woensdag 4 juli 2018
Geen subsidie voor biogas
OCI Nitrogen en Re-N Technology krijgen geen SDE+ (Stimulering Duurzame Energie)-subsidie voor de bouw van een grote biogascentrale op chemiepark Chemelot tussen Stein en Geleen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) heeft de bedrijven laten weten dat ze niet in aanmerking komen voor een subsidie uit het fonds SDE+. Dat meldt 1Limburg. De subsidie is volgens de bedrijven noodzakelijk om de installatie te kunnen ontwikkelen.
vrijdag 29 juni 2018
KLM zoekt meer duurzame brandstof, maar dat valt niet mee
KLM wil het gebruik van biobrandstof fors verhogen om de milieuschade van de vloot te beperken. In 2030 zou 4 procent van de kerosine die de luchtvaartmaatschappij in een jaar verbruikt, biobrandstof moeten zijn. Dat vraagt om een lange adem, want een echt goede oplossing voor de hoge CO2-uitstoot van vliegtuigen is er nog niet. KLM stak de afgelopen jaren veel geld, tijd en energie in het gebruik van biobrandstof. Geen wonder dus dat KLM-topman Pieter Elbers, toen hem in Buitenhof naar het probleem van de hoge uitstoot werd gevraagd, meerdere keren het woord biobrandstof in de mond nam.
donderdag 28 juni 2018
1,8 miljoen voor proeffabriek van Avantium voor bioraffinage
Chemiebedrijf Avantium in Delfzijl gaat op 13 juli een proeffabriek openen voor bioraffinage, waarbij uit biomassa meerdere bestanddelen worden gewonnen die gebruikt kunnen worden voor industriële processen. In de fabriek wordt bijvoorbeeld resthout uit bosbeheer omgezet in suikers. De provincie ondersteunt het project met een bijdrage van 1,8 miljoen euro, vanuit de Regionale Investeringssteun Groningen (RIG2017). De proeffabriek is de opmaat naar een grotere bioraffinagefabriek in Delfzijl, die op dit moment wordt ontwikkeld.
Avantium is wereldwijd actief in het onderzoeken, ontwikkelen en naar de markt brengen van vernieuwende chemische toepassingen, die tot doel hebben fossiele grondstoffen te vervangen voor groene grondstoffen. De grondstoffen die Avantium via bioraffinage wint, kunnen gebruikt worden voor industriële toepassingen, duurzame materialen en fermentatie (een proces waarbij bacteriën en schimmels gebruikt worden om een voedingsmiddel te maken). Daarmee sluit het project goed aan op bestaande productieketens van bedrijven op het chemiepark in Delfzijl en in de Eemshaven.
Avantium is wereldwijd actief in het onderzoeken, ontwikkelen en naar de markt brengen van vernieuwende chemische toepassingen, die tot doel hebben fossiele grondstoffen te vervangen voor groene grondstoffen. De grondstoffen die Avantium via bioraffinage wint, kunnen gebruikt worden voor industriële toepassingen, duurzame materialen en fermentatie (een proces waarbij bacteriën en schimmels gebruikt worden om een voedingsmiddel te maken). Daarmee sluit het project goed aan op bestaande productieketens van bedrijven op het chemiepark in Delfzijl en in de Eemshaven.
woensdag 20 juni 2018
Heineken neemt biogas uit afvalwater van rioolwaterzuivering in gebruik
Waterschap Aa en Maas, bierbrouwer Heineken en de Afvalstoffendienst van de gemeente ’s-Hertogenbosch hebben de levering van biogas gevierd. Waterschap Aa en Maas produceert dit biogas uit afvalwater van de rioolwaterzuivering in ‘s-Hertogenbosch. Heineken gebruikt het biogas voor het verwarmen van water voor het brouw- en verpakkingsproces. De Afvalstoffendienst laat zijn vuilniswagens op het groene gas rijden. De opwekking van het biogas komt mede tot stand dankzij de warmte uit de biomassacentrale van de Afvalstoffendienst.
Biomassa: brandstof voor de energietransitie?
Sinds eind vorig jaar worden tonnen biomassa bijgestookt in de Nederlandse kolencentrales. Met subsidie, want het zou een duurzaam alternatief zijn. Maar daarover lopen de meningen behoorlijk uiteen. Sinds de aardbeving bij het Groningse Zeerijp van januari is het duidelijk: we moeten stoppen met het oppompen van het Groningse aardgas. De gasbel is leeg en de provincie schudt op haar grondvesten. Als een huis waar de onderste verdieping van in elkaar zakt. Bovendien is het gas gewoon bijna op, dus valt er niks meer op te pompen.
dinsdag 19 juni 2018
Voor een paar euro meer vliegen we op duurzame biobrandstoffen
De luchtvaartsector veroorzaakt 1.5 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Naar verwachting is de uitstoot van de sector tegen 2050 met een factor drie tot zes gegroeid. Promovendus Sierk de Jong beredeneert in zijn proefschrift dat we met biobrandstof een groot deel van deze groei kunnen inperken als we de brandstof duurzaam produceren, nieuwe productietechnologieën ontwikkelen en adequate stimuleringsmaatregelen instellen. In het proefschrift geeft de Jong aanbevelingen voor zowel beleidsmakers als de luchtvaartsector. De Jong verdedigt zijn proefschrift op 15 juni om 16:15 in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht.
Anderhalf procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen wordt geproduceerd door vliegverkeer. Om de opwarming van de aarde te beperken tot de in Parijs afgesproken twee graden, zal de uitstoot in 2050 40-70% lager moeten zijn dan in 2010. Naar verwachting groeit de uitstoot van de luchtvaartsector in dezelfde periode met een factor drie tot zes.
Hoewel het gebruik van biobrandstoffen voor de luchtvaart voorlopig het beste technologische alternatief is om de uitstoot structureel te verminderen, wordt het op dit moment pas mondjesmaat gebruikt. Promovendus Sierk de Jong kwantificeerde de toekomstige productie van biobrandstoffen voor de luchtvaart en berekende hoeveel uitstoot dit scheelt. Hij keek hiervoor vooral naar productiekosten en klimaatimpact. “De kosten om biobrandstoffen te produceren zijn op dit moment nog twee tot drie keer hoger dan voor fossiele brandstoffen, maar door meer ervaring, nieuwe productietechnologieën en optimalisatie van de productieketens kunnen we de kosten van biobrandstoffen in de komende tien jaar bijna halveren”, vertelt hij. “Op deze manier kunnen we voor een paar euro per passagier het gebruik van biobrandstoffen in Europa laten groeien naar 12 tot 19 miljoen ton in 2030 – genoeg om bijna driekwart van de verwachte emissiegroei van de sector te neutraliseren.”
De Jong geeft in zijn proefschrift enkele randvoorwaarden om het gebruik van biobrandstoffen op een duurzame manier te laten groeien. Ten eerste is het belangrijk dat er uitsluitend wordt gefocust op biobrandstoffen die klimaatwinst opleveren, bijvoorbeeld door ze te produceren van bosbouwresiduen, stro of – zoals nu al het geval – gebruikt frituurvet. De Jong: “Onze resultaten laten zien dat biobrandstoffen in veel gevallen de uitstoot van broeikasgassen met minstens 70% verminderen ten opzichte van fossiele brandstoffen.” Ten tweede is steun voor de ontwikkeling van nieuwe productietechnologieën belangrijk om de productie te verhogen en de kosten te verlagen.
Stimuleringsmaatregelen zijn onmisbaar om het gebruik van biobrandstoffen in de luchtvaart te verhogen. De Jong: “Snelle actie en een langetermijnvisie zijn nodig, aangezien het tijd kost om deze industrie op te bouwen. Daarnaast moeten overheden erop blijven toezien dat biobrandstoffen zo duurzaam mogelijk worden geproduceerd.” De Jong adviseert de luchtvaartmaatschappijen en luchthavens om zich sterk te maken voor biobrandstoffen, gezien de weinige opties die de sector heeft om haar CO2-uitstoot structureel te verlagen. “Het is daarbij essentieel om de klimaatwinst van de gebruikte biobrandstoffen duidelijk te communiceren om het maatschappelijk draagvlak voor biobrandstoffen te vergroten. Dit draagvlak is van belang, vooral omdat een bijdrage van een paar euro per vliegticket er al voor kan zorgen dat we een groot deel van de emissiegroei indammen.”
Anderhalf procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen wordt geproduceerd door vliegverkeer. Om de opwarming van de aarde te beperken tot de in Parijs afgesproken twee graden, zal de uitstoot in 2050 40-70% lager moeten zijn dan in 2010. Naar verwachting groeit de uitstoot van de luchtvaartsector in dezelfde periode met een factor drie tot zes.
Hoewel het gebruik van biobrandstoffen voor de luchtvaart voorlopig het beste technologische alternatief is om de uitstoot structureel te verminderen, wordt het op dit moment pas mondjesmaat gebruikt. Promovendus Sierk de Jong kwantificeerde de toekomstige productie van biobrandstoffen voor de luchtvaart en berekende hoeveel uitstoot dit scheelt. Hij keek hiervoor vooral naar productiekosten en klimaatimpact. “De kosten om biobrandstoffen te produceren zijn op dit moment nog twee tot drie keer hoger dan voor fossiele brandstoffen, maar door meer ervaring, nieuwe productietechnologieën en optimalisatie van de productieketens kunnen we de kosten van biobrandstoffen in de komende tien jaar bijna halveren”, vertelt hij. “Op deze manier kunnen we voor een paar euro per passagier het gebruik van biobrandstoffen in Europa laten groeien naar 12 tot 19 miljoen ton in 2030 – genoeg om bijna driekwart van de verwachte emissiegroei van de sector te neutraliseren.”
De Jong geeft in zijn proefschrift enkele randvoorwaarden om het gebruik van biobrandstoffen op een duurzame manier te laten groeien. Ten eerste is het belangrijk dat er uitsluitend wordt gefocust op biobrandstoffen die klimaatwinst opleveren, bijvoorbeeld door ze te produceren van bosbouwresiduen, stro of – zoals nu al het geval – gebruikt frituurvet. De Jong: “Onze resultaten laten zien dat biobrandstoffen in veel gevallen de uitstoot van broeikasgassen met minstens 70% verminderen ten opzichte van fossiele brandstoffen.” Ten tweede is steun voor de ontwikkeling van nieuwe productietechnologieën belangrijk om de productie te verhogen en de kosten te verlagen.
Stimuleringsmaatregelen zijn onmisbaar om het gebruik van biobrandstoffen in de luchtvaart te verhogen. De Jong: “Snelle actie en een langetermijnvisie zijn nodig, aangezien het tijd kost om deze industrie op te bouwen. Daarnaast moeten overheden erop blijven toezien dat biobrandstoffen zo duurzaam mogelijk worden geproduceerd.” De Jong adviseert de luchtvaartmaatschappijen en luchthavens om zich sterk te maken voor biobrandstoffen, gezien de weinige opties die de sector heeft om haar CO2-uitstoot structureel te verlagen. “Het is daarbij essentieel om de klimaatwinst van de gebruikte biobrandstoffen duidelijk te communiceren om het maatschappelijk draagvlak voor biobrandstoffen te vergroten. Dit draagvlak is van belang, vooral omdat een bijdrage van een paar euro per vliegticket er al voor kan zorgen dat we een groot deel van de emissiegroei indammen.”
maandag 18 juni 2018
Stad zet in op restwarmte en biomassa als opvolger van geothermie
Restwarmte van een datacenter in aanbouw op Zernike en biomassa moeten duizenden woningen in de stad Groningen gaan voorzien van warmte. De twee warmtebronnen worden naar alle waarschijnlijkheid de opvolger van het mislukte aardwarmteproject. Het aardwarmteproject van WarmteStad had duizenden panden op een duurzame manier moeten verwarmen. Dat zou gebeuren door warm water uit de ondergrond te pompen.






