donderdag 30 november 2023

Honeywell lanceert 's werelds eerste 100% waterstofbestendige gasmeter

Honeywell kondigt de Europese lancering aan van zijn 100% waterstofbestendige gasmeter. De Honeywell EI5 slimme gasmeter is met succes getest in Nederland en maakt deel uit van een breder initiatief om aan te sluiten bij de doelstellingen zoals die staan beschreven in de Europese Green Deal.

De nieuwe gasmeter kan zowel aardgas als waterstof meten, en is te gebruiken in heel Europa. Bedrijven en huishoudens die de meter installeren voorkomen daarmee dat deze in de toekomst vervangen moeten worden, wanneer netwerken overstappen op waterstof. Hierdoor worden kosten op de lange termijn verlaagd en wordt operationele duurzaamheid verbeterd. Het ontwerp en de functionaliteit van de EI5 zijn getest en gecertificeerd door de Physikalisch-Technische Bundesanstalt (PTB), die de veiligheid, nauwkeurigheid en gereedheid voor het veranderende energielandschap waarborgt.

In Nederland worden de gasmeters geleverd aan Enexis Group, een van de grootste gasdistributeurs van het land, na een pilotproject in Wagenborgen. Dit pilotproject transformeert woningen uit de jaren ‘70 en integreert ze in een waterstofnetwerk met niet alleen de EI5-gasmeters, maar ook een centrale waterstofketel voor verwarming en warm water. Met het project nemen Honeywell en Enexis een pioniersrol op zich bij het gebruik van groene waterstof door elektrolyse. Dit betekent een belangrijke stap naar duurzaam energiegebruik.

Het Rapport van de Hydrogen Council 2020 laat zien dat de kosten van waterstof naar verwachting rond 2030 zullen dalen. Hierdoor zal waterstof gaan concurreren met andere alternatieven voor gas. Dit leidt ertoe dat grote nutsbedrijven zoals Enexis Group zich inzetten om hun belangrijkste gasleidingen binnen de komende drie jaar gereed te maken voor waterstof.

maandag 27 november 2023

HYDELTA 3 vervolgt waterstofonderzoek

Deze maand gaat de derde editie van het publiek-private onderzoeksprogramma HyDelta van start. Het onderzoek gaat in op de economische en technische inpassing van waterstofgas in het nationale aardgastransport- en distributiesysteem. HyDelta 3 heeft een looptijd van een jaar. De uitkomsten van het HyDelta-programma zijn openbaar en gratis beschikbaar en trekken wereldwijde belangstelling. Het HyDelta-consortium wordt gevormd door Gasunie, Netbeheer Nederland, TKI Nieuw Gas, DNV, Kiwa, TNO en New Energy Coalition (coördinator).

Op initiatief van Gasunie en Netbeheer Nederland vormde zich in 2020 het HyDelta-consortium, bestaande uit partijen met ruime ervaring in het onderzoeken en testen van transport en toepassing van waterstof. Het onderzoeksprogramma richt zich op een geïntegreerde aanpak van oplossingen voor het transport en gebruik van waterstof. Direct toepasbaar onderzoek staat centraal. In januari 2021 ging de eerste fase van het onderzoeksprogramma, HyDelta 1 van start, gevolgd door HyDelta 2.

Tijdens het afgeronde werk in HyDelta 1 en 2  ontstonden op vijf thema’s nieuwe vraagstukken die beantwoord moeten worden om nú de juiste keuzes te kunnen maken bij investeringen in infrastructuur en om veilig te kunnen werken met waterstof:

1.           Asset management - over de gaskwaliteit van waterstof en het hergebruik van offshore infrastructuur

2.           Economie en maatschappij - over de uitrol van (tijdelijk) zelfvoorzienende waterstofregio’s, om bijvoorbeeld netcongestie te verlichten en hoe opbrengsten en risico’s gedeeld kunnen worden

3.           Emissies - over de broeikaseffecten van waterstof en de rol van ammoniak

4.           Randvoorwaarden - over de standaardisatie van eenheden, digitalisatie, de maakindustrie voor waterstofinfrastructuur en ruimtelijke indeling

5.           Technologie en veiligheid - over aanbevelingen voor het veilig omgaan met waterstof in het energienetwerk

Internationaal groeit de laatste jaren het besef dat de productie en toepassing van CO2-neutrale waterstof een onmisbaar onderdeel van de energietransitie zal zijn. Ook in Nederland zijn initiatieven genomen, zowel vanuit het bedrijfsleven als beleidsmatig, om te komen tot de opstart van een waterstofmarkt. Ondanks alle initiatieven bevindt de ontwikkeling van een waterstofmarkt zich nog in een beginfase. Zo staan nog talloze vragen open, variërend van technische vragen rond de productie en de inpasbaarheid van waterstof in het transport- en opslagsysteem, tot vragen rond de economische en juridische aspecten ervan.

De resultaten uit het onderzoeksprogramma worden gepubliceerd en zijn openbaar beschikbaar. Actuele informatie is steeds te vinden via www.hydelta.nl

HyDelta is een publiek-privaat nationaal samenwerkingsprogramma gericht op onderzoek naar het op korte termijn wegnemen van barrières voor grootschalige groene waterstofprojecten zodat innovaties en toepassingen kunnen doorgaan naar de markt. Het programma brengt lopende en voorgenomen Nederlandse plannen in kaart.

vrijdag 24 november 2023

Eneco zet belangrijke stap voor fabriek voor groene waterstof

Eneco heeft de vergunningsaanvraag ingediend voor de realisatie van de ‘Eneco Electrolyzer’, een fabriek voor de productie van groene waterstof in de Europoort in Rotterdam. Hiermee wil Eneco, dat hiervoor in de joint venture Eneco Diamond Hydrogen samenwerkt met moederbedrijf Mitsubishi, industriële klanten helpen hun processen en producten te verduurzamen. Groene waterstof wordt namelijk geproduceerd met duurzame stroom.

Een waterstoffabriek of electrolyzer gebruikt elektriciteit om water te splitsen in waterstof en zuurstof. De Eneco Electrolyzer zal hiervoor groene stroom gebruiken uit zonne- en windparken. Die schoon geproduceerde waterstof gaat als eerste naar de industrie, die op dit moment nog fossiel aardgas gebruikt om waterstof te maken. Ook kan waterstof op den duur aardgas vervangen als brandstof in de industrie en elektriciteitssector en een rol spelen in flexibele elektriciteitsproductie.

De Eneco Electrolyzer wordt ontwikkeld naast de Enecogen-elektriciteitscentrale in de Europoort. Met die centrale kan bepaalde infrastructuur gedeeld worden, wat tot voordelen leidt. De waterstoffabriek krijgt uiteindelijk een vermogen van 800 Megawatt. Daarmee wordt jaarlijks tot 80 kiloton waterstof geproduceerd, afhankelijk van de hoeveelheid groene stroom die beschikbaar is en de vraag naar groene waterstof uit de industrie.

donderdag 23 november 2023

Eerste woningen Wagenborgen op waterstofnetwerk

De eerste woningen in het Groningse dorp Wagenborgen zijn aangesloten op het nieuw ontwikkelde waterstofnetwerk van pilot WaterstofWijk Wagenborgen. De huizen in deze jaren 70 wijk worden voortaan verwarmd door een hybride warmtepomp op waterstof en met waterstof voorzien van warm tapwater.

Deze unieke combinatie wordt voor het eerst toegepast. De komende weken gaan er 33 woningen van het aardgas af en over op groene waterstof. Vanaf het Waterstof Ontvangst Station (WOS) bij Eelshuis Energie in Siddeburen krijgen deze huizen waterstof via het net geleverd.

Enexis gebruikt zijn gasnetten in de toekomst niet meer voor aardgas. Maar er liggen in Nederland wel vele kilometers gasnet die kunnen worden hergebruikt. Waterstof is een veelgenoemd alternatief voor aardgas en zou via het bestaande gasnet getransporteerd kunnen worden. Waterstof heeft daarmee de potentie het gasnet een nieuw leven te geven.

Naast vele theoretische onderzoeken laat Enexis met de pilot in Wagenborgen ook zien dat het kán. De afgelopen jaren is hard gewerkt om dit mogelijk te maken. De benodigde infrastructuur is aangelegd en de sociale huurwoningen van woonstichting Groninger Huis zijn naar label B verduurzaamd door middel van isolatie, zonnepanelen en een hybride warmtepomp. De woningen zijn voorzien van een speciale waterstofketel van Intergas.

woensdag 22 november 2023

Waterstofketen van turbine naar truck onderzocht

Van wind naar wiel: elektrisch of liever met waterstof? Dat is de vraag die TNO met HYGRO Technology gaat onderzoeken.

Op dit moment zijn de kosten van de elektrische infrastructuur en de kenmerken van de elektriciteitsmarkt bepalend voor het ontwerp van windparken en daarmee de hoeveelheid wind die omgezet wordt naar bruikbare energie. De vraag is hoe het ontwerp van turbines en parken, en daarmee economisch winbare windenergie, verandert door over te stappen naar waterstof als primaire energiedrager tussen turbine en afname in de transportsector. Het onderzoek wordt ondersteund door het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) Offshore Energy.

Het ontwerp van windparken en windturbines, en daarmee de kosten van de elektriciteit, worden sterk beïnvloed door de infrastructuurkosten. Het kabelnetwerk moet zwaar genoeg uitgelegd zijn om de piekproductie bij harde wind te transporteren. De hoeveelheid winbare energie neemt exponentieel toe bij hogere windsnelheden. Wanneer een windturbine dus wordt ontworpen om bij toenemende windsnelheid meer energie op te wekken, moet het kabelnet zwaarder worden aangelegd om die energie af te voeren. Maar een windturbine kan ook dusdanig ontworpen worden dat een windturbine reeds bij windkracht 5 haar maximale vermogen bereikt en dan zoveel mogelijk uur op die vaste piekproductie draait, waardoor het kabelnet niet zwaarder maar wel optimaal belast wordt.

Nog meer energie produceren boven die windsnelheid kan wel, maar is minder rendabel door de hogere aanlegkosten van het kabelnet. Daarbij is de marktwaarde van die elektriciteit bij hoge windsnelheden juist erg laag door een optredend overschot aan productie op de markt, opgewekt door windenergie.

Bij een optimaal ontwerp van de windturbine om meer waterstof op te wekken bij hogere windsnelheid, wordt wel significant meer energie uit de wind gehaald. Transport van energie via waterstofleidingen is veel goedkoper en kan veel gemakkelijker de piekproductie aan. Ander zeer belangrijk voordeel daarnaast is, dat de energie in die leiding kan worden opgeslagen. De economie van winbare energie, door die slimme omzetting naar waterstof in de windturbine, zal daardoor sterk veranderen en daarmee het ontwerp van windpark en turbine. Eerste berekeningen doen vermoeden dat er mogelijk tot wel twee keer meer energieopbrengst kan worden gehaald uit de wind met het beschikbare zeeoppervlak waar Nederland turbines wil bouwen, tegen lagere kosten dan met elektriciteit.

Voor het onderzoek wordt er van uit gegaan dat de waterstof gebruikt gaat worden voor vrachtwagens. Ook bij het laden van elektrisch aangedreven vrachtwagens, speelt de kostprijs van elektrische infrastructuur een grote rol en kan waterstof mogelijk kansen bieden. Daarbij wordt ook nog gekeken naar het verschil in efficiency tussen batterij elektrisch en waterstofelektrisch.

TNO Wind Energie, ondersteund door HYGRO en de afdeling TNO voertuigtechniek, onderzoekt wat kosteneffectiever is: het transporteren van windenergie naar het land en leveren aan elektrische vrachtwagens, of de route via waterstof-infrastructuur. TNO gaat hierbij onderzoeken hoe de beide gecombineerde volledige ketens van energieopwekking en het gebruik in diverse modaliteiten van transport zich ten opzichte van elkaar verhouden.

Mobiliteit is op dit moment verantwoordelijk voor 19 procent van het totale energieverbruik. Circa 50 procent van het totale brandstofverbruik is toe te schrijven aan zwaar vrachtvervoer. Gegeven de kostenontwikkelingen binnen de transportsector, voorspellen diverse rapporten dat al in 2035 het overgrote deel van het vrachtvervoer zonder CO2-uitstoot mogelijk is.

vrijdag 17 november 2023

Rotterdam The Hague Airport versnelt bijmengen duurzame vliegtuigbrandstof

Gisteren hebben Shell en RTHA een lange termijn overeenkomst getekend om met ingang van 2024 in alle vliegtuigen die tanken op RTHA duurzame vliegtuigbrandstof bij te gaan mengen.

Op de luchthaven wordt er bovenop de Europese bijmengverplichting van 6 tot minimaal 8 procent extra duurzame vliegtuigbrandstof bijgemengd. Zo kan er versneld doorgegroeid worden om de 14 procent doelstelling van de Nederlandse luchtvaartsector in 2030 te behalen. Duurzame vliegtuigbrandstof, ook wel Sustainable Aviation Fuel (SAF), behoort tot de weinige maatregelen die nu beschikbaar zijn om de uitstoot van de internationale luchtvaart terug te dringen.

Het toegevoegde deel duurzame brandstof kan leiden tot een CO2-reductie van 80 procent gemiddeld over de hele keten. Daarnaast zorgen deze brandstoffen tot minder uitstoot van roet en ultrafijnstof, dat bij hogere percentages bijmenging beter is voor de luchtkwaliteit.

Shell bouwt op het Shell Energy and Chemicals Park Rotterdam een ​​fabriek voor biobrandstoffen met een capaciteit van 820.000 ton per jaar, die uit afvaloliën en -vetten SAF en hernieuwbare diesel zal produceren.

De prijs van SAF is nu nog veel hoger ten opzichte van fossiele kerosine. Daarnaast moet de productie van SAF op grote schaal nog op gang komen. Daarom is het belangrijk de extra bijmenging gefaseerd in te voeren. RTHA heeft ervoor gekozen om een lange termijn afspraak te maken met Shell zodat voor alle gebruikers het ingroeipad en de kosten duidelijk zijn.

Vanwege de Europese bijmengverplichting moet de luchtvaart in 2025 verplicht 2 procent SAF bijmengen. Dit neemt toe tot 6 procent in 2030. Echter, dit is niet genoeg om de ambitieuze doelen van de Nederlandse luchtvaartsector, zoals vastgelegd in het Akkoord Duurzame Luchtvaart, van 14 procent SAF in 2030 te kunnen behalen. RTHA wil daarom dat er extra bijgemengd wordt en start vervroegd met een ingroeipad van 2 procent in 2024. Hier komt tot 2030 elk jaar minimaal één procent bij. Op deze manier zal er minimaal 8 procent extra SAF in 2030 bijgemengd worden, bovenop de wettelijke 6 procent. Dankzij deze extra bijmenging wordt de doelstelling van 14 procent SAF op deze luchthaven in ieder geval behaald.

donderdag 16 november 2023

Port of Amsterdam versterkt Europese waterstofpositie

Samen met diverse partners, heeft Port of Amsterdam deze week drie overeenkomsten ondertekend die de positie van de haven als belangrijke leverancier van groene waterstof aan de Duitse markt versterken. De ondertekening vond plaats op dinsdag 14 november tijdens het H2 Connecting event in Duisburg, in het bijzijn van Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander. Het doel van dit evenement is het versterken van de samenwerking tussen Nederland en Duitsland op het gebied van duurzame waterstof en het leggen van de basis voor intra-Europese corridors. De drie getekende overeenkomsten dragen bij aan deze doelen.

De eerste overeenkomst is een Memorandum of Understanding (MoU), getekend met Port of Bilbao, Petronor, EVE, Zenith Energy Terminals, Evos Amsterdam en duisport. Het MoU bouwt voort op een samenwerkingsovereenkomst die eerder dit jaar is getekend met de havens Bilbao en Amsterdam, met als doel een corridor te ontwikkelen waarmee groene waterstof vanuit Baskenland kan worden geëxporteerd naar de Amsterdamse haven. Met de toevoeging van duisport wordt deze corridor uitgebreid, om zo de Baskische waterstof ook aan grote industriële afnemers in het Rijn-Ruhrgebied te leveren. De overeenkomst volgt hiermee de ambities van de Europese Unie om dergelijke intra-Europese corridors op te zetten.

Een belangrijk onderdeel van deze Spaans-Nederlands-Duitse groene waterstofcorridor is de verbinding tussen de havens van Amsterdam en Duisburg. Om te beoordelen welke technische en financiële vereisten, transportmodaliteiten en infrastructuur nodig zijn om een toeleveringsketen te realiseren, ondertekenden Port of Amsterdam en duisport een Joint Study Agreement (JSA).

Duisport is de grootste binnenhaven van Europa en wil een Europese waterstofhub worden.

 
Copyright (c) 2010 Biogas Nieuws and Powered by Blogger.