vrijdag 12 juli 2019
Ook gemeenteraad Diemen kan komst biomassacentrale niet tegenhouden
De gemeente Diemen steunt met tegenzin de bouw van een biomassacentrale. De Diemense gemeenteraad is unaniem tegen de komst van de centrale van energiebedrijf Vattenfall, maar ziet, net als het college van Burgemeester en Wethouders, geen juridische grond om de bouw tegen te houden, zo meldt de NOS. "Niemand wil deze centrale, maar de gemeenteraad kan die niet wegstemmen", zegt wethouder Lex Scholten. "Ik vind dat een ongemakkelijke waarheid omdat ik alle zorgen, vragen, twijfels en boosheid in onze samenleving serieus wil nemen." Er zijn vooral zorgen over de luchtkwaliteit.
donderdag 11 juli 2019
Provincie draait opnieuw duimschroeven aan van Bunschotense biogasfabriek
Opnieuw verscherpt de provincie Utrecht het toezicht op de biogascentrale Van de Groep in Bunschoten. Gedeputeerde Arne Schaddelee van vergunningsverlening en toezicht vindt het te ver gaan om nu al de fabriek te sluiten. Dat is de conclusie van het zoveelste debat over hoe de provincie moet omgaan met de fabriek van firma Van de Groep. De discussie laait opnieuw op nadat Van de Groep door het OM wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie, valsheid in geschrifte en overtreding van de meststoffenwet.
woensdag 10 juli 2019
KLM bussen reduceren de CO2 uitstoot van 1 miljoen kilometer
Met ingang van vandaag rijdt de KLM Bus op geavanceerde biobrandstof, dankzij de samenwerking tussen GoodFuels, Munckhof en KLM. Hiermee wordt op jaarbasis een miljoen kilometer aan CO2-uitstoot gereduceerd, wat neerkomt op 577 ton CO2-reductie per jaar. Dit kan snel en eenvoudig omdat er geen technische aanpassingen nodig zijn om op geavanceerde biobrandstof te rijden.
GoodFuels, Munckhof en KLM zorgen er samen voor dat er op de drie routes 1 miljoen kilometer aan CO2-uitstoot wordt gereduceerd. De CO2-reductie hiervan is 577 ton per jaar en dat staat gelijk aan 25 keer de wereld rond met een auto. Door gebruik te maken van de gratis KLM Bus reduceert de reiziger zelf ook CO2, omdat er geen brandstof nodig is voor de auto.
De KLM Bus wordt voorzien van geavanceerde biobrandstof. Deze drop-in biobrandstof is gemaakt van 100% gecertificeerde afval- of reststromen. Hierdoor is er geen concurrentie met voedselproductie, landgebruik of ontbossing. Het is een fossielvrije, synthetische brandstof van premium kwaliteit en een directe vervanger voor fossiele brandstof. Er zijn daarom ook geen grote investeringen nodig. Je reduceert direct CO2, en daarnaast bevat deze biobrandstof geen zwavel en komen er significant minder fijnstof en stikstof deeltjes in de lucht waardoor de luchtkwaliteit wordt verbeterd.
Er rijden dagelijks drie KLM-bussen door Nederland. KLM-reizigers kunnen gratis van Maastricht, Maastricht Aachen Airport en Eindhoven Airport naar Schiphol reizen. Ook vanuit Nijmegen, Arnhem, rijdt er dagelijks meerdere keren een bus naar Schiphol en Venlo komt daar vanaf 1 september bij. Sinds 1 juli is er een derde route aan het netwerk toegevoegd. Vanaf die datum rijdt de KLM Bus ook van Enschede, Hengelo en Apeldoorn naar Schiphol en terug. En sinds vandaag zijn deze bussen klimaatneutraal.
GoodFuels, Munckhof en KLM zorgen er samen voor dat er op de drie routes 1 miljoen kilometer aan CO2-uitstoot wordt gereduceerd. De CO2-reductie hiervan is 577 ton per jaar en dat staat gelijk aan 25 keer de wereld rond met een auto. Door gebruik te maken van de gratis KLM Bus reduceert de reiziger zelf ook CO2, omdat er geen brandstof nodig is voor de auto.
De KLM Bus wordt voorzien van geavanceerde biobrandstof. Deze drop-in biobrandstof is gemaakt van 100% gecertificeerde afval- of reststromen. Hierdoor is er geen concurrentie met voedselproductie, landgebruik of ontbossing. Het is een fossielvrije, synthetische brandstof van premium kwaliteit en een directe vervanger voor fossiele brandstof. Er zijn daarom ook geen grote investeringen nodig. Je reduceert direct CO2, en daarnaast bevat deze biobrandstof geen zwavel en komen er significant minder fijnstof en stikstof deeltjes in de lucht waardoor de luchtkwaliteit wordt verbeterd.
Er rijden dagelijks drie KLM-bussen door Nederland. KLM-reizigers kunnen gratis van Maastricht, Maastricht Aachen Airport en Eindhoven Airport naar Schiphol reizen. Ook vanuit Nijmegen, Arnhem, rijdt er dagelijks meerdere keren een bus naar Schiphol en Venlo komt daar vanaf 1 september bij. Sinds 1 juli is er een derde route aan het netwerk toegevoegd. Vanaf die datum rijdt de KLM Bus ook van Enschede, Hengelo en Apeldoorn naar Schiphol en terug. En sinds vandaag zijn deze bussen klimaatneutraal.
maandag 8 juli 2019
Gebruikt frituurvet zorgt voor aanzienlijke CO2-reductie vervoersector
Nederland ligt op koers om de Europese doelstelling voor hernieuwbare energie voor vervoer van 10 procent in 2020 te halen. Hiermee zit Nederland in 2018 met 8,9 procent ruim boven het Europese gemiddelde. Dit blijkt uit de totaalrapportage over de inzet en herkomst van hernieuwbare energie voor vervoer, waarover de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) jaarlijks rapporteert.
Het afgelopen jaar is het aandeel hernieuwbare energie voor vervoer toegenomen met 25 procent ten opzichte van 2017. Energie uit hernieuwbare bronnen bestaat vooral uit vloeibare biobrandstof, zoals biodiesel en biobenzine, met gebruikt frituurvet als belangrijkste grondstof. Het merendeel van de biobrandstoffen komt uit het buitenland. Het aandeel elektriciteit is klein, maar stijgt wel. Ook de inzet van biogas nam toe.
Het aandeel biodiesel en biobenzine maakt in 2018 het grootste deel uit van de geleverde hernieuwbare energie. Door een limiet te stellen aan de inzet van zogeheten conventionele brandstoffen wordt de inzet van voedselgewassen als bron voor biobrandstoffen ontmoedigd. Slechts 1,5% van de geleverde hernieuwbare energie bestond uit voedselgewassen, zoals tarwe en mais. Daar blijven de Nederlandse leveranciers ruim onder de norm van 3 procent.
De inzet van zogeheten geavanceerde brandstoffen (onder andere brandstoffen uit afvalstromen) wordt juist aangemoedigd door verscherpte regelgeving. Met als resultaat dat de inzet van deze duurzame brandstoffen in 2018 is verzesvoudigd. Aan brandstofleveranciers zijn bovendien strengere eisen gesteld om aan te tonen dat hun brandstoffen werkelijk op de Nederlandse markt zijn terecht gekomen. Uit recente onderzoekscijfers van het CBS blijkt dat het merendeel van alle ingeboekte brandstoffen inderdaad aantoonbaar aan vervoer in Nederland is geleverd en dat deze maatregelen dus effect hebben.
De Nederlandse Emissieautoriteit zorgt voor de uitvoering, het toezicht en de handhaving van de Nederlandse wet- en regelgeving.
De verplichting voor brandstofleveranciers is verhandelbaar waardoor er allerlei kansen voor bedrijven ontstaan om nieuwe biobrandstoffen op de markt te brengen en zo bij te dragen aan de realisatie van klimaat- energiedoelen.
Een goed voorbeeld zijn de leveringen van elektriciteit voor vervoer; de ingeboekte elektriciteit (in het NEa-register) is in een jaar tijd verdubbeld en opbrengsten kunnen geïnvesteerd worden in de snelgroeiende laad- infrastructuur. De verwachting is dat dit verder door zal zetten en een belangrijke bijdrage levert aan de doelstelling van twee miljoen elektrische auto’s in 2030.
Onlangs zijn ernstige fraudezaken met biodiesel bekend geworden. Uiteraard neemt de NEa fraude zeer serieus en werkt aan deze zaak nauw samen met het Openbaar Ministerie. Allereerst om te bepalen in hoeverre deze fraude invloed heeft op de bereikte resultaten en ten tweede om zoveel mogelijk te voorkomen dat dergelijk misstanden in de toekomst plaatsvinden.
Het afgelopen jaar is het aandeel hernieuwbare energie voor vervoer toegenomen met 25 procent ten opzichte van 2017. Energie uit hernieuwbare bronnen bestaat vooral uit vloeibare biobrandstof, zoals biodiesel en biobenzine, met gebruikt frituurvet als belangrijkste grondstof. Het merendeel van de biobrandstoffen komt uit het buitenland. Het aandeel elektriciteit is klein, maar stijgt wel. Ook de inzet van biogas nam toe.
Het aandeel biodiesel en biobenzine maakt in 2018 het grootste deel uit van de geleverde hernieuwbare energie. Door een limiet te stellen aan de inzet van zogeheten conventionele brandstoffen wordt de inzet van voedselgewassen als bron voor biobrandstoffen ontmoedigd. Slechts 1,5% van de geleverde hernieuwbare energie bestond uit voedselgewassen, zoals tarwe en mais. Daar blijven de Nederlandse leveranciers ruim onder de norm van 3 procent.
De inzet van zogeheten geavanceerde brandstoffen (onder andere brandstoffen uit afvalstromen) wordt juist aangemoedigd door verscherpte regelgeving. Met als resultaat dat de inzet van deze duurzame brandstoffen in 2018 is verzesvoudigd. Aan brandstofleveranciers zijn bovendien strengere eisen gesteld om aan te tonen dat hun brandstoffen werkelijk op de Nederlandse markt zijn terecht gekomen. Uit recente onderzoekscijfers van het CBS blijkt dat het merendeel van alle ingeboekte brandstoffen inderdaad aantoonbaar aan vervoer in Nederland is geleverd en dat deze maatregelen dus effect hebben.
De Nederlandse Emissieautoriteit zorgt voor de uitvoering, het toezicht en de handhaving van de Nederlandse wet- en regelgeving.
De verplichting voor brandstofleveranciers is verhandelbaar waardoor er allerlei kansen voor bedrijven ontstaan om nieuwe biobrandstoffen op de markt te brengen en zo bij te dragen aan de realisatie van klimaat- energiedoelen.
Een goed voorbeeld zijn de leveringen van elektriciteit voor vervoer; de ingeboekte elektriciteit (in het NEa-register) is in een jaar tijd verdubbeld en opbrengsten kunnen geïnvesteerd worden in de snelgroeiende laad- infrastructuur. De verwachting is dat dit verder door zal zetten en een belangrijke bijdrage levert aan de doelstelling van twee miljoen elektrische auto’s in 2030.
Onlangs zijn ernstige fraudezaken met biodiesel bekend geworden. Uiteraard neemt de NEa fraude zeer serieus en werkt aan deze zaak nauw samen met het Openbaar Ministerie. Allereerst om te bepalen in hoeverre deze fraude invloed heeft op de bereikte resultaten en ten tweede om zoveel mogelijk te voorkomen dat dergelijk misstanden in de toekomst plaatsvinden.
dinsdag 2 juli 2019
Nieuw boekje over rol biomassa in circulaire economie
Hoeveel biomassa gaat er om in Nederland, Europa en de wereld? Welke biomassastromen zijn dat en waar komen ze vandaan? En hoe kunnen we met biomassa het gebruik van fossiele energie terugdringen en kringlopen sluiten?
Het boekje "Biomassa en de circulaire economie: alles wat je wilde weten over biomassa maar nooit durfde te vragen" bevat actuele feiten en cijfers over biomassa en biedt handvatten voor tal van toepassingen, van menselijke consumptie en diervoeding tot energie, materialen en chemie.
“Het boekje is ons verhaal, gebaseerd op ruim 25 jaar onderzoek in het veld. Het gaat over wat biomassa is en hoe je deze zinnig kunt inzetten in de economie”, aldus Harriëtte Bos van Wageningen Food & Biobased Research, die het samen met haar collega’s Johan van Groenestijn en Paulien Harmsen heeft geschreven. "Wie het boekje leest, vindt ook een overzicht van bestaande technologieën en technologieën die volop in ontwikkeling zijn."
Volgens Bos is het boekje interessant voor iedereen die beroepsmatig of als student te maken heeft met de circulaire economie: “We hebben richting willen geven aan de vraag welke biomassa je waarvoor kunt gebruiken. Onze visie is dat elke type biomassa een voorkeurstoepassing heeft. Een gemengde natte reststroom kun je het beste vergisten tot biogas, omdat vergisting daarvoor de meest voor de hand liggende technologie is. Wil je chemische bouwstenen uit biomassa produceren, dan is juist een schone, suikerrijke reststroom een goede grondstof. Zo hebben we alle typen biomassa gelinkt aan preferente toepassingen.”
Het boekje "Biomassa en de circulaire economie: alles wat je wilde weten over biomassa maar nooit durfde te vragen" bevat actuele feiten en cijfers over biomassa en biedt handvatten voor tal van toepassingen, van menselijke consumptie en diervoeding tot energie, materialen en chemie.
“Het boekje is ons verhaal, gebaseerd op ruim 25 jaar onderzoek in het veld. Het gaat over wat biomassa is en hoe je deze zinnig kunt inzetten in de economie”, aldus Harriëtte Bos van Wageningen Food & Biobased Research, die het samen met haar collega’s Johan van Groenestijn en Paulien Harmsen heeft geschreven. "Wie het boekje leest, vindt ook een overzicht van bestaande technologieën en technologieën die volop in ontwikkeling zijn."
Volgens Bos is het boekje interessant voor iedereen die beroepsmatig of als student te maken heeft met de circulaire economie: “We hebben richting willen geven aan de vraag welke biomassa je waarvoor kunt gebruiken. Onze visie is dat elke type biomassa een voorkeurstoepassing heeft. Een gemengde natte reststroom kun je het beste vergisten tot biogas, omdat vergisting daarvoor de meest voor de hand liggende technologie is. Wil je chemische bouwstenen uit biomassa produceren, dan is juist een schone, suikerrijke reststroom een goede grondstof. Zo hebben we alle typen biomassa gelinkt aan preferente toepassingen.”
maandag 1 juli 2019
Sterksel nieuwsgierig en bezorgd over 11 mestvergistings-silo's
In Sterksel start de bouw van de veelbesproken mestvergister: elf 15 meter hoge silo's waarin organisch afval biogas ligt te produceren. Een informatie-avond trok een volle zaal. Veel Sterkselnaren zijn bezorgd. Het is de bedoeling dat de bouw uiterlijk 1 september volgend jaar klaar is. Dan wordt een paar maanden proef gedraaid en vanaf 1 januari 2021 moet de vergister volledig operationeel zijn. Er wordt dan zoveel biogas geproduceerd dat 24.000 huishoudens er mee vooruit kunnen.
zaterdag 29 juni 2019
Rechtbank vernietigt vergunningen bouw mestverwerkingsinstallatie Groenlo
De rechtbank vernietigt de omgevings- en waterwetvergunningen voor het bouwen van mestverwerkingsinstallatie op een bedrijventerrein een Groenlo. Volgens de rechtbank is in deze vergunningen onvoldoende duidelijk gemaakt waarom er geen milieueffectenrapport is gemaakt. Het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland en het waterschap Rijn en IJssel moeten hierdoor nieuwe besluiten nemen.
Het bouwplan voor de mestverwerkingsinstallatie heeft betrekking op een installatie waarin 450.000 ton drijfmest en 150.000 ton vaste mest en berm/natuurgras zullen worden verwerkt tot biogas en mestkorrels. Na het doorlopen van een zuiveringsproces wordt het afvalwater geloosd op de Leerinkbeek. Omwonenden en enkele milieuorganisaties stelden beroep in bij de rechtbank tegen de vergunningen die door het college van Gedeputeerde Staten en het waterschap zijn verleend voor de bouw van deze installatie.
De rechtbank oordeelt dat in de vergunningen onvoldoende duidelijk is gemaakt waarom geen milieueffectrapport is gemaakt. Zo’n rapport maakt milieugevolgen inzichtelijk. Vooral de milieugevolgen over de energie-efficiëntie van de installatie, over de potentieel in het afvalwater voorkomende schadelijke stoffen en over de uitstoot van stikstof zijn onvoldoende gemotiveerd.
Verder moet opnieuw worden bekeken of voorschriften nodig zijn in verband met de energie-efficiëntie van de installatie. Ook moet worden bekeken of aan de vergunning monitoringsvoorschriften moeten worden verbonden. Dit onder meer om de gevolgen van in het afvalwater voorkomende schadelijke stoffen in de gaten te houden. Verder moeten in de vergunning nog extra voorschriften worden opgenomen over de stofuitstoot, de maximale opslagcapaciteit van biogas en de gebruiksduur van de warmtekrachtkoppeling.
De rechtbank vernietigt daarom de omgevingsvergunning en de waterwetvergunning. Het college van Gedeputeerde Staten en het waterschap moeten nieuwe besluiten nemen. De uitspraak betekent niet dat het bedrijf van de baan is. Gedeputeerde Staten en het waterschap kunnen opnieuw vergunningen verlenen, maar moeten dan eerst nauwkeuriger de gevolgen voor het milieu in kaart brengen en in ieder geval extra voorschriften in de vergunning opnemen.
Het bouwplan voor de mestverwerkingsinstallatie heeft betrekking op een installatie waarin 450.000 ton drijfmest en 150.000 ton vaste mest en berm/natuurgras zullen worden verwerkt tot biogas en mestkorrels. Na het doorlopen van een zuiveringsproces wordt het afvalwater geloosd op de Leerinkbeek. Omwonenden en enkele milieuorganisaties stelden beroep in bij de rechtbank tegen de vergunningen die door het college van Gedeputeerde Staten en het waterschap zijn verleend voor de bouw van deze installatie.
De rechtbank oordeelt dat in de vergunningen onvoldoende duidelijk is gemaakt waarom geen milieueffectrapport is gemaakt. Zo’n rapport maakt milieugevolgen inzichtelijk. Vooral de milieugevolgen over de energie-efficiëntie van de installatie, over de potentieel in het afvalwater voorkomende schadelijke stoffen en over de uitstoot van stikstof zijn onvoldoende gemotiveerd.
Verder moet opnieuw worden bekeken of voorschriften nodig zijn in verband met de energie-efficiëntie van de installatie. Ook moet worden bekeken of aan de vergunning monitoringsvoorschriften moeten worden verbonden. Dit onder meer om de gevolgen van in het afvalwater voorkomende schadelijke stoffen in de gaten te houden. Verder moeten in de vergunning nog extra voorschriften worden opgenomen over de stofuitstoot, de maximale opslagcapaciteit van biogas en de gebruiksduur van de warmtekrachtkoppeling.
De rechtbank vernietigt daarom de omgevingsvergunning en de waterwetvergunning. Het college van Gedeputeerde Staten en het waterschap moeten nieuwe besluiten nemen. De uitspraak betekent niet dat het bedrijf van de baan is. Gedeputeerde Staten en het waterschap kunnen opnieuw vergunningen verlenen, maar moeten dan eerst nauwkeuriger de gevolgen voor het milieu in kaart brengen en in ieder geval extra voorschriften in de vergunning opnemen.






