Zes nieuwe landen scharen zich achter een Nederlands initiatief voor schoon zwaar wegverkeer. Het gaat om Colombia, Ghana, IJsland, Israël, Kaapverdië en Papoea Nieuw-Guinea. Het is voor het eerst dat ook Afrikaanse landen zich scharen achter dit Nederlandse initiatief.
Op de klimaattop in Dubai zetten de nieuwe landen hun handtekening onder de ambitie dat vanaf 2040 alle nieuwe vrachtwagens en bussen in hun land rijden zonder uitlaatgassen. Bijvoorbeeld elektrisch of op waterstof. Het is een volgende stap op weg naar volledig schoon en uitstootvrij wegvervoer in 2050. Het totaal aantal landen dat heeft getekend, staat nu op 33.
Schoner en gezonder
Vrachtwagens en bussen zijn erg belangrijk voor vervoer van goederen en personen. Nederland is een echt transportland. Maar het zwaar vervoer brengt ook veel vervuiling met zich mee. Het zorgt voor ruim een derde van de CO2-uitstoot en zo’n 70% van de stikstofuitstoot van al het wegverkeer wereldwijd, en produceert veel schadelijke gassen die mensen direct inademen.
Nederland heeft in het Klimaatakkoord afgesproken dat het al het zware wegverkeer in 2050 schoon wil hebben. Om dat te halen, moet je uiterlijk vanaf 2040 zorgen dat alle nieuwe vrachtwagens op de weg schoon zijn. Nederland lanceerde daar in 2021, op de klimaattop in Glasgow, een akkoord voor. Inmiddels doen 33 landen mee.
Naast 33 landen doen 115 deelstaten, banken, bedrijven en vrachtwagenbouwers mee. Zoals Californië en Quebec, DHL, Heineken, Scania, BYD, Siemens en sinds vandaag ook o.a. EVBox, VDL Bus & Coach, Fountain Fuel en het Zuid-Afrikaanse KDG Logistics. Landen, deelstaten en bedrijven die zich achter dit initiatief scharen, maken deel uit van een netwerk waarin veel kennis wordt uitgewisseld.
In Dubai heeft staatssecretaris Heijnen ook aangekondigd dat een Nederlands initiatief om de wereldwijde kennis om fietsinfrastructuur te vergroten, wordt uitgebreid. België en Luxemburg sluiten zich aan bij het initiatief om fietsgebruik wereldwijd te stimuleren, en zullen ook financieel bijdragen. Daarvoor wordt volgend jaar een fonds opgericht.
Afgelopen jaar zijn zes workshops gegeven in landen zoals India, Ghana en Colombia. Volgend jaar worden dat er 12, het jaar daarna weer dubbel zo veel, en daarna weer, enzovoort. De landen waar volgend jaar een workshop plaatsvindt zijn onder meer: Mexico, Indonesië, Tonga, Kenia en Zuid-Afrika.
In de workshops kijken Nederlandse fietsexperts samen met lokale organisaties en bestuurders wat de knelpunten zijn op fietsgebied. Zo wordt bijvoorbeeld gekeken op welke plekken fietspaden aangelegd kunnen worden en welke fondsen daarvoor kunnen worden aangeboord. En hoe werkgevers fietsen kunnen stimuleren. Bijvoorbeeld door fietsen te verstrekken aan hun werknemers, door fietsenstallingen te bouwen en bijvoorbeeld van douches te voorzien.
woensdag 6 december 2023
dinsdag 5 december 2023
Zakelijke kansen voor groene waterstof in de Golfregio
27 Nederlandse bedrijven gaan samenwerken om groene waterstofproductie in de Golfregio te ontwikkelen. Op 30 november 2023 tekenden zij een PIB-samenwerkingsovereenkomst met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De groep bedrijven richt zich op de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië en Oman. Het programma Partners for International Business (PIB) helpt de bedrijven bij hun plannen.
De bedrijven en kennisinstellingen gaan samenwerken in een Partners for International Business (PIB)-cluster. De coördinatie in Dubai is in handen van Holland Hydrogen Hub. De groep bestaat uit zowel publieke als private partners en investeerders in de energiesector in de Golfregio. Door middel van een aantal projecten gaan ze de productie van groene waterstof concreet opstarten. Het doel is om binnen 3 jaar te produceren voor lokaal gebruik en voor export naar Nederland.
Waterstof staat hoog op de agenda van de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië en Oman. Voor de productie van groene waterstof wordt volop geïnvesteerd in grote zonneparken. Voor de productie en export werken de landen al samen met Japan, Zuid-Korea, India en Duitsland. Ook voor Nederlandse bedrijven liggen hier kansen. Bijvoorbeeld in Saudi-Arabië, waar momenteel ’s werelds grootste productiefaciliteit voor groene ammonia wordt gebouwd. En in Abu Dhabi en Oman, waar wordt geïnvesteerd in de lokale productie, opslag en export van waterstof.
De bedrijven en kennisinstellingen gaan samenwerken in een Partners for International Business (PIB)-cluster. De coördinatie in Dubai is in handen van Holland Hydrogen Hub. De groep bestaat uit zowel publieke als private partners en investeerders in de energiesector in de Golfregio. Door middel van een aantal projecten gaan ze de productie van groene waterstof concreet opstarten. Het doel is om binnen 3 jaar te produceren voor lokaal gebruik en voor export naar Nederland.
Waterstof staat hoog op de agenda van de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië en Oman. Voor de productie van groene waterstof wordt volop geïnvesteerd in grote zonneparken. Voor de productie en export werken de landen al samen met Japan, Zuid-Korea, India en Duitsland. Ook voor Nederlandse bedrijven liggen hier kansen. Bijvoorbeeld in Saudi-Arabië, waar momenteel ’s werelds grootste productiefaciliteit voor groene ammonia wordt gebouwd. En in Abu Dhabi en Oman, waar wordt geïnvesteerd in de lokale productie, opslag en export van waterstof.
donderdag 30 november 2023
Honeywell lanceert 's werelds eerste 100% waterstofbestendige gasmeter
Honeywell kondigt de Europese lancering aan van zijn 100% waterstofbestendige gasmeter. De Honeywell EI5 slimme gasmeter is met succes getest in Nederland en maakt deel uit van een breder initiatief om aan te sluiten bij de doelstellingen zoals die staan beschreven in de Europese Green Deal.
De nieuwe gasmeter kan zowel aardgas als waterstof meten, en is te gebruiken in heel Europa. Bedrijven en huishoudens die de meter installeren voorkomen daarmee dat deze in de toekomst vervangen moeten worden, wanneer netwerken overstappen op waterstof. Hierdoor worden kosten op de lange termijn verlaagd en wordt operationele duurzaamheid verbeterd. Het ontwerp en de functionaliteit van de EI5 zijn getest en gecertificeerd door de Physikalisch-Technische Bundesanstalt (PTB), die de veiligheid, nauwkeurigheid en gereedheid voor het veranderende energielandschap waarborgt.
In Nederland worden de gasmeters geleverd aan Enexis Group, een van de grootste gasdistributeurs van het land, na een pilotproject in Wagenborgen. Dit pilotproject transformeert woningen uit de jaren ‘70 en integreert ze in een waterstofnetwerk met niet alleen de EI5-gasmeters, maar ook een centrale waterstofketel voor verwarming en warm water. Met het project nemen Honeywell en Enexis een pioniersrol op zich bij het gebruik van groene waterstof door elektrolyse. Dit betekent een belangrijke stap naar duurzaam energiegebruik.
Het Rapport van de Hydrogen Council 2020 laat zien dat de kosten van waterstof naar verwachting rond 2030 zullen dalen. Hierdoor zal waterstof gaan concurreren met andere alternatieven voor gas. Dit leidt ertoe dat grote nutsbedrijven zoals Enexis Group zich inzetten om hun belangrijkste gasleidingen binnen de komende drie jaar gereed te maken voor waterstof.
De nieuwe gasmeter kan zowel aardgas als waterstof meten, en is te gebruiken in heel Europa. Bedrijven en huishoudens die de meter installeren voorkomen daarmee dat deze in de toekomst vervangen moeten worden, wanneer netwerken overstappen op waterstof. Hierdoor worden kosten op de lange termijn verlaagd en wordt operationele duurzaamheid verbeterd. Het ontwerp en de functionaliteit van de EI5 zijn getest en gecertificeerd door de Physikalisch-Technische Bundesanstalt (PTB), die de veiligheid, nauwkeurigheid en gereedheid voor het veranderende energielandschap waarborgt.
In Nederland worden de gasmeters geleverd aan Enexis Group, een van de grootste gasdistributeurs van het land, na een pilotproject in Wagenborgen. Dit pilotproject transformeert woningen uit de jaren ‘70 en integreert ze in een waterstofnetwerk met niet alleen de EI5-gasmeters, maar ook een centrale waterstofketel voor verwarming en warm water. Met het project nemen Honeywell en Enexis een pioniersrol op zich bij het gebruik van groene waterstof door elektrolyse. Dit betekent een belangrijke stap naar duurzaam energiegebruik.
Het Rapport van de Hydrogen Council 2020 laat zien dat de kosten van waterstof naar verwachting rond 2030 zullen dalen. Hierdoor zal waterstof gaan concurreren met andere alternatieven voor gas. Dit leidt ertoe dat grote nutsbedrijven zoals Enexis Group zich inzetten om hun belangrijkste gasleidingen binnen de komende drie jaar gereed te maken voor waterstof.
maandag 27 november 2023
HYDELTA 3 vervolgt waterstofonderzoek
Deze maand gaat de derde editie van het publiek-private onderzoeksprogramma HyDelta van start. Het onderzoek gaat in op de economische en technische inpassing van waterstofgas in het nationale aardgastransport- en distributiesysteem. HyDelta 3 heeft een looptijd van een jaar. De uitkomsten van het HyDelta-programma zijn openbaar en gratis beschikbaar en trekken wereldwijde belangstelling. Het HyDelta-consortium wordt gevormd door Gasunie, Netbeheer Nederland, TKI Nieuw Gas, DNV, Kiwa, TNO en New Energy Coalition (coördinator).
Op initiatief van Gasunie en Netbeheer Nederland vormde zich in 2020 het HyDelta-consortium, bestaande uit partijen met ruime ervaring in het onderzoeken en testen van transport en toepassing van waterstof. Het onderzoeksprogramma richt zich op een geïntegreerde aanpak van oplossingen voor het transport en gebruik van waterstof. Direct toepasbaar onderzoek staat centraal. In januari 2021 ging de eerste fase van het onderzoeksprogramma, HyDelta 1 van start, gevolgd door HyDelta 2.
Tijdens het afgeronde werk in HyDelta 1 en 2 ontstonden op vijf thema’s nieuwe vraagstukken die beantwoord moeten worden om nú de juiste keuzes te kunnen maken bij investeringen in infrastructuur en om veilig te kunnen werken met waterstof:
1. Asset management - over de gaskwaliteit van waterstof en het hergebruik van offshore infrastructuur
2. Economie en maatschappij - over de uitrol van (tijdelijk) zelfvoorzienende waterstofregio’s, om bijvoorbeeld netcongestie te verlichten en hoe opbrengsten en risico’s gedeeld kunnen worden
3. Emissies - over de broeikaseffecten van waterstof en de rol van ammoniak
4. Randvoorwaarden - over de standaardisatie van eenheden, digitalisatie, de maakindustrie voor waterstofinfrastructuur en ruimtelijke indeling
5. Technologie en veiligheid - over aanbevelingen voor het veilig omgaan met waterstof in het energienetwerk
Internationaal groeit de laatste jaren het besef dat de productie en toepassing van CO2-neutrale waterstof een onmisbaar onderdeel van de energietransitie zal zijn. Ook in Nederland zijn initiatieven genomen, zowel vanuit het bedrijfsleven als beleidsmatig, om te komen tot de opstart van een waterstofmarkt. Ondanks alle initiatieven bevindt de ontwikkeling van een waterstofmarkt zich nog in een beginfase. Zo staan nog talloze vragen open, variërend van technische vragen rond de productie en de inpasbaarheid van waterstof in het transport- en opslagsysteem, tot vragen rond de economische en juridische aspecten ervan.
De resultaten uit het onderzoeksprogramma worden gepubliceerd en zijn openbaar beschikbaar. Actuele informatie is steeds te vinden via www.hydelta.nl
HyDelta is een publiek-privaat nationaal samenwerkingsprogramma gericht op onderzoek naar het op korte termijn wegnemen van barrières voor grootschalige groene waterstofprojecten zodat innovaties en toepassingen kunnen doorgaan naar de markt. Het programma brengt lopende en voorgenomen Nederlandse plannen in kaart.
Op initiatief van Gasunie en Netbeheer Nederland vormde zich in 2020 het HyDelta-consortium, bestaande uit partijen met ruime ervaring in het onderzoeken en testen van transport en toepassing van waterstof. Het onderzoeksprogramma richt zich op een geïntegreerde aanpak van oplossingen voor het transport en gebruik van waterstof. Direct toepasbaar onderzoek staat centraal. In januari 2021 ging de eerste fase van het onderzoeksprogramma, HyDelta 1 van start, gevolgd door HyDelta 2.
Tijdens het afgeronde werk in HyDelta 1 en 2 ontstonden op vijf thema’s nieuwe vraagstukken die beantwoord moeten worden om nú de juiste keuzes te kunnen maken bij investeringen in infrastructuur en om veilig te kunnen werken met waterstof:
1. Asset management - over de gaskwaliteit van waterstof en het hergebruik van offshore infrastructuur
2. Economie en maatschappij - over de uitrol van (tijdelijk) zelfvoorzienende waterstofregio’s, om bijvoorbeeld netcongestie te verlichten en hoe opbrengsten en risico’s gedeeld kunnen worden
3. Emissies - over de broeikaseffecten van waterstof en de rol van ammoniak
4. Randvoorwaarden - over de standaardisatie van eenheden, digitalisatie, de maakindustrie voor waterstofinfrastructuur en ruimtelijke indeling
5. Technologie en veiligheid - over aanbevelingen voor het veilig omgaan met waterstof in het energienetwerk
Internationaal groeit de laatste jaren het besef dat de productie en toepassing van CO2-neutrale waterstof een onmisbaar onderdeel van de energietransitie zal zijn. Ook in Nederland zijn initiatieven genomen, zowel vanuit het bedrijfsleven als beleidsmatig, om te komen tot de opstart van een waterstofmarkt. Ondanks alle initiatieven bevindt de ontwikkeling van een waterstofmarkt zich nog in een beginfase. Zo staan nog talloze vragen open, variërend van technische vragen rond de productie en de inpasbaarheid van waterstof in het transport- en opslagsysteem, tot vragen rond de economische en juridische aspecten ervan.
De resultaten uit het onderzoeksprogramma worden gepubliceerd en zijn openbaar beschikbaar. Actuele informatie is steeds te vinden via www.hydelta.nl
HyDelta is een publiek-privaat nationaal samenwerkingsprogramma gericht op onderzoek naar het op korte termijn wegnemen van barrières voor grootschalige groene waterstofprojecten zodat innovaties en toepassingen kunnen doorgaan naar de markt. Het programma brengt lopende en voorgenomen Nederlandse plannen in kaart.
vrijdag 24 november 2023
Eneco zet belangrijke stap voor fabriek voor groene waterstof
Eneco heeft de vergunningsaanvraag ingediend voor de realisatie van de ‘Eneco Electrolyzer’, een fabriek voor de productie van groene waterstof in de Europoort in Rotterdam. Hiermee wil Eneco, dat hiervoor in de joint venture Eneco Diamond Hydrogen samenwerkt met moederbedrijf Mitsubishi, industriële klanten helpen hun processen en producten te verduurzamen. Groene waterstof wordt namelijk geproduceerd met duurzame stroom.
Een waterstoffabriek of electrolyzer gebruikt elektriciteit om water te splitsen in waterstof en zuurstof. De Eneco Electrolyzer zal hiervoor groene stroom gebruiken uit zonne- en windparken. Die schoon geproduceerde waterstof gaat als eerste naar de industrie, die op dit moment nog fossiel aardgas gebruikt om waterstof te maken. Ook kan waterstof op den duur aardgas vervangen als brandstof in de industrie en elektriciteitssector en een rol spelen in flexibele elektriciteitsproductie.
De Eneco Electrolyzer wordt ontwikkeld naast de Enecogen-elektriciteitscentrale in de Europoort. Met die centrale kan bepaalde infrastructuur gedeeld worden, wat tot voordelen leidt. De waterstoffabriek krijgt uiteindelijk een vermogen van 800 Megawatt. Daarmee wordt jaarlijks tot 80 kiloton waterstof geproduceerd, afhankelijk van de hoeveelheid groene stroom die beschikbaar is en de vraag naar groene waterstof uit de industrie.
Een waterstoffabriek of electrolyzer gebruikt elektriciteit om water te splitsen in waterstof en zuurstof. De Eneco Electrolyzer zal hiervoor groene stroom gebruiken uit zonne- en windparken. Die schoon geproduceerde waterstof gaat als eerste naar de industrie, die op dit moment nog fossiel aardgas gebruikt om waterstof te maken. Ook kan waterstof op den duur aardgas vervangen als brandstof in de industrie en elektriciteitssector en een rol spelen in flexibele elektriciteitsproductie.
De Eneco Electrolyzer wordt ontwikkeld naast de Enecogen-elektriciteitscentrale in de Europoort. Met die centrale kan bepaalde infrastructuur gedeeld worden, wat tot voordelen leidt. De waterstoffabriek krijgt uiteindelijk een vermogen van 800 Megawatt. Daarmee wordt jaarlijks tot 80 kiloton waterstof geproduceerd, afhankelijk van de hoeveelheid groene stroom die beschikbaar is en de vraag naar groene waterstof uit de industrie.
donderdag 23 november 2023
Eerste woningen Wagenborgen op waterstofnetwerk
De eerste woningen in het Groningse dorp Wagenborgen zijn aangesloten op het nieuw ontwikkelde waterstofnetwerk van pilot WaterstofWijk Wagenborgen. De huizen in deze jaren 70 wijk worden voortaan verwarmd door een hybride warmtepomp op waterstof en met waterstof voorzien van warm tapwater.
Deze unieke combinatie wordt voor het eerst toegepast. De komende weken gaan er 33 woningen van het aardgas af en over op groene waterstof. Vanaf het Waterstof Ontvangst Station (WOS) bij Eelshuis Energie in Siddeburen krijgen deze huizen waterstof via het net geleverd.
Enexis gebruikt zijn gasnetten in de toekomst niet meer voor aardgas. Maar er liggen in Nederland wel vele kilometers gasnet die kunnen worden hergebruikt. Waterstof is een veelgenoemd alternatief voor aardgas en zou via het bestaande gasnet getransporteerd kunnen worden. Waterstof heeft daarmee de potentie het gasnet een nieuw leven te geven.
Naast vele theoretische onderzoeken laat Enexis met de pilot in Wagenborgen ook zien dat het kán. De afgelopen jaren is hard gewerkt om dit mogelijk te maken. De benodigde infrastructuur is aangelegd en de sociale huurwoningen van woonstichting Groninger Huis zijn naar label B verduurzaamd door middel van isolatie, zonnepanelen en een hybride warmtepomp. De woningen zijn voorzien van een speciale waterstofketel van Intergas.
Deze unieke combinatie wordt voor het eerst toegepast. De komende weken gaan er 33 woningen van het aardgas af en over op groene waterstof. Vanaf het Waterstof Ontvangst Station (WOS) bij Eelshuis Energie in Siddeburen krijgen deze huizen waterstof via het net geleverd.
Enexis gebruikt zijn gasnetten in de toekomst niet meer voor aardgas. Maar er liggen in Nederland wel vele kilometers gasnet die kunnen worden hergebruikt. Waterstof is een veelgenoemd alternatief voor aardgas en zou via het bestaande gasnet getransporteerd kunnen worden. Waterstof heeft daarmee de potentie het gasnet een nieuw leven te geven.
Naast vele theoretische onderzoeken laat Enexis met de pilot in Wagenborgen ook zien dat het kán. De afgelopen jaren is hard gewerkt om dit mogelijk te maken. De benodigde infrastructuur is aangelegd en de sociale huurwoningen van woonstichting Groninger Huis zijn naar label B verduurzaamd door middel van isolatie, zonnepanelen en een hybride warmtepomp. De woningen zijn voorzien van een speciale waterstofketel van Intergas.
woensdag 22 november 2023
Waterstofketen van turbine naar truck onderzocht
Van wind naar wiel: elektrisch of liever met waterstof? Dat is de vraag die TNO met HYGRO Technology gaat onderzoeken.
Op dit moment zijn de kosten van de elektrische infrastructuur en de kenmerken van de elektriciteitsmarkt bepalend voor het ontwerp van windparken en daarmee de hoeveelheid wind die omgezet wordt naar bruikbare energie. De vraag is hoe het ontwerp van turbines en parken, en daarmee economisch winbare windenergie, verandert door over te stappen naar waterstof als primaire energiedrager tussen turbine en afname in de transportsector. Het onderzoek wordt ondersteund door het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) Offshore Energy.
Het ontwerp van windparken en windturbines, en daarmee de kosten van de elektriciteit, worden sterk beïnvloed door de infrastructuurkosten. Het kabelnetwerk moet zwaar genoeg uitgelegd zijn om de piekproductie bij harde wind te transporteren. De hoeveelheid winbare energie neemt exponentieel toe bij hogere windsnelheden. Wanneer een windturbine dus wordt ontworpen om bij toenemende windsnelheid meer energie op te wekken, moet het kabelnet zwaarder worden aangelegd om die energie af te voeren. Maar een windturbine kan ook dusdanig ontworpen worden dat een windturbine reeds bij windkracht 5 haar maximale vermogen bereikt en dan zoveel mogelijk uur op die vaste piekproductie draait, waardoor het kabelnet niet zwaarder maar wel optimaal belast wordt.
Nog meer energie produceren boven die windsnelheid kan wel, maar is minder rendabel door de hogere aanlegkosten van het kabelnet. Daarbij is de marktwaarde van die elektriciteit bij hoge windsnelheden juist erg laag door een optredend overschot aan productie op de markt, opgewekt door windenergie.
Bij een optimaal ontwerp van de windturbine om meer waterstof op te wekken bij hogere windsnelheid, wordt wel significant meer energie uit de wind gehaald. Transport van energie via waterstofleidingen is veel goedkoper en kan veel gemakkelijker de piekproductie aan. Ander zeer belangrijk voordeel daarnaast is, dat de energie in die leiding kan worden opgeslagen. De economie van winbare energie, door die slimme omzetting naar waterstof in de windturbine, zal daardoor sterk veranderen en daarmee het ontwerp van windpark en turbine. Eerste berekeningen doen vermoeden dat er mogelijk tot wel twee keer meer energieopbrengst kan worden gehaald uit de wind met het beschikbare zeeoppervlak waar Nederland turbines wil bouwen, tegen lagere kosten dan met elektriciteit.
Voor het onderzoek wordt er van uit gegaan dat de waterstof gebruikt gaat worden voor vrachtwagens. Ook bij het laden van elektrisch aangedreven vrachtwagens, speelt de kostprijs van elektrische infrastructuur een grote rol en kan waterstof mogelijk kansen bieden. Daarbij wordt ook nog gekeken naar het verschil in efficiency tussen batterij elektrisch en waterstofelektrisch.
TNO Wind Energie, ondersteund door HYGRO en de afdeling TNO voertuigtechniek, onderzoekt wat kosteneffectiever is: het transporteren van windenergie naar het land en leveren aan elektrische vrachtwagens, of de route via waterstof-infrastructuur. TNO gaat hierbij onderzoeken hoe de beide gecombineerde volledige ketens van energieopwekking en het gebruik in diverse modaliteiten van transport zich ten opzichte van elkaar verhouden.
Mobiliteit is op dit moment verantwoordelijk voor 19 procent van het totale energieverbruik. Circa 50 procent van het totale brandstofverbruik is toe te schrijven aan zwaar vrachtvervoer. Gegeven de kostenontwikkelingen binnen de transportsector, voorspellen diverse rapporten dat al in 2035 het overgrote deel van het vrachtvervoer zonder CO2-uitstoot mogelijk is.
Op dit moment zijn de kosten van de elektrische infrastructuur en de kenmerken van de elektriciteitsmarkt bepalend voor het ontwerp van windparken en daarmee de hoeveelheid wind die omgezet wordt naar bruikbare energie. De vraag is hoe het ontwerp van turbines en parken, en daarmee economisch winbare windenergie, verandert door over te stappen naar waterstof als primaire energiedrager tussen turbine en afname in de transportsector. Het onderzoek wordt ondersteund door het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) Offshore Energy.
Het ontwerp van windparken en windturbines, en daarmee de kosten van de elektriciteit, worden sterk beïnvloed door de infrastructuurkosten. Het kabelnetwerk moet zwaar genoeg uitgelegd zijn om de piekproductie bij harde wind te transporteren. De hoeveelheid winbare energie neemt exponentieel toe bij hogere windsnelheden. Wanneer een windturbine dus wordt ontworpen om bij toenemende windsnelheid meer energie op te wekken, moet het kabelnet zwaarder worden aangelegd om die energie af te voeren. Maar een windturbine kan ook dusdanig ontworpen worden dat een windturbine reeds bij windkracht 5 haar maximale vermogen bereikt en dan zoveel mogelijk uur op die vaste piekproductie draait, waardoor het kabelnet niet zwaarder maar wel optimaal belast wordt.
Nog meer energie produceren boven die windsnelheid kan wel, maar is minder rendabel door de hogere aanlegkosten van het kabelnet. Daarbij is de marktwaarde van die elektriciteit bij hoge windsnelheden juist erg laag door een optredend overschot aan productie op de markt, opgewekt door windenergie.
Bij een optimaal ontwerp van de windturbine om meer waterstof op te wekken bij hogere windsnelheid, wordt wel significant meer energie uit de wind gehaald. Transport van energie via waterstofleidingen is veel goedkoper en kan veel gemakkelijker de piekproductie aan. Ander zeer belangrijk voordeel daarnaast is, dat de energie in die leiding kan worden opgeslagen. De economie van winbare energie, door die slimme omzetting naar waterstof in de windturbine, zal daardoor sterk veranderen en daarmee het ontwerp van windpark en turbine. Eerste berekeningen doen vermoeden dat er mogelijk tot wel twee keer meer energieopbrengst kan worden gehaald uit de wind met het beschikbare zeeoppervlak waar Nederland turbines wil bouwen, tegen lagere kosten dan met elektriciteit.
Voor het onderzoek wordt er van uit gegaan dat de waterstof gebruikt gaat worden voor vrachtwagens. Ook bij het laden van elektrisch aangedreven vrachtwagens, speelt de kostprijs van elektrische infrastructuur een grote rol en kan waterstof mogelijk kansen bieden. Daarbij wordt ook nog gekeken naar het verschil in efficiency tussen batterij elektrisch en waterstofelektrisch.
TNO Wind Energie, ondersteund door HYGRO en de afdeling TNO voertuigtechniek, onderzoekt wat kosteneffectiever is: het transporteren van windenergie naar het land en leveren aan elektrische vrachtwagens, of de route via waterstof-infrastructuur. TNO gaat hierbij onderzoeken hoe de beide gecombineerde volledige ketens van energieopwekking en het gebruik in diverse modaliteiten van transport zich ten opzichte van elkaar verhouden.
Mobiliteit is op dit moment verantwoordelijk voor 19 procent van het totale energieverbruik. Circa 50 procent van het totale brandstofverbruik is toe te schrijven aan zwaar vrachtvervoer. Gegeven de kostenontwikkelingen binnen de transportsector, voorspellen diverse rapporten dat al in 2035 het overgrote deel van het vrachtvervoer zonder CO2-uitstoot mogelijk is.

.webp)




