Milieuorganisatie Comité Schone Lucht heeft bij het Openbaar Ministerie en de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) aangifte gedaan tegen energiebedrijf RWE Generation NL B.V. vanwege ernstige vermoedens van schending van Europese duurzaamheidsregels voor biomassa (volgens RED II) en mogelijke fraude met SDE++-subsidies. Het comité beschouwt de zaak niet alleen als een milieuprobleem, maar ook als een kwestie van rechtsstatelijkheid.
Volgens de organisatie heeft RWE in 2023 en 2024 al het verbrande houtachtige materiaal als afval- en residuhout aangemerkt (categorie 5). Uit verschillende onderzoeken blijkt echter dat een deel van deze biomassa afkomstig zou zijn van primair bos- en plantagehout (categorie 1 en 2). Door deze verkeerde classificatie zouden belangrijke duurzaamheidscriteria buiten toepassing zijn gelaten, terwijl juist aan die criteria publieke subsidies zijn gekoppeld.
De aangifte stelt dat RWE gebruik maakte van certificeringssystemen die vooral steunen op zelfverklaringen en waarbij geen fysieke controles op locatie plaatsvinden, terwijl bekend is dat leveranciers vaak gemengde houtstromen leveren. Volgens Comité Schone Lucht gaat het hierbij om een structurele omzeiling van bindende Europese regels, niet om een administratieve fout.
Fenna Swart, directeur van Comité Schone Lucht, zei dat publiek geld alleen moet worden uitgekeerd als de duurzaamheidsvoorwaarden aantoonbaar zijn nageleefd. Zij benadrukte dat het verbranden van hout uit bossen en het bestempelen daarvan als afval om zo miljoenen aan subsidies te verkrijgen “niet duurzaam en niet acceptabel” is.

0 reacties:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.