Door technische problemen bij de biomassacentrale in Zaandam zijn donderdagmiddag flinke rookwolken ontstaan.
Na meerdere klachten over de rook heeft eigenaar Bio Forte de centrale tijdelijk stilgelegd.
De rookoverlast ontstond doordat de temperatuur in de ketels te laag was. Dat was het gevolg van een probleem met de software-instellingen bij het opstarten van de ketel.
zaterdag 29 februari 2020
donderdag 27 februari 2020
Gasunie: potentieel groen gas substantieel
Het potentieel van groen gas in de energiemix is substantieel. Dat schrijft Gasunie in de toelichting op de jaarcijfers. Landelijke doelstelling is de productie en levering van 2 miljard m3 in 2030, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord.
In 2019 heeft Gasunie de eerste zogenaamde groen gas booster in gebruik genomen, waarmee groen gas vanuit het regionale net ingevoed kan worden in het landelijk net van GTS. Dit is belangrijk voor de opschaling van de groen gas productie.
Samen met Gasunie bouwt SCW Systems in Alkmaar een demo-installatie waar natte biomassa als mest en rioolslib kan worden vergast tot groen gas en waterstof. In het vierde kwartaal van 2019 is voor het eerst de gehele keten van biomassa-invoeding tot en met gasopwerking doorlopen. Daarbij is een kleine hoeveelheid gas ingevoed in het netwerk van GTS. Een primeur voor de hoge druk-opwerking van bio-syngas op deze schaalgrootte.
In 2019 heeft Gasunie de eerste zogenaamde groen gas booster in gebruik genomen, waarmee groen gas vanuit het regionale net ingevoed kan worden in het landelijk net van GTS. Dit is belangrijk voor de opschaling van de groen gas productie.
Samen met Gasunie bouwt SCW Systems in Alkmaar een demo-installatie waar natte biomassa als mest en rioolslib kan worden vergast tot groen gas en waterstof. In het vierde kwartaal van 2019 is voor het eerst de gehele keten van biomassa-invoeding tot en met gasopwerking doorlopen. Daarbij is een kleine hoeveelheid gas ingevoed in het netwerk van GTS. Een primeur voor de hoge druk-opwerking van bio-syngas op deze schaalgrootte.
woensdag 26 februari 2020
Soortenrijk grasland verhoogt opslag en efficiënt gebruik van biomassa
Een grote diversiteit aan plantensoorten leidt tot meer vastgelegde zonne-energie, niet alleen in de planten zelf, maar ook in het overige boven- en ondergrondse leven.
Een internationaal team van onderzoekers, waaronder van Wageningen University & Research, NIOO-KNAW en Radboud Universiteit, laat zien dat een soortenrijke plantengemeenschap, zoals een bloemrijk grasland, meer biomassa vastlegt dan een soortenarme gemeenschap. De verhoogde status versterkt de energiestromen in het boven- en ondergrondse voedselweb. Bovendien lekt er minder energie weg. Dat schrijft het team in Nature Ecology and Evolution van deze week.
Zonlicht voedt het leven op aarde. Planten spelen hierin een sleutelrol omdat zij deze zonne-energie rechtstreeks benutten voor de omzetting van CO2 uit de lucht en voedingsstoffen en water uit de bodem in nieuwe biomassa. Planten zijn daarmee de laadpalen van ecosystemen. De overige organismen halen hun energie uit die planten door ze te eten (de herbivoren), of (de carnivoren) door de planteneters op te eten. Deze onderlinge voedselrelaties staan bekend als voedselwebben. Bovengronds vormen bladeren de basis van het voedselweb, ondergronds vervullen wortelstelsels die rol. Door het eten en gegeten worden stroomt er energie van de planten naar de micro-organismen en dieren die met de planten samenleven. Een deel van die energie wordt benut om nieuwe biomassa te creëren, terwijl een ander deel, inefficiënt, verloren gaat als CO2. Om veel biomassa in het voedselweb te behouden is het daarom van belang dat er zo weinig mogelijk CO2 verloren gaat in de gang van biomassa door de verschillende lagen van het boven- en ondergrondse voedselweb.
Uit eerdere studies was reeds bekend dat soortenrijke plantengemeenschappen gemiddeld meer energie in de vorm van biomassa vastleggen, en dus productiever zijn, dan soortenarme gemeenschappen. “Het nieuwe aan onze studie is het antwoord op de vraag of de verhoogde energie-efficiëntie ook doorwerkt in de hogere niveaus van het voedselweb van herbivoren, carnivoren, micro-organismen en strooiseleters,” stelt dr. Sebastian T. Meyer, onderzoeker bij de Technische Universiteit van München. De studie toont aan dat hogere plantensoortenrijkdom resulteert in meer biomassa van de hogere trofische niveaus. Bovendien wordt die energie sneller en met een grotere efficiëntie, dus zonder grote verliezen, van het ene organisme naar het andere doorgegeven. Uit de studie blijkt dat in vergelijking met monoculturen (éen plantensoort), een gemeenschap van 60 soorten dubbel zoveel biomassa vastgelegt.
De resultaten van de studie zijn ook relevant in het licht van het behoud van diversiteit en de ecosysteemdiensten ervan, en voor het ontwerpen van robuustere ecosystemen. Zowel in natuurlijke als in landbouwsystemen is het van belang dat deze ook in een veranderend klimaat productief blijven en hun bijdrage aan ecosysteemdiensten boven- en ondergronds blijven vervullen. Het werk toont aan dat plantendiversiteit hierin een cruciale rol speelt.
De studie werd uitgevoerd in het Jena Biodiversiteitsexperiment, dat in 2002 werd opgezet en nu het langstlopende grasland biodiversiteitsexperiment in Europa is. De plantensoortenrijkdom varieert van 1 tot 60 plantensoorten, opklimmend in proefvelden van 1, 2, 4, 8, 16 en 60 soorten, en omvat 16 verschillende soorten grassen, stikstofbinders en kleine en grote kruiden, ingezaaid in 80 proefvelden. Het totale proefveldenoppervlak is zo’n tien voetbalvelden groot.
Een internationaal team van onderzoekers, waaronder van Wageningen University & Research, NIOO-KNAW en Radboud Universiteit, laat zien dat een soortenrijke plantengemeenschap, zoals een bloemrijk grasland, meer biomassa vastlegt dan een soortenarme gemeenschap. De verhoogde status versterkt de energiestromen in het boven- en ondergrondse voedselweb. Bovendien lekt er minder energie weg. Dat schrijft het team in Nature Ecology and Evolution van deze week.
Zonlicht voedt het leven op aarde. Planten spelen hierin een sleutelrol omdat zij deze zonne-energie rechtstreeks benutten voor de omzetting van CO2 uit de lucht en voedingsstoffen en water uit de bodem in nieuwe biomassa. Planten zijn daarmee de laadpalen van ecosystemen. De overige organismen halen hun energie uit die planten door ze te eten (de herbivoren), of (de carnivoren) door de planteneters op te eten. Deze onderlinge voedselrelaties staan bekend als voedselwebben. Bovengronds vormen bladeren de basis van het voedselweb, ondergronds vervullen wortelstelsels die rol. Door het eten en gegeten worden stroomt er energie van de planten naar de micro-organismen en dieren die met de planten samenleven. Een deel van die energie wordt benut om nieuwe biomassa te creëren, terwijl een ander deel, inefficiënt, verloren gaat als CO2. Om veel biomassa in het voedselweb te behouden is het daarom van belang dat er zo weinig mogelijk CO2 verloren gaat in de gang van biomassa door de verschillende lagen van het boven- en ondergrondse voedselweb.
Uit eerdere studies was reeds bekend dat soortenrijke plantengemeenschappen gemiddeld meer energie in de vorm van biomassa vastleggen, en dus productiever zijn, dan soortenarme gemeenschappen. “Het nieuwe aan onze studie is het antwoord op de vraag of de verhoogde energie-efficiëntie ook doorwerkt in de hogere niveaus van het voedselweb van herbivoren, carnivoren, micro-organismen en strooiseleters,” stelt dr. Sebastian T. Meyer, onderzoeker bij de Technische Universiteit van München. De studie toont aan dat hogere plantensoortenrijkdom resulteert in meer biomassa van de hogere trofische niveaus. Bovendien wordt die energie sneller en met een grotere efficiëntie, dus zonder grote verliezen, van het ene organisme naar het andere doorgegeven. Uit de studie blijkt dat in vergelijking met monoculturen (éen plantensoort), een gemeenschap van 60 soorten dubbel zoveel biomassa vastgelegt.
De resultaten van de studie zijn ook relevant in het licht van het behoud van diversiteit en de ecosysteemdiensten ervan, en voor het ontwerpen van robuustere ecosystemen. Zowel in natuurlijke als in landbouwsystemen is het van belang dat deze ook in een veranderend klimaat productief blijven en hun bijdrage aan ecosysteemdiensten boven- en ondergronds blijven vervullen. Het werk toont aan dat plantendiversiteit hierin een cruciale rol speelt.
De studie werd uitgevoerd in het Jena Biodiversiteitsexperiment, dat in 2002 werd opgezet en nu het langstlopende grasland biodiversiteitsexperiment in Europa is. De plantensoortenrijkdom varieert van 1 tot 60 plantensoorten, opklimmend in proefvelden van 1, 2, 4, 8, 16 en 60 soorten, en omvat 16 verschillende soorten grassen, stikstofbinders en kleine en grote kruiden, ingezaaid in 80 proefvelden. Het totale proefveldenoppervlak is zo’n tien voetbalvelden groot.
maandag 24 februari 2020
'Geen risico voor longpatiënten door biomassaketel Beatrixoord'
De uitstoot van de biomassaketel zorgt niet voor problemen bij longpatiënten die zijn gehuisvest in Beatrixoord. Dat zegt Azing Wierda, de directeur van CareX. Dat is de uitbater van het pand waar de biomassaketel voor bedoeld is. 'De ketel gebruikt een heel schone verbrandingstechniek. Bovendien leven tbc-patiënten in een totaal gefilterde omgeving', zegt Wierda.
vrijdag 21 februari 2020
Duurzaamheidscertificaat voor Biogas Marrum
Het Friese biogasbedrijf ‘Biogas Marrum’, waarvan de Enschedese fabrikant HoSt eigenaar is, heeft het internationaal erkende ‘Better Biomass’ duurzaamheidscertificaat (NTA 8080) toegekend gekregen. Deze certificering bevestigt de duurzame herkomst van het geproduceerde gas met een CO2-emissiereductie van 94,4 procent. Het certificaat wordt afgegeven aan organisaties die duurzame biomassa produceren, verhandelen of verwerken conform de gestelde eisen. Biogas Marrum vergist (anaeroob) mest met maximaal 5 procent organische restproducten voor de productie van jaarlijks 2,2 miljoen Nm3 (kuub) groen gas.
dinsdag 18 februari 2020
‘Lokale biomassa als duurzame brandstof voor de historische stoomtram’
Onder toeziend oog van de pers, geïnteresseerden en kinderen uit groep 7 van de Hieronymusschool uit Wognum, heeft de historische stoomtram van Museumstoomtram Hoorn-Medemblik zijn eerste tramreis gemaakt op een alternatieve brandstof. Voor deze rit maakte steenkool voor het eerst plaats voor biokool. Het museum ziet ook in dat het gebruik van steenkool als brandstof voor stoomtrams eindig is.
Biomassa nu geen optie in de Kempen
De vier Kempengemeenten Bladel, Reusel-De Mierden, Eersel en Bergeijk zien voorlopig geen heil in het gebruik van biomassa voor de grootschalige opwekking van duurzame energie. Voor deze gemeenten is een biomassacentrale op eigen bodem vooralsnog geen optie. Belangrijkste argument om niet te investeren in een biomassacentrale is de beperkte opbrengst die met bio-energie gegenereerd kan worden.




