dinsdag 24 december 2013

BAS verkrijgt leveringsvergunning ACM

Vandaag heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) bekend gemaakt dat BAS Nederland B.V. op 16 december 2013 vergunningen heeft verkregen voor de levering van gas en elektriciteit. BAS verschaft zichzelf hiermee de mogelijkheid om elektriciteit en gas te leveren aan kleinverbruikers, zoals consumenten en mkb-ondernemers. Volgens de Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft BAS aangetoond te voldoen aan alle vereisten om als energieleverancier op te treden.
BAS beoogt haar klanten steeds minder elektriciteit en gas te leveren. Met de "Weg naar Nul" als primair product stelt BAS energiegebruikers in staat om steeds meer onafhankelijk te worden van externe (fossiele) energiebronnen. Stap voor stap wordt het geld dat bespaard wordt op energielevering geïnvesteerd in energiebesparing en energieopwekking, totdat de klant onafhankelijk is. Hiermee worden energiekosten verleden tijd. Met het verkrijgen van de leveringsvergunningen wordt iedere energiegebruiker in Nederland in staat gesteld op Weg naar Nul te gaan.

maandag 16 december 2013

Bus op biogas, zout water om wc door te spoelen

In Nijmegen moet over 5 jaar een begin gemaakt worden met het rijden van bussen op biogas. Dat zei Hennie Roorda van Waterschap Rivierenland vrijdagmiddag in het Nieuwscafé van De Gelderlander. Roorda houdt zich binnen het waterschap bezig met allerlei innovatieve zaken op gebied van water en milieu. Het waterschap wil diverse nieuwe milieu-ontwikkelingen stimuleren.

dinsdag 3 december 2013

TNO, VITO & Green Chemistry Campus lanceren Biorizon

Vandaag lanceren TNO, VITO en de Green Chemistry Campus Biorizon: The Way to Aromatics. Dit Shared Research Center speelt in op het verwachte groeiende tekort aan aromaten uit de petrochemische industrie en de ambitie om de chemische industrie te vergroenen. Recent heeft Biorizon € 2,5 miljoen startkapitaal verworven waardoor het onderzoek naar innovatieve technologieën om aromaten uit agro-reststromen te ontwikkelen, van start kon gaan.
Biorizon heeft de ambitie om binnen 5 jaar uit te groeien tot een van de top Centers van de wereld op het gebied van biobased aromaten. Op dit moment trekt Biorizon de belangstelling van bedrijven die zich bezig houden met biomassa, conversie, installaties en eindproducten om zich aan te sluiten bij dit Shared Research Center. Dit gaat om zowel wereldspelers als MKB'ers.
Aromaten zijn nodig om brandstoffen, basischemicaliën of polymeren te kunnen produceren, maar ook om polymeer additieven, kleurstoffen, smaakstoffen en geuren te creëren. De markt voor aromaten groeit 5 tot 10 procent per jaar. Vrijwel alle aromatische bouwstenen worden nu uit fossiele olie gehaald, terwijl deze grondstof steeds schaarser wordt. Daarom is het belangrijk om een technologie te ontwikkelen die de aromatische bouwstenen uit de petrochemische industrie vervangt door een alternatief. Schaliegas en schalieolie zijn snel opkomende alternatieven, maar in tegenstelling tot fossiele olie en nafta ontbreken aromatische verbindingen hierin.
Gezien de wereldwijde uitdagingen met betrekking tot CO2-emissies en een tekort aan fossiele oliereserves, moeten er snel nieuwe, biobased productieroutes worden gerealiseerd. Biorizon steunt de industrie door het ontwikkelen van technologieën om aromaten te creëren uit agro-reststromen.
iorizon is medegefinancierd door TNO, VITO, NV REWIN West-Brabant, de provincie Noord-Brabant en de Green Chemistry Campus. Daarnaast heeft Biorizon afgelopen maand een subsidie ontvangen van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Rijk in het kader van het Operationeel Programma Zuid-Nederland (OP-Zuid). De regionale ontwikkelingsmaatschappij NV REWIN West-Brabant, een van de partners van de Green Chemistry Campus, heeft Biorizon begeleid bij de OP-Zuid subsidieaanvraag. Het onderzoeksprogramma van Biorizon komt voort uit een technologische roadmap die in samenwerking met de partners en het bedrijfsleven tot stand is gekomen. REAP (Regionaal Economisch Actie Programma) en de Provincie Noord-Brabant hebben deze roadmap mede gefinancierd.

zondag 1 december 2013

Student wint energieprijs voor ontwerp en bouw Tesla-turbine op biogas

Jaarlijks reikt energiestudiebureau Encon een energieprijs uit aan de student met het beste eindwerk rond energiebesparing en hernieuwbare energietechnieken voor bedrijven. Dit jaar gaat de eerste prijs naar Bob Tielemans, Master in de Industriële Wetenschappen aan de Lessius Hogeschool, Campus De Nayer. Hij zocht in zijn eindwerk een oplossing voor een reële uitdaging in de sector van de duurzame energieopwekking.

vrijdag 29 november 2013

DLG lanceert website over nuttig gebruik van biomassa uit landschap

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken heeft Dienst Landelijk Gebied (DLG) de website www.biomassauitlandschap.nl gelanceerd. De site heeft als doel private partijen en overheden te inspireren en op weg te helpen met initiatieven om meer biomassa te benutten. Als bron van energie of als grondstof. Op de site staan verhalen met leerervaringen over initiatieven in gebieden en het proces om te komen tot productie van duurzame energie of groene grondstoffen. Voorbeelden waarbij het landschap en zijn gebruikers de sleutel vormen tot een betere benutting van de biomassa die verschillende gebieden voortbrengen.
Partijen kunnen een initiatief starten om biomassa uit landschap nuttig te gebruiken. Of ze kunnen op zoek gaan naar biomassa voor duurzame energie of groene grondstof. Op veel plaatsen in Nederland komt biomassa vrij bij onderhoud van het landschap. Slechts een deel van die biomassa wordt nuttig gebruikt. Nog vaak wordt het afgevoerd als groenafval of blijft het achter in bossen. Dit komt onder andere omdat het landschap vaak nog niet optimaal is ingericht om biomassa te oogsten. Bovendien moeten nog worden geleerd hoe biomassa beter benut kan worden.
In opdracht van het ministerie van Economische Zaken richt DLG zich op het benutten en vergroten van de hoeveelheid oogstbare biomassa in gebiedsprojecten. De website is een resultaat van het project 'Schoon & Zuinig: Biomassa' dat DLG heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie. Met als doel meer biomassa in gebiedsprojecten nuttig te gebruiken. Hiervoor brengt DLG partijen bij elkaar. Bij de planontwikkeling voor gebieden bekijkt DLG met betrokken partijen de mogelijkheden om biomassa te oogsten, zodat er ook minder kosten zijn voor beheer van het landschap. Daarbij rekening houdend met andere doelstellingen, zoals voor natuur en recreatie. Uitgangspunt is andere doelen te respecteren zoals het behoud van de biodiversiteit.

donderdag 28 november 2013

Verkoop hakselaars stort in door biogas

De markt voor veldhakselaars in Duitsland is het afgelopen seizoen flink geslonken. Fabrikanten verkochten 150 minder machines dan in dezelfde periode tussen 2011 en 2012. Dit heeft alles te maken met de verminderde interesse in biogasinstallaties, zegt de Duitse branchorganisatie VDMA Landtechnik. In de periode tussen 1 november 2012 en 31 oktober 2013 zijn in totaal 528 nieuwe hakselaars verkocht in Duitsland. Dat waren er in de vorige periode nog 678.

Nieuwe Biobased Vouchers voor MKB in Zeeland

Provincie Zeeland stelt opnieuw 120.000 euro beschikbaar aan Impuls en Syntens voor de aanvraag van nieuwe Biobased Vouchers voor het MKB in 2013- 2014.
 In 2012 heeft de Provincie voor het eerst deze subsidie beschikbaar gesteld voor het stimuleren van het uitwerken van innovatieve biobased ideeën van Zeeuwse ondernemers.
 Door het verstrekken van een financiële bijdrage tot maximaal 10.000 euro per business idee en inhoudelijke begeleiding vanuit Impuls en Syntens konden MKBers de plannen toetsen op haalbaarheid. Omdat de Biobased Vouchers heel goed blijken te voorzien in de behoeften van de MKBers heeft de Provincie Zeeland besloten om de regeling voort te zetten.
Dit project past in de businesscase Biobased Economy van de Economische Agenda 2013-2015 van de Provincie Zeeland. Provincie Zeeland heeft deze subsidie toegekend omdat ervaring met toepassing en verwerking van biobased grondstoffen en materialen het Zeeuwse MKB een belangrijk concurrentievoordeel kan opleveren.

Grote groei verwacht van biobased economy

Het gebied rond de mondingen van Rijn, Maas en Schelde is bij uitstek geschikt om zich te ontwikkelen tot een topgebied voor de biobased economy. De Vlaams-Nederlandse Delta (VN Delta) heeft de infrastructuur om grote volumes biomassa aan te voeren, deels afkomstig van landbouwgebieden in de buurt. Het gebied beschikt verder over een hoogwaardige kennisinfrastructuur én over grootschalige industrie die de biomassa kan verwerken tot een nieuwe generatie plastics en kunststoffen, medicijnen, voedingssupplementen, (fijn)chemicaliën, natuurlijke bestrijdingsmiddelen en bouwmaterialen.
De VN Delta is niet alleen een gebied, maar ook een netwerkorganisatie, waarin drie Nederlandse provincies (Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland), 3 Vlaamse provincies (West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen), kennisinstellingen en bedrijven samenwerken. Deze triple helix-partijen presenteerden tijdens het congres een bundel interviews over de kansen voor een biobased economy in de Deltaregio.
De heer Palma Andrés, directeur bij de Europese Unie, reageerde positief op de grensoverschrijdende samenwerking. Hij moedigde overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven aan om met een verder uitgewerkte, gezamenlijke visie te komen. Brussel heeft voor de periode 2014-2020 € 70 miljard uitgetrokken voor onderzoek en innovatie. Een deel van dit geld is beschikbaar voor investeringen in biobased economy.
De werkgelegenheid bij bedrijven in de Vlaams-Nederlandse Delta die 100% biobased produceren is in de periode 2011-2012 gestegen met 80%. Onderzoekers van de universiteit van Antwerpen en de Erasmus Universiteit maakten dat gisteren bekend. Het gaat om innovatieve MKB-bedrijven. Het is de verwachting dat deze groei de komende jaren sterk zal doorzetten, terwijl de werkgelegenheid in de havens en landbouw juist afneemt. De overgang naar  een volledig duurzame (circulaire) economie zet door en neemt naar verwachting 20-30 jaar in beslag.
De intentie van provincies, kennisinstellingen en bedrijven om grensoverschrijdend nauwer samen te werken, volgt op eerdere afspraken die minister-president Rutte en de Vlaamse minister-president Peeters op 8 oktober 2013 in Maastricht maakten over het versterken van de economische banden tussen Nederland en Vlaanderen. Onderdeel van die afspraken is om innovatie en duurzame technologie te stimuleren door intensiever samen te werken op het gebied van de topclusters high tech-systemen & -materialen, chemie & biobased economy, en life sciences & health. Ook werd afgesproken dat Nederland en Vlaanderen vaker gezamenlijk een beroep zullen doen op EU-fondsen.

maandag 18 november 2013

Wageningen UR ondersteunt Oekraïne bij kansen voor biomassa

Oekraïne ontdekt de mogelijkheden van biomassa. Dit is te danken aan Pellets for Power, een driejarig project dat Wageningen UR samen met bedrijven en met steun van Agentschap NL heeft uitgevoerd. Op termijn kunnen ook Nederland en andere EU-landen gebruikmaken van duurzaam geproduceerde biomassa uit het Oost-Europese land, verwachten de onderzoekers.
Van 2011 tot en met 2013 deed Wageningen UR onderzoek naar brandstofpellets uit biomassa. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met de bedrijven Control Union (Nederland), Phytofuels (Oekraïne), Tuzetka (België), kennisinstelling Poltava State Agrarian Academy (Oekraïne) en met lokale boeren. Het onderzoek spitste zich toe op drie soorten biomassa: stro, riet en switchgrass. De onderzoekers wilden weten of uit deze soorten biomassa een economisch rendabele en duurzame productie van pellets mogelijk is. Vooral riet en switchgrass zijn kansrijk, zo wees het onderzoek uit.
Projectleiders Wolter Elbersen en Ronald Poppens van Wageningen UR Food & Biobased Research zijn optimistisch over de kansen van riet. Elbersen: “Oekraïne beschikt over 1,2 miljoen hectare aan moerasland, waar veel riet groeit. We hebben allereerst vastgesteld dat de kwaliteit van het riet goed genoeg is om tot pellets te worden verwerkt. Bovendien is een duurzame oogst onder voorwaarden mogelijk.” Poppens legt uit: “Rietoogst leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen, omdat het riet nu vooral wordt verbrand om jagen en vissen beter mogelijk te maken. De biodiversiteit blijft behouden door bijvoorbeeld pas te oogsten als er een beschermende ijslaag ligt en door bufferzones langs de waterrand in stand te houden. Belangrijk is ook dat de rietteelt niet ten koste gaat van landbouwgrond voor voedselproductie: er is geen sprake van indirect land use change (iLUC).”
Ook switchgrass biedt volop mogelijkheden voor Oekraïense telers, zegt Poppens. “Oekraïne beschikt over een uitgestrekt areaal met uitstekende bodems, maar er is ook ongebruikte grond met minder goede condities. We hebben aangetoond dat switchgrass ook op deze marginale grond perspectief biedt.” Dit levert volgens Elbersen wel een dilemma op: “Teel je op marginale grond, dan is de kostprijs iets hoger dan wanneer je op goede grond teelt. De broeikasgasbalans per unit geproduceerd product valt dan ook minder gunstig uit. Daar staat tegenover dat er geen iLUC optreedt. Dit vraagt om een goede afweging.”
Pellets for Power heeft ertoe geleid dat de eerste Oekraïense bedrijven inmiddels riet produceren voor lokale warmteproductie. Zo heeft Phytofuels, als onderdeel van meerjarige ontwikkelingsprogramma’s, rietoogstcontracten gesloten met dorpen. Deze zijn namelijk volgens de wet de rechtmatig eigenaren van het riet. Op basis van de samenwerkingsovereenkomsten, de door het project geleverde wetgevingsstudies en richtlijnen voor duurzaamheid hebben de autoriteiten vergunningen verleend voor de oogst van ongeveer 9.000 hectare riet. Naar verwachting volgen op termijn ook vergunningen voor de productie van switchgrass.
Breidt de productie zich uit, dan kan biomassa voor de overwegend arme Oekraïense bevolking uitgroeien tot een betaalbaar alternatief voor het dure aardgas dat uit Rusland wordt geïmporteerd. Lukt het om de productiekwaliteit verder te verbeteren en de kosten per unit te verlagen, dan kunnen Nederland en andere EU-landen op termijn ook gebruikmaken van het potentieel aan duurzame biomassa in Oekraïne.
Een eerste partij van 10 ton aan rietpellets is in het voorjaar van 2013 als test naar Nederland geëxporteerd. Deze partij is in de biomassacentrale van Marum getest. Met de opbrengst kon onder andere het plaatselijke zwembad worden verwarmd.

 

donderdag 14 november 2013

Biomassacentrale Eneco Bio Golden Raand opgeleverd

Vanaf 1 november is de grootste biomassacentrale van de Benelux, Eneco Bio Golden Raand, commercieel in bedrijf. Gisteren om 18.25uur werd daarvoor het Take Over certificaat getekend waarmee de centrale officieel overging van het bouwconsortium AMB naar energiebedrijf Eneco. Eind januari wordt de centrale officieel geopend. De bouw is binnen de gestelde doelstellingen voltooid. De centrale levert groene energie voor circa 120.000 huishoudens.
De nieuwe biomassacentrale op industrieterrein Farmsum te Delfzijl is met een capaciteit van 49,9 Megawatt de grootste en meest efficiënte biomassacentrale in de Benelux. AkzoNobel Industrial Chemicals is een grote klant en neemt de helft van de opgewekte elektriciteit af. De centrale, die als materiaal snippers van gerecycled hout gebruikt, biedt werkgelegenheid aan 30 medewerkers.
De bouw van een grote bio-energiecentrale past in de strategie van Eneco om de energievoorziening te verduurzamen. Het bedrijf produceert een steeds groter deel van de elektriciteit voor haar klanten met windturbines, zonne-installaties en biomassa. De centrale in Delfzijl betekent voor Eneco een flinke stap voorwaarts. Bio Golden Raand produceert voor 120.000 huishoudens duurzame energie, net zoveel elektriciteit als het Prinses Amaliawindpark op de Noordzee.

woensdag 13 november 2013

Wageningen UR en Arke werken samen aan duurzame vliegtuigbrandstoffen

Luchtvaartmaatschappij Arke en Wageningen UR (University & Resarch centre) gaan samenwerken aan de ontwikkeling van duurzame vliegtuigbrandstoffen uit algen. Microalgen bieden een groot potentieel voor de productie van duurzame biobrandstoffen, zoals biokerosine, waarop vliegtuigen in de toekomst mogelijk kunnen vliegen. Wageningen UR doet het komende halfjaar, in opdracht van Arke en met subsidie van Centre for Biobased Economy (CBBE), onderzoek naar de techno-economische haalbaarheid van op algen gebaseerde biobrandstoffen voor de luchtvaart.
De teelt van microalgen biedt belangrijke voordelen boven andere biomassa die momenteel ingezet wordt voor de productie van biobrandstoffen. Per hectare leveren microalgen een grote hoeveelheid olie, koolhydraten en eiwitten op, afhankelijk van de algensoort en kweekwijze. Bij de algenteelt kan men gebruik maken van afvalstromen zoals CO2 uit rookgas en nutriënten uit afvalwater. Bovendien kunnen algen worden gekweekt op locaties die ongeschikt zijn voor landbouw en in zeewater zodat er geen concurrentie is met voedselproductie.
Om vliegen duurzamer te maken bestaat er binnen de luchtvaartbranche grote behoefte aan de ontwikkeling van een klimaatneutraal, duurzaam alternatief voor kerosine. Arke, de airline van TUI Nederland, heeft Wageningen UR daarom opdracht gegeven de mogelijkheden van biokerosineproductie uit microalgen te verkennen. Doel van Arke is om, wanneer deze biokerosine inderdaad een techno-economisch haalbaar en concurrerend alternatief voor de huidige kerosine kan bieden, biokerosine op grote schaal te produceren en in te zetten als vliegtuigbrandstof. Casper Maasdam, directeur external affairs and development bij airline Arke: “Arke werkt hard om in 2015 de airline met de laagste CO2-uitstoot per luchtvaartpassagier per kilometer van Nederland te zijn, en een van de laagste wereldwijd. Om dit te bereiken verbeteren we vliegprocedures, vernieuwen we de vloot, proberen we zoveel mogelijk gewicht te besparen en werken we samen met Wageningen UR om duurzame vliegtuigbrandstof te ontwikkelen.” TUI Nederland heeft al sinds 1998 een strategie op het gebied van duurzaam toerisme en maatschappelijke verantwoord ondernemen. Tien jaar geleden was ROBINSON, onderdeel van TUI Nederland, de eerste touroperator wereldwijd die een bijdrage voor CO2-compensatie in de pakketprijs integreerde, in samenwerking met GreenSeat. Nu heeft ROBINSON wederom de primeur te pakken met een bijdrage voor biobrandstof. Vanaf zomer 2014 werkt ROBINSON, door een bijdrage aan zowel de GreenSeat klimaatprojecten als het AlgaePARC, aan een korte en lange termijn aanpak van het klimaatprobleem.
Het onderzoek naar de mogelijkheden die microalgen bieden voor de productie van vliegtuigbrandstoffen is uniek in Europa. In 2011 heeft Wageningen UR ‘AlgaePARC’ geopend, een faciliteit waar men specifiek onderzoek doet naar de productie van chemicaliën en brandstoffen uit microalgen. De Wageningen UR leerstoelgroep BioProcess Engineering en onderzoeksinstituut Food & Biobased Research hebben met onderzoek binnen deze faciliteit een vooraanstaande positie opgebouwd op het gebied van algenonderzoek. In AlgaePARC kweekt en oogst Wageningen UR op pilotschaal microalgen voor verdere verwerking, en wordt bekeken voor welke toepassingen microalgen gebruikt kunnen worden. Ook wordt bekeken op welke wijze en in welke omgeving men algen optimaal kan kweken en oogsten. Het Centre for Biobased Economy (CBBE), een samenwerkingsprogramma dat onderwijs, onderzoek en innovatie op het gebied van de Biobased Economy realiseert, is medefinancier van dit onderzoeksproject.
Een belangrijke uitdaging voor de rendabele productie van biobrandstoffen uit algen is dat de kosten met een factor tien of meer moeten worden verlaagd. Om deze verlaging te kunnen realiseren zijn naast technologische ontwikkelingen de winning van waardevolle nevenproducten (zoals eiwitten) uit microalgen van groot belang. Bioraffinage, een proces waarbij meerdere ingrediënten uit biomassa duurzaam benut kunnen worden, biedt hiervoor interessante mogelijkheden, die verder onderzocht moeten worden. Wageningen UR gaat ook onderzoek doen naar de economische aspecten van op algen gebaseerde biokerosine, middels benchmarking met huidige vliegtuigbrandstoffen, het opstellen en evalueren van businessmodellen en identificatie van partners voor het ontwikkelingstraject. Tot slot zal een analyse gemaakt worden van duurzaamheidsaspecten: met name CO2-besparing maar ook water- en energiegebruik. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek worden een routekaart en een programma opgesteld voor onderzoek, ontwikkeling en demonstratie van grootschalige biokerosine productie uit algen met de juiste specificaties en tegen concurrerende kosten.

dinsdag 12 november 2013

HarvestaGG en Essent starten nieuwe proeven voor biogas uit gras

HarvestaGG en Essent zijn nieuw onderzoek gestart naar de toepassing van geperst gras in levensmiddelen, diervoeding en productie van biogas. De komende twee maanden zal 700 kilo gras worden verwerkt. De uitkomsten van het onderzoek vormen een nieuwe stap op weg naar de biobased economy, waarbij hernieuwbare grondstoffen optimaal worden benut.
Biobased economy
‘In de testperiode gaan we het sap en de koek afkomstig uit het geperste gras laten onderzoeken op een aantal nieuwe toepassingen’, vertelt Jan Cees Vogelaar, agrariër uit Lelystad en initiatiefnemer van HarvestaGG. ‘Zo doen we kennis op van de samenstelling van het sap en de toepasbaarheid voor diervoerder. Ook leren we over toepassingsmogelijkheden voor zoet- en smaakstoffen in voedingsmiddelen.’ Naast onderzoek van perssap vinden er ook vergistingsproeven plaats. Daarmee wordt de kwaliteit van de biogasproductie getest en de wijze waarop het digestaat verwerkt kan worden tot een puur plantaardige organische meststof. Ten slotte worden de capaciteit en de resultaten van vergisters vergeleken met eerder uitgevoerde testen deze zomer door  wetenschappelijke instituten en grootschalige praktijktesten.
De uitkomsten van het onderzoek helpen HarvestaGG en Essent verder in hun streven om te komen tot een biobased economy, waarin hernieuwbare grondstoffen uit de agrarische sector worden geraffineerd en zo optimaal mogelijk ingezet ter vervanging van fossiele grondstoffen.
Flevoland
Om de onderzoeken te kunnen doen, heeft HarvestaGG onder andere subsidie gekregen van de provincie Flevoland.  Met de ontwikkeling van biogasproductie uit gras speelt HarvestaGG in op het duurzaamheidsbeleid van de provincie dat is gericht op 100 procent energieneutraal zijn in 2020.
Speciaal geteeld gras
Naast de productie van diervoerder en een biobrandstof levert HarvestaGG ook een bijdrage aan een duurzame akkerbouw. Voor een belangrijk deel wordt het gras geteeld door het op te nemen als rustgewas in het rotatieplan van de akkerbouwer. Door de toepassing van dit gras neemt de kwaliteit van bodem substantieel toe, wat ten goede komt aan de voedselproductie in de jaren daarna. Gras hoeft bovendien niet bespoten te worden met allerlei bestrijdingsmiddelen, waardoor de waterkwaliteit goed blijft en het bodemleven kan herstellen.

Algae Food & Fuel investeert in Delfts algen-onderzoek

Het bedrijf Algae Food & Fuel zal de komende zes jaar een belangrijke investering doen in algen-technologie die door de TU Delft is ontwikkeld en gepatenteerd. Algae Food & Fuel wil de Delftse technologie opschalen en op termijn een productielijn voor algenolie opzetten. Van die algenolie is onder meer biodiesel te maken. Het contract tussen Algae Food & Fuel en de TU Delft wordt bezegeld tijdens de Innovatie-estafette, op dinsdag 12 november in de RAI te Amsterdam.
Algen zijn interessante kandidaten voor de grootschalige productie van olie. Onderzoekers van de TU Delft zijn intensief met dit onderwerp bezig en hebben onlangs een slimme methode ontwikkeld waarmee ze uit alle algen de dikste, en dus meest geschikte, soort kunnen vinden. Het uiteindelijke doel is om hiermee olieproducerende algen zo dik mogelijk te maken, ze vervolgens uit te persen, er biodiesel van te maken en daar auto’s op te laten rijden.
Algae Food & Fuel is een joint venture van de firma’s BioSoil en Tendris Solutions, van uitvinder  ondernemer Taco Neeb. Directeur Arnout van Diem verwacht op termijn dat verder onderzoek tot verdere verbetering van de waardevolle inhoudsstoffen in Algen zal leiden zowel kwalitatief als kwantitatief wat bijdraagt aan het oplossen van het wereld voedselprobleem.
De samenwerking met Algae Food & Fuel is voor de TU Delft van groot belang om verder onderzoek te kunnen doen naar het op grote schaal produceren van olie. De afdeling onder leiding van professor Mark van Loosdrecht zal verder onderzoek verrichten naar de op microbieel ecologische principes gebaseerde technologie voor de productie van biodiesel en meervoudig onverzadigde vetzuren.

donderdag 7 november 2013

‘Survival of the Fattest’ kansrijk voor olieproductie uit algen

Algen zijn interessante kandidaten voor de grootschalige productie van biodiesel. Onderzoekers aan de TU Delft hebben nu een slimme methode ontwikkeld waarmee ze uit alle algen de dikste, en dus meest geschikte, soort kunnen vinden. Ze publiceren hier deze week over in het wetenschappelijke tijdschrift Energy & Environmental Science.
‘Het uiteindelijke doel van ons onderzoek is om olieproducerende algen zo dik mogelijk te maken, ze vervolgens uit te persen, er biodiesel van te maken en daar auto’s op te laten rijden’, legt promovendus Peter Mooij van de TU Delft uit.
Een grote bedreiging voor het stabiel kweken van olieproducerende algen is besmetting door andere, dunnere algen. Een mogelijke oplossing is om met gesloten kweeksystemen te werken en er door sterilisatie voor te zorgen dat buitenstaanders het systeem niet binnen kunnen dringen. Theoretisch gezien is dit mogelijk, maar op grote schaal is het praktisch onhaalbaar en erg kostbaar.
‘Onze manier van werken is meer geschikt voor algenproductie op grote schaal. Wij proberen namelijk voor een bepaalde eigenschap te selecteren en niet voor een bepaalde algensoort. Het maakt ons niet uit of alg A of alg B in ons systeem zit, zolang de eigenschap ‘dik zijn’ maar aanwezig is. Alle algen zijn dus welkom in het systeem’, zegt Mooij.
‘Olie is voor algen een koolstof- en energieopslag. Energie en koolstof komen bijvoorbeeld goed van pas in lange donkerperiodes of als het koud is. Algen hebben echter ook energie en koolstof nodig voor celdeling en om voedingsstoffen (zoals fosfaat en stikstof) uit het water op te nemen.’
Dit gegeven neemt Mooij als uitgangspunt. ‘Het principe werkt als volgt. We gaan naar de dichtstbijzijnde vijver en vullen een buisje met algen. Terug in het lab gooien we die in een reactor. Vervolgens geven we de algen overdag licht en CO2. Dat is genoeg om olie te maken, maar de algen kunnen niet delen. Daar zijn namelijk voedingsstoffen voor nodig en die geven we ze pas in het donker. Om die op te nemen hebben de algen energie en koolstof nodig. Als gevolg daarvan kunnen alleen de dikke algen delen, omdat die dat overdag opgeslagen hebben. Omdat we elke dag een deel van de algen verwijderen, wordt de cultuur na een tijdje volledig overgenomen door dikke algen, Survival of the Fattest dus.’
Mooij en zijn collega’s hebben nu voor het eerst in een proefreactor aangetoond dat dit principe ook echt werkt. Ze publiceren hier deze week over in het wetenschappelijke tijdschrift Energy & Environmental Science.
Helaas is er nog een belangrijk voorbehoud, vertelt Mooij. ‘Het Survival of the Fattest-principe blijkt prachtig te werken: aan het begin is er een hele dierentuin aan algen aanwezig en na verloop van tijd wordt het systeem inderdaad (bijna) een monocultuur. Maar de dikke alg produceert helaas nog geen olie. Algen maken namelijk niet alleen olie als energie- en koolstofopslag, maar ook zetmeel. En ons proefmilieu is wel selectief voor het maken van opslag in het algemeen, maar nog niet specifiek voor het opslaan van olie of zetmeel. Daarvoor moet het milieu nog specifieker gemaakt worden. En daar zijn we hard mee bezig.’

HarvestaGG en Essent starten nieuwe proeven met diervoerder en biogas uit gras

HarvestaGG en Essent zijn nieuw onderzoek gestart naar de toepassing van geperst gras in levensmiddelen, diervoeding en productie van biogas. De komende twee maanden zal 700 kilo gras worden verwerkt. De uitkomsten van het onderzoek vormen een nieuwe stap op weg naar de biobased economy, waarbij hernieuwbare grondstoffen optimaal worden benut.
Biobased economy
‘In de testperiode gaan we het sap en de koek afkomstig uit het geperste gras laten onderzoeken op een aantal nieuwe toepassingen’, vertelt Jan Cees Vogelaar, agrariër uit Lelystad en initiatiefnemer van HarvestaGG. ‘Zo doen we kennis op van de samenstelling van het sap en de toepasbaarheid voor diervoerder. Ook leren we over toepassingsmogelijkheden voor zoet- en smaakstoffen in voedingsmiddelen.’ Naast onderzoek van perssap vinden er ook vergistingsproeven plaats. Daarmee wordt de kwaliteit van de biogasproductie getest en de wijze waarop het digestaat verwerkt kan worden tot een puur plantaardige organische meststof. Ten slotte worden de capaciteit en de resultaten van vergisters vergeleken met eerder uitgevoerde testen deze zomer door  wetenschappelijke instituten en grootschalige praktijktesten.
De uitkomsten van het onderzoek helpen HarvestaGG en Essent verder in hun streven om te komen tot een biobased economy, waarin hernieuwbare grondstoffen uit de agrarische sector worden geraffineerd en zo optimaal mogelijk ingezet ter vervanging van fossiele grondstoffen.
Flevoland
Om de onderzoeken te kunnen doen, heeft HarvestaGG onder andere subsidie gekregen van de provincie Flevoland.  Met de ontwikkeling van biogasproductie uit gras speelt HarvestaGG in op het duurzaamheidsbeleid van de provincie dat is gericht op 100 procent energieneutraal zijn in 2020.
Speciaal geteeld gras
Naast de productie van diervoerder en een biobrandstof levert HarvestaGG ook een bijdrage aan een duurzame akkerbouw. Voor een belangrijk deel wordt het gras geteeld door het op te nemen als rustgewas in het rotatieplan van de akkerbouwer. Door de toepassing van dit gras neemt de kwaliteit van bodem substantieel toe, wat ten goede komt aan de voedselproductie in de jaren daarna. Gras hoeft bovendien niet bespoten te worden met allerlei bestrijdingsmiddelen, waardoor de waterkwaliteit goed blijft en het bodemleven kan herstellen.

zaterdag 2 november 2013

Besluit over Biogas Agriport wordt begin 2014 genomen

Biogas Agriport verwacht in het voorjaar van 2014 een definitief besluit te nemen of het bedrijf zich met een vergistinginstallatie vestigt nabij glastuinbouwers op het logistiek en agrarisch bedrijventerrein langs de A7 in Middenmeer. Biogas Agriport zou op het bedrijventerrein van Agriport A7 een installatie willen plaatsen om op termijn jaarlijks 180.000 ton aan plantresten te kunnen vergisten. De bouwvergunning is afgegeven, maar de financiering van de bouw is nog niet rond. Of er installatie er komt hangt ook af of er voldoende glastuinders in het gebied zijn die contracten willen sluiten voor het leveren van gewasresten en of het biogas en de CO2 rendabel kunnen worden afgezet.

vrijdag 1 november 2013

Biogas op terminal van DP World en Antwerp Gateway

In een beschuttende feesttent werd dinsdag namiddag aan het Deurganckdok een boompje geplant en meteen de eerste spadesteek gegeven voor een biogasinstallatie bij DP World en dochtermaatschappij Antwerp Gateway. De centrale, die volgende zomer opengaat, zal werken met 60.000 ton biologisch afval per jaar. Dat gaat naar vergisters, waarin bacteriën hun werk doen. Zij produceren aldus methaangas dat in opslagtanks wordt bewaard.

donderdag 24 oktober 2013

Nieuwe mengvorm voor schoon gas uit biomassa

Het Gelderse Hellouw is een klein dorp met grote ambities. De broers Henk en Kees van Noord maken er al sinds 2006 plannen voor een biomassavergister, die nu werkelijkheid lijkt te worden. Daarin willen zij mest en bermmaaisel uit de lokale omgeving vergisten, om vervolgens schoon biogas te leveren aan een steenfabriek en woonwijk. Met Stichting Biomassa Hellouw willen Henk en Kees van Noord duurzame plannen in de omgeving realiseren, te beginnen met een biomassavergister. Henk: ‘We komen uit een agrarische omgeving en zijn van boerenafkomst. Een biomassavergister leek ons een goede manier om de reststromen in de omgeving te benutten.’

woensdag 23 oktober 2013

Opening rondreizende expositie Bio-Based

Op donderdag 7 november is op proefbedrijf ’t Kompas in Valthermond de opening van de expositie ‘Bio-Based’. In de expositie, die is samengesteld door Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO), leert het publiek op een snelle en spannende manier de biobased economy kennen.
Gedeputeerde van Drenthe de heer A. van der Tuuk verricht de opening, samen met de heer Dr. G. Höher, hoofd van de afdeling hernieuwbare grondstoffen, bio-energie en landbouw- en milieubeleid van het Duitse ministerie voor Voedsel, Landbouw en bescherming van de Consument. Het programma start om 15.00 uur.
‘Bio-Based’ is een expositie waarin het publiek op een snelle en spannende manier de biobased economy leert kennen. De grote omwenteling van een oliewereld naar een groene wereld wordt verteld in een glazen bol, het hart van de expositie. Daarom heen staan biobased counters vol met voorbeelden van grondstoffen, raffinageprocessen, eindproducten en sluiten van kringlopen. ‘Bio-Based’ staat letterlijk ‘bol’ van de nieuwste technieken om het verhaal zeer eigentijds neer te zetten. Er wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van visuele taal. Verder worden bezoekers via smartphones met mini filmpjes (ook wel augmented reality genoemd) door de expositie heen geleid. In circa 30 minuten kan de bezoeker zo zijn eigen beeld vormen over de waarde van biobased en in het bijzonder biopolymeren.
Proefbedrijf ’t Kompas is de thuisbasis van de expositie, die flexibel is in verplaatsbaarheid en omvang. De doelgroep van de expositie is in eerste instantie de consument die (nog) niet weet wat je kunt maken van biomassa. Daarnaast worden met ‘Bio-Based’ scholieren en ondernemers uit verschillende sectoren benaderd.
De tentoonstelling wordt in het kader van het INTERREG IVA programma Deutschland-Nederland medegefinancierd door de Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de Provincie Drenthe en de Niedersächsische Staatskanzlei ‘.

woensdag 16 oktober 2013

Rendabele biogasproductie door optimalisatie van anaerobe vergisting

Maris Projects en TU Delft zijn een nieuw Europees project gestart, gecoördineerd door het Finse Technologisch Onderzoekcentrum VTT, dat zich richt op de anaerobe vergisting van organische reststromen en de ontwikkeling van regelstrategieën. Anaerobe vergistingsprocessen kunnen worden geoptimaliseerd om meer biogas te produceren of zelfs om nog waardevollere vluchtige vetzuren te produceren. Deze vetzuren kunnen verder worden omgezet in fossiele grondstoffen vervangende “bio-based products” zoals bio-plastics.
Tijdens de anaerobe vergisting breken micro-organismen bij afwezigheid van zuurstof organisch materiaal in vier stappen af tot biogas. Regeling van het anaerobe proces is een van de belangrijkste manieren om de biogasproductie efficiënter te maken. Tijdens het OPTI-VFA project zal een prototype voor procesmonitoring en –regeling worden ontwikkeld. Dit systeem maakt een efficiëntere productie van zowel vetzuren als biogas mogelijk. Het verbetert ook de winstgevendheid, rendement en betrouwbaarheid van het proces.
Door de positieve milieueffecten van het proces draagt  de anaerobe vergisting van organische reststoffen draagt bij aan de transitie naar een groenere samenleving. Door de vergisting zijn er minder risico’s met betrekking tot stank, pathogenen en pesticiden. Ook het risico op methaanemissie is afgenomen doordat het methaan onder gecontroleerde omstandigheden in een gesloten proces wordt geproduceerd en gebruikt voor de opwekking van energie.  
Het totale budget van het tweejarig project bedraagt €1,150,000 waarvan Maris en TU Delft ongeveer een kwart zullen besteden. TU Delft zal het onderzoek uitvoeren naar de cruciale parameters voor de procesmonitoring en procesregeling en zal de pilot praktijktest van het systeem begeleiden. Maris Projects zal de praktijkervaring inbrengen en de pilottest faciliteren.
Het consortium bestaat naast VTT, TU Delft en Maris Projects uit de volgende partners: Attero (Nederland), Optomesures (Frankrijk), Rikola (Finland), MTT Multantiv (Finland), MSI (Spanje) en CEIT (Spanje).

maandag 7 oktober 2013

Biomassa voor klimaat snijdt hout!

Het Planbureau voor de Leefomgeving kwam onlangs met het bericht dat biomassabijstook tot meer CO2-emissies leidt. Die conclusie is te kort door de bocht. We moeten verder kijken dan hun rekensommen. De oproep van Climategate en een groot deel van de energie-Twitteraars, die concluderen dat we er maar mee moeten stoppen, verbaast me.

maandag 30 september 2013

Biobrandstof uit menselijke urine

Micro-algen kunnen groeien op onverdunde menselijke urine. Dat biedt mogelijkheden voor nieuwe vormen van waterzuivering en wellicht ook kansen om urine om te zetten in bruikbare chemische stoffen en biobrandstoffen.
Onderzoekster Kanjana Tuantet publiceerde de resultaten van proeven met algen die groeien op onverdunde urine in het septembernummer van het wetenschappelijke tijdschrift The Journal of Applied Phycology. De algen groeien prima op urine, blijkt uit haar studie, bijna net zo hard als op de substraten die gangbaar zijn bij de kweek van algen.
De sectie Milieutechnologie van Wageningen University waar Tuantet werkt, doet onder andere onderzoek naar milieuvriendelijke alternatieven voor het toilet. In het laboratorium is bijvoorbeeld een systeem geïnstalleerd dat het mogelijk maakt om de urine in het toilet te scheiden van de uitwerpselen. Dat spaart water en biedt meer mogelijkheden voor het verwerken van de uitwerpselen dicht bij de bron.
De urine bevat ongeveer driekwart van de stikstof en ongeveer de helft van het fosfor van het huishoudelijk afvalwater. Door die meststoffen om te zetten in bruikbare producten kun je voorkomen dat de omgeving ermee wordt belast. Kanjana Tuantat vond dat snelgroeiende micro-algen prima gedijen op de urine van de Wageningse milieutechnologen. Voor een goede groei is alleen een beetje extra magnesium nodig. Micro-algen zijn een mogelijke bron voor eiwitten en andere biochemicaliën, maar ook voor biobrandstoffen en meststoffen.
Voordat de teelt van algen op urine commercieel interessant wordt, moeten er nog wel een aantal knelpunten worden opgelost, waarschuwt Tuantet. Algenteelt kan alleen concurreren met andere manieren om biobrandstoffen te maken als er naast de brandstof ook andere waardevolle producten uit de algen worden gewonnen. ‘We moeten nog onderzoeken of ook algensoorten die meer geld opbrengen in urine groeien.’ Bovendien is er voor grootschalige teelt van algen op urine een hoogtechnologisch systeem nodig. De algensoep wordt zo dik dat licht er maar mondjesmaat doordringt. Een systeem waarin de algen door dunne buizen stromen kan dat probleem ondervangen, maar dat vergt meer investeringen dan simpele kweeksystemen waarbij algen in de open lucht groeien. ‘Wat we nu hebben laten zien is dat het in principe kan. Of het commercieel haalbaar is, durf ik nog niet te zeggen.’

dinsdag 24 september 2013

Attero gaat gft-afval Milieusamenwerking Regio Arnhem verwerken

Vanaf 1 januari 2015 verwerkt Attero het gft-afval van negen gemeenten die deel uitmaken van Milieusamenwerking Regio Arnhem (MRA). Dat is de uitkomst van een Europese aanbesteding.  Het nieuwe contract heeft een looptijd van acht jaar, met een verlengingsoptie van twee jaar. Per jaar wordt door de deelnemende gemeenten naar schatting ongeveer 25.000 ton gft-afval ingezameld.
Vanaf de overslaglocatie in Duiven - waar alle gft-afval uit de regio wordt samengebracht - gaat het gft met ingang van 2015 naar de verwerkingsinstallatie van Attero in Wilp in Gelderland. Daar wordt het vergist, waarna er compost van wordt gemaakt. Bij het vergisten wordt biogas geproduceerd. Dat wordt gebruikt om groene stroom op te wekken.

woensdag 18 september 2013

Aardgas kan uitstoot transportsector beperken

Gecomprimeerd of vloeibaar aardgas (CNG of LNG) en uit aardgas te maken energiedragers als elektriciteit, waterstof en GTL (Gas to Liquid) kunnen de uitstoot van broeikasgassen en luchtverontreinigende emissies in de transportsector beperken. Dit is het geval als elektriciteit, waterstof of CNG toegepast worden bij personenauto’s en bussen en LNG wordt toegepast bij trucks en schepen. Om de uitstoot van broeikasgassen bij schepen te verbeteren is het echter wel nodig dat er eisen gesteld worden aan methaanemissies. Om de veiligheid voor LNG te waarborgen is het belangrijk om een goede controle te houden op de distributie infrastructuur.
Dit blijkt uit het rapport ‘Aardgas in transport’ dat CE Delft, ECN en TNO hebben opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. In het onderzoek zijn verschillende vormen van aardgas als primaire energiebron in de transportsector vergeleken met diesel en benzine. De analyse omvatte milieu, kosten en veiligheid. Met een toekomstvisie naar 2025 is de hele keten van de brandstoffen meegenomen: van winning aan de bron tot de verbranding in de motor.
Elektriciteit, waterstof en CNG zijn vooral goede opties voor personenauto’s, bussen en distributietrucks. LNG is met name geschikt voor trucks en schepen. Vermindering van luchtverontreinigende emissies zoals stikstofoxide (NOx), fijnstof en zwaveloxide (SOx) is technisch mogelijk maar is in de praktijk sterk afhankelijk van de toekomstige emissiewetgeving. Het bewijs dat de grootste reductie van broeikasgassen is te behalen door het gebruik van elektriciteit en waterstof voor personenauto’s en bussen moet in de praktijk nog wel geleverd worden.
Schepen en voertuigen op aardgas, elektriciteit of waterstof zijn duurder dan op diesel en benzine. De meerkosten worden in de meeste gevallen gecompenseerd door lagere brandstofkosten. Voor het wegtransport mede omdat de accijns op de alternatieve brandstoffen lager is.
De Green Deal LNG, Rijn en Wadden die in 2012 tussen regering en bedrijfsleven is overeengekomen, gaat uit van een toekomstig LNG-gebruik van 2 tot 3 miljoen ton. Daarmee kan volgens het rapport zo’n 650 kton broeikasgas bespaard worden, 26 kiloton stikstof, 1,3 kiloton fijnstof en 7,7 kiloton zwavel. Het energieverbruik in de hele keten stijgt hierdoor echter wel met 7 miljoen gigajoule (ca 5%), omdat het vloeibaar maken en samenpersen van aardgas extra energie kosten.
Aanbevolen wordt om het volume van het duurzamere bio-CNG en bio-LNG in de toekomst te vergroten en ook de mogelijkheden van andere biobrandstoffen zoals (synthetische) biodiesel verder te onderzoeken.
In de studie is de veiligheid van de LNG distributie onderzocht. Daarbij kwam naar voren dat meer aandacht nodig is voor de tankstations en het tankautotransport van LNG over de weg. Het laatste kan op lange termijn kritisch worden als de volumes sterk toenemen.

dinsdag 17 september 2013

Europese procesindustrieën: minder grondstoffen en energie

Volgend jaar gaat het nieuwe zevenjarige onderzoeksprogramma van de Europese Commissie van start: Horizon2020. Daarbinnen krijgen een paar grote Publiek-Private Partnerships (PPP’s) een plaats. Eén van de beoogde PPP’s is SPIRE dat als ambitie heeft in samenwerking met een aantal procesindustrieën het gebruik van grondstoffen met 20% en het verbruik van energie met 30% terug te dringen. TNO leverde en levert hier belangrijke bijdragen aan.
De eerste call voor onderzoeksvoorstellen wordt eind 2013 verwacht. SPIRE staat voor Sustainable Process Industry through Resource and Energy Efficiency. Hierin werken tientallen Europese bedrijven, industriële organisaties en onderzoeksinstellingen samen. Het bedrijfsleven is vertegenwoordigd door acht sectoren in de procesindustrie: chemie, staal, non-ferro, cement, keramiek, mineralen, engineering en water. ‘Het gaat hier om een omvangrijk initiatief met zeer ambitieuze doelstellingen’, vertelt dr. Dirk Verdoes, senior technisch consultant chemie van TNO. TNO heeft begin 2012 met een aantal collega-instituten in Europa en vertegenwoordigers van de procesindustrie de handen ineen geslagen. Nadat de Commissie zich enthousiast toonde over het idee achter SPIRE om de procesindustrie vergaand te verduurzamen, was er slechts een half jaar om de visie en ambities te beschrijven in een Roadmap om zo in aanmerking te komen voor een plek als PPP in Horizon2020. ‘Toch is dat gelukt.
De Europese procesindustrie verliest de laatste jaren gestaag marktpositie ten opzichte van Azië en Noord- en Zuid-Amerika. De beschikbaarheid en kosten van grondstoffen en energie in Europa spelen daarbij een belangrijke rol. Door nu de stap te zetten daarvan efficiënter gebruik te maken, kunnen we volgens Verdoes een schijnbaar kansloze positie ombuigen in een voorsprong.
‘Daardoor zijn doorbraken in innovatie nodig, die in de Roadmap zijn beschreven. Vele tientallen experts van bedrijven, hun organisaties en kennisinstellingen uit allerlei landen moesten in korte tijd een gedeelde visie ontwikkelen, bronnen raadplegen, alles op elkaar afstemmen, hun achterban meekrijgen en dat in een degelijke Roadmap opschrijven. Die is medio 2012 gepubliceerd. Daarop volgde een consultatieronde waarbij belanghebbenden de roadmap positief evalueerden en die tot slechts kleine bijstellingen hebben geleid. De Europese Commissie besluit binnenkort welke PPP’s mogen starten in Horizon 2020.’
Voor de ambities van SPIRE voor de procesindustrie moeten tal van innovatieve processen en technologieën worden ontwikkeld en gedemonstreerd. Verdoes is er van overtuigd dat er doorbraken gaan komen. ‘Er lopen in binnen- en buitenland veel initiatieven tot verduurzaming van de industrie. TNO is hierin ook op veel fronten actief. Doorgaans is dat beperkt tot één sector, zoals de chemie. SPIRE gaat veel verder door samenwerking tussen bedrijfstakken. Het succes in de ene is dan wellicht te transformeren naar de andere sector. Het gaat ook leiden tot nieuwe concepten. Denk aan de inzet van afvalstromen uit sector A als grondstof voor sector B. Je kan chemicaliën maken uit restwarmte en afgassen uit bijvoorbeeld de staalindustrie. Misschien moeten we fabrieken uit verschillende sectoren in elkaars buurt gaan bouwen zodat je ter plekke van de grondstoffen en energie van de ander profiteert. De acht bedrijfstakken kenden elkaar nauwelijks, maar trekken nu samen op en wisselen volop ideeën uit.’

maandag 16 september 2013

Biomassa als grondstof voor de industrie

De bio-based economy is ‘hot’. Zoek op Google en je krijgt meer dan 2 miljoen resultaten. De verwachting is dat, door verschillende socio-economische ontwikkelingen, de wereld in de toekomst aanzienlijk meer grondstoffen en energie nodig heeft dan vandaag. Voorspeld wordt dat de vraag naar energie bijna zal verdubbelen voor het eind van deze eeuw. Toenemende schaarste zal gepaard gaan met een constante strijd om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Soms succesvol, soms minder succesvol. Maar altijd met stijgende en volatiele grondstof- en energieprijzen als gevolg. Nieuwe grondstoffen, de bio-gebaseerde grondstoffen, zullen omarmd worden.

zondag 15 september 2013

NPG Energy geeft opdracht voor bouw biogasfabriek in Limburg

NPG Energy heeft het Duitse bedrijf Weltec Biopower gecontracteerd voor de bouw van een 2.4 MW biogasfabriek. Afnemer ivan het gas is de Spin-groep. De nieuwe biogasfabriek komt in de provincie Limburg te liggen. Deze zal bestaan uit twee bioreactoren met een capaciteit van 4.700 kubieke meter. Ook komt er een 'tweede fase verwerkingseenheid' met een capaciteit van 2.000 kubieke meter.

vrijdag 13 september 2013

Delftse gist maakt meer bio-ethanol door CO2 te gebruiken

Door het inbouwen van vier genen uit bacteriën en spinazie, hebben onderzoekers van de Technische Universiteit Delft de productie van bio-ethanol met gist verbeterd door koolstofdioxide te gebruiken. Hun vindingen zijn afgelopen week gepubliceerd in het tijdschrift Biotechnology for Biofuels.
Bio-ethanol wordt door de gist Saccharomyces cerevisiae gemaakt van suikers uit plantenmateriaal. De gist is hetzelfde micro-organisme dat in bier en wijn alcohol maakt. De productie van bio-ethanol neemt snel toe vanwege het gebruik als autobrandstof. Met 110 miljard liter per jaar is bio-ethanol het grootste product van de industriële biotechnologie. Verbeteringen in het proces kunnen daarom potentieel grote besparingen opleveren.
De suikers worden door de gist niet alleen omgezet in het eindproduct bio-ethanol, een deel gaat verloren door de vorming van het bijproduct glycerol. Tot voor kort werd dit gezien als een onvermijdelijk deel van dit proces. De onderzoekers zijn er nu in geslaagd de glycerolvorming te verminderen, door enzymen uit de Calvincyclus in te bouwen in de gist. De Calvincyclus kennen we ook van fotosynthese, waarbij CO2 vastgelegd wordt door planten. 
In het Delftse onderzoek werd het enzym Rubisco uit een CO2-vastleggende bacterie in combinatie met een gen uit spinazie in gist gezet. Samen met twee hulpgenen uit de E.coli bacterie zorgen die er voor dat de gist CO2 kan gebruiken om de vorming van glycerol sterk te verminderen. Hierdoor blijft er meer suiker over voor de omzetting naar bio-ethanol.
Door deze ingreep stijgt de bio-ethanolopbrengst van het proces met 11 procent, terwijl de glycerolproductie 90 procent afneemt. Een patent op deze vondst is inmiddels aangevraagd en de volgende stap is het opschalen in samenwerking met de industrie. De onderzoekers verwachten dat het proces binnen enkele jaren op industriële schaal beschikbaar zal zijn.

donderdag 12 september 2013

Groen gas veelbelovend voor betrouwbare, duurzame energievoorziening

Donderdag 12 september zal het eerste exemplaar van het boek 'Groen Gas - de rol van groen gas in de Nederlandse energievoorziening' in De Koperen Tuin te Leeuwarden door CEO Gertjan Lankhorst van GasTerra worden uitgereikt aan Ferd Crone, burgemeester van Leeuwarden. Dit gebeurt tijdens het eerste lustrum van de Groen Gas Barbecue, een jaarlijks terugkerende netwerkbijeenkomst voor de groengasmarkt, die wordt georganiseerd door de Stichting Energy Valley en Groen Gas Nederland. Het 160 pagina's tellende boekwerk maakt deel uit van de boekenserie 'De wereld van aardgas', waarin de betekenis en de toepassing van aardgas en de toekomst van de energievoorziening centraal staat. De boeken zijn gratis aan te vragen en te downloaden via www.gasterra.nl.
In Nederland is al veel praktijkervaring opgedaan met biomassavergisting en de inzet van groen gas. Deze ervaring is belangrijk om goede keuzes te kunnen maken voor het inpassen van nieuwe gassen in het fijnmazige Nederlandse aardgasnetwerk. Biogas kan, nog meer dan nu het geval is, een essentiële component zijn in de afvalverwerkingsketen. De techniek om biomassa om te zetten in groen gas kan zorgen voor een forse vergroening van de gasvoorziening. Samen met de inzet van innovatieve technieken, zoals micro-warmtekrachtkoppeling en gaswarmtepompen, leveren dergelijke combinaties qua duurzaamheid dubbele winst op.
Nederland is bij uitstek een aardgasland en heeft in 50 jaar tijd veel kennis over deze relatief schone en flexibel inzetbare energiebron opgebouwd. De laatste jaren is de transitie naar een zo duurzaam mogelijke, betrouwbare en betaalbare energievoorziening een belangrijk aandachtspunt van overheid en energiewereld. Daarbij wordt gekeken naar nieuwe, efficiёnte energietechnieken en de inzet van schone, duurzame energiebronnen. Met dat perspectief en vanuit de visie dat (aard)gas als transitiebrandstof de pijler vormt voor een duurzame energiehuishouding werkt GasTerra mee aan de ontwikkeling van groen gas.

woensdag 11 september 2013

Europees Parlement steunt overgang naar nieuwe biobrandstoffen

Het Europees Parrlement wil het gebruik van traditionele biobrandstoffen beperken en de omschakeling naar nieuwe biobrandstoffen uit alternatieve bronnen zoals algen of afval versnellen. Het pakket maatregelen, waar woensdag over is gestemd, beoogt de CO2-uitstoot als gevolg van het gebruik van landbouwgrond voor teelt van biobrandstofgewassen te verminderen.
"Het was een moeilijk debat omdat de economische belangen zwaar wegen. Het is een technische tekst, maar met belangrijke economische en ethische implicaties", zei Corinne Lepage (ALDE, FR) die het pakket door het EP heeft geloodst. Haar resolutie is aangenomen met 356 stemmen voor, 327 tegen en 14 onthoudingen.
Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat de CO2-uitstoot als gevolg van de productie van traditionele biobrandstofgewassen - zoals koolzaad of mais - de voordelen van het gebruik van die biobrandstoffen deels teniet doet.
Huidige wetgeving schrijft voor dat lidstaten er voor moeten zorgen dat in 2020 ten minste 10% van het brandstofgebruik voor transportdoeleinden moet bestaan uit biobrandstof. In de tekst die woensdag is aangenomen, wil het EP dit percentage voor traditionele biobrandstoffen beperken tot 6%.
Geavanceerde biobrandstoffen, gewonnen uit algen of afval, zouden in 2020 minimaal 2,5% moeten uitmaken van het totale brandstof gebruik voor transportdoeleinden, zo stelt het EP.


 

woensdag 4 september 2013

Voertuigen Schiphol op duurzame diesel

Alle voertuigen in het start- en landingsterrein van Amsterdam Airport Schiphol rijden vanaf september op duurzame diesel. Deze duurzame diesel is een bijproduct van duurzame biokerosine, gemaakt uit afgewerkt frituurvet.
Amsterdam Airport Schiphol heeft een overeenkomst gesloten met SkyNRG voor de levering van 300.000 liter van deze duurzame diesel die vervolgens wordt bijgemengd met 700.000 liter fossiele diesel. De luchthaven verbruikt op jaarbasis ongeveer 1 miljoen liter.
De vervaardiging van de duurzame diesel gaat niet ten koste van de voedselproductie of van natuurgebied, realiseert een grote reductie in CO² emissies en kwalificeert zich daarmee als zeer duurzaam. De diesel wordt door SkyNRG geproduceerd in Antwerpen.
Alle voertuigen in het landingsterrein zoals de brandweerwagens, sneeuwvlootvoertuigen en auto's van de vogelwacht rijden door gebruik van deze diesel duurzamer. De bijmenging met 30% duurzame diesel levert een CO²-reductie op van 25 procent.
Op dit moment is duurzame diesel duurder dan gewone diesel. De meerkosten van deze overeenkomst voor Schiphol bedragen 150.000 euro. Met de levering van 300.000 liter duurzame diesel kan Schiphol een jaar vooruit.
Amsterdam Airport Schiphol wil met deze investering concreet bijdragen aan de overgang naar een klimaatvriendelijker luchtvaartsector. Om dezelfde reden steunt Schiphol ook het Corporate BioFuel Programme van KLM, waarmee KLM bedrijven in staat stelt om een deel van hun reizen op duurzame biobrandstof te gaan vliegen en daarmee de verdere ontwikkeling van biokerosine te stimuleren.
Schiphol en KLM hopen dat andere bedrijven op en rond de luchthaven zich zullen aansluiten. Hoe groter de vraag naar duurzame brandstof, hoe goedkoper deze geproduceerd kan worden en hoe gemakkelijk de doorbraak ervan wordt.
De investering in duurzame diesel past in het Corporate Responsibility-beleid van Schiphol, waarin klimaatvriendelijke luchtvaart en duurzame mobiliteit  speerpunten zijn. Eerder deze zomer sloot Schiphol een contract voor de levering van 35 elektrische bussen voor het vervoer van reizigers tussen gate en vliegtuig. Daarnaast rijden er auto's van Schiphol op aardgas met biogascertificaat en zijn elektrische auto's onderdeel van het wagenpark.

maandag 2 september 2013

Nuon en Eneco bereiken overeenstemming over ontwikkeling van biomassacentrale

Nuon en Eneco bereiken overeenstemming over de ontwikkeling van één biomassacentrale voor duurzame warmte en elektriciteit in Utrecht. Tot op heden werden er in Utrecht twee biomassacentrales ontwikkeld. Eén door warmteleverancier Eneco, en de ander door energieproducent Nuon. Uitgangspunt van beide was om warmte duurzamer te gaan produceren dan nu gebeurt.
De warmtevraag in Utrecht geeft (economisch) echter ruimte voor slechts 1 biomassacentrale. Eneco en Nuon, die reeds decennia lang samenwerken in de stadverwarming in Utrecht , hebben daarom gezamenlijk gezocht naar een voor beide partijen bevredigende oplossing.  De overeenkomst houdt in dat er één centrale wordt ontwikkeld op de Nuon-locatie. Daarbij zijn afspraken gemaakt over de verdere samenwerking gedurende het project. 
Indien Nuon zou afzien van de ontwikkeling, dan kan Eneco de ontwikkeling op het terrein van Nuon voortzetten. Eneco heeft hiermee een maximale garantie op duurzame warmte voor haar klanten. De beslissing over de gunning van het project wordt eind 2014 verwacht. Eneco ziet hiermee vooralsnog af van verdere ontwikkeling van haar eigen centrale, maar blijft betrokken bij de ontwikkeling van de centrale van Nuon om ook in staat te zijn deze te kunnen overnemen, in het geval dit nodig mocht zijn.

maandag 26 augustus 2013

Steuntje in rug voor bedrijf Jan Cees Vogelaar

Het bedrijf HarvestaGG uit Lelystad krijgt een subsidie van 46.000 euro van de provincie Flevoland voor een vervolgonderzoek naar de productie van biogas uit gras. Het project sluit goed aan bij het oogmerk van de provincie om de energieproductie duurzamer te maken. HarvestaGG heeft de afgelopen jaren praktijk- en laboratoriumonderzoek gedaan en daarmee de kennis verworven om uit hernieuwbare biomassa groene grondstoffen te produceren.

zondag 25 augustus 2013

Gerberateler wil besparen op energiekosten via biomassavergasser-wkk

Gerberateler Simon Zwarts uit Mijdrecht hoopt op jaarbasis 250.000 euro te besparen op zijn energierekening door gebruik te gaan maken van een vergassingsinstallatie op basis van riet in combinatie met een wkk. Op zijn bedrijf van 1,5 hectare verstookt de sierteler nu jaarlijks 750.000 m3 gas. Voor het opwekken van elektriciteit, warmte en CO2 heeft hij twee wkk's staan met een capaciteit van 750 kilowatt. In plaats daarvan wil hij in de toekomst gaan werken met een biomassavergasser-wkk met een vermogen van 700 kilowatt.

vrijdag 16 augustus 2013

Houtkap voor bio-energie kan tot meer CO2-uitstoot leiden

Kappen van bomen voor bio-energie – als vervanging van fossiele brandstoffen - brengt het risico met zich mee dat de uitstoot van CO2 eerst vele jaren stijgt voordat deze daalt. Het kan wel 100 jaar duren voordat er sprake is van een vermindering. Rest- en afvalhout heeft dit nadeel niet of in veel mindere mate. Als houtkap gaat toenemen om meer energie uit biomassa op te wekken dan kan dit het bereiken van de CO2-doelen voor 2020 en 2050 eerder moeilijker maken dan dichterbij brengen. Dit blijkt uit de analyse “Climate effects of wood for bioenergy” van PBL in samenwerking met Alterra Wageningen UR, die vandaag is verschenen.
Momenteel wordt veel afval- en resthout voor bio-energie ingezet. Zo wordt zaagsel door veel houtverwerkende bedrijven weer gebruikt om hen van energie te voorzien en komt veel afvalhout in verbrandingsovens, waarbij elektriciteit en warmte worden geproduceerd. Bij ambitieuze beleidsdoelen voor hernieuwbare energie en vermindering van de uitstoot van broeikasgassen kan echter de vraag naar andere houtbronnen toenemen: houtresten uit de bossen of meer houtkap.
Bij kappen en uitdunnen blijven vaak houtresten in het bos achter, die langzaam wegrotten. Dat is gunstig voor de biodiversiteit en bodemkwaliteit, maar een deel van die resten kan ook als energiebron worden benut. Wel leidt directe verbranding op de korte termijn tot meer CO2 in de lucht dan geleidelijke afbraak in het bos. Bovendien is het rendement van bio-energie meestal lager dan van fossiele energie, waardoor het enkele – soms enkele tientallen - jaren kan duren voordat er daadwerkelijk vermindering van de CO2-uitstoot optreedt.
Het daadwerkelijke effect op de hoeveelheid CO2 in de lucht hangt dus sterk samen met wat er anders met het hout en de koolstof daarin zou zijn gebeurd. Dat is ook onderzocht voor extra houtkap. Het overgrote deel van de bossen in Europa – en ook in vele andere wereldregio’s – is relatief jong. Zonder kap zouden de bomen flink doorgroeien met een grote CO2-opname is als gevolg. De nieuwe aanplant groeit in de eerste jaren veel minder snel. Het vraagt dus niet alleen tijd om na het kappen de bomen terug laten groeien, maar ook om te compenseren voor het tijdelijke verlies aan CO2–opname en de extra CO2 in de lucht als gevolg daarvan. Dan duurt het in veee gevallen meer dan 100 jaar, voordat er een vermindering van CO2 in de atmosfeer optreedt ten opzichte van de situatie met fossiele brandstoffen.
Het blijft voor de koolstofbalans daarom gunstiger om gekapt hout eerst toe te passen als bouw- of productiemateriaal en het pas aan het eind van de levensduur in het afvalstadium als bio-energie in te zetten. Er wordt dan immers veel tijd gewonnen omdat de koolstof voor lange tijd in houten producten wordt vastgehouden. Het hout komt echter pas veel later beschikbaar voor energie. Een snelle toename van houtaanbod voor bio-energie is langs deze weg niet mogelijk.
Op Europees niveau worden duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa voorbereid. Die criteria zullen cruciaal zijn om te voorkomen dat klimaatbeleid gericht op CO2-vermindering in 2020, 2030 of 2050 in deze periode juist leidt tot stijgende CO2-emissies.

vrijdag 9 augustus 2013

Twence in Hengelo vergist Gelders GFT-afval

Afvalverwerker Twence heeft een nieuwe opdracht binnengesleept. Het Hengelose bedrijf gaat het gft-afval verwerken van negen gemeenten in het Gelderse Rivierenland. De gemeenten hebben Twence de opdracht gegund omdat die goedkoop en duurzaam kan werken. Twence maakt eerst biogas van het aangeleverde groente-, fruit- en tuinafval en composteert de rest.

donderdag 8 augustus 2013

Biogas Varsseveld: drie beroepschriften

Tegen de vergunning voor een biogasinstallatie in Varsseveld zijn drie beroepschriften ingediend. Die zijn afkomstig van Leefbaar Buitengebied Gelderland (namens een reeks omwonenden en twee milieugroepen), Varssevelds Belang en Koel- en Vrieshuis Lintelo.

woensdag 31 juli 2013

Biogas mocht altijd al in Foxhol

Een biogasinstallatie op het terrein van Avebe in Foxhol was altijd al toegestaan. Dat antwoordt de gemeente Hoogezand-Sappemeer op vragen van het CDA. Die wilde weten of het bestemmingsplan voor of na de eerste contacten over de installatie was gewijzigd. "De biogasinstallatie was op basis van de bestemmingsplannen uit 1961 en 2006 toegestaan", schrijft de gemeente.

zaterdag 27 juli 2013

TCE GoFour doet meer met biomassa

Dat biomassa niet alleen een bron is van energie, blijkt uit een recente innovatie die meedingt naar de Food Valley Award 2013. Het Groningse bedrijf TCE GoFour noemt de technologie, die als installatie 'on-farm' te plaatsen is, bio product processor (BPP). Met de technologie is niet alleen warmte op te wekken uit biomassa, maar zijn ook waardevolle grondstoffen en halffabrikaten te winnen. 

dinsdag 23 juli 2013

Chemische bouwstenen voor plastics en coatings uit biomassa

TNO heeft een methode gepatenteerd die het mogelijk moet maken om zonder zuurstof organische zuren grootschalig en rendabel te winnen uit biomassa. Dat betekent niet alleen energiebesparing en veel minder uitstoot maar ook een grootschaliger en goedkoper manier van produceren. Bouwsteenmoleculen om bijvoorbeeld plastics en coatings te maken, zijn nu nog afkomstig uit aardolie.
Tijdens onderzoek naar de eigenschappen van gist ontdekten experts van TNO een nieuwe metabole route. Een normale biologische route in schimmels is de zogeheten citroenzuur- of TCA-cyclus, die een centrale rol speelt in het omzetten van suikers in organische zuren. Daarbij is altijd zuurstof nodig. Door genetische veranderingen in schimmels aan te brengen slaagden TNO erin een “slapende” route aan te zetten die sterk lijkt op de TCA cyclus. De route heeft als voordeel dat het organische zuren produceert zonder dat daarbij zuurstof vereist is.
Programmamanager Dr. Ernst Geutjes van TNO: ‘De vinding is dermate baanbrekend dat we er direct patent op hebben aangevraagd. Als we er de komende tijd in slagen de methode verder te ontwikkelen, kan deze een belangrijke bijdrage leveren aan het verduurzamen van de chemische industrie. Voor de productie van organische zuren, die de bouwstenen leveren voor tal van kunststoffen, is dan geen zuurstof meer nodig. Dat betekent een forse energiebesparing en grootschaliger produceren, waardoor er meer geproduceerd kan worden tegen lagere kosten. Reactorvaten waarin zuurstof wordt gebruikt, zijn nu maximaal 250 kuub, terwijl de zuurstofloze methode reactoren tot 1.500 kuub mogelijk maakt. Behalve kostenbesparing biedt de methode ook perspectieven voor het reduceren van het broeikaseffect omdat in plaats van zuurstof mogelijk de vervuilers koolstofdioxide en nitraat gebruikt kunnen worden als energiebron.
Tot op heden is de productie van organische zuren uit biomassa in de meeste gevallen niet rendabel. Suikers maken uit biomassa, zoals landbouwafval of papier- en kartonresten, om die uiteindelijk om te zetten in organische zuren is een complex en duur productieproces. De TNO-methode maakt het mogelijk allerlei soorten moleculen te produceren en is dus niet beperkt tot één zuur en het opent een breed scala aan toepassingen. ‘Je moet dit zien als een platformtechnologie’, zegt Geutjes. ‘Volgens deze methode kun je van de citroenzuurcyclus een grote variant aan zuren produceren en afgeleiden ervan, zoals bijvoorbeeld lysine en vetzuren die veel worden gebruikt in de farmaceutische industrie’.
Allereerst heeft de chemie baat bij deze methode omdat zij nog veel te afhankelijk zijn van olie om bouwstenen voor plastics en meer te maken. Dat geldt ook voor de farmaceutische industrie, leveranciers van grondstoffen, fermentatiebedrijven en bouwers van installaties. ‘We willen het liefst de hele keten hierbij betrekken. Dergelijke partnerships bestaan nu al omdat bedrijven beseffen dat ze alleen gezamenlijk de benodigde expertise en kennis in huis hebben om de valorisatie van biomassa rendabel te maken. In samenwerking met het bedrijfsleven gaan we de techniek verder ontwikkelen. Binnen een paar jaar moet er een proof-of-concept gereed zijn. Op termijn kan de industrie op grote schaal zuren en derivaten produceren. De benodigde bouwstenen voor de productie van kunststoffen zijn dan bio-based in plaats van gemaakt uit olie’, aldus Geutjes.

zaterdag 20 juli 2013

Waterschap maakt biogas van plas

Rivierenland onderzoekt met andere waterschappen de mogelijkheid om groene energie op te wekken uit afvalwater. De technieken zijn inmiddels zover ontwikkeld, dat meer rioolwaterzuiveringen vanaf 2014 energieneutraal kunnen draaien, en zelfs biogas en warmte kunnen leveren. Dat geldt nu bijvoorbeeld al voor een waterzuivering in Apeldoorn, die dankzij vergisting van afvalwater warmte levert aan een nabijgelegen woonwijk.

donderdag 18 juli 2013

'Bellen op biobrandstof'

Sms'en, surfen op internet, bellen met je smartphone; en dat allemaal dankzij het menselijke afvalproduct urine. Het is Britse wetenschappers gelukt voldoende energie te halen uit de plas van mensen om een Samsungtelefoon aan te drijven. Voor de energieopwekking maakten ze gebruik van micro-organismen, meldde de Australische zender Sky woensdag. Een team van het Bristol Robotics Laboratory deed de opzienbarende vondst. „We zijn heel erg opgewonden hierover, want het is voor het eerst. Niemand heeft stroom uit urine gehaald om dit te doen, dus het is een opwindende ontdekking. Het gebruiken van het ultieme afvalmiddel als energiebron is zo eco als je het maar kunt krijgen”, aldus een van de onderzoekers

dinsdag 2 juli 2013

Herkomst van biomassa voor groene stroom vaak onduidelijk

Het is onduidelijk wat de herkomst is van biomassa die in Nederlandse kolencentrales wordt bijgestookt. Dit terwijl het een steeds belangrijker bron van groene stroom lijkt te worden. De meeste energiemaatschappijen geven hooguit een uitsplitsing naar land voor de biomassa waarmee ze groene energie opwekken. Volgens de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) is dat onvoldoende, omdat er binnen de landen verschillende vormen van biomassa worden geproduceerd. De CO2-winst kan daarmee ook sterk variëren.

maandag 1 juli 2013

Miljoen voor onderzoek biogas Parenco

Een nieuw consortium van bedrijven investeert samen met de stadsregio een miljoen euro in een onderzoek naar koppeling van de waterzuiveringsinstallaties van papierfabriek Parenco in Renkum en die van het aanpalende Waterschap Vallei en Veluwe.

donderdag 27 juni 2013

Gebrek aan transparantie in de biomassaketen

Energie opwekken met behulp van biomassa wordt een steeds belangrijker alternatief voor fossiele brandstoffen. Als een van de grootste gebruikers van biomassa speelt Nederland wereldwijd een sleutelrol in de biomassa-sector. In Nederlandse kolencentrales worden grote hoeveelheden houtpellets bijgemengd. Dit is momenteel ook een belangrijk discussiepunt in de onderhandelingen over het Energieakkoord van de Sociaal-Economische Raad. Ondanks de sociale en de milieurisico’s die biomassaproductie met zich meebrengt, geven de grote Nederlandse energiemaatschappijen niet genoeg openheid over de herkomst van hun houtpellets om met zekerheid te kunnen vaststellen dat deze niet bijdragen aan milieuschade en mensenrechtenschendingen.
Bio-energie wordt in Nederland voor het grootste deel opgewekt door houtpellets met kolen mee te stoken in kolencentrales. Deze pellets worden gemaakt van zaagsel, maar ook van complete bomen van plantages, en zelfs van bomen uit oerbossen. Ongeveer 80% van de in Nederland gebruikte biomassa wordt geïmporteerd. Als biomassa op een niet-duurzame wijze wordt geproduceerd kan dit leiden tot ontbossing, verlies van biodiversiteit, stijgende voedselprijzen (door concurrentie om landbouwgrond) en land- en mensenrechtenschendingen. Ondanks het groene imago van biomassa kan de verhoogde CO2-uitstoot van een onduurzame biomassaketen zo per slot van rekening zelfs negatieve gevolgen hebben voor het klimaat. Door precies te weten waar, hoe en onder welke omstandighedenbiomassa is geproduceerd, kan bepaald worden of het voldoet aan de duurzaamheidscriteria zoals die ontwikkeld zijn door de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa (de Commissie Corbey).
In het onderzoekrapport ‘From whence the wood’ wordt het gebrek aan transparantie in de biomassaketen aangekaart en wil SOMO druk uitoefenen op eindgebruikers om verantwoordelijkheid te nemen voor de omstandigheden waaronder biomassa wordt geproduceerd. Het SOMO-rapport werpt licht op de herkomst van de biomassa die door de zes grootste energieproducenten wordt geïmporteerd: E.ON, Eneco, EPZ (DELTA), GDF Suez, RWE/Essent en Vattenfall/Nuon. Het onderzoek laat zien dat het leeuwendeel van de biomassa afkomstig is uit Canada, de Verenigde Staten en Rusland. Een klein, maar toenemend deel wordt geïmporteerd uit ontwikkelingslanden als Zuid-Afrika, Brazilië en Ghana.
SOMO geeft met dit rapport als eerste een zo volledig en gedetailleerd mogelijk beeld over de oorsprong van de biomassa die in Nederland wordt verstookt. Een compleet beeld is echter niet mogelijk, aangezien de meeste energiemaatschappijen wel enige informatie verschaffen over de herkomstlanden van de gebruikte houtpellets, maar weinig tot geen informatie loslaten over de plantages of bossen waar het hout vandaan komt en wie de leveranciers zijn. Dat detailniveau is echter cruciaal om te kunnen bepalen of biomassa duurzaam is geproduceerd. Van de zes onderzochte energiemaatschappijen kan Eneco als meest transparant worden beschouwd, gevolgd door RWE/Essent en GDF Suez, terwijl EPZ (DELTA) het minst open is.
Het rapport concludeert dat geen van de zes onderzochte bedrijven voldoet aan de internationale normen op het gebied van ketentransparantie. Politici, ngo’s en consumenten die zich hard maken voor duurzame energie(ketens) zouden moeten eisen dat deze bedrijven transparanter zijn over hun toeleveranciers van biomassa.

dinsdag 25 juni 2013

'Biomassa kans voor Nederlandse economie'

Het kabinet wil in 2020 16 procent duurzame energie realiseren. Ab van der Touw CEO van Siemens Nederland voorziet daarbij grote kansen voor biomassa.  "De kennis over biomassa levert enorme kansen voor de opbouw van een nieuwe Nederlandse economie", zegt Van der Touw op 7 Ditches TV. De CEO denkt dat investeerders op dit moment uitwijken naar het buitenland omdat in Nederland een langetermijnvisie ontbreekt.

maandag 24 juni 2013

PepsiCo Veurne investeert in biogas en waterrecuperatie

Het Amerikaanse voedingsconcern PepsiCo heeft in zijn vestiging in Veurne heeft nieuwe installaties voor biogas en drinkwater in gebruik genomen. De projecten moeten het bedrijf toelaten verder te evolueren naar een milieuvriendelijke productie. De biogasinstallatie zou de West-Vlaamse site van PepsiCo toelaten om 25 procent van het eigen elektriciteitsgebruik te dekken.

vrijdag 21 juni 2013

Primeur: schone bus rijdt op vloeibaar biogas

De regio Helmond/Eindhoven heeft een Europese primeur in het openbaar vervoer. Sinds maandag rijden er twee (proef)bussen op vloeibaar biogas (Liquified Bio Gas, LBG). De innovatieve bussen hebben door toepassing van geavanceerde technologie een laag brandstofverbruik en een veel lagere NOx uitstoot. Omdat bovendien gekozen is voor vloeibaar biogas als brandstof is de CO2-emissie 80% lager.

woensdag 19 juni 2013

Biogasproducent Kloosterman en Attero sluiten overeenkomst

Johan Kloosterman van Kloosterman Biogas in Nieuweroord en algemeen directeur Pierre Vincent van Attero hebben op 11 juni een overeenkomst gesloten. Beide partijen gaan samenwerken in het realiseren van een project waarbij Kloosterman biogas gaat leveren en Attero dit biogas gaat opwaarderen tot groen gas. Dit groen gas wordt vervolgens geïnjecteerd in het aardgasnet van netbeheerder Enexis.
Het project omvat diverse onderdelen. Allereerst de aanleg van een biogasverzamelleiding van 11,5 kilometer van Kloosterman Biogas in Nieuweroord naar de locatie Wijster van Attero. Ook wordt er een vergistingssilo bij Kloosterman Biogas bijgebouwd. Op de locatie Wijster gaat Attero een nieuwe gasopwerkingsinstallatie bouwen om het biogas op te waarderen naar groen gas. Ook legt het bedrijf een voorziening aan om het geproduceerd groen gas in het net van netbeheerder Enexis te pompen. Het gaat daarbij om 4 miljoen Nm3 groen gas per jaar.
Het project is mede mogelijk door een investeringssubsidie van de provincie Drenthe. De provincie Drenthe keert maximaal 4,8 miljoen euro uit als subsidie aan Attero voor de realisatie van dit project. Een deel van de subsidie is bedoeld voor de eerste fase van het project: de aanleg van de biogasleiding van Kloosterman Biogas en de aansluiting op het aardgasnet van Enexis. Deze biogasleiding biedt ook andere agrariërs en biogasproducenten de mogelijkheid om aan te sluiten op de leiding en de groen gas hub van Attero. De hub is een opwerkingsinstallatie waar biogas van verschillende producenten centraal wordt opgewerkt naar aardgaskwaliteit.
Het is de eerste biogasverzamelleiding die in Nederland wordt aangelegd en aangesloten wordt op een groen gas hub. In eerste instantie zal Kloosterman Biogas de enige leverancier zijn, maar het is zeker de bedoeling dat meerdere producenten ook zullen aansluiten. De aanleg van de biogasverzamelleiding start na de zomervakantie en zal in de eerste helft van 2014 afgerond zijn. De bouw van de aanvullende en noodzakelijke installaties gaat geruime tijd in beslag nemen. In de tweede helft van 2014 verwacht Attero het eerste opgewaardeerde biogas van Kloosterman als groen gas in het net te pompen.

vrijdag 14 juni 2013

Actie op Tuinmarkt voor biogas Nepal groot succes

De actie 'Poepen voor biogas' op de Tuinmarkt in Noordwijk op 8 juni was een groot succes: er is geld opgehaald voor maar liefst 23 biogasinstallaties waarmee Nepalese gezinnen een beter bestaan krijgen. Initiatiefneemser Sacha Beuk van Kinderen van Nepal is nog onder de indruk. 'Het streven was om geld voor tien biogasinstallaties van 150 euro in te zamelen. Dat hadden we al rond de klok van twaalf bereikt! Toen zijn we doorgegaan voor de 20 en zelfs dat hebben we overtroffen.
 
Copyright (c) 2010 Biogas Nieuws and Powered by Blogger.