donderdag 27 juni 2013

Gebrek aan transparantie in de biomassaketen

Energie opwekken met behulp van biomassa wordt een steeds belangrijker alternatief voor fossiele brandstoffen. Als een van de grootste gebruikers van biomassa speelt Nederland wereldwijd een sleutelrol in de biomassa-sector. In Nederlandse kolencentrales worden grote hoeveelheden houtpellets bijgemengd. Dit is momenteel ook een belangrijk discussiepunt in de onderhandelingen over het Energieakkoord van de Sociaal-Economische Raad. Ondanks de sociale en de milieurisico’s die biomassaproductie met zich meebrengt, geven de grote Nederlandse energiemaatschappijen niet genoeg openheid over de herkomst van hun houtpellets om met zekerheid te kunnen vaststellen dat deze niet bijdragen aan milieuschade en mensenrechtenschendingen.
Bio-energie wordt in Nederland voor het grootste deel opgewekt door houtpellets met kolen mee te stoken in kolencentrales. Deze pellets worden gemaakt van zaagsel, maar ook van complete bomen van plantages, en zelfs van bomen uit oerbossen. Ongeveer 80% van de in Nederland gebruikte biomassa wordt geïmporteerd. Als biomassa op een niet-duurzame wijze wordt geproduceerd kan dit leiden tot ontbossing, verlies van biodiversiteit, stijgende voedselprijzen (door concurrentie om landbouwgrond) en land- en mensenrechtenschendingen. Ondanks het groene imago van biomassa kan de verhoogde CO2-uitstoot van een onduurzame biomassaketen zo per slot van rekening zelfs negatieve gevolgen hebben voor het klimaat. Door precies te weten waar, hoe en onder welke omstandighedenbiomassa is geproduceerd, kan bepaald worden of het voldoet aan de duurzaamheidscriteria zoals die ontwikkeld zijn door de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa (de Commissie Corbey).
In het onderzoekrapport ‘From whence the wood’ wordt het gebrek aan transparantie in de biomassaketen aangekaart en wil SOMO druk uitoefenen op eindgebruikers om verantwoordelijkheid te nemen voor de omstandigheden waaronder biomassa wordt geproduceerd. Het SOMO-rapport werpt licht op de herkomst van de biomassa die door de zes grootste energieproducenten wordt geïmporteerd: E.ON, Eneco, EPZ (DELTA), GDF Suez, RWE/Essent en Vattenfall/Nuon. Het onderzoek laat zien dat het leeuwendeel van de biomassa afkomstig is uit Canada, de Verenigde Staten en Rusland. Een klein, maar toenemend deel wordt geïmporteerd uit ontwikkelingslanden als Zuid-Afrika, Brazilië en Ghana.
SOMO geeft met dit rapport als eerste een zo volledig en gedetailleerd mogelijk beeld over de oorsprong van de biomassa die in Nederland wordt verstookt. Een compleet beeld is echter niet mogelijk, aangezien de meeste energiemaatschappijen wel enige informatie verschaffen over de herkomstlanden van de gebruikte houtpellets, maar weinig tot geen informatie loslaten over de plantages of bossen waar het hout vandaan komt en wie de leveranciers zijn. Dat detailniveau is echter cruciaal om te kunnen bepalen of biomassa duurzaam is geproduceerd. Van de zes onderzochte energiemaatschappijen kan Eneco als meest transparant worden beschouwd, gevolgd door RWE/Essent en GDF Suez, terwijl EPZ (DELTA) het minst open is.
Het rapport concludeert dat geen van de zes onderzochte bedrijven voldoet aan de internationale normen op het gebied van ketentransparantie. Politici, ngo’s en consumenten die zich hard maken voor duurzame energie(ketens) zouden moeten eisen dat deze bedrijven transparanter zijn over hun toeleveranciers van biomassa.

dinsdag 25 juni 2013

'Biomassa kans voor Nederlandse economie'

Het kabinet wil in 2020 16 procent duurzame energie realiseren. Ab van der Touw CEO van Siemens Nederland voorziet daarbij grote kansen voor biomassa.  "De kennis over biomassa levert enorme kansen voor de opbouw van een nieuwe Nederlandse economie", zegt Van der Touw op 7 Ditches TV. De CEO denkt dat investeerders op dit moment uitwijken naar het buitenland omdat in Nederland een langetermijnvisie ontbreekt.

maandag 24 juni 2013

PepsiCo Veurne investeert in biogas en waterrecuperatie

Het Amerikaanse voedingsconcern PepsiCo heeft in zijn vestiging in Veurne heeft nieuwe installaties voor biogas en drinkwater in gebruik genomen. De projecten moeten het bedrijf toelaten verder te evolueren naar een milieuvriendelijke productie. De biogasinstallatie zou de West-Vlaamse site van PepsiCo toelaten om 25 procent van het eigen elektriciteitsgebruik te dekken.

vrijdag 21 juni 2013

Primeur: schone bus rijdt op vloeibaar biogas

De regio Helmond/Eindhoven heeft een Europese primeur in het openbaar vervoer. Sinds maandag rijden er twee (proef)bussen op vloeibaar biogas (Liquified Bio Gas, LBG). De innovatieve bussen hebben door toepassing van geavanceerde technologie een laag brandstofverbruik en een veel lagere NOx uitstoot. Omdat bovendien gekozen is voor vloeibaar biogas als brandstof is de CO2-emissie 80% lager.

woensdag 19 juni 2013

Biogasproducent Kloosterman en Attero sluiten overeenkomst

Johan Kloosterman van Kloosterman Biogas in Nieuweroord en algemeen directeur Pierre Vincent van Attero hebben op 11 juni een overeenkomst gesloten. Beide partijen gaan samenwerken in het realiseren van een project waarbij Kloosterman biogas gaat leveren en Attero dit biogas gaat opwaarderen tot groen gas. Dit groen gas wordt vervolgens geïnjecteerd in het aardgasnet van netbeheerder Enexis.
Het project omvat diverse onderdelen. Allereerst de aanleg van een biogasverzamelleiding van 11,5 kilometer van Kloosterman Biogas in Nieuweroord naar de locatie Wijster van Attero. Ook wordt er een vergistingssilo bij Kloosterman Biogas bijgebouwd. Op de locatie Wijster gaat Attero een nieuwe gasopwerkingsinstallatie bouwen om het biogas op te waarderen naar groen gas. Ook legt het bedrijf een voorziening aan om het geproduceerd groen gas in het net van netbeheerder Enexis te pompen. Het gaat daarbij om 4 miljoen Nm3 groen gas per jaar.
Het project is mede mogelijk door een investeringssubsidie van de provincie Drenthe. De provincie Drenthe keert maximaal 4,8 miljoen euro uit als subsidie aan Attero voor de realisatie van dit project. Een deel van de subsidie is bedoeld voor de eerste fase van het project: de aanleg van de biogasleiding van Kloosterman Biogas en de aansluiting op het aardgasnet van Enexis. Deze biogasleiding biedt ook andere agrariërs en biogasproducenten de mogelijkheid om aan te sluiten op de leiding en de groen gas hub van Attero. De hub is een opwerkingsinstallatie waar biogas van verschillende producenten centraal wordt opgewerkt naar aardgaskwaliteit.
Het is de eerste biogasverzamelleiding die in Nederland wordt aangelegd en aangesloten wordt op een groen gas hub. In eerste instantie zal Kloosterman Biogas de enige leverancier zijn, maar het is zeker de bedoeling dat meerdere producenten ook zullen aansluiten. De aanleg van de biogasverzamelleiding start na de zomervakantie en zal in de eerste helft van 2014 afgerond zijn. De bouw van de aanvullende en noodzakelijke installaties gaat geruime tijd in beslag nemen. In de tweede helft van 2014 verwacht Attero het eerste opgewaardeerde biogas van Kloosterman als groen gas in het net te pompen.

vrijdag 14 juni 2013

Actie op Tuinmarkt voor biogas Nepal groot succes

De actie 'Poepen voor biogas' op de Tuinmarkt in Noordwijk op 8 juni was een groot succes: er is geld opgehaald voor maar liefst 23 biogasinstallaties waarmee Nepalese gezinnen een beter bestaan krijgen. Initiatiefneemser Sacha Beuk van Kinderen van Nepal is nog onder de indruk. 'Het streven was om geld voor tien biogasinstallaties van 150 euro in te zamelen. Dat hadden we al rond de klok van twaalf bereikt! Toen zijn we doorgegaan voor de 20 en zelfs dat hebben we overtroffen.

donderdag 13 juni 2013

Biomassa en groengas nieuwe studie Inholland

Inholland verwacht september 2014 in Alkmaar te beginnen met een studie biomassa en groengas. De nieuwe hbo-minor wordt onderdeel van een bestaande opleiding. De hogeschool speelt in op vergevorderde plannen van het ECN en andere partijen voor een proeffabriek en expertisecentrum in Alkmaar voor biomassavergassing. Dit project van 25 miljoen euro moet in 2015 operationeel zijn en wordt in ons land het kloppend hart van biomassavergassing: het omzetten van sloophout, gras en snoeiafval in groen gas

woensdag 12 juni 2013

Twente 'groene voedingsbodem' biobased economy

In Twente zijn de randvoorwaarden voor de biobased economy goed ingevuld, onder meer dankzij nauwe samenwerking van overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Wel is er zorg over voldoende technisch personeel om die groene toekomst vorm te geven, aldus minister Kamp van EZ vanmiddag op de Universiteit Twente.
Een terreinauto die op 25 procent biodiesel liep en 75 procent gewone diesel, daarmee reed minister Kamp op de UT-campus van de Faculty Club naar gebouw Waaier, waar het symposium ‘Biobased Economy Twente’ plaatsvond. Dit hoge percentage biodiesel betekent een belangrijke nieuwe stap voor de UT-spinoff Biomass Technology Group (BTG). Niet slechts een paar procent biodiesel bijmengen, zoals nu al aan de pomp gebeurt, maar een kwart.
Het is een uitvloeisel van het project BE2.O (Bio Energy to Overijssel), waarin de provincie Overijssel enkele miljoenen heeft gestoken. De biodiesel is uit bijvoorbeeld plantaardig afval gemaakt, niet van planten die ook voor levensmiddelen geschikt zijn. Het proces om zo te komen tot een bruikbare brandstof heet pyrolyse en is in Twente ontwikkeld en geperfectioneerd. Straks kan het niet alleen op laboratoriumschaal, maar ook in de nieuw te bouwen fabriek van BTG op grotere schaal worden geproduceerd.
Ook binnen het Green Energy Initiative (GEI) van de UT gewerkt aan ontwikkelingen die de biobased economy versterken. Onder meer in de groep Sustainable Process Technology van prof. Sascha Kersten die onderzoek doet naar biobrandstoffen: verkregen via pyrolyse maar ook door gebruik te maken van algen als grondstof. Ook de groepen Catalytic Processes and Materials van prof. Leon Lefferts en prof. Kulatuiyer Seshan, en de groep Thermische Werktuigbouwkunde (prof. Gerrit Brem) dragen hieraan bij. Hiervoor wordt momenteel een nieuw Sustainable Energy Lab opgezet. Naast ‘Energy from Biomass’ zijn ‘ICT and Smart Grids’ en ‘Advanced Materials’ en ‘Behavioral, organisational, governance and ethical aspects’ hoofdthema’s binnen GEI.
De minister is blij met deze stappen: “Het kabinet is vast overtuigd van de noodzaak van een duurzame economie. En Nederland heeft daarin een goede uitgangspositie. We zijn de nummer twee exporteur in de agrarische sector, we hebben een sterke logistieke sector, innovatieve ondernemers die met overheden samenwerken.”
Zowel de minister als gedeputeerde Theo Rietkerk van Overijssel wijzen op de rol van de topsectoren, om kennis sneller naar de markt te krijgen. “In de biobased economy zie je kruisbestuiving van verschillende topsectoren, ook die van de high tech systemen en materialen waarin Twente sterk is”, aldus Rietkerk.
Wie met een schuin oog naar Duitsland kijkt, ziet veel meer activiteit op het duurzame vlak dan in Nederland. De minister ontkent dit niet, maar wijst wel op de “massieve subsidie” die hiervoor nodig is en de lasten die dit met zich meebrengt.

zondag 9 juni 2013

Vergunning voor Bio-centrale Almere

Er komt mogelijk een bio-energiecentrale op industrieterrein De Vaart in Almere. De gemeente heeft daarvoor vorige week zaterdag een vergunning verleend aan het bedrijf Raedthuys Bio-energie, dat de centrale wil bouwen. Het is de bedoeling dat de centrale in de buurt van de Penitentaire Inrichting in Buiten komt te staan.

vrijdag 7 juni 2013

Biomassa opstoken is zonde van het geld

Het bijstoken van biomassa in kolencentrales is ouderwets. De focus van het kabinet ligt bovendien te veel op de milieudoelstellingen voor 2020. Dat zegt Maarten Hajer, directeur van Het Planbureau voor de Leefomgeving in BNR Duurzaam. Hajer noemt het verduurzamen van kolencentrales ‘zonde van het geld’. In 2020 wil het kabinet 16 procent hernieuwbare energie realiseren. Om dat doel te halen wordt ingezet op het bijstoken van biomassa in kolencentrales. Volgens Maarten Hajer slaat het kabinet daarmee de plank mis. "Iedere euro die we daaraan besteden, besteden we niet aan technologieën die we na 2030 nodig hebben."

Biomassa nog niet meteen groener dan olie

De chemische industrie wil 'vergroenen' door chemicaliën en materialen op een milieuvriendelijkere manier te produceren. Olie wordt daarom steeds vaker ingewisseld voor biomassa als grondstof. Maar biomassa brengt heel nieuwe uitdagingen met zich mee en is daarom niet vanzelfsprekend groener dan olie, ontdekte scheikundige Henri van Kalkeren. Hij promoveert op 19 juni aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Biomassa is goedkoper, milieuvriendelijker en minder schaars dan olie. De atoomsamenstelling van biomassa is echter ook heel anders: ze bevat veel meer zuurstof die moet worden omgezet om uiteindelijk de gewenste chemische stof te krijgen. Dat gebeurt met behulp van fosforhoudende stoffen, waarvan het gebruik dus zal gaan toenemen. Om het chemische productieproces 'groener' te maken, is het van belang om de fosforhoudende stoffen al tijdens de reactie te recyclen. Van Kalkeren zocht voor zijn promotieonderzoek naar efficiënte manieren om dat te doen.
Van Kalkeren ontdekte manieren om fosforhoudende stoffen te recyclen tijdens de reactie. Helaas moet hij ook concluderen dat die nieuwe methodes om biomassa te gebruiken op dit moment duurder, milieuonvriendelijker en lastiger zijn dan de oude methodes waarin fosfor niet gerecycled wordt. "Bij gebruik van de oude methodes wordt er op dit moment naast 1 kilogram eindproduct ook één kilogram fosforhoudend afval geproduceerd. Er is dus twee kilogram beginmateriaal nodig voor een kilogram eindproduct", aldus Van Kalkeren. Die hoeveelheid afval wil hij verminderen. Het lukt hem al om 100 gram in plaats van 1 kilogram fosforhoudende stof toe te voegen aan reacties, met hetzelfde eindresultaat. Maar vooralsnog lukt dat alleen als er juist meer andere milieubelastende stoffen worden toegevoegd, zoals silanen. Voorlopig is en blijft biomassa dus minder groen dan olie.
Een slecht resultaat? "Nee hoor, de hoeveelheid inzicht en kennis die onze experimenten hebben opgeleverd, zijn op dit moment het belangrijkst", aldus Van Kalkeren. "Toen ik begon met mijn promotie dachten we dat zuurstof en fosfor niet van elkaar gescheiden konden worden. Dat lukte onverwachts toch al na twee jaar. De ontwikkelingen gaan dus ontzettend snel en daarom verwacht ik dat de nieuwe methodes snel een inhaalslag gaan maken op de oude. Maar toepassing in de chemische industrie kan nog even duren."
Van Kalkeren deed zijn onderzoek binnen het Institute for Molecules and Materials (IMM) van de Radboud Universiteit. Zijn promotie is onderdeel van een groter project, CatchBio (Catalysis for Sustainable Chemicals from Biomass). CatchBio is een consortium van Nederlandse universiteiten en chemische bedrijven, dat zich richt op het ontwikkelen van schone en efficiënte processen voor de omzetting van biomassa tot goedkope en duurzame biobrandstoffen, chemicaliën en farmaceutische producten.

 
Copyright (c) 2010 Biogas Nieuws and Powered by Blogger.