dinsdag 13 juni 2023

Aardgasverbruik voedingsindustrie daalt niet ondanks hogere energieprijzen

Het aardgasverbruik in de voedingsindustrie daalt niet. Daar zal verandering in moeten komen omdat de overheid nadrukkelijk aanstuurt op elektrificatie als belangrijk middel om de CO2 uitstoot te verlagen. Voedingsproducenten die daar niet op anticiperen zien hun energierekening de komende jaren oplopen door hogere marktprijzen en stijgende belastingen op gas.

Verslechtering van hun concurrentiepositie ligt dan op de loer. In de praktijk wringt de energietransitie voor de voedingssector: lange terugverdientijden en netcongestie beperken de speelruimte voor ingrijpende verduurzamingsstappen. Daardoor bestaat het gevaar dat bedrijven zich vooral richten op besparen en minder op duurzame transitie. 

Aangezien de voedingsindustrie tot aan 2030 jaarlijks naar verwachting 2 miljard euro in machines & installaties en gebouwen investeert, liggen er wel veel kansen om verduurzamingsslagen te maken. Dit stelt ING Research in twee artikelen over verduurzaming van productieprocessen en het wegtransport in de voedingssector.

Aardgas levert bijna 75 procent van de benodigde energie in de voedingsindustrie. Er is continue warmte nodig, bijvoorbeeld om brood te bakken, vleeswaren te koken of zuivel te pasteuriseren. Ondanks de sterke stijging van de energieprijzen is het gasverbruik in de sector niet afgenomen. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aardgasverbruik in 2023 in lijn ligt met eerdere jaren, terwijl de productie nagenoeg gelijk is. 

 

De mogelijkheden om op korte termijn minder gas te gebruiken blijken beperkt. De vraag naar voeding is constant, het kost tijd voordat investeringen in besparende maatregelen zijn doorgevoerd en bedrijven hebben moeite om productieprocessen te elektrificeren. Daarnaast zorgden verhogingen van afzetprijzen tot minder noodzaak om te reduceren. Ondertussen gaat de vergroening van de stroomvraag wel stap voor stap door, al betreft dat een veel kleiner deel van het energieverbruik. Het aantal bedrijven met zonnepanelen groeit en op momenten dat de zon schijnt kan de sector in een groter deel van de eigen stroomvraag voorzien.

De piek in de energieprijzen medio 2022 leidde tot hogere kosten voor voedingsproducenten die dat doorberekenden aan supermarkten. Daarmee lag het mede ten grondslag aan de sterke stijging van de prijzen voor boodschappen. Daarnaast spelen er in de komende jaren echter meer veranderingen. Berekeningen van ING Research laten zien dat voedingsbedrijven door hogere energieprijzen en geplande stijging van de belastingen op gas richting 2030 meer kwijt zijn aan energie dan voor 2022. Bij bedrijven die daar niet op anticiperen blijft energie een groter deel van hun kosten uitmaken wat uiteindelijk nadelig uitpakt voor hun concurrentiepositie.

De voedingsindustrie investeert naar verwachting tussen nu en 2030 jaarlijks 2 miljard euro in vervanging van machines en installaties, uitbreiding van productieprocessen en nieuwbouw en renovatie van gebouwen. In principe zal iedere nieuwe machine en installatie zuiniger en efficiënter zijn dan zijn voorganger. 

Voor de snelheid van de energietransitie maakt het echter veel uit of een nieuwe industriële stoomketel of oven op gas werkt of elektrisch is. Die beslissing zal ook sterk samenhangen met toekomstige wettelijke verplichtingen en beschikbaarheid van subsidies. In de huidige praktijk zijn er nauwelijks projecten met zonnepanelen, warmtepompen of elektrische boilers in de voedingsindustrie die zonder subsidie tot stand komen.

donderdag 8 juni 2023

Waterstofregio Noord-Holland zet zichzelf op de kaart met congres tijdens Sail Den Helder

Tijdens Sail Den Helder (29 juni t/m 2 juli) organiseert Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, samen met provincie Noord-Holland, gemeente Den Helder, Port of Den Helder en New Energy Coalition het congres: 'Waterstofnetwerk Noord-Holland'. Onderwerp van gesprek is de bijdrage die de Hydrogen Valley-regio Noord-Holland kan leveren aan de energietransitie en haar rol in het behalen van de klimaatdoelstellingen.

Het congres vindt plaats op vrijdag 30 juni, in Theater de Kampanje. Diverse sprekers zullen die dag ingaan op de unieke uitgangspositie van Noord-Holland als provincie met twee cruciale schakels in de waterstofinfrastructuur: het Noordzeekanaalgebied (NZKG) en Den Helder. Beide regionale clusters hebben grote ambities als het gaat om het versnellen van de energietransitie en werken intensief samen om de waterstofeconomie te realiseren.

Door vraag en aanbod te verbinden ontstaat in Noord-Holland een waterstofecosysteem op nationaal niveau, gevoed door energie van wind op zee en met directe aansluiting op het (inter)nationale waterstofnetwerk H2 Backbone. Hoe dat eruit allemaal gaat zien en welke stappen gezet moeten worden om in Nederland tot een waterstofeconomie te komen, komt uitgebreid aan bod in de keynote presentaties van Gijs Postma (EZ) en René Peters (TNO).

Een feestelijk onderdeel van het programma is de officiële uitreiking van de recent toegekende Hydrogen Valley-status aan Edward Stigter, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland en voorzitter van de Bestuurscommissie Energietransitie Noordzeekanaalgebied. Vanzelfsprekend krijg je ook te horen wat deze belangrijke Europese status inhoudt en hoe deze de verduurzaming van de energievoorziening kan  versnellen.

Bijzonder interessant beloven de paneldiscussies te worden die na de pauze op het programma staan. Hierin gaat het over twee concrete ontwikkelingen die van grote invloed zijn op de ontwikkeling van de waterstofeconomie: hergebruik van bestaande gasinfrastructuur voor de aanlanding van groene waterstof vanaf zee, en de plannen voor de bouw van een waterstoffabriek (H2 Gateway) bij Den Helder. Bij het H2 Gateway-project ligt de vraag op tafel waarom het belangrijk is deze fabriek te bouwen als katalysator van de waterstofeconomie, vooruitlopend op de grootschalige productie van groene waterstof op zee.

Koeienstal wordt bron van duurzame energie

Ingenieurs- en adviesbureau Antea Group gaat duurzame energie winnen uit de mest van melkkoeien. De energie wordt ter plekke opgeslagen en is beschikbaar voor later gebruik op de boerderij of een andere plek. Ammoniak afkomstig uit mest vormt hierbij de sleutel. Samen met milieutechnisch bedrijf HMVT heeft Antea Group de Ammonia-Q voor veestallen ontwikkeld. Er wordt nu een geschikt boerenbedrijf gezocht voor een proef in de praktijk.

Voor de veehouderij is het beperken van de ammoniakuitstoot een belangrijke maatregel tegen stikstofdepositie. Het idee van Antea Group baseert zich op installaties waarbij de lucht uit de stal wordt afgezogen en gewassen.

Boeren die met zonnepanelen of een windmolen meer elektriciteit opwekken dan zij op dat moment zelf gebruiken, kunnen dit steeds vaker niet terug leveren omdat het elektriciteitsnet overbelast is. Door deze elektriciteit te gebruiken voor de productie van groene ammoniak, slaat de boer de energie op en kan hij die op een later moment gebruiken. Eventueel ook op een andere plaats.

Een stal met honderd koeien is goed voor ongeveer vier ton ammoniak per jaar. Dat levert een energiewaarde op van 25.000 kWh, het gemiddelde jaarverbruik van zeven huishoudens bij elkaar. Bij andere veesoorten kan de energiepotentie per stal hoger zijn. Door de totale omvang van de melkveehouderij in ons land richt Antea Group zich in eerste instantie op deze bedrijfstak. Behalve als brandstof kan ammoniak ook worden gebruikt voor het opslaan en vervoeren van groene waterstof. van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al meer dan 70 jaar.

dinsdag 6 juni 2023

's Werelds eerste klimaatneutrale cruise

Vandaag legt MSC Euribia, het nieuwste en duurzaamste vlaggenschip van MSC Cruises, aan bij de Passenger Terminal in Amsterdam. Het schip wordt door vloeibaar aardgas (LNG) aangedreven en vaart momenteel ’s werelds eerste klimaatneutrale cruise.

MSC Euribia is gebouwd met behulp van de nieuwste technologische innovaties op het gebied van emissiereductie, afvalbeheer en energiebesparing. Het schip legt voor één dag aan in Amsterdam op weg van Saint-Nazaire in Frankrijk – waar het gebouwd is – naar de doopceremonie op 8 juni in Kopenhagen. Dit 22ste schip in de vloot van MSC Cruises laat daarmee zien dat net zero cruise-vaarten vandaag de dag onder bepaalde omstandigheden mogelijk zijn.

MSC Euribia legt aan in Amsterdam omdat de duurzaamheidsambities van MSC Cruises nauw aansluiten bij die van Port of Amsterdam als het gaat om emissiereductie en energiebesparing in de maritieme sector. Zo kan MSC Euribia gebruikmaken van walstroom. Port of Amsterdam ontwikkelt de techniek hiervoor momenteel en verwacht dat zij in 2025 gereed zal zijn.

Met de ingebruikname van dit ultramoderne schip en het bezoek aan Amsterdam wil de Cruise-divisie van MSC Group laten zien dat de sector duurzaamheidsverbeteringen moet blijven realiseren in samenwerking met alle belanghebbenden. Als belangrijke speler in de cruise-industrie heeft de Cruise-divisie van MSC Group zichzelf ambitieuze doelen opgelegd. Het bedrijf wil dat haar activiteiten uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn. De uitstootintensiteit van het bedrijf is vergeleken met 2008 al met 33,5 procent gedaald. MSC Group zal naar verwachting al eerder dan 2030 – de streefdatum van IMO – een vermindering van 40% bereiken.


Roest kan helpen bij de opslag van waterstof

Studententeam SOLID van de TU Eindhoven heeft samen met een aantal partners een nieuwe manier ontwikkeld om energie uit waterstof veilig op te slaan én te transporteren. De Steam Iron Reactor One (SIR One), zoals de uitvinding heet, zal de komende tijd getest worden.

SOLID zal met de SIR One de energie van waterstof kunnen opslaan in ijzer. IJzeroxide, ofwel roest, kan namelijk worden gereduceerd naar ijzer met behulp van waterstof.

Het is al langer bekend dat ijzer veel energie bevat en ook de mogelijkheid heeft om waterstof te produceren. De allereerste waterstof werd zelfs al in de zeventiende eeuw geproduceerd met ijzer.

maandag 5 juni 2023

Gas geven met waterstof in je tank

Naast elektrisch rijden wordt duurzaam waterstofgas gezien als het belangrijkste instrument voor het CO2-vrij maken van wegverkeer en ander vervoer. Vattenfall werkt al aan verschillende brandstofprojecten waarbij duurzaam waterstofgas een belangrijke rol speelt. Van de vele mogelijkheden beschrijven we hier de belangrijkste.

Waterstofgas is een goed alternatief als directe elektrificatie moeilijk is, bijvoorbeeld wanneer er te grote en zware batterijen nodig zijn. Het kan direct als brandstof worden gebruikt of bij de productie van andere fossielvrije brandstoffen.

Wat hem tegenwoordig het meeste tijd kost, is de productie van brandstof. Aan de westkust van Zweden zijn twee brandstofbedrijven, St1 en Preem, van plan te beginnen met de productie van duurzame zogeheten elektrobrandstoffen op basis van waterstofgas uit offshore windenergie en niet-fossiele CO2 die wordt opgevangen uit de emissies van onder meer de bosbouw.

De totale jaarlijkse productie bedraagt meer dan een miljoen kubieke meter, voornamelijk voor de luchtvaartindustrie, waar de eisen voor het bijmengen van duurzame brandstof van jaar tot jaar strenger worden. HySkies is een ander project voor duurzame vliegtuigbrandstof dat Vattenfall samen met onder meer Shell en SAS uitvoert.

Maar waterstofgas kan voertuigen op vele manieren aandrijven. Het kan bijvoorbeeld rechtstreeks worden gebruikt als brandstof in een motor of om elektriciteit te produceren in een brandstofcel. De vraag is welke technologieën in de toekomst dominant zullen zijn in de verschillende vervoerssectoren.

zaterdag 3 juni 2023

Buurtbewoners bezorgd over productie biogas in Nunspeet

Een aantal Nunspeters is bezorgd over een voorstel voor de productie van biogas in Nunspeet, dat bij voorkeur aan de Kolmansweg zou moeten gebeuren. Omwonenden denken dat er goede alternatieven zijn.

Het voorstel stelt vast dat de productie een goede bijdrage zou kunnen leveren aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen. De kosten voor de gemeente worden geraamd op 150.000 euro.

Bezorgde omwonenden zijn echter van mening dat er grote problemen zijn met een installatie voor de productie van biogas. Het plan om een biogasinstallatie op de voorgestelde locatie aan de Kolmansweg te plaatsen wordt bekritiseerd door Nunspeters. Buurtbewoners waarschuwen ook dat geld een probleem zou kunnen worden. In de afgelopen weken hebben buurtbewoners gekeken naar alternatieven, zoals mono-mestvergisting. Bonestroo heeft alle Nunspeetse fracties uitgenodigd om naar zijn mestvergister te komen kijken en de reacties waren positief.

 
Copyright (c) 2010 Biogas Nieuws and Powered by Blogger.