maandag 30 september 2013

Biobrandstof uit menselijke urine

Micro-algen kunnen groeien op onverdunde menselijke urine. Dat biedt mogelijkheden voor nieuwe vormen van waterzuivering en wellicht ook kansen om urine om te zetten in bruikbare chemische stoffen en biobrandstoffen.
Onderzoekster Kanjana Tuantet publiceerde de resultaten van proeven met algen die groeien op onverdunde urine in het septembernummer van het wetenschappelijke tijdschrift The Journal of Applied Phycology. De algen groeien prima op urine, blijkt uit haar studie, bijna net zo hard als op de substraten die gangbaar zijn bij de kweek van algen.
De sectie Milieutechnologie van Wageningen University waar Tuantet werkt, doet onder andere onderzoek naar milieuvriendelijke alternatieven voor het toilet. In het laboratorium is bijvoorbeeld een systeem geïnstalleerd dat het mogelijk maakt om de urine in het toilet te scheiden van de uitwerpselen. Dat spaart water en biedt meer mogelijkheden voor het verwerken van de uitwerpselen dicht bij de bron.
De urine bevat ongeveer driekwart van de stikstof en ongeveer de helft van het fosfor van het huishoudelijk afvalwater. Door die meststoffen om te zetten in bruikbare producten kun je voorkomen dat de omgeving ermee wordt belast. Kanjana Tuantat vond dat snelgroeiende micro-algen prima gedijen op de urine van de Wageningse milieutechnologen. Voor een goede groei is alleen een beetje extra magnesium nodig. Micro-algen zijn een mogelijke bron voor eiwitten en andere biochemicaliën, maar ook voor biobrandstoffen en meststoffen.
Voordat de teelt van algen op urine commercieel interessant wordt, moeten er nog wel een aantal knelpunten worden opgelost, waarschuwt Tuantet. Algenteelt kan alleen concurreren met andere manieren om biobrandstoffen te maken als er naast de brandstof ook andere waardevolle producten uit de algen worden gewonnen. ‘We moeten nog onderzoeken of ook algensoorten die meer geld opbrengen in urine groeien.’ Bovendien is er voor grootschalige teelt van algen op urine een hoogtechnologisch systeem nodig. De algensoep wordt zo dik dat licht er maar mondjesmaat doordringt. Een systeem waarin de algen door dunne buizen stromen kan dat probleem ondervangen, maar dat vergt meer investeringen dan simpele kweeksystemen waarbij algen in de open lucht groeien. ‘Wat we nu hebben laten zien is dat het in principe kan. Of het commercieel haalbaar is, durf ik nog niet te zeggen.’

dinsdag 24 september 2013

Attero gaat gft-afval Milieusamenwerking Regio Arnhem verwerken

Vanaf 1 januari 2015 verwerkt Attero het gft-afval van negen gemeenten die deel uitmaken van Milieusamenwerking Regio Arnhem (MRA). Dat is de uitkomst van een Europese aanbesteding.  Het nieuwe contract heeft een looptijd van acht jaar, met een verlengingsoptie van twee jaar. Per jaar wordt door de deelnemende gemeenten naar schatting ongeveer 25.000 ton gft-afval ingezameld.
Vanaf de overslaglocatie in Duiven - waar alle gft-afval uit de regio wordt samengebracht - gaat het gft met ingang van 2015 naar de verwerkingsinstallatie van Attero in Wilp in Gelderland. Daar wordt het vergist, waarna er compost van wordt gemaakt. Bij het vergisten wordt biogas geproduceerd. Dat wordt gebruikt om groene stroom op te wekken.

woensdag 18 september 2013

Aardgas kan uitstoot transportsector beperken

Gecomprimeerd of vloeibaar aardgas (CNG of LNG) en uit aardgas te maken energiedragers als elektriciteit, waterstof en GTL (Gas to Liquid) kunnen de uitstoot van broeikasgassen en luchtverontreinigende emissies in de transportsector beperken. Dit is het geval als elektriciteit, waterstof of CNG toegepast worden bij personenauto’s en bussen en LNG wordt toegepast bij trucks en schepen. Om de uitstoot van broeikasgassen bij schepen te verbeteren is het echter wel nodig dat er eisen gesteld worden aan methaanemissies. Om de veiligheid voor LNG te waarborgen is het belangrijk om een goede controle te houden op de distributie infrastructuur.
Dit blijkt uit het rapport ‘Aardgas in transport’ dat CE Delft, ECN en TNO hebben opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. In het onderzoek zijn verschillende vormen van aardgas als primaire energiebron in de transportsector vergeleken met diesel en benzine. De analyse omvatte milieu, kosten en veiligheid. Met een toekomstvisie naar 2025 is de hele keten van de brandstoffen meegenomen: van winning aan de bron tot de verbranding in de motor.
Elektriciteit, waterstof en CNG zijn vooral goede opties voor personenauto’s, bussen en distributietrucks. LNG is met name geschikt voor trucks en schepen. Vermindering van luchtverontreinigende emissies zoals stikstofoxide (NOx), fijnstof en zwaveloxide (SOx) is technisch mogelijk maar is in de praktijk sterk afhankelijk van de toekomstige emissiewetgeving. Het bewijs dat de grootste reductie van broeikasgassen is te behalen door het gebruik van elektriciteit en waterstof voor personenauto’s en bussen moet in de praktijk nog wel geleverd worden.
Schepen en voertuigen op aardgas, elektriciteit of waterstof zijn duurder dan op diesel en benzine. De meerkosten worden in de meeste gevallen gecompenseerd door lagere brandstofkosten. Voor het wegtransport mede omdat de accijns op de alternatieve brandstoffen lager is.
De Green Deal LNG, Rijn en Wadden die in 2012 tussen regering en bedrijfsleven is overeengekomen, gaat uit van een toekomstig LNG-gebruik van 2 tot 3 miljoen ton. Daarmee kan volgens het rapport zo’n 650 kton broeikasgas bespaard worden, 26 kiloton stikstof, 1,3 kiloton fijnstof en 7,7 kiloton zwavel. Het energieverbruik in de hele keten stijgt hierdoor echter wel met 7 miljoen gigajoule (ca 5%), omdat het vloeibaar maken en samenpersen van aardgas extra energie kosten.
Aanbevolen wordt om het volume van het duurzamere bio-CNG en bio-LNG in de toekomst te vergroten en ook de mogelijkheden van andere biobrandstoffen zoals (synthetische) biodiesel verder te onderzoeken.
In de studie is de veiligheid van de LNG distributie onderzocht. Daarbij kwam naar voren dat meer aandacht nodig is voor de tankstations en het tankautotransport van LNG over de weg. Het laatste kan op lange termijn kritisch worden als de volumes sterk toenemen.

dinsdag 17 september 2013

Europese procesindustrieën: minder grondstoffen en energie

Volgend jaar gaat het nieuwe zevenjarige onderzoeksprogramma van de Europese Commissie van start: Horizon2020. Daarbinnen krijgen een paar grote Publiek-Private Partnerships (PPP’s) een plaats. Eén van de beoogde PPP’s is SPIRE dat als ambitie heeft in samenwerking met een aantal procesindustrieën het gebruik van grondstoffen met 20% en het verbruik van energie met 30% terug te dringen. TNO leverde en levert hier belangrijke bijdragen aan.
De eerste call voor onderzoeksvoorstellen wordt eind 2013 verwacht. SPIRE staat voor Sustainable Process Industry through Resource and Energy Efficiency. Hierin werken tientallen Europese bedrijven, industriële organisaties en onderzoeksinstellingen samen. Het bedrijfsleven is vertegenwoordigd door acht sectoren in de procesindustrie: chemie, staal, non-ferro, cement, keramiek, mineralen, engineering en water. ‘Het gaat hier om een omvangrijk initiatief met zeer ambitieuze doelstellingen’, vertelt dr. Dirk Verdoes, senior technisch consultant chemie van TNO. TNO heeft begin 2012 met een aantal collega-instituten in Europa en vertegenwoordigers van de procesindustrie de handen ineen geslagen. Nadat de Commissie zich enthousiast toonde over het idee achter SPIRE om de procesindustrie vergaand te verduurzamen, was er slechts een half jaar om de visie en ambities te beschrijven in een Roadmap om zo in aanmerking te komen voor een plek als PPP in Horizon2020. ‘Toch is dat gelukt.
De Europese procesindustrie verliest de laatste jaren gestaag marktpositie ten opzichte van Azië en Noord- en Zuid-Amerika. De beschikbaarheid en kosten van grondstoffen en energie in Europa spelen daarbij een belangrijke rol. Door nu de stap te zetten daarvan efficiënter gebruik te maken, kunnen we volgens Verdoes een schijnbaar kansloze positie ombuigen in een voorsprong.
‘Daardoor zijn doorbraken in innovatie nodig, die in de Roadmap zijn beschreven. Vele tientallen experts van bedrijven, hun organisaties en kennisinstellingen uit allerlei landen moesten in korte tijd een gedeelde visie ontwikkelen, bronnen raadplegen, alles op elkaar afstemmen, hun achterban meekrijgen en dat in een degelijke Roadmap opschrijven. Die is medio 2012 gepubliceerd. Daarop volgde een consultatieronde waarbij belanghebbenden de roadmap positief evalueerden en die tot slechts kleine bijstellingen hebben geleid. De Europese Commissie besluit binnenkort welke PPP’s mogen starten in Horizon 2020.’
Voor de ambities van SPIRE voor de procesindustrie moeten tal van innovatieve processen en technologieën worden ontwikkeld en gedemonstreerd. Verdoes is er van overtuigd dat er doorbraken gaan komen. ‘Er lopen in binnen- en buitenland veel initiatieven tot verduurzaming van de industrie. TNO is hierin ook op veel fronten actief. Doorgaans is dat beperkt tot één sector, zoals de chemie. SPIRE gaat veel verder door samenwerking tussen bedrijfstakken. Het succes in de ene is dan wellicht te transformeren naar de andere sector. Het gaat ook leiden tot nieuwe concepten. Denk aan de inzet van afvalstromen uit sector A als grondstof voor sector B. Je kan chemicaliën maken uit restwarmte en afgassen uit bijvoorbeeld de staalindustrie. Misschien moeten we fabrieken uit verschillende sectoren in elkaars buurt gaan bouwen zodat je ter plekke van de grondstoffen en energie van de ander profiteert. De acht bedrijfstakken kenden elkaar nauwelijks, maar trekken nu samen op en wisselen volop ideeën uit.’

maandag 16 september 2013

Biomassa als grondstof voor de industrie

De bio-based economy is ‘hot’. Zoek op Google en je krijgt meer dan 2 miljoen resultaten. De verwachting is dat, door verschillende socio-economische ontwikkelingen, de wereld in de toekomst aanzienlijk meer grondstoffen en energie nodig heeft dan vandaag. Voorspeld wordt dat de vraag naar energie bijna zal verdubbelen voor het eind van deze eeuw. Toenemende schaarste zal gepaard gaan met een constante strijd om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Soms succesvol, soms minder succesvol. Maar altijd met stijgende en volatiele grondstof- en energieprijzen als gevolg. Nieuwe grondstoffen, de bio-gebaseerde grondstoffen, zullen omarmd worden.

zondag 15 september 2013

NPG Energy geeft opdracht voor bouw biogasfabriek in Limburg

NPG Energy heeft het Duitse bedrijf Weltec Biopower gecontracteerd voor de bouw van een 2.4 MW biogasfabriek. Afnemer ivan het gas is de Spin-groep. De nieuwe biogasfabriek komt in de provincie Limburg te liggen. Deze zal bestaan uit twee bioreactoren met een capaciteit van 4.700 kubieke meter. Ook komt er een 'tweede fase verwerkingseenheid' met een capaciteit van 2.000 kubieke meter.

vrijdag 13 september 2013

Delftse gist maakt meer bio-ethanol door CO2 te gebruiken

Door het inbouwen van vier genen uit bacteriën en spinazie, hebben onderzoekers van de Technische Universiteit Delft de productie van bio-ethanol met gist verbeterd door koolstofdioxide te gebruiken. Hun vindingen zijn afgelopen week gepubliceerd in het tijdschrift Biotechnology for Biofuels.
Bio-ethanol wordt door de gist Saccharomyces cerevisiae gemaakt van suikers uit plantenmateriaal. De gist is hetzelfde micro-organisme dat in bier en wijn alcohol maakt. De productie van bio-ethanol neemt snel toe vanwege het gebruik als autobrandstof. Met 110 miljard liter per jaar is bio-ethanol het grootste product van de industriële biotechnologie. Verbeteringen in het proces kunnen daarom potentieel grote besparingen opleveren.
De suikers worden door de gist niet alleen omgezet in het eindproduct bio-ethanol, een deel gaat verloren door de vorming van het bijproduct glycerol. Tot voor kort werd dit gezien als een onvermijdelijk deel van dit proces. De onderzoekers zijn er nu in geslaagd de glycerolvorming te verminderen, door enzymen uit de Calvincyclus in te bouwen in de gist. De Calvincyclus kennen we ook van fotosynthese, waarbij CO2 vastgelegd wordt door planten. 
In het Delftse onderzoek werd het enzym Rubisco uit een CO2-vastleggende bacterie in combinatie met een gen uit spinazie in gist gezet. Samen met twee hulpgenen uit de E.coli bacterie zorgen die er voor dat de gist CO2 kan gebruiken om de vorming van glycerol sterk te verminderen. Hierdoor blijft er meer suiker over voor de omzetting naar bio-ethanol.
Door deze ingreep stijgt de bio-ethanolopbrengst van het proces met 11 procent, terwijl de glycerolproductie 90 procent afneemt. Een patent op deze vondst is inmiddels aangevraagd en de volgende stap is het opschalen in samenwerking met de industrie. De onderzoekers verwachten dat het proces binnen enkele jaren op industriële schaal beschikbaar zal zijn.

donderdag 12 september 2013

Groen gas veelbelovend voor betrouwbare, duurzame energievoorziening

Donderdag 12 september zal het eerste exemplaar van het boek 'Groen Gas - de rol van groen gas in de Nederlandse energievoorziening' in De Koperen Tuin te Leeuwarden door CEO Gertjan Lankhorst van GasTerra worden uitgereikt aan Ferd Crone, burgemeester van Leeuwarden. Dit gebeurt tijdens het eerste lustrum van de Groen Gas Barbecue, een jaarlijks terugkerende netwerkbijeenkomst voor de groengasmarkt, die wordt georganiseerd door de Stichting Energy Valley en Groen Gas Nederland. Het 160 pagina's tellende boekwerk maakt deel uit van de boekenserie 'De wereld van aardgas', waarin de betekenis en de toepassing van aardgas en de toekomst van de energievoorziening centraal staat. De boeken zijn gratis aan te vragen en te downloaden via www.gasterra.nl.
In Nederland is al veel praktijkervaring opgedaan met biomassavergisting en de inzet van groen gas. Deze ervaring is belangrijk om goede keuzes te kunnen maken voor het inpassen van nieuwe gassen in het fijnmazige Nederlandse aardgasnetwerk. Biogas kan, nog meer dan nu het geval is, een essentiële component zijn in de afvalverwerkingsketen. De techniek om biomassa om te zetten in groen gas kan zorgen voor een forse vergroening van de gasvoorziening. Samen met de inzet van innovatieve technieken, zoals micro-warmtekrachtkoppeling en gaswarmtepompen, leveren dergelijke combinaties qua duurzaamheid dubbele winst op.
Nederland is bij uitstek een aardgasland en heeft in 50 jaar tijd veel kennis over deze relatief schone en flexibel inzetbare energiebron opgebouwd. De laatste jaren is de transitie naar een zo duurzaam mogelijke, betrouwbare en betaalbare energievoorziening een belangrijk aandachtspunt van overheid en energiewereld. Daarbij wordt gekeken naar nieuwe, efficiёnte energietechnieken en de inzet van schone, duurzame energiebronnen. Met dat perspectief en vanuit de visie dat (aard)gas als transitiebrandstof de pijler vormt voor een duurzame energiehuishouding werkt GasTerra mee aan de ontwikkeling van groen gas.

woensdag 11 september 2013

Europees Parlement steunt overgang naar nieuwe biobrandstoffen

Het Europees Parrlement wil het gebruik van traditionele biobrandstoffen beperken en de omschakeling naar nieuwe biobrandstoffen uit alternatieve bronnen zoals algen of afval versnellen. Het pakket maatregelen, waar woensdag over is gestemd, beoogt de CO2-uitstoot als gevolg van het gebruik van landbouwgrond voor teelt van biobrandstofgewassen te verminderen.
"Het was een moeilijk debat omdat de economische belangen zwaar wegen. Het is een technische tekst, maar met belangrijke economische en ethische implicaties", zei Corinne Lepage (ALDE, FR) die het pakket door het EP heeft geloodst. Haar resolutie is aangenomen met 356 stemmen voor, 327 tegen en 14 onthoudingen.
Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat de CO2-uitstoot als gevolg van de productie van traditionele biobrandstofgewassen - zoals koolzaad of mais - de voordelen van het gebruik van die biobrandstoffen deels teniet doet.
Huidige wetgeving schrijft voor dat lidstaten er voor moeten zorgen dat in 2020 ten minste 10% van het brandstofgebruik voor transportdoeleinden moet bestaan uit biobrandstof. In de tekst die woensdag is aangenomen, wil het EP dit percentage voor traditionele biobrandstoffen beperken tot 6%.
Geavanceerde biobrandstoffen, gewonnen uit algen of afval, zouden in 2020 minimaal 2,5% moeten uitmaken van het totale brandstof gebruik voor transportdoeleinden, zo stelt het EP.


 

woensdag 4 september 2013

Voertuigen Schiphol op duurzame diesel

Alle voertuigen in het start- en landingsterrein van Amsterdam Airport Schiphol rijden vanaf september op duurzame diesel. Deze duurzame diesel is een bijproduct van duurzame biokerosine, gemaakt uit afgewerkt frituurvet.
Amsterdam Airport Schiphol heeft een overeenkomst gesloten met SkyNRG voor de levering van 300.000 liter van deze duurzame diesel die vervolgens wordt bijgemengd met 700.000 liter fossiele diesel. De luchthaven verbruikt op jaarbasis ongeveer 1 miljoen liter.
De vervaardiging van de duurzame diesel gaat niet ten koste van de voedselproductie of van natuurgebied, realiseert een grote reductie in CO² emissies en kwalificeert zich daarmee als zeer duurzaam. De diesel wordt door SkyNRG geproduceerd in Antwerpen.
Alle voertuigen in het landingsterrein zoals de brandweerwagens, sneeuwvlootvoertuigen en auto's van de vogelwacht rijden door gebruik van deze diesel duurzamer. De bijmenging met 30% duurzame diesel levert een CO²-reductie op van 25 procent.
Op dit moment is duurzame diesel duurder dan gewone diesel. De meerkosten van deze overeenkomst voor Schiphol bedragen 150.000 euro. Met de levering van 300.000 liter duurzame diesel kan Schiphol een jaar vooruit.
Amsterdam Airport Schiphol wil met deze investering concreet bijdragen aan de overgang naar een klimaatvriendelijker luchtvaartsector. Om dezelfde reden steunt Schiphol ook het Corporate BioFuel Programme van KLM, waarmee KLM bedrijven in staat stelt om een deel van hun reizen op duurzame biobrandstof te gaan vliegen en daarmee de verdere ontwikkeling van biokerosine te stimuleren.
Schiphol en KLM hopen dat andere bedrijven op en rond de luchthaven zich zullen aansluiten. Hoe groter de vraag naar duurzame brandstof, hoe goedkoper deze geproduceerd kan worden en hoe gemakkelijk de doorbraak ervan wordt.
De investering in duurzame diesel past in het Corporate Responsibility-beleid van Schiphol, waarin klimaatvriendelijke luchtvaart en duurzame mobiliteit  speerpunten zijn. Eerder deze zomer sloot Schiphol een contract voor de levering van 35 elektrische bussen voor het vervoer van reizigers tussen gate en vliegtuig. Daarnaast rijden er auto's van Schiphol op aardgas met biogascertificaat en zijn elektrische auto's onderdeel van het wagenpark.

maandag 2 september 2013

Nuon en Eneco bereiken overeenstemming over ontwikkeling van biomassacentrale

Nuon en Eneco bereiken overeenstemming over de ontwikkeling van één biomassacentrale voor duurzame warmte en elektriciteit in Utrecht. Tot op heden werden er in Utrecht twee biomassacentrales ontwikkeld. Eén door warmteleverancier Eneco, en de ander door energieproducent Nuon. Uitgangspunt van beide was om warmte duurzamer te gaan produceren dan nu gebeurt.
De warmtevraag in Utrecht geeft (economisch) echter ruimte voor slechts 1 biomassacentrale. Eneco en Nuon, die reeds decennia lang samenwerken in de stadverwarming in Utrecht , hebben daarom gezamenlijk gezocht naar een voor beide partijen bevredigende oplossing.  De overeenkomst houdt in dat er één centrale wordt ontwikkeld op de Nuon-locatie. Daarbij zijn afspraken gemaakt over de verdere samenwerking gedurende het project. 
Indien Nuon zou afzien van de ontwikkeling, dan kan Eneco de ontwikkeling op het terrein van Nuon voortzetten. Eneco heeft hiermee een maximale garantie op duurzame warmte voor haar klanten. De beslissing over de gunning van het project wordt eind 2014 verwacht. Eneco ziet hiermee vooralsnog af van verdere ontwikkeling van haar eigen centrale, maar blijft betrokken bij de ontwikkeling van de centrale van Nuon om ook in staat te zijn deze te kunnen overnemen, in het geval dit nodig mocht zijn.
 
Copyright (c) 2010 Biogas Nieuws and Powered by Blogger.