er voldoende groene waterstof komt, is in het Klimaatakkoord afgesproken om tijdig en op kleine schaal praktijkervaring op te doen met waterstof in de gebouwde omgeving.
De eerste stap die de Green Deal partijen zetten is het inventariseren van bestaande knelpunten en het uitwerken van mogelijke oplossingsrichtingen op basis van de kennis die de partijen inbrengen. De resultaten van deze inventarisatie maken duidelijk onder welke voorwaarden naar verwachting in 2025 met de uitvoering van de eerste leerprojecten kan worden gestart.
De wijk Erflanden in Hoogeveen en Stad aan ’t Haringvliet op Goeree-Overflakkee zijn hiervoor aangewezen binnen het Programma Aardgasvrije Wijken. Over de ervaringen in deze en eventueel andere leerprojecten wordt jaarlijks gerapporteerd als onderdeel van de Green Deal. Ook zullen alle partijen zich inspannen om gedurende de leerprojecten actief kennis, ervaringen en best-practices uit te wisselen.
In de Green Deal spreken partijen af om samen de ontwikkeling van waterstofwijken in de praktijk te verkennen. Aan de hand van leerprojecten in de wijk Erflanden en het dorp Stad aan ’t Haringvliet in de gemeenten Hoogeveen en Goeree-Overflakkee worden inzichten en ervaringen opgedaan over de voordelen en voorwaarden voor het gebruik van waterstof in de gebouwde omgeving.
Waterstof is tot 2030 nog niet beschikbaar in de gebouwde omgeving, en na 2030 is het onzeker of groene waterstof voldoende voorradig en betaalbaar is om in de gebouwde omgeving toe te passen.
Desalniettemin biedt het kansen. Om goed voorbereid te zijn, voor als er voldoende groene waterstof komt, is in het Klimaatakkoord afgesproken om tijdig en op kleine schaal praktijkervaring op te doen met waterstof in de gebouwde omgeving.
De eerste stap die de Green Deal partijen zetten is het inventariseren van bestaande knelpunten en het uitwerken van mogelijke oplossingsrichtingen op basis van de kennis die de partijen inbrengen. De resultaten van deze inventarisatie maken duidelijk onder welke voorwaarden naar verwachting in 2025 met de uitvoering van de eerste leerprojecten kan worden gestart.
De wijk Erflanden in Hoogeveen en Stad aan ’t Haringvliet op Goeree-Overflakkee zijn hiervoor aangewezen binnen het Programma Aardgasvrije Wijken. Over de ervaringen in deze en eventueel andere leerprojecten wordt jaarlijks gerapporteerd als onderdeel van de Green Deal. Ook zullen alle partijen zich inspannen om gedurende de leerprojecten actief kennis, ervaringen en best-practices uit te wisselen.
dinsdag 16 maart 2021
Aandeel groen gas in Friesland toegenomen met 27,4 procent
In 2020 is in Friesland 27,4 procent meer groen gas ingevoerd in het gasnet van Liander ten opzichte van 2019. Groen gas is de duurzame variant van aardgas en onder meer een van de oplossingen voor het duurzaam verwarmen van woningen.
In 2019 werd in totaal 12,3 miljoen m3 groen gas ingevoed in het gasnet van Liander. In 2020 is dat 15,7 miljoen m3. Dat is een stijging van 27,4 procent ten opzichte van 2019.
Het aandeel groen gas is nog bescheiden, maar groeit flink. Met de hoeveelheid groen gas die in Nederland in 2020 werd geproduceerd kunnen 150.000 huishoudens een jaar lang van duurzaam gas worden voorzien (bij een gemiddeld gebruik van een Nederlands huishouden dat ongeveer 1.300 kuub per jaar is). In Friesland zijn nu 7 producenten van groen gas actief. Dit zijn bijvoorbeeld agrariërs, die via vergisting mest omzetten in duurzame energie. Maar ook grote voedsel verwerkende partijen waarbij afvalresten vergist worden tot groen gas.
In 2019 werd in totaal 12,3 miljoen m3 groen gas ingevoed in het gasnet van Liander. In 2020 is dat 15,7 miljoen m3. Dat is een stijging van 27,4 procent ten opzichte van 2019.
Het aandeel groen gas is nog bescheiden, maar groeit flink. Met de hoeveelheid groen gas die in Nederland in 2020 werd geproduceerd kunnen 150.000 huishoudens een jaar lang van duurzaam gas worden voorzien (bij een gemiddeld gebruik van een Nederlands huishouden dat ongeveer 1.300 kuub per jaar is). In Friesland zijn nu 7 producenten van groen gas actief. Dit zijn bijvoorbeeld agrariërs, die via vergisting mest omzetten in duurzame energie. Maar ook grote voedsel verwerkende partijen waarbij afvalresten vergist worden tot groen gas.
vrijdag 12 maart 2021
Minister Van Nieuwenhuizen maakt bouw waterstofschip mogelijk
Waterstof als aandrijving voor binnenvaartschepen. Om die ontwikkeling aan te jagen trekt minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) 4 miljoen euro uit voor de bouw, ontwikkeling en het in de vaart brengen van het eerste binnenvaartvrachtschip in Nederland dat wordt aangedreven door waterstof.
Waterstof is een belangrijk duurzaam alternatief voor binnenvaartschepen die varen op fossiele diesel. Door de bouw van het waterstofschip te ondersteunen, geeft Van Nieuwenhuizen verduurzaming van de binnenvaart een verdere impuls. In 2050 moet de Nederlandse binnenvaart zero-emissie zijn. Het nieuwe binnenvaartschip komt naar verwachting in 2023 in de vaart.
Het gebruik van waterstof in de binnenvaart staat nog in de kinderschoenen. Door nu een nieuw schip te ontwikkelen dat vaart op groene waterstof kan straks in de praktijk verder worden geëxperimenteerd met productie, opslag en transport van waterstoftoepassingen. Op deze manier kan waterstof zich ontwikkelen als belangrijke duurzame aandrijving voor binnenvaartschepen naast bijvoorbeeld batterij-elektrisch aangedreven schepen.
Het schip krijgt de naam Antonie, wordt 135 meter lang, 3700 ton en wordt gebouwd door Lenten Scheepvaart B.V.
Waterstof is een belangrijk duurzaam alternatief voor binnenvaartschepen die varen op fossiele diesel. Door de bouw van het waterstofschip te ondersteunen, geeft Van Nieuwenhuizen verduurzaming van de binnenvaart een verdere impuls. In 2050 moet de Nederlandse binnenvaart zero-emissie zijn. Het nieuwe binnenvaartschip komt naar verwachting in 2023 in de vaart.
Het gebruik van waterstof in de binnenvaart staat nog in de kinderschoenen. Door nu een nieuw schip te ontwikkelen dat vaart op groene waterstof kan straks in de praktijk verder worden geëxperimenteerd met productie, opslag en transport van waterstoftoepassingen. Op deze manier kan waterstof zich ontwikkelen als belangrijke duurzame aandrijving voor binnenvaartschepen naast bijvoorbeeld batterij-elektrisch aangedreven schepen.
Het schip krijgt de naam Antonie, wordt 135 meter lang, 3700 ton en wordt gebouwd door Lenten Scheepvaart B.V.
dinsdag 9 maart 2021
Start EBIO-project, van ruwe biovloeistof naar duurzame brandstof
De UT participeert in het vierjarige Horizon 2020 EBIO-project. Dit project richt zich op de opwaardering van vloeibaar gemaakte biomassa tot waardevolle brandstoffen voor het wegvervoer. Het project heeft een looptijd van 4 jaar met een budget van ruim 4 miljoen Euro. Biobrandstoffen zijn duurzame alternatieven voor fossiele brandstoffen, waarvan het gebruik de CO2-emissie ten gevolge van vervoer aanzienlijk kan verminderen.
Het project draagt bij aan de overgang naar een economie die minder afhankelijk is van fossiele grondstoffen. De te onderzoeken concepten kunnen niet alleen een bijdrage leveren aan een versnelde productie van duurzame en hernieuwbare transportbrandstof, maar ook aan de beperking van de kosten ervan.
De focus van het onderzoek is gericht op de elektrochemische omzetting van twee typische, industrieel beschikbare biovloeistoffen: pyrolysevloeistof en lignine. Deze laagwaardige chemicaliën kunnen worden omgezet in groene brandstoffen. Met slechts deze twee grondstoffen is het door succesvolle implementatie van de EBIO-technologie mogelijk jaarlijks ongeveer 60 miljoen ton aan biobrandstoffen te produceren in de Europese landen waar het project wordt uitgevoerd.
Het project draagt bij aan de overgang naar een economie die minder afhankelijk is van fossiele grondstoffen. De te onderzoeken concepten kunnen niet alleen een bijdrage leveren aan een versnelde productie van duurzame en hernieuwbare transportbrandstof, maar ook aan de beperking van de kosten ervan.
De focus van het onderzoek is gericht op de elektrochemische omzetting van twee typische, industrieel beschikbare biovloeistoffen: pyrolysevloeistof en lignine. Deze laagwaardige chemicaliën kunnen worden omgezet in groene brandstoffen. Met slechts deze twee grondstoffen is het door succesvolle implementatie van de EBIO-technologie mogelijk jaarlijks ongeveer 60 miljoen ton aan biobrandstoffen te produceren in de Europese landen waar het project wordt uitgevoerd.
vrijdag 5 maart 2021
Voldoende politiek draagvlak voor waterstof
Uit de verschillende verkiezingsprogramma’s blijkt dat er voldoende draagvlak is onder politieke partijen voor gezamenlijke afspraken in het regeerakkoord over waterstof in de energietransitie.
De Waterstofcoalitie, bestaande uit 39 organisaties van milieuorganisaties tot industrie, biedt het toekomstige kabinet een breed gedragen pact voor de ontwikkeling van een Nederlandse waterstofketen.
Met het sluiten van dit pact voor in het regeerakkoord kan de besluitvorming over waterstof versneld worden, om het Nederlandse klimaat- en energiebeleid toekomstbestendig te maken.
Nú investeren in waterstof is een win-win voor het klimaat én de economie. De kabinetsperiode 2021 – 2025 zal doorslaggevend zijn voor de energietransitie en de tijdige ontwikkeling van een Nederlandse waterstofketen. Niet eerder kon waterstof op zoveel draagvlak in verkiezingsprogramma’s rekenen. Het is nu zaak die gedeelde visie te vertalen in daadkrachtig beleid.
donderdag 4 maart 2021
Start waterstoftesten in Delft
De afgelopen weken vonden de eerste testen met waterstof plaats op The Green Village op TU Delft Campus.
Alliander, Enexis Groep en Stedin hebben op dit fieldlab een testomgeving gecreëerd, de WaterstofStraat, waar praktisch onderzoek wordt gedaan naar waterstofgas als duurzaam alternatief voor aardgas.
Hier doen de regionale netbeheerders kennis en ervaring op met het beheer en onderhoud van een waterstofnet in een gebied waar mensen wonen en werken. Er worden andere partijen uitgenodigd om samen met de netwerkbedrijven de mogelijkheden van waterstof te onderzoeken.
Waterstof kan een alternatief zijn voor locaties waar andere duurzame alternatieven zoals all-electric en warmtenetten geen goede optie zijn. Denk bijvoorbeeld aan historische binnensteden waar niet genoeg ruimte is of waar de bebouwing zich niet leent voor warmtepompen en/of warmtenetten.
Onderzocht wordt bijvoorbeeld hoe het gebruik van waterstof werkt in relatie tot andere systemen en hoe aan alle veiligheidsaspecten wordt voldaan.
Daarnaast wordt hier onderzocht welke wet- en regelgeving aangepast moet worden en welke nieuwe wetten en regels nodig zijn om waterstof in de praktijk te kunnen gebruiken.
Alliander, Enexis Groep en Stedin hebben op dit fieldlab een testomgeving gecreëerd, de WaterstofStraat, waar praktisch onderzoek wordt gedaan naar waterstofgas als duurzaam alternatief voor aardgas.
Hier doen de regionale netbeheerders kennis en ervaring op met het beheer en onderhoud van een waterstofnet in een gebied waar mensen wonen en werken. Er worden andere partijen uitgenodigd om samen met de netwerkbedrijven de mogelijkheden van waterstof te onderzoeken.
Waterstof kan een alternatief zijn voor locaties waar andere duurzame alternatieven zoals all-electric en warmtenetten geen goede optie zijn. Denk bijvoorbeeld aan historische binnensteden waar niet genoeg ruimte is of waar de bebouwing zich niet leent voor warmtepompen en/of warmtenetten.
Onderzocht wordt bijvoorbeeld hoe het gebruik van waterstof werkt in relatie tot andere systemen en hoe aan alle veiligheidsaspecten wordt voldaan.
Daarnaast wordt hier onderzocht welke wet- en regelgeving aangepast moet worden en welke nieuwe wetten en regels nodig zijn om waterstof in de praktijk te kunnen gebruiken.





